Sara Regina (1882-1959)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Seerp Jans Bruinsma (1843-1918) & Aafke Gerrits Koudenburg (1844-1920)
Grootouders: Jan Feikes Bruinsma (1814-1885) & Aaltje Seerps Anema (1817-1871)
Overgrootouders: Feike Hilbrands Bruinsma (1781-1835) & Tiettje Jans Bangma (1788-1827)
Betovergrootouders: Hilbrand Jelles Bruinsma (1743-1824) & Eeke Rommerts de Boer (1746-1783)
Oudouders: Jelle Hilbrandts (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)
Oudgrootouders: Hilbrandt Jelles & Gryttje Martens

Sara Regina Bruinsma werd op maandag 24 juli 1882, des avonds ten tien ure op de boerderij genummerd 95 te Midlum geboren. Ze was twaalfde en laatste kind van de 39-jarige landbouwer Seerp Jans Bruinsma en de 37-jarige Aafke Gerrits Koudenburg. Elf broertjes en zusjes waren haar dus voorgegaan: Geertrui Elisabeth (1867-1872), Aaltje (1869-1870), Aaltje (1870), Hinke (1871), Geertrui Elisabeth (1873), Jan (1874-1874), Jan (1875-1875), levenloos geboren jongetje in 1876, Jetske (1877), Jan (1879-1879) en Jan (1880). Toen Sara geboren werd waren er dus nog 4 zusters en een broer in leven. Haar zus Aaltje was 11 jaar oud en daarmee de oudste in het gezin.

De wereld veranderde niet, maar de mensen en de beroepen wel. Zo werkte er bijvoorbeeld rond 1880 een sigarenmaker te Midlum, een kleivaarderen een barbier. Beroepen die kort daarvoor nog helemaal niet bestonden. Zo goed was er rond 1880 ook een werkster, een boendermaker, een reiziger en een buitenvaarder. Pieter Willems Visser was er pontveervaarder, Gerbrandus Taekes Jansonius tegeltjesschilder en Harmen Duurts Alkema was kalklasscher (kalkblusser). Maar de meest opmerkelijk verandering vond plaats in het onderwijs. Heel lang had men het moeten doen met één enkele onderwijzer der jeugd. Een roepende in de woestijn, die vaak ook nog allerlei nevenfuncties had om de eindjes aan elkaar te knopen. Hoe anders was het toen Sara Regina geboren werd. Hidde Goïnga kwam in 1879 en werd uiteindelijk hoofdonderwijzer. Maar tussen 1880 en 1900 kwamen en gingen er in Midlum in totaal nog 11 andere onderwijzers en onderwijzeressen. Heerke Hibma was er Onderwijzerbijvoorbeeld, net als Jolt Algera. Simontje Kroon was Onderwijzeres Vak K, en in de jaren negentig kwamen Harmen Alkema als Onderwijzer Bijzondere School en Alexander Klugkist als Godsdienstleraar. Sara’s oudere zus Jetske was onderwijzeres en trouwde in 1899 met een hoofdonderwijzer. En met een zuster als onderwijzeres, mogen we toch aannemen dat ook Sara Regina naar school is gegaan.

Ze was 27 jaar oud, toen ze op donderdag 26 augustus 1909 in het gemeentehuis van Franekeradeel (in Franeker) in het huwelijk trad met de 27-jarige Taeke Wiepkes van Popta. Taeke was op zaterdag 7 januari 1882, des voormiddags ten viere te IJlst geboren en was het achtste kind van de 32-jarige Wiepke Eiberts van Popta (landbouwer) en de 32-jarige Elisabeth Jelles Wijnia. De eerder geboren kinderen waren: Eibert (1871), Jelle (1872), Taeke (1873-1877), Wybrig (1875), Hesseltje (1877), Antje (1878-1878) en Antje (1879). Na Taeke zouden er nog 2 kinderen geboren worden: Wieger (1883) en Jeltje (1888). Ook kwam er in 1885 een levenloos meisje ter wereld. Taeke was op de huwelijksdag onderwijzer te Gorinchem, Sara was zonder beroep en woonde nog bij haar ouders in het huis genummerd 95 te Midlum. Taeke’s ouders waren bij het huwelijk aanwezig, net als Sara’s vader. Haar moeder was er niet, maar zij had op maandag 23 augustus 1909 bij notaris Okkinga een notariële akte laten opstellen: Mejuffrouw Aafke Gerrits Koudenburg, zonder beroep, wonende te Midlum, echtgenoote van en ten deze bijgestaan door den mede verschenen heer Seerp Jan Bruinsma, landbouwer aldaar, verklaarde hiermede hare toestemming te geven tot het huwelijk hetwelk hare dochter Sara Regina Bruinsma te Midlum, voornemens is aan te gaan met den heer Taeke van Popta, onderwijzer te Gorinchem. Hieronder de getuigen die bij het huwelijk aanwezig waren:

  • Jan Alkema, 48 jaar, veldwachter, wonende te Achlum
  • Jelle Terluin, 39 jaar, veldwachter, wonende te Midlum
  • Reltje Bos, 31 jaar, veldwachter, wonende te Peins
  • Douwe Groenveld, 66 jaar, ambtenaar ter Secretarie, wonende te Franeker

Sara en Taeke zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Wiepke, 31 augustus 1910 Gorinchem – trouwt in juli 1937 met E. Visser (verhuisde naar Santpoort)
  2. Aafke, 25 oktober 1911 Gorinchem – 18 mei 1975 Arnhem (63 jaar)
  3. Seerp, 11 maart 1913 Velsen – 22 november 1995 te Calgary (CAN) (82 jaar)
  4. Egbert, 17 februari 1914 Velsen – 19 november 1975 Veendam (61 jaar)
  5. Jan, 18 april 1915 Velsen – trouwt met A. de Groot (verhuisde naar Geleen)
  6. Jelle, 13 december 1916 Velsen – 30 november 1968 Cloverdale (CAN) (51 jaar)
  7. Elisabeth, 11 februari 1918 Velsen – trouwt januari 1941 met J. van Belen (verhuisde naar Santpoort)
  8. Geertrui Elisabeth, 25 mei 1920 Velsen – 1 december 1964 te Edmonton, Alberta, Canada (44 jaar)

Sara trouwde dus met een onderwijzer, net zoals haar oudere zus (en onderwijzeres) Jetske dat in 1899 had gedaan. Jetske’s echtgenoot werd de eerste directeur van de nieuw gebouwde Kweekschool in Dokkum en Sara’s echtgenoot werd de eerste hoofdonderwijzer van de nieuw gebouwde Groen van Prinsterer School in IJmuiden. Jetske’s echtgenoot zou landelijke bekendheid genieten door zijn lezingen over opvoedkunde en Sara’s echtgenoot zou ook zijn sporen in de geschiedenis nalaten. Al was dat om een andere, en tragischer reden.

Maar eerst terug naar de jonge jaren van Taeke. Op donderdag 17 oktober 1901 (10.00 uur in de ochtend) meldde hij zich in Witmarsum voor de militaire keuring. Dat was dicht bij huis, want hij woonde in 1901 nog thuis bij zijn ouders op de boerderij genummerd 22 te Witmarsum. Bij de keuring gaf hij op van boerenbedrijf te zijn. Uiteraard zal hij in de avonduren gestudeerd hebben, maar dat was voor Militie geen reden hem vrij te stellen van militaire dienst. Hij werd goedgekeurd, maar omdat er meer dan voldoende rekruten waren, moest er geloot worden. Wie geluk had, hoefde alsnog niet in dienst. Taeke had dat geluk, want hij trok nummer 96 en werd uitgeloot. Dankzij de keuring is er een signalement van hem bewaard gebleven.

  • Lengte: 1 Meter 768 millimeter
  • Aangezicht: ovaal
  • Voorhoofd: breed
  • Oogen: grijs
  • Neus: gewoon
  • Mond: idem
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbrauwen: idem
  • Merkbare teekenen: linkerslaap

Taeke begon zijn loopbaan als onderwijzer op woensdag 1 augustus 1906 op de Christelijke School in het Friese dorp Marrum (toevalligerwijs was in Marrum ook het eeuwenoude Poptaslot gevestigd). Op zondag 1 november 1908 verruilde hij Marrum voor de Christelijke M.U.L.O. school te Gorinchem, waar hij les gaf toen hij met Sara Regina in het huwelijk trad. Waar en hoe Sara en Taeke elkaar dus hebben ontmoet is een klein raadsel, want Gorinchem ligt in de buurt van Dordrecht, bijna 200 kilometer van Midlum verwijderd. Hoe het ook zij; ze trouwden en woonden een aantal jaren op de Arkelstraat D22 in Gorinchem. Leergierig was Taeke zeker, en door de jaren heen regen de diploma’s zich aaneen: HBS diploma (juli 1911), Fransch L.O. (augustus 1911), Wiskunde L.O. (november 1912), Hoogduitsch L.O. (augustus 1915), Handelskennis Acte A (december 1919), Handelswetenschappen M.O. (augustus 1921).

In mei 1912 werd hij benoemd tot hoofdonderwijzer van de Groen van Prinsterer School (Christelijke School voor Lager Onderwijs en M.U.L.O.) te IJmuiden. In de tweede helft van augustus 1912 verhuisde het gezin naar Noord-Holland en vestigde zich op het Koningsplein 2 te Velsen. De Groen van Prinsterer School was een nieuwe school en opende op zondag 1 november 1912 haar deuren. De M.U.L.O. was er toen nog niet, die zou pas in 1919 gestart worden. Taeke zou er ruim 30 jaar als hoofdonderwijzer werkzaam zijn. De Haarlemsche Courant zou vele jaren later schrijven dat het bestuur met hem een zeer gelukkige keuze had gedaan, zoodat de school tot grooten bloei kwam.

In maart 1914 was hij een van de mede-oprichters van de Christelijke Zeemansbond in Nederland. Deze organisatie was in eerste instantie bedoeld om werkstakingen in het vissersbedrijf te voorkomen. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog echter zou het karakter van de bond veranderen. Want hoewel Nederland neutraal bleef in die oorlog, werden veel Nederlandse vissers in Engeland vastgehouden. Dus toen de bond in 1916 te Katwijk bijeen kwam, zat de zaal stampvol verontruste vissersvrouwen. Taeke, als voorzitter van de Zeelieden-Bond (zoals het toen genoemd werd), leidde de vergadering, waar onder andere een telegram aan Hare Majesteit de Koningin werd opgesteld: Honderden Katwijksche visschersvrouwen, onder leiding van den Chr. Zeelieden-Bond in vergadering bijeen op 3 Augustus, in de Gemeentezaal te Katwijk aan Zee, brengen eerbiedig onder de aandacht van Uwe Majesteit, dat zij met groote zorg vervuld zijn over het lot van haar mannen, zonen en broeders, die onrechtmatig in Engeland vastgehouden worden, terwijl de gezinnen alle inkomsten moeten derven.

Sara Regina, Taeke en kinderen

Begin januari 1918 overleed Sara’s vader en in juni 1920 overleed haar moeder. In twee jaar tijd was ze dus beide ouders verloren. Sinds Sara’s verhuizing buiten Friesland zal het contact met haar ouders anders zijn geweest. Hetzelfde geldt trouwens voor het contact met haar broers en zusters, waarvan er twee naar Naaldwijk in Zuid-Holland verhuisden. Over het algemeen schreef men veel en vaak in die tijd, dus het is aannemelijk dat ook Sara op deze manier contact met haar ouders en broers en zusters heeft gehouden. Het is eeuwig zonde dat deze brieven (hoogstwaarschijnlijk) verloren zijn gegaan, want het zou ons een mooi beeld over haar dagelijkse leven in IJmuiden hebben kunnen geven.

In april 1919 was Taeke een van de mede-oprichters en bestuursleden van den Christelijken Middenstand, en in mei 1920 werd hij lid van het Hoofdbestuur van den Ned. Bond van Gereformeerde Knapenleiders. In datzelfde jaar was hij voorzitter bij de vergadering van het Chr. Fanfarekorps Wilhelmina, waar hij in gloedvolle bewoordingen de aanwezigen toesprak. Daarnaast was hij voorzitter van de zendingscommissie van De Kerkeraad der Gereformeerde Kerk en in april 1934 feestleider bij het 6e lustrum van De Meisjesvereniging Tabitha. De krant schreef dat de voormalige Witte Bioscoop tot in de uiterste hoeken bezet was en dat de feestelijkheden tot het middernachtelijk uur doorgingen. In 1938 werd hij gekozen als bestuurslid van den bond van Jongelingsvereenigingen op Gerformeerde Grondslag.

Hij was ook politiek actief. Zo was hij voorzitter van A.R. Kiesvereen (de Anti Revolutionaire Kiesvereniging), waar onder andere mevrouw de Gaay Fortman in 1921 de vergadering toesprak over het lidmaatschap der vrouwen. In 1936 voerde debatteerde hij in het afgeladen Verenigingsgebouw met leden van de toenmalige C.D.U. (Christelijk Democratische Unie, die in 1946 zouden opgaan in de nieuw opgerichte PVDA). In de vergadering stelde Taeke kritische vragen over het beginselprogram van het C.D.U. Zoals verwacht werd hem dit niet in dank afgenomen en een spreker van het C.D.U. verweet hem een pertinente onwaarheid naar voren te hebben gebracht en eiste dat de heer Van Popta deze woorden terug zal nemen. De tegenaanval op Taeke ging door: de heer Van Popta wees op uitkeeringen aan werklozen in Friesland; in sommige streken moet een gezin met vier kinderen met acht gulden per week rond komen en daarvan moet dan de huur nog af. En dan slaat de heer Van Popta zich op de borst en zegt: wijs mij het land, waar de steun hooger is dan in ons land. 

En toen kwam de oorlog. Op vrijdagochtend 10 mei 1940, 03.55 in de nacht, viel het Duitse leger ons land binnen. Vijf dagen later was alles voorbij en was Nederland bezet. Zeker voor een overtuigd christen als Taeke moeten de Nazi waanbeelden een gruwel zijn geweest. Eind augustus 1940 mochten er geen joodse ambtenaren meer benoemd worden en in oktober van datzelfde jaar werden alle joodse ambtenaren ontslagen. Taeke was zeer verbolgen over deze maatregel en schroomde niet dit in brieven aan verschillende schoolbesturen duidelijk te maken. Taeke verhief zijn stem waar hij maar kon. Zo plaatste hij in augustus 1940 een artikel in de IJmuider Kerkbode waarin hij onder andere schreef:

Er is een volksgroep, die we het best kunnen vergelijken met een gestrand schip. Dat is de N.S.B. De kapitein heeft indertijd een koers gekozen zonder in te zien waar die heen leidde. Hij is de koers trouw gebleven; hij is zichzelf en zijn land ontrouw geworden. [.] Toen de oorlog dreigde, zeide de heer Mussert: “Wij gaan met de armen over elkaar zitten.” En het is blijkbaar met de N.S.B. nog tot erger dingen gekomen. 

In diezelfde maand werd zijn toespraak belachelijk gemaakt in de N.S.B. krant Het Nationale Dagblad. “Gij zult geen valsch getuigenis geven” schijnt niet meer tot de tien geboden van dezen predikant te behoren, hekelde deze krant. Het betekende dat Taeke al vroeg in de oorlog bij de N.S.B. bekend was. Tussen alle bedrijven door werd hij een van de leraren van de Handelsavondschool. In juni 1942 maakten meerdere kranten melding van het feit dat Taeke met pensioen ging. T. van Popta gaat heen, kopte de Haarlemsche Courant wat ongelukkig. Diezelfde krant hoopte dat hij van een welverdiende rust mocht genieten en schreef dat den heer Van Popta een der bekendste en vooraanstaandste onderwijsmannen hier ter plaatste was geweest. Op zaterdag 1 augustus 1942 verhuisde het gezin naar Santpoort, waar ze in de Molenstraat 21 gingen wonen.

Precies om middernacht, in de nacht van maandag 16 op dinsdag 17 januari 1944, werd er op hun adres in Santpoort aangebeld. Voor en achter het huis stonden politie-agenten. Ze doorzochten het huis, op zoek naar belastende papieren. De mannen gedroegen zich netjes, maar Taeke moest wel mee voor verhoor. Hij werd afgevoerd en opgesloten. Er waren valse pasjes en vergunning in omloop die toegang gaven tot afgeschermde gebieden langs de kust, en Taeke werd erover aan de tand gevoeld. Hij had niets met deze kwestie te maken, schreef hij naderhand, maar hij had geen idee hoelang hij in gevangenschap zou doorbrengen. Op dat moment dacht hij dat hij minimaal een half jaar achter de tralies zou blijven. In zijn cel zong hij psalmen en hymnen en de gevangenen in de aangrenzende cellen zongen mee. Op vrijdag 20 januari werd hij uit zijn cel gehaald en naar huis gestuurd. De nachtmerrie was voorbij. Voor even.

Op vrijdag 5 mei 1944, om 11.30 uur in de ochtend, werd Taeke voor de tweede maal gearresteerd en opgesloten in cel J op het politiebureau te Velsen. Er zijn twee versies in omloop van wat er vervolgens gebeurde. Zo is de versie van Taeke’s kleinkinderen dat hij werd opgepakt omdat er ergens belastende documenten waren gevonden die in zijn handschrift geschreven leken te zijn. Er werd zelfs gesuggereerd dat hij de drijvende kracht achter het illegale blad Trouw zou zijn. Taeke had de documenten echter niet geschreven en ook was hij niet de man achter de illegale krant. Net als bij zijn eerste arrestatie was hij onschuldig. Hij werd een aantal keren verhoord en uiteindelijk werd ook ene Jan Bothof (de waarschijnlijke auteur van de belastende documenten) in Den Haag opgepakt en naar Velsen overgebracht. Taeke was zich direct bewust van het gevaar, want Jan Bothof was actief betrokken in de verzetsbeweging van de Protestants Christelijke Scholen. Als Taeke zou blijven ontkennen dat hij de documenten geschreven had, zou Jan Bothof wel eens verhoord kunnen worden. Mocht die laatste doorslaan, dan zouden alle leden van de verzetsgroep gearresteerd kunnen worden. Taeke aarzelde niet en bekende schuld. Jan Bothof zou de laatste persoon in Nederland zijn die Taeke de hand zou schudden. Zoals hij later verklaarde was hijzelf diep geroerd toen hij afscheid van Taeke nam. Maar Taeke leek volledig in zijn lot te berusten en vol goede moed en ongebroken stapte hij de isoleercel binnen. Dat is de eerste versie. De tweede komt van Taeke’s schoondochter die in 2008 verklaarde dat Taeke (en de hele familie) wel degelijk actief bij het verzet betrokken was en middels brieven met de andere leden communiceerde. Deze brieven bewaarde hij in huis. De NSB tipte de Duisters over Taeke en dus vielen ze in mei 1944 zijn huis binnen en vonden de brieven. In deze versie komt Jan Bothof dus helemaal niet voor. Welke van de versies ook juist is: op dinsdag 9 mei 1944, om 14.30 uur in de middag, werd Taeke overgebracht naar de Eureterpestraat in Amsterdam en overgedragen aan de Sicherheitspolizei. Daar werd hij nogmaals ondervraagd en op vrijdag 19 mei werd hij overgebracht van Amsterdam naar Kamp Vught.

Vanuit Kamp Vught schreef hij op 4 juni, 18 juni, 2 juli 1944 en 25 juli brieven aan zijn vrouw Sara en de kinderen. Zijn toon was opgewekt en hij verzocht Sara zelfs geen voedsel meer te sturen omdat hij meer dan genoeg eten had. Hij wist hoe nijpend de voedselsituatie geworden was, en zal gewild hebben dat zijn vrouw en kinderen niet vanwege hem nog meer in de problemen zouden komen. In de brief van 2 juli ging hij uitgebreid in op de goede resultaten die zijn kinderen op school hadden gehaald. Ook schreef hij dat hij in het kamp vijf kilo was aangekomen. Alles om zijn vrouw en zijn gezin niet ongerust te maken.

In september 1944 landden duizenden Geallieerde parachutisten in de buurt van Arnhem, in een poging de bruggen over de grote rivieren te veroveren (operatie Market Garden, de slag om Arnhem). Kamp Vught werd in allerijl ontruimd en de gevangen op transport gezet. Maandenlang wist Sara niet wat er met haar man gebeurd was en haar brieven werden zonder verdere informatie teruggestuurd. De angst en onzekerheid moeten verschrikkelijk geweest zijn. In november 1944 ontving ze een brief van iemand die kort daarvoor uit kamp Sachsenhausen was ontslagen. Hij schreef dat hij Taeke daar had ontmoet. Eindelijk wist Sara dus waar haar man was: hij zat in concentratiekamp Sachsenhausen (in Oranienburg nabij Berlijn), had gevangennummer 100379 en was ondergebracht in Block 41.
Sachsenhausen was een berucht concentratiekamp waar tussen de 30 en 50.000 mensen stierven aan uitputting, ziektes en mishandelingen. Half januari 1945 zaten er 35.000 gevangenen op elkaar gepropt. Een overlevende schreef later dat het slaan, uitschelden en schoppen dagelijkse kost was. De gevangenen leden permanent honger. Om het minste of geringste werden er straffen uitgedeeld. Vijfentwintig of vijftig stokslagen op het zitvlak bijvoorbeeld, of sport, wat beteekent dat soms wel honderden menschen ’s avonds na een vermoeienden arbeidsdag nog enkele uren op het appelplein moeten draven, springen, rollen, huppelen in slijk en sneeuw, regen en wind en zonder eten. Ook moesten gevangenen soms in de houding staan op het appelplein: soms duurde dat een paar uren, soms tot middernacht, soms den ganschen nacht door en ook twee of drie dagen. De ooggetuige vervolgde: maar dat alles is nog slechts weinig in vergelijking met hetgeen er zich afspeelde in de gevangenis van het kamp, de Bunker zooals men zegde, met al de onbeschrijfelijke sadistische wreedheden. Tenslotte was er de doodstraf in de gaskamer, door den kogel of de strop. De verhangingen werden steeds in het openbaar in aanwezigheid van alle kampbewoners uitgevoerd. Soms werd de veroordeelde eerst nog met een zwaren knuppel afgeranseld, voor dat hij opgehangen werd en na de ophanging moest geheel het kamp defileeren voor het lijk dat aan de galg hing te bengelen. 

Taeke was een van de mensen die iedere ochtend uit de Bijbel voorlas. Hij deed dat met zoveel passie en hartstocht dat er dagelijks een grote groep mannen om hem heen stond. Iedereen wilde hem horen. Het was verboden en er was altijd het gevaar dat een dergelijke samenscholing de aandacht trok. Met alle risico’s van dien. Begin januari 1945 schreef hij zijn laatste brief aan Sara en de kinderen. Ook nu weer was de toon in zijn brief bijna luchtig. Werk niet zwaar, schreef hij geruststellend. Maar uiteraard was het onmogelijk om details over de gruwelen in het kamp te vertellen, want alle brieven werden stuk voor stuk gecontroleerd en gecensureerd. Ook was hij blijkbaar een bekende in Sachsenhausen tegengekomen, want hij schreef: Hier auch J.B R gewesen. Gesund. Het is onduidelijk wie hiermee bedoeld wordt en hoe deze drie letters gelezen moeten worden (JB als voornamen en de R als achternaam, of J. BR., als in Jan Bruinsma). Sara’s broer Jan kan het in ieder geval niet geweest zijn, want die was in 1937 al overleden. Taeke moet al ziek geweest zijn toen hij de brief schreef en het is aannemelijk dat hij heeft geweten dat het einde nabij was. Misschien dat hij daarom de brief in het Duits schreef, in de hoop dat deze dan sneller doorgestuurd zou worden. Alle aardse dingen gaan voorbij, schreef hij veelzeggend aan het slot van zijn brief.

Taeke overleed op zondag 21 januari 1945 aan dysenterie in kamp Sachsenhausen. Dat is de officiële versie, die we bijvoorbeeld op de persoonskaart vermeld zien blijkens uit eigen wetenschap gedane verklaring van een mede-gevangene. In het Dodenboek van Sachsenhausen (na de oorlog opgesteld) komt zijn naam ook voor, maar daar staat genoteerd dat hij op zaterdag 13 januari 1945 zou zijn gestorven. Dat is dus onjuist. Ondanks dat zijn laatste brief in het Duits geschreven was, werd deze pas op zaterdag 17 februari 1945 vanuit Sachsenhausen naar Nederland gestuurd. De brief kwam op donderdag 8 maart 1945 in Santpoort aan, bijna twee maanden na zijn overlijden. Sara wist dat uiteraard niet en zal in eerste instantie enorm blij met de brief geweest zijn. Maar daarna bleef het stil en zou ze maandenlang in totale onzekerheid verkeren. Haar brieven bleven onbeantwoord en misschien heeft ze zich wel vastgeklampt aan de hoop dat hij andermaal naar een ander kamp was overgebracht. Tussen angst en beven, week in, week uit. Pas op zondag 3 juni 1945, dus vijf maanden na zijn dood en bijna een maand na de bevrijding, zou ze te horen krijgen dat haar man was overleden. Alle pogingen om zijn graf te lokaliseren liepen op niets uit. Taeke van Popta overleed 14 dagen na zijn 63e verjaardag.

Het profiel van Sara Regina Bruinsma zou het moeten zijn, maar zoals eerder opgemerkt weten we vrijwel niets over de vrouw achter de man. Wat voor moeder zij was, of ze humor had of mooi kon vertellen, welke invloed zij op haar man en haar kinderen had; het is niet bekend. Haar leven stond in de schaduw van de werkzaamheden en daden van haar man, zoals dat gold voor 99% van de vrouwen in die tijd. Haar naam wordt een enkele keer in de krant genoemd, maar altijd als de vrouw (of weduwe) van T. van Popta. Taeke hield veel van haar, zoveel is wel duidelijk uit zijn laatste brief. Maar wie zij was en hoe zij leefde weten we helaas niet. De schok van Taeke’s overlijden zou nog jaren na de oorlog nawerken in IJmuiden en omgeving. Zo werd de Groen van Prinsterer School in 1950 heropend. Oud leerlingen, collega’s, vrienden en zelfs gewone burgers zamelden geld in voor een gedenksteen die in de school geplaatst zou worden. Het benodigde geld kwam er en de steen werd gemaakt. Bij de heropening van de school, en onder grote belangstelling, onthulde weduwe Sara Regina Bruinsma op zaterdagmiddag 11 maart 1950 de gedenksteen. De tekst luidde:

Ter herinnering aan Taeke van Popta,
die als eerste hoofd deze school 30 jaar, van 1912-1942, zeer toegewijd heeft gediend;
onwrikbaar in zijn geloof en trouw aan zijn beginsel stierf hij in 1945 als gevangene in Duitsland

Een aantal jaren later werd er een plantsoen in IJmuiden naar hem vernoemd. Het plantsoen met zijn naam bestaat nog steeds.

Sara ondertussen verhuisde op vrijdag 15 maart 1957 naar de Rijnstraat 4 te IJmuiden, waar ze de laatste jaren van haar leven zou doorbrengen. Ze overleed tenslotte zaterdag 8 augustus 1959 en werd op woensdag 12 augustus 1959, om twee uur in de middag, begraven op begraafplaats De Biezen te Santpoort. Sara Regina Bruinsma werd 77 jaar oud.

Advertenties