Alle Jacobs (1860-1895)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Jacob Alles Dijkstra (1828-1877) & Aaltje Ridzerts Jager (1831-1904)
Grootouders: Alle Thomas Dijkstra (1790-1836) & Antje Jacobs Hemrica (1799-1861)
Overgrootouders: Thomas Meinderts Dijkstra (1754-1814) & Anthe Foppes Fopma (1749-1823)

Alle Jacobs Dijkstra werd op vrijdag 30 maart 1860 ‘des avonds te half acht ure’ te Beetgum geboren. Hij was het vierde kind – en de eerste jongen – van de 31-jarige Jacob Alles Dijkstra en de 29-jarige Aaltje Ridzerts Jager. Zijn zusje Grietje was vier, Antje was twee en Rinske was onderhalfjaar oud. Na Alle zouden er drie kinderen geboren worden. Vader Jacob Alles was kastelein en herbergier in het huis genummerd 56 te Beetgum. Tussen mei 1864 en januari 1866 woonde de Groningse dienstmeid Johanna Vrijborg bij hen in. Zij werd in mei 1866 opgevolgd door Ybeltje Gerrits van der Mei uit Winsum.

oude-herberg

Alle was 17 jaar oud toen zijn vader op dinsdag 23 oktober 1877, in het huis nummer 115, te Beetgum overleed. Moeder Aaltje nam de zaak over en we vinden haar beurtelings in de archieven terug als herbergiersche, kasteleinsche en tappersche. Het is aannemelijk dat Alle op die leeftijd fulltime meedraaide in de zaak, hoewel hij zowel in het bevolkingsregister als bij de keuring voor de Nationale Militie liet noteren zonder beroep te zijn. In 1880 vond die militaire keuring plaats. Alle werd goedgekeurd en ingedeeld bij het 2e Regiment Veldartillerie. Daar wilde hij – of wellicht zijn moeder – niets van weten en dus betaalden ze Wopkes Bergen uit Sneek 300 gulden (omgerekend zo’n € 3.199) om Alle’s plaats in te nemen. Moeder Aaltje was als ‘voogdes over hares minderjariges zoon’ aanwezig toen de notaris deze nummerwisseling op donderdag 15 april 1880 officieel vastlegde. Dankzij de militaire keuring is er een beschrijving van Alle bewaard gebleven.

  • Lengte: 1 Meter 756 millimeters
  • Aangezigt: ovaal
  • Voorhoofd: lang
  • Oogen: blaauw
  • Neus: ordinair (= gewoon)
  • Mond: idem
  • Kin: rond
  • Haar: blond
  • Wenkbraauwen: idem
  • Merkbare teekenen: op de kin

Het gezin was inmiddels, op donderdag 15 januari 1880 om precies te zijn, naar Beetgumermolen verhuisd, waar ze in het huis genummerd 155 BK woonden. In februari 1881 zat Alle voor de eerste maal bij de notaris, waar hij – namens zijn moeder – een bod uitbracht op vier percelen bouwgrond. Bij perceel elf stond vermeld dat de koper belast was met het ‘onderhoud der sloot langs den Menaldumer kunstweg.’ De koper had ‘de vrijheid om in en over de sloot dammen met pompen, bruggen, vonders en andere communicatiemiddelen te leggen.’ Alle bood ‘drie duizend een honderd drie en tachtig gulden’ voor dit perceel en vervolgens nog eens ‘twee duizend vierhonderd een en tachtig gulden en veertig cent’ voor de percelen vier, vijf en zes. Alles bij elkaar brachten hij en zijn moeder dus een bod uit van in totaal 5.862 gulden, wat nu neer zou komen op € 63.069. De verkoper van de percelen was barones Carolina Françoise Wolfelina Thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg uit Eelde.

In 1883 zat hij wederom bij de notaris. Hij was inmiddels meerderjarig, maar woonde nog altijd bij zijn moeder. De notaris noteerde in de akte dat Alle ‘zonder bepaald bedrijf’ was. Alle verklaarde dat hij ‘op den zeventienden Juli des jaars 1883 aan zijn moeder en gewezen voogdes Aaltje Ridzerts Jager, herbergiersche, weduwe van Jacob Alles Dijkstra, en wonende te Beetgumermolen onder Beetgum, eene verklaring heeft afgegeven dat hij van haar heeft ontvangen eene behoorlijke rekening en verantwoording van het door haar als voogdes gevoerd beheer over zijn goederen.’ Met andere woorden: moeder Aaltje had een aantal zaken (geld, goederen enz.) aan haar nu meerderjarige zoon overgedragen. Helaas werd er in de akte niet omschreven waar die ‘behoorlijke rekening en verantwoording’ precies uit bestond.

In december 1884 was hij weer terug bij de notaris, ditmaal voor de huur van twee percelen bouwland. Hij verklaarde ‘dit bod te hebben gedaan als bij monde speciaal gelastigde van zijne moeder Aaltje Ridzerts Jager, weduwe Jacob Alles Dijkstra, kasteleinsche wonende te Beetgum. Dit herhaalde zich in oktober 1885, toen Alle een bod uitbracht van 177 gulden en 12½ cent (€ 2.196) voor ‘eenige perceelen bouwland gelegen nabij Beetgumermolen, in den Engelamer polder.” 

ondertrouw

Alle was 26 jaar oud, toen hij op donderdag 6 mei 1886 te Menaldum in het huwelijk trad met de 23-jarige Aaltje Sybouts de Boer. Aaltje was op zondag 10 augustus 1862, des morgens ten zes ure te Dronrijp geboren en zij was het eerste kind van grofsmid Sybout Wytzes de Boer en moeder Pietje Gaeles Hoekstra. Na Aaltje zouden er nog zes kinderen in dit gezin geboren worden (vier meisjes en twee jongens). Ze woonden in het huis genummerd 159 te Dronrijp. Haar ouders waren bij het huwelijk aanwezig, net als Alle’s moeder. Als getuigen traden op:

  • Johannes Cornelis Tamson, 41 jaar, Secretaris der Gemeente, woonachtig te Menaldum, aan de gehuwden vreemd
  • Fetze van Solkema, 41 jaar, klerk, woonachtig te Menaldum, aan de gehuwden vreemd
  • Ids van der Ploeg, 57 jaar, klerk, woonachtig te Menaldum, aan de gehuwden vreemd
  • Johan Christiaan Kalverboer, 44 jaar, veldwachter, woonachtig te Menaldum, aan de gehuwden vreemd

alle-handtek

Alle en Aaltje zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Jacob, 21 januari 1887 te Rauwerd – 2 maart 1951 te Marssum (64 jaar)
  2. Sybolt, 25 maart 1889 te Rauwerd – 31 mei 1949 te Dronrijp (60 jaar)

Op woensdag 12 mei 1886 verliet Alle het ouderlijk huis en vestigde zich met zijn vrouw in het huis genummerd 63 te Rauwerd. Daar zouden hun enige twee kinderen geboren worden. Ook Alle werd kastelein van beroep. Hij had het vak eerst bij zijn vader, en later bij zijn moeder geleerd en wist wat er nodig was om een zaak draaiende te houden. Zijn moeder was nog steeds kasteleinsche te Beetgum, dus het niet zo verwonderlijk dat hij ruim 23 kilometer verderop een zaak opzette.

advertenties-alle

De jaarlijkse kermis te Rauwerd vond plaats in september. Op zaterdag 10 september 1892 trad de heer Klijnstra uit Drachten er op in een ‘eivolle zaal.’ De krant schreef: ‘Komiek en mimiek zijn in hem vereenigd, getuige de lachbuien, die bij menige scène losbarsten, en het daverende applaus, dat hem bij het einde van ieder stuk ten deel viel.’ Op de andere dagen was er een ‘harddraverij’, ‘de keuring van tuigpaarden’, ‘een hardlooperij’ en het ‘vaatjekruien in costuum’. Het jaar erop was het – uiteraard – wederom kermis te Rauwerd. Op woensdag 6 september 1893 werd er een ‘harddraverij met Paard en Chais’ gehouden. De winnaar kreeg 70 gulden (nu € 923), maar er was ook een ‘eerste cadeau van f 10 en een of twee cadeaux van f 5.’ De dag erna volgde de ‘keuring van tuigpaarden’ Hier ging de winnaar van 25 gulden naar huis. Inschrijvingen konden – hoe kan het ook anders – bij ‘den kastelein Dijkstra’ worden gedaan.

Het waren de 63-jarige Tjalke Haven en de 41-jarige Tjeerd Riemersma die bij de Burgelijke Stand lieten noteren Alle Jacobs Dijkstra op donderdag 4 juli 1895, des voormiddags te half vier uur te Rauwerd was overleden. Alle werd slechts 35 jaar oud. De kosten voor de begrafenis bedroegen 40 gulden (€ 547). Aaltje bleef achter met twee kleine kinderen, waarvan de oudste 8 jaar oud was en de jongste 6. En net als haar schoonmoeder in Beetgum werd ook Aaltje kasteleinsche van beroep.
Omdat Alle en Aaltje in gemeenschap van goederen getrouwd waren, werd er in september 1895 een inventaris opgemaakt van alle contanten, schulden en goederen. Zo was er een gouden oorijzer met knoppen ter waarde van 141 gulden, een remontoir horloge (een zakhorloge dat zonder sleutel kon worden opgewonden) ter waarde van 20 gulden. Zilver was er ook: een tabaksdoos bijvoorbeeld ter waarde van 6 gulden, een roomlepel voor 80 cent en een uitpluizer (haarklover) ter waarde van 50 cent. Er was een linnenkast (f 60) in huis, een regulateur (hangklok) ter waarde van 14 gulden en een kookkachel (f 3,50). Er stonden twee eenpersons ledikanten ter waarde van 28 gulden, een aantal stoelen (f 48) en een paar turfbakken (f 3). De lijfdracht (de kleren) bedroeg 64 gulden.
In de herberg stond een biljard (135 gulden), een tapkast (f 16) en een tapkast met buffet (f 18). Er waren karaffen en fleschen (f 10), sigaren (f 18), wijnen (f 27,50), cognac, madeira en limonade (f 35), jenever en brandewijn (f 50) en frambozen en bieren (f 17,50). Er was 159 gulden en 95 cent aan contanten in huis. Maar schulden waren er natuurlijk ook: 200 gulden en 97½ cent aan de firma Gorter te Sneek bijvoorbeeld, en 150 gulden en 96 cent aan de firma Bokma te Leeuwarden. Onderaan de streep bedroeg het saldo dan 1.515 gulden en 65 cent (€ 20.726).

overlijden-alle

Om elf uur in de ochtend van zaterdag 2 september 1899 werd Rauwerd getroffen door ‘geweldige regenbui, vergezeld van donder en bliksem, een groote windhoos die zich al slingerend, wringend en draaiend in noordelijke richting voortbewoog.’ Bij de weduwe Koopmans ‘brak de hoos een boom dwars door midden, schudde even het dak der oude schuur’ en zette toen koers naar ‘het nette huisje van den rijksveldwachter Zwarteveen.’ Daar rukte de windhoos ‘een der zonneblinden uit zijn hengsels, drukte de ruiten in, veegde de potten met bloemen uit de vensterbank en wierp de fijne glasscherven tegen de bedschutting. Tijdens haar vaart door de lucht veroorzaakte de hoos een sterk en vreemd geruisch, dat gepaard ging met een verpestenden geur.’ 

feb-1897

Tot 1908 zou Aaltje de zaak draaiende houden, toen keerde ze terug naar haar geboortedorp Dronrijp, waar ze op dinsdag 12 mei 1908 winkeliersche werd. Haar zoons woonden nog bij haar en ze deelden de woning met onderwijzeres Hermina Maria Berendsen uit Zutphen. Helaas werden de huisnummers niet consequent toegevoegd in het bevolkingsregister van Dronrijp, dus we weten niet of en wanneer ze in Dronrijp nog is verhuisd. Onderwijzeres Hermina vertrok in ieder geval in december 1908 naar Enschede en haar plek in huis werd ingenomen door commensaal Jochum Dijkstra uit Smilde (geen familie), Jan Sikkens uit Groningen en de weduwe Aaltje Ysbrands Hiemstra uit Huins.

Op woensdag 7 mei 1913 was het eindelijk dan zover: Dronrijp werd aangesloten op het elektriciteitsnet. ‘Bij kruideniers, slagers, manufacturiers, bakkers en andere neringdoenden zag men ’t nieuwe licht branden, hier een eenvoudig kelkje, daar een, twee, drie of vierlichtskroon. Wat was ’t gezellig druk op straat, er was net een stemming als met Sinterklaas- of Oudejaarsavond. Bij kennissen werd binnengeloopen om de nieuwe lampen of kronen eens te bekijken. In ’t kort: het nieuwe licht is er en van ganscher harte verheugen wij er ons in.’ 

dronrijp

Aaltje moeder overleed in mei 1909 en haar vader in juni 1918. Bij de boedelscheiding na het overlijden van haar vader, werd ze omschreven als ‘mejuffrouw Aaltje de Boer, weduwe van den heer Alle Jacobs Dijkstra.’ Uit de erfenis van haar vader kreeg ze een bedrag van 600 gulden, ofwel € 3.924. In 1910 was zij – samen met de jeer J. Zuidema – de huurster is van een ‘graan- en meelpakhuis met stalling’ op de Dubbele Streek te DronrijpIn 1915 vinden we haar nog terug in een akte als winkeliersche, maar daarna ontbreekt ieder spoor. Haar zoon Sybolt was ook winkelier te Dronrijp, dus het kan zijn dat hij de zaak van zijn moeder heeft overgenomen. Maar dat is niet zeker. Haar naam verdwijnt in ieder geval uit kranten en archieven, dus we weten helaas niets over de vele jaren die zij in Dronrijp heeft doorgebracht. Ze overleed in ieder geval op donderdag 27 mei 1943, te veertien uur dertig minuten te Dronrijp. Aaltje Sybouts de Boer werd 80 jaar oud.

overlijden-aaltje