Hendrik Sijbrands (1829-1913)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Sybren Djurres Radelaar (1785-1855) & Joukjen Walles (1786-1859)
Grootouders: Trijntje Jelles Bruinsma (1751-1798) & Djurre Hendriks (1749-1798)
Overgrootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Hendrik werd op maandag 2 november 1829, des avonds ten negen uren te Wommels geboren. Hij was het negende – en laatste – kind van de toen 43-jarige meester Verwer en Glazemaker Sijbrand Djurres Radelaar en zijn 42-jarige huisvrouw Joukjen Walles. Tweemaal eerder was er een Hendrik in dit gezin geboren. De eerste (geboren in 1821) werd drie jaar oud, de tweede (geboren in 1827) werd twee jaar oud. De Hendrik die in november 1829 ter wereld kwam was dus Hendrik III. De leeftijdsverschillen in het gezin waren groot. Toen Hendrik geboren werd, diende zijn oudste broer Djurre al als soldaat in het leger. Hendrik groeide op in het huis genummerd 14 (huidige straatnaam: Terp) te Wommels.

Aan het begin van de 19e eeuw kon vrijwel iedereen voor een schoolklas gaan staan en lesgeven. Met alle misstanden van dien. Dronkenschap onder onderwijzers kwam nogal eens voor en excessieve schooltucht was ook geen uitzondering. In 1819 werd de 11-jarige Age Ulbes Hannema te Wommels zo genadeloos door onderwijzer Algera geschopt, dat het jongetje aan zijn verwondingen overleed. Gelukkig waren er ook anderen, zoals Hendrik’s oudste broer Djurre, die een gewaardeerd onderwijzer zou worden. Djurre was een bron van inspiratie voor zijn veel jongere broertje, want in 1849 studeerde Hendrik als onderwijzers kwekeling. In datzelfde jaar werd hij gekeurd bij de Nationale Militie voor de militaire dienst. Na de keuring kwam de Militie-Raad bijeen en uiteindelijk werd besloten hem vrij te stellen omdat zijn broers al in militaire dienst waren geweest.

Ergens halverwege de 19e eeuw stopte Hendrik met zijn studie voor onderwijzer. In plaats daarvan koos hij het beroep van zijn vader en werd hij verwersknecht (schildersknecht). Hij was 25 jaar oud toen hij op zaterdag 19 mei 1855 in het huwelijk trad met de 24-jarige Anna Tjitzes Bakker. Anna was geboren op vrijdag 5 november 1830 des avonds te vijf uur te Oosterwierum. Zij was het vierde kind van de 35-jarige verwer Tjitse Annes Bakker en de 34-jarige Renske Eelkes van Hout. En was Hendrik niet de eerste Hendrik in het gezin, Anna was ook zeker niet de eerste Anna. Drie Anna’s waren haar voorgegaan en alledrie waren ze overleden. Na haar zouden er nog vier broertjes en zusjes geboren worden, waarvan er drie op jonge leeftijd zouden overlijden. Anna werkte in 1855 als dienstmeisje te Bolsward. Daarmee behoorde ze tot een select gezelschap, want in het bevolkingsregister tussen 1850-1860 is te zien dat er gedurende die tien jaar slechts zeven dienstmeisjes in Bolsward werkzaam waren. Zowel Hendrik als Anna waren niet in staat de benodigde aktes voor het huwelijk te betalen, dus voor beiden moest een Certificaat van Onvermogen worden opgesteld. In Hendrik’s geval verklaarden Foppe Broers Eekma en Siebolt Taekeles Tiemersma dat Hendrik onvermogend was tot het betalen van de kosten van de akten en schrifturen. Anna’s vader was in 1851 overleden, maar haar moeder en Hendrik zijn ouders waren bij het huwelijk aanwezig. Hieronder de handtekeningen van het Hendrik en Anna, Hendrik’s vader en Anna’s moeder. Als getuigen traden op:

  • Siebolt Tackles Tiemersma, 58 jaar, ijtiger der botervaten, woonachtig te Wommels, goede vriend
  • Petrus Boordenbos, 33 jaar, Gemeente Ontvanger, woonachtig te Wommels, goede vriend
  • Ate Egberts Struiksma, 40 jaar, kastelein, woonachtig te Wommels, goede vriend
  • Dirk Ypes Bouma, 32 jaar, veldwachter, woonachtig te Wommels, goede vriend

Hendrik en Anna zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Boukje, 22 mei 1856 te Wommels – 9 oktober 1859 te Welsrijp (3 jaar)
  2. Rinske, 19 september 1857 te Wommels – 24 februari 1858 te Wommels (5 maanden)
  3. Sijbrandt, 28 december 1858 te Welsrijp – 7 april 1859 te Welsrijp (3 maanden)
  4. Tjietze, 18 mei 1860 te Welsrijp – 5 oktober 1860 te Welsrijp (4 maanden)
  5. Sijbrand, 23 november 1861 te Welsrijp – 23 april 1934 te Leeuwarden (72 jaar)
  6. Levenloos jongetje op 11 november 1862 te Welsrijp
  7. Renske, 1 mei 1864 te Welsrijp – 26 oktober 1934 te Groningen (70 jaar)
  8. Joukje, 2 december 1865 te Hitzum – 17 december 1865 te Hitzum (15 dagen)
  9. Tjietze, 17 november 1866 te Hitzum – 13 juni 1905 te Joure (38 jaar)
  10. Djurre, 22 februari 1868 te Hitzum – 15 december 1869 te Hitzum (1 jaar)
  11. Djurre, 8 oktober 1870 te Hitzum – 12 september 1944 te Groningen (73 jaar)
  12. Joukje, 25 december 1871 te Hitzum – 13 april 1872 te Hitzum (3 maanden)
  13. Anne, 24 juli 1873 te Dronrijp – 1 februari 1950 te Gorredijk (76 jaar)

Van de dertien kinderen zouden er dus acht voor het vierde levensjaar overlijden. Het verlies van een kind is ergste wat ouders kan overkomen. Dat is altijd zo geweest: bij de oude Grieken, de Romeinen, in de Middeleeuwen en dus ook zeker in de 19e eeuw. Maar om acht keer je kind de laatste adem te zien uitblazen gaat ons voorstellingsvermogen (gelukkig) te boven.

Vlak na hun trouwen woonden Hendrik en Anna in het huis genummerd vijfentwintig te Wommels. Daar woonden ze trouwens niet alleen. Drie maanden nadat Hendrik in het huwelijk was getreden overleed zijn vader. En dus trok moeder Jouken Walles tijdelijk bij hen in. Zijn oudere zuster Martje kwam ook mee, want zij woonde nog altijd thuis bij haar moeder. In het andere gedeelte van het huis woonde weduwe de Roos met haar vier kinderen. Hendrik en zijn vrouw en kinderen zouden hier bijna op de dag af twee jaar blijven wonen. Op woensdag 12 mei 1858 werd de huisraad echter op een kar geladen en verruilden ze Wommels voor het acht kilometer noordelijker gelegen Welsrijp. Het gezin vestigde zich in het huis genummerd vier en hier zouden ze alles bij elkaar vier jaar blijven wonen. Op maandag 12 mei 1862 verhuisden ze naar het huis genummerd vierenveertig te Welsrijp, waar ze twee jaar zouden wonen. Hendrik liet zich bij de geboortes van zijn kinderen beurtelings noteren als verwer en verwersknecht (dus schilder en schildersknecht) werkzaam te zijn. Dat betekende hoogstwaarschijnlijk dat hij dan weer zelfstandig- dan weer voor een baas werkzaam was. Het is vrijwel uitgesloten dat hij al die jaren uitsluitend als huisschilder zijn brood verdiende. Zeker op het platteland hadden mannen vaak meerdere specialismen. Dus als er weinig te verdienen viel in het ene vak, kon altijd nog worden teruggevallen op het andere. Soms ook lukte dat niet en werden de gezinnen ondergedompeld in armoede.

Alles bij elkaar zouden Hendrik, Anna en de kinderen dus acht jaar in Welsrijp wonen. Maar op maandag 9 mei 1864 werd de kar weer volgeladen en verhuisden ze zeven kilometer westwaarts, naar het plaatsje Hitzum. Ze woonden er in het huis genummerd vierenvijftig en hier zouden ze op de dag af vier jaar blijven wonen.

Na vier jaar was het weer tijd om te gaan en op vrijdag 9 mei 1873 verhuisde het gezin tien kilometer naar het oosten, naar de plaats Dronrijp, waar ze woonden in het huis genummerd vierhonderdnegenentwintig. En het was hier dat Anna op woensdag 2 januari 1878, des avonds ten tien ure overleed. Anna Tjitzes Bakker had bijna tien volle jaren van haar leven in zwangerschap doorgebracht en zijzelf werd slechts 47 jaar oud. Voor Hendrik moet dit in alle opzichten een drama zijn geweest. Van de dertien kinderen waren er in januari 1878 nog maar vijf in leven. Sijbrand was zestien, Renske dertien, Tjietze elf, Djurre was zeven en Anne was vier jaar oud. Het betekende dat de oudste kinderen – of beter gezegd: de oudste meisjes – voor de jongste kinderen en het huishouden moesten zorgen. Op woensdag 15 mei 1878 verlieten ze Dronrijp voorgoed en trokken ruim zesentwintig kilometer oostwaarts, waar ze aan het Oosteinde te Bergum gingen wonen.

Tot op dat moment in zijn leven was Hendrik een echte Mei-man. Niet alleen trouwde hij in de maand mei, maar letterlijk alle verhuizingen vonden plaats in de maand mei. Dit zou erop kunnen wijzen dat ook Hendrik seizoengebonden werk deed. Contracten bij bijvoorbeeld de boer liepen van mei tot mei. Het zou dus kunnen dat de verhuizingen in de maand mei toch iets te maken hebben met zijn werk als huisschilder. Hoe het ook zij; ook Bergum bleek niet het eindstation te zijn en op zaterdag 24 mei 1884 verhuisde het gezin 15 kilometer naar het westen, naar de Friese hoofdstad Leeuwarden. En ook hier bleef Hendrik verhuizen:

In de 2e- maar nog meer in de 3e Korte Houtstraat keek men uit op een sloot. In augustus 1898 meldde de Leeuwarder Courant dat er een verzoek bij de Gemeenteraad was binnengekomen van het adres van H.Radelaar e.a. bewoners van de 2e Korte Houtstraat, die daarbij verbetering verzoeken van den toestand der langs hunne huizen loopende slooten. Die sloten werden gebruikt om allerlei afval in te dumpen en zeker in de zomer was de stank niet te harden.

Zoon Tjietze was in 1893 getrouwd met Jantje Rodenhuis en samen zouden ze twee kinderen krijgen (Hendrik in 1894 en Jan in 1896). In juni 1905 echter overleed Tjietze en zes maanden later, in december 1905, overleed zijn vrouw Jantje. Binnen een half jaar waren de bijna jongens dus wees. Het was Hendrik die ze in eerste instantie in huis nam, maar in december 1906 liet hij ze overbrengen naar het Weeshuis in Leeuwarden. Dat is een heel triest gegeven, maar wellicht was het financieel gewoon niet mogelijk de beide jongens te onderhouden. Hendrik’s zoons waren allemaal het huis uit, alleen dochter Renske woonde nog bij hem. Maar zij had geen werk, dus Hendrik zorgde voor haar. Toch, het moet ronduit afschuwelijk zijn geweest om je kleinkinderen af te staan aan het weeshuis.

Zijn zoon Djurre had in 1906 het ouderlijk huis verlaten en had zich als steendrukker in Groningen gevestigd. Op dinsdag 3 november 1908 verhuisden ook Hendrik en zijn dochter Renske naar Groningen. Dit was echter van korte duur en binnen anderhalf jaar waren ze weer terug in Leeuwarden. Op donderdag 3 februari 1910 liet ze zich weer in Leeuwarden inschrijven en ook toen bleven ze verhuizen:

  • Zuidvliet 176
  • Nieuwe Houtstraat 49  – straat bestaat niet meer (locatie nabij Camstraburen)
  • 1e Korte Houtstraat 20 (idem)
  • 1e Korte Houtstraat 18 (idem)

Het waren de 45-jarige Johannes de Haan en de 67-jarige Sijbe Wijbrands die op zaterdag 27 september 1913 bij de Burgerlijke Stand lieten noteren dat Hendrik des nachts ten een ure te Leeuwarden was overleden. Hendrik Sijbrands Radelaar werd 83 jaar oud. Hij had zijn leven lang voor zijn dochter Renske gezorgd, maar in zijn laatste levensjaren zorgde zij voor hem. Ze zou uiteindelijk in 1819 – samen met haar neef Hendrik – andermaal naar Groningen verhuizen. Ditmaal voorgoed.