Baukje Sikkes (1915-1982)

Tante Baukje

Plaats In De Stamboom
Ouders: Sikke Freerks Dijkstra (1887-1931) & Pietje Hendriks Deelstra (1890-1969)
Grootouders: Freerk Minnes Dijkstra (1853-1930) & Klaasje Arjens Vis (1854-1928)
Overgrootouders: Minne Sikkes Dijkstra (1825-1871) & Aafke Hielkes van der Meulen (1817-1897)
Betovergrootouders: Sikke Thomas Dijkstra (1793-1838) & Antje Minnes Braaksma (1795-1851)
Oudouders: Thomas Meinderts Dijkstra (1754-1814) & Antje Foppes Fopma (1749-1823)

Baukje (Sikkes) werd op maandag 22 maart 1915 te Franeker geboren als vierde kind van vader Sikke Freerks Dijkstra en moeder Pietje Hendriks Deelstra. Ze was niet de eerste Baukje in het gezin, maar haar naamgenootjes waren in hun geboortejaar 1912 en 1914 overleden. En omdat vernoemen (in dit geval naar Baukje Hettenvan, haar oma aan moederskant) nu eenmaal “verplicht” was, werd ook het derde kind gewoon weer Baukje genoemd. Haar oudere broer Freerk was in 1911 geboren en zo was Baukje dus eigenlijk het tweede kind (en het eerste meisje) in het gezin. Na haar zouden er nog negen kinderen geboren worden, waarvan er twee binnen het jaar zouden overlijden. Het betekende dus dat het gezin uiteindelijk uit negen opgroeiende kinderen zou bestaan.

Baukje werd geboren terwijl de Eerste Wereldoorlog in volle gang was, en op de dag af een maand na haar geboorte gebruikten de Duitsers voor de eerste maal gifgas in de slag bij Ieper. Alles bij elkaar zou de Eerste Wereldoorlog aan bijna 20 miljoen mensen het leven kosten. Maar dat was nog niet genoeg, want direct na de oorlog verspreidde het dodelijke Spaanse Griep virus zich over over Europa en de rest van de wereld. In Nederland alleen al stierven 27.000 mensen, in Engeland 400.000 en in de Verenigde Staten 675.000. Toen het virus in 1919 eindelijk uitgeraasd was, hadden 20 tot 40 miljoen mensen het leven verloren. En dat zijn dan nog maar de meest voorzichtige schattingen. Het zijn aantallen die ons voorstellingsvermogen te boven gaan, en dus is de dood van één individu, in dit geval vader Sikke Freerks, veel tastbaarder.

Baukje’s vader overleed (geheel onverwachts) in augustus 1931. Ze was toen zestien jaar oud. De jongste in het gezin was Arjan, die vier dagen voor het overlijden van zijn vader ter wereld kwam. Het was begin dertiger jaren, de wereld ging gebukt onder De Grote Depressie en ook in Nederland was de werkloosheid enorm. De dood van vader Sikke dompelde het gezin in Franeker in grote armoede. Maartje (acht jaar) en Jan (zes jaar oud) moesten soms zelfs bedelen bij de gegoede inwoners van Franeker om het hoofd boven water te houden. Baukje was een tiener, dus gelukkig bleef haar die vernedering beschoren. Hoogstwaarschijnlijk werkte ze in die jaren ergens als dienstmeisje in Franeker of omstreken.

Jan & Baukje, 15 mei 1937

Ze was 22 jaar oud, toen ze op zaterdag 15 mei 1937 te Franeker in het huwelijk trad met de 24-jarige Jan van Zwol. Jan was op vrijdag 20 december 1912 te Langezwaag geboren en was het tweede kind van vader Pieter Jogchums van Zwol en moeder Hendrikje Jantjes van der Iest. Baukje en Jan kregen ze de volgende kinderen:

  • Petronella (Nelleke), 3 oktober 1938 te Franeker – 30 december 1939 te Franeker (14 maanden)
  • Piet, **** 1939 te Franeker
  • Sikke, 31 januari 1943 te Franeker – 6 oktober 1998 te Heeg (55 jaar)
  • Petronella (Nel), **** 1946 te Franeker

Baukje met kinderen

Zoals overal werden ook in Franeker op 31 augustus 1936 de jaarlijkse Koninginnefeesten gehouden (de toenmalige koningin Wilhelmina was op 31 augustus 1880 geboren). In de krant lezen we dat de dag ’s morgens werd ingeluid met klokkengebeier van 8 to 8½ uur, waarna door het muziekcorps “Advendo” koraalmuziek werd gegeven vanaf het bordes van het stadhuis. Daarna trokken de muziekcorpsen “Harmonie” en “Advendo” door de stad. Op de Breedeplaats werd halt gehouden, omringd door een groote menschenmenigte. Een meisjeskoor, onder leiding van de heer Ennema, zong eenige liederen, afgewisseld door vroolijke muzieknummers van de beide corpsen. In de middag werden er kinderspelen gehouden in het Sternse Slotland (het Sjûkelân, het kaatsveld). Naast zaklopen, hardlopen en autobanden rollen, kwamen er ook spelletjes aan de orde als:

  • ballen in een stoof
  • langzaam fietsen
  • sprietloopen
  • bloempotloopen
  • meisjes aan de lijn hangen
  • pinkhappen
  • waschophangen
  • pepermunt zoeken

Baukje en Jan zullen vrijwel zeker deel hebben uitgemaakt van de groote menschenmenigte. Het was 1936, Nederland verkeerde in een depressie en mensen zullen dit soort feesten met beide handen hebben aangegrepen om de zorgen van alledag even te vergeten. De crisis van de jaren dertig zou uiteindelijk voorbij gaan, maar de donkere schaduwen van Nazi Duitsland waren ook in 1936 al heel duidelijk zichtbaar.

Jan was een begenadigd koemelker, een virtuoos met de uiers. Het koemelken gebeurde nog met de hand en Jan blonk er in uit. Toch verloor ook hij in de jaren dertig zijn baan, net als tienduizenden andere Nederlanders. De Nederlandse regering wist zich geen raad met de werklozen en zette door heel Nederland werkkampen op voor uitkeringsgerechtigde werklozen. De werklozen werden er ondergebracht in barakken en moesten er werken teneinde recht te behouden op een uitkering. Over het algemeen werd er gewerkt in ontginnings- en ruilverkavelingprojecten van de Heidemij. Jan werd ondergebracht bij de Centrale Rijksverschaffing te Diever (kamp Diever te Drente). Het kamp lag ongeveer zes kilometer van de plaats Diever verwijderd en in 1939 liepen de spanningen er hoog op. Oorzaak was de “onmenselijke toestand” aldus een arbeider, welke in het kamp heerste. Zo verdienden de werklozen rond de 7,40 gulden per week. Ter vergelijk: in 1939 kostte een pot jam 33 cent, een pond Hollandse roomboter 85 cent, een paar klompen 1,75 gulden, een wit overhemd 3,50 gulden. De huurprijs verschilde uiteraard, maar voor een eenvoudige benedenwoning schommelde de huurprijs tussen de vijf en zeven gulden per week. Dus was het vrijwel onmogelijk om met een weekloon van 7,40 gulden een gezin te onderhouden. Maar terug naar de grieven van de werklozen in het werkkamp te Diever. Naast de lonen, liet ook de werkkleding veel te wensen over. Maar de ergste straf was nog wel dat de mannen veertien dagen achtereen in het kamp moesten verblijven. Eens in de veertien dagen, op zondag, mocht men een dag naar huis. Wie zich daar niet aan hield werd geschorst en kreeg geen uitkering. In mei 1939 gebeurde dat ook, toen een aantal mannen op zaterdagavond (na het werk) op eigen gelegenheid en op eigen kosten naar huis reisden. De straf was onverbiddelijk: de mannen werden geschorst. Uit solidariteit legden 300 arbeiders in kamp Diever het werk neer. En dus werden ook zij geschorst. Het betekende dat 300 gezinnen geen uitkering (hoe karig ook) ontvingen en dus in bittere armoede ondergedompeld werden (300 gezinnen zonder brood, kopte een van de kranten). De meeste kranten waren trouwens op hand van de stakers en riepen het volk op de arbeiders te steunen. De minister van Sociale (a-sociale volgens vele kranten) Zaken zette de hakken in het zand, maar haalde uiteindelijk bakzeil. Zo mochten de mannen voortaan eens per week naar huis. Hieronder Jan van Zwol, derde van links, aan het werk in kamp Diever.

3e links Jan van Zwol, Werkkamp Diever 1939

In de oorlog stond Jan bekend als een man die dingen kon regelen. Hij had zo zijn contacten en wist altijd wel iets ‘te ritselen.’ Gaandeweg de oorlog zal dat stukken moeilijker zijn geworden, want Jan was 28 jaar oud toen de oorlog uitbrak; een uiterst gewilde leeftijd voor de Duitsers. Velen van zijn leeftijd werden bij razzia’s opgepakt en naar Duitsland gestuurd om daar in de fabrieken te werken. Jan zal dus vrijwel zeker in de tweede helft van de oorlog ondergedoken zijn geweest.

Overleed Baukje’s vader vlak na de geboorte van zijn laatste kind, Baukje zelf zou een vergelijkbaar verdriet moeten dragen. Want haar man Jan overleed op dinsdag 13 mei 1947, half twaalf in de ochtend in het ziekenhuis te Leeuwarden. Hij was al enige tijd ernstig ziek (maagkanker) en bezweek uiteindelijk op die warme dinsdag in mei 1947. Jan van Zwol werd slechts 34 jaar oud.

Jan, 10 november '41

Overlijden Jan

Baukje was nog maar 32 jaar oud, weduwevrouw en moeder van drie kleine kinderen. Piet was nog maar zeven jaar oud, Sikke was vier en zoals gezegd was Petronella nog maar enkele dagen oud. Het was 1947, de tijd van wederopbouw na de oorloog, een tijd ook waarin alles op de bon was, van de kolen in de kachel, tot kleding, servies, eten en drinken. Dat was misschien het enige minuscule lichtpuntje in de verdrietige situatie: dat niemand er bovenuit stak, dat iedereen tot dezelfde rantsoenen en beperkingen veroordeeld was. Baukje had verschillende “werkhuizen” waar ze wat centen bij elkaar schraapte. Als ze dan weg moest, wat het onder andere haar zuster Maartje die op de kinderen paste. Net als haar moeder ooit deed, wist ook Baukje het hoofd boven water te houden. Later werd ze heilsoldaat bij het Leger des Heils en het kon zo maar gebeuren dat je haar op straat tegenkwam, gekleed in het Leger des Heils uniform, zingend met een groepje heilsoldaten. Haar overtuiging en geloof waren rotsvast en vele jaren bleef ze als heilsoldaat actief.

Net als haar meeste broers en zusters sukkelde ook Baukje vele jaren met een slechte gezondheid. Ze overleed vijf dagen voor haar verjaardag, op woensdag 17 maart 1982 te Franeker. Ze werd bijgezet in het graf van haar man en haar kleine lieveling Nelleke. Baukje Sikkes Dijkstra werd 66 jaar oud.

Baukje 00

Grafsteen1