Watersnood Friesland

De Watersnoodramp van 1825

Storm

Dinsdag 1 februari 1825 was een zachte, bijna zwoele dag. Op donderdag 3 februari 1825 echter begon het te stormen en zakte de temperatuur naar het vriespunt. Tot overmaat van ramp was het volle maan: springtij. Op de avond van de 3e februari steeg het water met 30 centimeter per uur. Toch leek alles rond middernacht nog onder controle. Maar toen kwam er “een woedende Buy met Sneeuw vergezelt” die het water nogmaals deed stijgen. Maar het was niet sneeuw alleen, het hagelde en onweerde ook. In de dorpen werden de noodklokken geluid. Sommige bewoners probeerden nog iets van hun huisraad te redden, anderen probeerden een goed heenkomen te zoeken. Er werd geschreeuwd en gehuild; de paniek was enorm. Alleen al in het Noord-Westen van Overijssel braken de dijken op 22 verschillende plaatsen door. Ook Drente, Friesland en Gelderland werden getroffen. Overal stortte het water zich met een allesvernietigende kracht het land in. Huizen werden weggeslagen, het vee verdronk, landbouw- en turfgronden spoelden weg.

In het dorp Verlaat zag men de volgende namiddag een rietendak op het kolkende water drijven met daarop “twintig personen, zoo mannen, vrouwen als kinderen”. Toen brak “het dak in tweeën en het grootste gedeelte, waarop zich elf menschen bevonden, dreef te Zuidveen aan land”. Tien mensen waren nog in leven, maar “eene vrouw door koude verkleumd” was reeds overleden. De mensen op het andere gedeelte van het afgebroken dak “zijn ten prooi der golven geworden”. In Steenwijk klommen negen mensen in doodsnood bovenop een waterrad. Rondom hen golfde het ijskoude water. Zij “hebben aldaar 18 uren in den verschrikkelijksten angsten doorgebragt; eenigen, vooral de kinderen, door honger gefolterd”. Alle negen werden uiteindelijk door vissers gered.

Vlakbij Giethoorn had men “eene vrouw gevonden, met drie kinderen in hare armen, waaronder eene van zestien weken, bijna naakt, aan de borst der doode moeder liggende, welk kind nog in in leven was”. 

g7g8

In Echten, vlakbij de zee, woonden Hendrik Huisman en zijn vrouw Margjen Luitjes met hun vijf kinderen. Margjen was zwanger van de zesde en liep op haar laatste dagen. De vroedvrouw was al overgekomen. Op vrijdag 4 februari 1825, om half vier in de namiddag, braken de dijken en “kwam het zeewater met verschrikkelijk geweld aangolven”. Het gezin verschanste zich in huis, maar gaandeweg de avond begon het water meer en meer te stijgen. Een zijmuur stortte in, net als de huizen van hun buren. In paniek klommen ze in een (turf) praam en brachten daar het grootste deel van de nacht door, blootgesteld aan de ijzige koude, de woeste golven en het onweer. En zo beviel beviel Margjen die nacht van haar zesde kind. “De ellendige toestand dezer vrouw is met geene woorden uit te drukken, want dit kind werd geboren in een open vaartuig, waarin twee en twintig mensen zich bevonden; in eene felle koude met hevige sneeuwjagt vergezelt”. Er was slechts “één linnen doek” aan boord om dit “arm schepseltje” te behoeden tegen de kou. De volgende dag werden ze gered. Moeder Margjen zou volledig herstellen, maar haar pas geboren kindje overleed een paar weken later.

Luite Klazen van der Schoot uit Nijeholtwolde was 81 jaar oud toen hij zijn been brak. Tijdens die vreselijke nacht lag hij “hulpeloos op zijne legerstede en voelde het water telkens hooger stijgen”. Door zijn gebroken been kon hij niet zelfstandig uit bed komen en “eene oude vrouw en een klein meisje, zijne eenigste huisgenoten” waren niet bij machte om hem te helpen. Luite verdronk in bed.

Onder de slachtoffers waren ook een aantal voorouders. Zo was Wimke Jans Bron getrouwd met Klaas Jans Deine en hadden ze samen één zoontje. Wimke en haar zoontje werden die nacht door de golven meegesleurd. Na de storm zocht Klaas onvermoeibaar naar hun lichamen. Op maandag 21 februari 1825, dus ruim twee weken na de watersnood, vonden hij en Jan Lolkes Deinen uit Blesdijke, de stoffelijke overschotten. In de overlijdensakte staat dat zij gisteravond om 4 uur hebben gevonden het lijk van de vrouw van de eerst genoemde (dat was Klaas) genaamd Wimke Jans Bron, oud 23 jaar, geboren te Wolvega, alsmede het zoontje van de eerstgenoemde en zijn huisvrouw, genaamd Jan, oud 39 weken, welke in de watersnood zijn omgekomen en onder Steenwijkerwold zijn gevonden. Wimke heeft het niet geweten, maar ook haar jongere zusje Sjoekje Jans Bron (5 jaar oud) zou de ramp niet overleven. Haar lichaampje werd pas op maandag 21 maart 1825 gevonden.

Water

Advertenties