T(h)omas Alles (1823-1880)

Weidelandschap

Plaats In De Stamboom
Ouders: Alle Thomas Dijkstra (1790-1836) & Jacob Annes Hemrica (1799-1861)
Grootouders: Thomas Meinderts Dijkstra (1754-1814) & Antje Foppes Fopma (1749-1823)

Thomas ging vele jaren als Tomas door het leven, net zo goed zijn vader als Alle Tomas Dijkstra de boeken inging. Pas halverwege de 19e eeuw werd de letter ‘h’ aan zijn voornaam toegevoegd. Hij werd in ieder geval geboren zonder, op zondag 30 maart 1823, des morgens ten twee ure te Beetgum. Daarmee was hij het tweede kind van de genoemde Alle Tomas Dijkstra, gardenier van beroep, en Antje Jacobs Hemrica. Hij was dan wel het tweede kind, maar op dat moment ook enigst kind, want zijn eerder geboren zusje Jetske (1821) had slechts twee maanden geleefd. Na hem zouden er nog vier kinderen geboren worden.

Zoals te doen gebruikelijk, zeker in de Dijkstra familie, werd het vak van vader op zoon overgedragen. Het merendeel van de Dijkstra familie te Beetgum was gardenier (kweker van groenten en andere tuinbouwproducten), dus ook Tomas. Heel lang heeft hij niet op de ervaring van zijn vader kunnen teren, want Alle Tomas Dijkstra overleed in 1836, toen Tomas net dertien jaar was. Moeder Antje Jacobs zette het werk op het land voort. Maar niet alleen dat: zij nam ook de financiën op zich en huurde na de dood van haar man zelfs een stuk bouwland te Beetgum. Een 19e eeuwse vrouw die haar tijd dus ver vooruit was. Toch is het zeker dat ook Tomas, ondanks zijn jonge leeftijd, een prominentere rol in het gezin kreeg toebedeeld. Hij was immers de oudste zoon.

In 1842 moest hij zich melden bij de Nationale Militie voor de militaire keuring. Daar viel hem ten deel het Nummer 52, waardoor hij werd ingelijfd bij het 7e Regiment Infanterie. Alles bij elkaar was hij twee jaar onder de wapenen, waarna hij behoorlijk uit dienst ontslagen werd.

De winter van 1845 begon vroeg, want op 3 en 4 november sneeuwde het al. De daaropvolgende maanden ging het op en af, met dan weer dooi, dan weer strenge vorst. Op 2e Kerstdag reden drie Snekers een eerste officieuze Elfstedentocht. In februari was het bitterkoud, maar het echte venijn zat in de maand maart 1846. Op 13 maart was het in Leeuwarden bijvoorbeeld -19 graden. Door de snijdende oostenwind voelde dat aan als -30 tot -40! Een lange, lange, ijskoude winter dus.

Winterkou

Tomas trouwde op woensdag 20 mei 1846 zonder ‘h’ met Dieuwke Alberts Terpstra. Ze waren allebei 23 jaar oud, Tomas was gardenier en Dieuwke dienstmeid te Beetgum. Ze was op vrijdag 8 september 1822, ‘s morgens om zeven uur te Finkum geboren. Ze was het tweede kind (van de in totaal vijf kinderen) van vader Albert Klazes Terpstra, ook gardenier van beroep, en moeder Bottje Willems Bekius. Dieuwke’s vader was bij het huwelijk aanwezig, maar haar moeder niet. Haar vader liet noteren dat zijn vrouw ook in het huwelijk toestemde. Tomas en zijn moeder ondertekenden de akte, net als Dieuwke en haar vader. Als getuigen traden op:

  • Bauke Hoogterp, 52 jaar, klerk ter secretarie, woonachtig te Menaldum, zijnde de getuigen niet vermaagschapt
  • Martinus Jonker, 41 jaar, veldwachter, woonachtig te Menaldum, zijnde de getuigen niet vermaagschapt 
  • Sijmon Brouwer, 35 jaar, veldwachter, woonachtig te Dronrijp, zijnde de getuigen niet vermaagschapt 
  • Jan Jans Haarsma, 52 jaar, veldwachter, woonachtig te Menaldum, zijnde de getuigen niet vermaagschapt 

Dijkstra Terpstra

Tomas en Dieuwke zouden geen kinderen krijgen. Wellicht had dit te maken met het feit dat ze na hun huwelijk een tijdje armvader & armmoeder in het armenhuis waren. Of dat in Beetgum zelf was, is nog onduidelijk. Het leek in ieder geval een merkwaardige en totaal onverwachte carriere move. Zeker gezien hun jonge leeftijd. Eind 1856 was Tomas echter weer terug bij het gardenier-vak en kocht hij twee percelen bouwgrond te Beetgum. Twee maanden later stortte zijn wereld in, toen Dieuwke overleed op zaterdag 31 januari 1857, des nachts ten half twee ure in het huisnummer 47 te Beetgum. Dieuwke Alberts Terpstra werd slechts 34 jaar oud. Bij de verdeling in haar testament kreeg Tomas 3/4 van het testamentair beschikbare deel.

Nog geen jaar later trad hij opnieuw in het huwelijk, ditmaal met de 30-jarige Sjoukje Sydses Dijkstra (lang voordien hadden wij dus al een Sjoukje Dijkstra in de familie). De huwelijksplechtigheid vond plaats op zaterdag 2 januari 1858. Sjoukje werd op maandag 5 november 1827, des namiddags elf uuren te St. Annaparochie geboren en was het vierde kind van vader Syds Pieters Dijkstra (landbouwer van beroep) en moeder Trijntje Jochems Bijlsma. Sjoukje was niet eerder getrouwd geweest en was in 1858 dienstmeid te Beetgum. Haar vader was bij het huwelijk aanwezig, haar moeder was reeds overleden. De moeder van Tomas leefde nog wel, maar was niet bij het huwelijk aanwezig. Als getuigen traden op:

  • Dirk Stellingwerf, 41 jaar, klerk, woonachtig te Menaldum, den jonggehuwden vreemd
  • Christiaan Michiel de Vries, 53 jaar, veldwachter, woonachtig te Menaldum, den jonggehuwden vreemd
  • Klaas Slappensia, 23 jaar, klerk, woonachtig te Menaldum, den jonggehuwden vreemd
  • Pieter Wiersema, 47 jaar, veldwachter, woonachtig te Deinum, den jonggehuwden vreemd 

Dijkstra 2

Tomas en zijn vrouw Sjoukje zouden samen één kind krijgen:

  1. Allard, 5 juli 1864 te Beetgum – 3o oktober 1917 te Kalamazoo Michigan, USA (53 jaar)

Het was bij de aangifte van de geboorte van zijn zoon, dat Tomas voor de eerste maal als Thomas de annalen inging. Hij zou het zelf allemaal niet meer meemaken, maar zijn enige zoon zou een niet onbelangrijke rol spelen in de zaak Hogerhuis, misschien we de meest beroemde en meest controversiële rechtszaak in Friesland. Maar dat lag allemaal nog verscholen in de toekomst en het zou allemaal gebeuren nadat Tomas was overleden.

Het was baron Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg te Beetgum die in juni 1858 grasgewas en naweide te koop c.q. huur aanbood. Tomas was een van de huurders. Ook in 1860 was hij een van de huurders van een perceel land te Beetgum. In 1858 had hij een schuld uitstaan van fl. 1.500 (wat nu neer zou komen op € 15.379) en in 1860 zou daar nog eens fl. 600 bovenop komen (nu: € 6.031). In het jaar 1870 bood hij vervolgens een partij roerende goederen te koop aan: vier melkkoeien, twee vare koeien, een paard, een hooiwagen, een ploeg, aardappelbakken, kruiwagens, vorken, grijpen en wat meer te voorschijn zal worden gebragt. De opbrengst bedroeg fl. 409 (nu: € 4.389). Zoals we in de advertentie kunnen lezen woonde het gezin toen op de Rijksstraatweg onder Bergum (nu: Noordbergum). Dat was een behoorlijk eind verwijderd van Beetgum, maar hij zou uiteindelijk weer naar de geboortegrond terugkeren.Boelgoed

Terug in Beetgum bleef hij werkzaam als arbeider en overleed tenslotte op dinsdag 8 juni 1880, des avonds ten zeven ure in het huis nummer honderdzevenendertig A te Beetgum. Hij stierf als Thomas Dijkstra en werd slechts 57 jaar oud. Sjoukje bleef achter met haar enige zoon (16 jaar oud toen zijn vader overleed) en in 1888 verkocht ze het ontroerend goed te Beetgum. De landerijen waren het bezit van de familie Dijkstra en dus moest de opbrengst van fl. 1.173 (nu € 15.025) met negen familieleden gedeeld worden. Ze overleed op maandag 13 januari 1902, des nachts twee uur te Beetgum. Sjoukje Sydses Dijkstra werd 73 jaar oud.