Jan Sikkes (1879-1923)

Jan Sikkes werd op vrijdag 14 maart 1879, des avond ten tien ure te Wier geboren. Daarmee was hij het derde kind van vader Sikke Minnes Dijkstra en moeder Lijsbert Jans Plat. Zijn zus Aafke en broer Minne waren hem al voorgegaan. Na hem zouden er nog vier kinderen geboren worden, waarbij zijn broertje Ulbe (1880) na een jaar zou overlijden. Jan groeide dus op met een oudere zus en broer, en drie jongere zusjes. Lang heeft hij zijn ouders niet gekend, want moeder Lijsbert overleed in mei 1892, 39 jaar oud slechts. Jan was toen dertien jaar oud. Vader Sikke hertrouwde in 1893, maar overleed het jaar daarop, in februari 1895. Jan Sikkes was nog geen zestien jaar oud en had beide ouders verloren. Hij en de andere kinderen werden verder opgevoed door stiefmoeder Antje Dirks Zuiderbaan.

Sint J

In december 1898 werd hij gekeurd voor militaire dienst, ofwel de Nationale Militie. Hij woonde toen al in St. Jacobiparochie. In het document staat te lezen dat Jan geen voogd heeft en dat hij vanwege broederdienst wordt vrijgesteld van militaire dienst. Maar dankzij de keuring is er wel een beschrijving van hem achtergebleven:

  • Lengte: 1 meter 618 millimeter
  • Aangezicht: rond
  • Voorhoofd: rond
  • Oogen: grijs
  • Neus: dik
  • Mond: normaal
  • Kin: rond
  • Haar: donkerbruin
  • Wenkbrauwen: donkerbruin
  • Merkbare teekenen: geen

Jan was 25 jaar oud, toen hij op donderdag 12 mei 1904 in het huwelijk trad met de 23-jarige Elske Klaazes Keizer. Elske was op donderdag 30 december 1880, des namiddags acht uur te St. Jacobiparchie geboren. Ze was het tweede kind van vader Klaas Willems Keizer en moeder Aafke Andries de Jong. Haar oudere broertje Willem was echter drie maanden na de geboorte overleden (1884), en zo werd Elske dus het oudste kind in het gezin. Na haar zouden er nog vijf kinderen geboren worden, waaronder nog twee jongens met de naam Willem. In november 1898 was ze als dienstbode in de kost gekomen bij een familie op het Ruiterskwartier te Leeuwarden. Het was maar voor heel kort, want in februari 1899 was ze teruggekeerd naar St. Jacobiparochie. In 1904, het jaar van haar trouwen, was ze zonder beroep en woonde ze in Tzummarum. Haar ouders waren beide nog in leven. Jan woonde in 1904 al te St. Jacobiparochie en was beurtschipper van beroep. Zijn ouders waren al overleden. Als getuigen traden op:

  • Hendrik Niemeijer, 26 jaar, beambte der Secretarie,  wonende te St. Annaparochie
  • Wijbe Bouma, 29 jaar, beambte der Secretarie, wonende te St. Annaparochie
  • Wiepke Sangers, 47 jaar, gemeente veldwachter, wonende te St. Annaparochie
  • Johannes Santhuizen, 72 jaar, gemeente veldwachter, wonende te St. Annaparochie

Pic451r

Jan Sikkes en Elske Klaazes kregen de volgende kinderen:

  1. Aafje, 25 september 1906 te St. Jacobiparochie
  2. Grietje, 20-29 december 1912 te St. Jacobiparochie

Zoals we hebben gezien, was Jan beurtschipper van beroep en vervoerde hij dus allerlei goederen per schip. Dit gebeurde volgens een vaste dienstregeling langs een vast aantal havens. Zeker in Friesland werd vrijwel alle vracht nog over het water vervoerd. Harlingen, Franeker, Leeuwarden en Bolsward waren een belangrijk knooppunt in een web van waterwegen. Sneek werd op dinsdag, de marktdag, bezocht door beurtschepen uit alle hoeken van Friesland. Door de enorme drukte op het water, moesten schippers vaak op hun beurt wachten om te kunnen laden en lossen, zo goed ze ook op hun beurt moesten wachten om te mogen afvaren. De term beurtschipper komt daar vandaan. Ondanks het feit dat Sikke beurtschipper van beroep was, treffen we hem tussen 1905 en 1915 met regelmaat bij de notaris voor de huur van percelen bouwland. Schipper annex boer dus eigenlijk. En wellicht noodzakelijk vanwege de concurrentie op het water. In 1906 had hij al een perceel bouwland gehuurd en in 1908 deed hij dit andermaal. Het betrof perceel nummer 19J, voor een huursom van 38 gulden per jaar (wat nu neer zou komen op 943,13 gulden, ofwel 427 euro). In november 1915 kocht hij twee verschillende panden. Het eerste was een woonhuis met erf te St. Jacobiparochie. Hij kocht het over van Pieter Jans de Groot, voor een bedrag van 60 gulden (ofwel: 1.9916 gulden – 544 euro). Het tweede pand was een flink beklante slagerij op goeden stand te Minnertsga, ook geschikt voor winkelhuis. Eigenaar Gjalt Bloembergen moest het van de hand doen wegens mobilisatie. Het was immers 1915  en de eerste Wereldoorlog was het jaar daarvoor begonnen. Jan Sikkes betaalde de lieve som van 1900 gulden voor de slagerij, wat nu neer zou komen op 37.973 gulden, ofwel 17.231 euro. Hij bleef met zijn gezin echter in St. Jacobiparochie wonen. Dit weten we omdat hij een jaar later weer een perceel bouwland huurde en er achter zijn naam te Jacobiparochie genoteerd staat. Een mogelijke reden waarom hij de slagerij te Minnertsga overnam, volgt verderop op deze pagina.

In mei 1914 richtte Sikke samen met Dirk Jans Monsma en Gerrit J. Plat een maatschap onder firma. De firma verzorgde het vervoer over water met het motorbeurtschip Excelsior. Het schip was op de scheepswerf van Draaisma op ’t Vliet in Franeker gebouwd, waar rond 1910 28 man personeel werkzaam was. Sikke was dus nu vaste beurtschipper op de Excelsior en hoogstwaarschijnlijk is dat dan ook de reden waarom we zijn naam niet meer tegenkomen als het gaat om het huren van bouwland rondom St. Jacobiparochie.

Beurtschip 1

Beurtschip 3

Het waren schoenmaker Dirk de Bildt en concierge Sijbren Alegersma die zich in juli 1923 bij de Burgerlijke Stand vervoegden. Ze lieten er noteren dat Jan op vijftien juli, des namiddags negen uur te St. Jacobiparochie was overleden. Jan Sikkes Dijkstra werd slechts 44 jaar oud, net als zijn vader (Jan’s opa werd 45).

En zo bleef zijn vrouw Elkse alleen achter met de kinderen. Aafje was 16 jaar oud en Grietje was nog maar 10. Zoals we hebben kunnen zien kocht Jan in 1915 twee verschillende panden: een woonhuis en een winkel. De vraag is waarom. Zeker als we bedenken dat het gezin in St. Jacobiparochie bleef wonen, terwijl de slagerij in Minnertsga gevestigd was. Toeval of niet; na de dood van Sikke zien we zijn vrouw Elske als winkelierster in de stukken vermeld staan. Vraag is dus of zij na de dood van haar man als winkelierster ging werken om een inkomen te generen, of dat zij reeds in 1915 als winkelierster werkzaam was in het pand te Minnertsga. Niet als slager uiteraard, maar wie weet is het pand in Minnertsga ergens anders voor gebruikt. Toch, hoe graag we deze vorm van emancipatie ook zouden willen terugvinden bij onze voorouders, de bovengenoemde optie is onwaarschijnlijk. En hoewel we die mogelijkheid zeker nog niet volledig mogen uitsluitsel, is het aannemelijker dat het pand gebruikt werd voor de opslag van goederen. Het was immers een jaar nadat Monsma, Dijkstra & Plat de beurtschippers-handen ineen hadden geslagen. Hoe het ook zij, in het jaar 1923, het jaar waarin haar man overleed, was Elske winkelierster van beroep. In Minnertsga, St. Jacobiparochie of zelfs St. Annaparochie; dat moet nog uitgeplozen worden.

Werd haar man slechts 44 jaar oud, Elske zelf zou niet veel ouder worden. Ze overleed op vrijdag 5 december 1930, des voormiddags te halfvier uur te St. Jacobiparochie. Elske Klaazes Keizer was nog werkzaam als winkelierster en werd slechts 49 jaar oud.

overlijden Elske 1