Djurre Sijbrands (1808-1880)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Sybren Djurres Radelaar (1785-1855) & Joukjen Walles (1786-1859)
Grootouders: Trijntje Jelles Bruinsma (1751-1798) & Djurre Hendriks (1749-1798)
Overgrootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Djurre Sijbrands Radelaar werd op donderdag 24 maart 1808 te Harlingen geboren en aldaar gedoopt op zondag 10 april 1808. Hij was het eerste kind van 22-jarige Sijbrand (Sybren) Djurres Radelaar en de 21-jarige Joukje Walles. Na hem zouden er nog acht broertjes en zusjes geboren worden. Toen zijn jongste broertje Hendrik in 1829 ter wereld kwam, was Djurre zelf al 21 jaar oud. Ergens rond 1810 verhuisde het gezin van Harlingen naar Wommels, waar vader Sijbrand als meester verwer en glazenmaker werkzaam was.

Djurre was een begenadigd leerling en op woensdag 13 oktober 1824 legde hij (Djurre Sibrands Radelaar) als 16-jarige kwekeling een examen af in Vriesland. Het was het begin van een lange carrière in het onderwijs. Maar voordat hij verder kon gaan met zijn studie, moest hij zich in 1827 melden bij de Nationale Militie. Hij werd goedgekeurd en ingedeeld bij de Achtste Afdeling Infanterie.

In de eerste helft van de 19e eeuw bestond een lerarenopleiding uit vier rangen. De vierde en laagste rang betekende dat de hulponderwijzer het lezen, schrijven en de beginselen der rekenkunde beheerste en dat hij eenigen aanleg had tot het geven van onderwijs. Op woensdag 2 juli 1834 haalde Djurre zijn volgende examen en steeg hij van de vierde naar de derde rang. Volgens het bericht woonde hij te Wommeler, en hier werd waarschijnlijk Wommels mee bedoeld. Hij was nu een ondermeester van de derde rang en dat betekende dat hij het Lezen, Schrijven en Rekenen (met geheele als gebroken getallen) goed beheerste, dat hij eenige kennis had van de beginselen der Nederlandsche Taal en dat hij van eene goede manier van onderwijzen eenig begrip had.

Djurre van 27 jaar oud toen hij op donderdag 2 april 1835, om elf uur in de ochtend te Harlingen, in het huwelijk trad met de 35-jarige Sjuwke Jacobs van der Werff. Sjuwke was vóór de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811 geboren en zij was niet gedoopt. En dat betekende dat er een Acte van Bekendheid moest worden opgemaakt, om vast te stellen hoe oud zij was. En zo verschenen op zaterdag 28 februari 1835 voor de rechtbank te Leeuwarden: Klaas Pieters Faber, oud kofschipper, Jacob Cornelis Janssen, oud buitenschipper, Catharina Jelles Broersma, zonder bedrijf, Klaaske Jelles de Jong, zonder beroep, Klaasjen Hanses de Vries, garen verkoopster, Maartje Jacobs de Boer, zonder beroep en Nis Jelles Broersma, huistimmerman. Zij verklaarden onder ede dat Sjuwke Jacobs van der Werff op dinsdag den elfden February achttien honderd te Stavoren was geboren en dat zij diensvolgens den vollen ouderdom van vijfendertig jaar heeft bereikt. Zij verklaarden tevens Sjuwke’s geboorte nog levendig te kunnen herinneren en dat zij haar sedert hare vroege jeugd te hebben gekend. Sjuwke was de dochter van de inmiddels overleden chirurgijn Jacob Abrahams van der Werff en moeder Lieuwkje Siebes de Boer. Laatstgenoemde was inmiddels hertrouwd en zij verklaarde volkomen genoegen te nemen in het huwelijk dat hare eerste echtgewonnen dochter voornemens was aan te gaan. Hoewel Djurre in 1835 als ondermeester in Harlingen werkte, was hij officieel nog altijd in militaire dienst. Zijn achtste jaar dus inmiddels! En dus moest de commandant in Nijmegen speciaal toestemming geven voor het huwelijk. Hieronder de handtekeningen van Djurre en zijn vrouw. Als getuigen traden op:

  • Jan de Boer, 73 jaar, stadsbode, woonachtig te Harlingen, goede bekende van de Contractanten 
  • Jacob van der Slooten, 69 jaar, stadsbode, woonachtig te Harlingen, goede bekende van de Contractanten
  • Gerrit Rikkers, 56 jaar, stadsdienaar, woonachtig te Harlingen, goede bekende van de Contractanten
  • Oense Akkerboom, 23 jaar, tweede kommies ter secretarie, woonachtig te Harlingen, goede bekende van de Contractanten

Djurre en Sjuwke zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Joukje, 30 april 1835 te Harlingen – 10 januari 1878 te Blessum (42 jaar)
  2. Sybrand, 7 april 1837 te Harlingen – 16 april 1837 te Harlingen (9 dagen)
  3. Lieuwkje, 15 februari 1840 te Boksum – 6 oktober 1849 te Boksum (9 jaar)
  4. Sybrand, 3 september 1842 te Boksum – 17 oktober 1872 te Boksum (30 jaar)

Was Djurre midden jaren dertig nog ondermeester te Harlingen, in 1837 kreeg hij een tijdelijke (ofwel: provisionele) baan als schoolonderwijzer te Boksum (oude spelling: Boxum). Djurre voelde er zich blijkbaar direct thuis, want een paar maanden later sloot hij zich aan bij de plaatselijke zangvereniging. Op woensdag 11 oktober 1837 slaagde hij voor het volgende examen en steeg hij van de derde naar de tweede rang in het onderwijs. Dit betekende onder andere dat hij met eene goede nette hand kon schrijven, dat hij bekend was met de voornaamste regelen der Nederduitsche Taal en dat hij eenig begrip had van Aardrijks- en Geschiedkunde. De tweede rang betekende ook dat hij eene genoegzame bekwaamheid en geoefendheid bezat in het geven van een oordeelkundig onderwijs. In Boksum was men tevreden over hem en in de zomer van 1838 kreeg hij een vaste aanstelling en werd hij bovenmeester, ofwel: hoofdonderwijzer. Hij kreeg een vrije woning aangeboden en een jaarsalaris van 230 gulden (omgerekend zou dat nu € 2.420 zijn) plus de opbrengst van de schoolpenningen (het schoolgeld).

Het schooltje in Boksum was maar klein. Zo steeg het leerlingental in 1846 in de zomer naar 43 en in de winter naar 51. Nederland kende nog geen leerplicht (pas in 1901), en in de jaren dat Djurre als onderwijzer der jeugd voor de klas stond, was kinderarbeid in Nederland nog een heel gewoon verschijnsel. In 1874 werd er een wetsvoorstel ingediend om de kinderarbeid deels af te schaffen, maar zelfs daarover moest vijf volle dagen over gedebatteerd worden. Het voorstel werd uiteindelijk aangenomen, maar dit gold alleen voor kinderen die in fabrieken werkten. Kinderarbeid op het platteland bleef gewoon toegestaan. Djurre was dan ook de enige onderwijzer op de school. Hij woonde met zijn gezin in het huis genummerd 5 te Boksum (huidig adres: Buorren 23, zie onderstaande foto) in het zogenaamde Âlde Hûs (oude huis). Ergens rond 1859 kwam Jetske Jelles Feenstra als dienstmeisje inwonen. Zij zou tot haar trouwen in mei 1877 (zij was toen 40 jaar oud) als dienstmeid bij hen blijven werken. Veel geluk had Jetske trouwens niet, want haar echtgenoot zou twee jaar na het huwelijk overlijden.

Op woensdag 10 september 1873 vond er in Djurre’s school, onder begunstiging van nog al goed weder, een inderdaad schoon kinderfeest plaats. Een ruim veertigtal schoolkinderen, allen netjes in feestgewaad uitgedoscht, werden door gegoede ouders en belangstellende vrienden een fraai versierde school op chocolade, koek en ander gebak onthaald. Er werd gezongen, er waren spelletjes voor jongens en voor meisjes en in de avond vond er bij lamplicht een verloting plaats. Aan het einde van de avond, en in de tegenwoordigheid eener groote schare belangstellenden werd het schoolfeest afgesloten met het afsteken van kleine onschadelijke vuurwerkjes.  

Begin april 1874 vierden Djurre en zijn vrouw hun 40-jarig huwelijksfeest. De jaren zeventig zouden een enorme zware wissel op het gezin trekken en deze viering was dan ook een van de zeldzame hoogtepunten. Anderhalf jaar eerder was hun zoon Sijbrand na een langdurig en zeer geduldig lijden op 30 jarige leeftijd overleden. Hij was hulponderwijzer te Koudum en zou dus in de voetsporen van zijn vader zijn getreden. Maar het mocht niet zo zijn en zo was in april 1874 alleen dochter Joukje nog in leven.

Twee jaar later, in 1876, schreef Djurre een brief aan de Militieraad te Leeuwarden, met daarin het dringende verzoek om Halbe Jacobs Greijdanus vrij te stellen van militaire dienst. Halbe was tien jaar een van Djurre’s leerlingen geweest en Djurre beschreef Halbe als een getrouw en goedwillig leerling bij aanhoudende oefening, meer op het gezigt, dan wel door zijn geheugen eindelijk de letters en eenige klanken kende, maar nimmer in staat was zijn gedachten eenigszins geregeld in spraak noch geschrift uit te drukken. Djurre was dus meer dan een hoofdonderwijzer en lang nadat zijn leerlingen de school hadden verlaten bleef hij voor ze zorgen.

Begin juni 1876 werd Sjuwke (Sieuke) plotseling ziek en na eene hevige ongesteldheid van slechts 4 dagen overleed zij op dinsdag 13 juni 1876, des morgens ten vier ure in het huis nummer zes te Boxum. Sjuwke Jacobs van der Werff werd 76 jaar oud.

Precies een jaar later, op zondag 1 juli 1877 ging Djurre met pensioen. Hij was bijna 70 jaar oud en hij had 40 jaar les gegeven in Boksum. De school eerde hem en vele geschenken werden hem aangeboden door ouders van kinderen, ingezetenen, kerkvoogden en andere corporatien. Op diezelfde dag verhuisde hij naar een andere woning binnen Boksum. Jetske Feenstra, het dienstmeisje, was net een maand daarvoor getrouwd en de 62-jarige(!) dienstmeid Geeske Luitjens Oostra nam nu de huishoudelijke taken op zich. Van het Koninkrijk der Nederlanden kreeg Djurre een pensioen toegekend van 467 gulden per jaar.

Zes maanden later overleed Djurre’s oudste dochter op 42-jarige leeftijd. Hij had vier kinderen gekregen en hij had ze alle vier overleefd. In het najaar van 1880 werd hijzelf ernstig ziek en hij overleed na een smartvol lijden van eenige weken op dinsdag 26 oktober 1880, des avonds ten negen ure in het huis genummerd negenenzeventig te Boxum. Djurre Sijbrands Radelaar werd 72 jaar oud. Hij werd op zaterdag 30 oktober begraven en een talrijke schare opregte vrienden volgde de kist. Een van de aanwezigen schreef een ontroerend verslag in de krant (zie hieronder). Een half jaar na het overlijden werd ten sterfhuize van den Heer D.S. Radelaar de inboedel verkocht: kabinet, chiffonnière, fauteuil, schrijftafel, staartstukklok, nog 2 klokken, spiegel, kolom- en kookkagchel, 2 beste bedden met toebehooren, eene partij boeken, voorts tafels, stoelen, eenig porcelein, glaswerk, blik, tin en aardewerk en wat verder te voorschijn zal worden gebragt.  

Al heeft de donkere aarde
uw stoffelijk overschot geborgen
uwe edele daden
blijven onder ons voortleven