Sybren Djurres (1785-1855)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Trijntje Jelles Bruinsma (1751-1798) & Djurre Hendriks (1749-1798)
Grootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Sybren Djurres (Radelaar) werd op dinsdag 29 maart 1785 te Tzum geboren en aldaar gedoopt op zondag 17 april 1785. Hij was het vierde kind, de vierde zoon ook, van vader Djurre Hendriks en moeder Trijntje Jelles (Bruinsma). Een van zijn broertjes was in 1777 al overleden, maar zijn oudere broers Hendrik (1778) en Jelle (1783) waren nog in leven. Wanneer zijn broer Jelle precies overleed, is niet bekend, maar dat moet in ieder geval voor mei 1787 zijn geweest. Na Sybren werden er nog drie kinderen geboren: Jelle (1787), Sybrigje (1788) en Johannes (1791). Vader Djurre was meester timmerman en molenmaker te Tzum en in juni 1785 bood hij zijn “welbeklante winkel met de woninge” te koop aan omdat hij “met de woon na Harlingen verhuist.” Sybren zal dus geen herinneringen aan Tzum hebben overgehouden, want amper drie maanden na zijn geboorte verhuisde het gezin naar een woning op de Zuiderhaven te Harlingen. Vader Djurre hing de hamer en beitel aan de wilgen en werd koopman. Daarnaast trad hij toe tot de Raad der Gemeente Harlingen.

In juli 1798 werd het gezien getroffen door een ramp, want in die maand overleed vader Djurre Hendriks op 48-jarige leeftijd. Moeder Trijntje stond er nu helemaal alleen voor. Maar ook zij zou spoedig komen te overlijden. Wanneer dat precies is geweest, is niet bekend, maar indirecte aanwijzingen duiden erop dat het wellicht in datzelfde jaar is gebeurd. Hoe het ook zij; Sybren was vijftien jaar oud toen zijn vader overleed en zal hooguit zestien, zeventien zijn geweest toen zijn moeder overleed. Wat er toen in eerste instantie met de kinderen gebeurde, is onduidelijk. Wel weten we dat Sybren’s broertjes Jelle en Johannes en zijn zusje Sybrigje in juli 1801 in het Stadsweeshuis van Harlingen werden opgenomen. Als moeder Trijntje inderdaad vlak na haar man in 1798 is overleden, dan heeft het er dus alle schijn van dat de kinderen in eerste instantie bij familieleden zijn ondergebracht. Maar wie dat is of zijn geweest, en of dat familie aan vaders- of moederkant was, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Wel weten we dat Sybren als enige niet in het Stadsweeshuis werd opgenomen. Hij had dus geluk, hoewel het een vreselijke gedachte moet zijn geweest dat zijn broers en zuster minder fortuinlijk waren.

Sybren was 22 jaar oud, toen hij op zondag 17 mei 1807 te Harlingen in het huwelijk trad met de 20-jarige Joukje Walles. Joukje (doopnaam Jouk) werd op zondag 19 november 1786 te Harlingen geboren en was het tweede kind van vader Walle Walles, die zelf ook weeskind was geweest, en moeder Martje Joostes (Joosten). Moeder Martje was in 1798 reeds overleden en vader Walle Walles zou vijf maanden na het huwelijk (oktober 1807) van zijn dochter overlijden. Hij was waarschijnlijk de enige die bij het huwelijk aanwezig was. De familie van Joukje zou in 1811 de achternaam Bergsma aannemen. Joukje gebruikte deze achternaam niet en zelfs bij haar overlijden in 1859 werd op de overlijdensakte de naam Joukje Walles gebruikt. Hieronder de handtekeningen van Sybren en Joukje.

Handetek Sybrand

Sybren en zijn vrouw Joukje zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Djurre, 24 maart 1808 te Harlingen – 26 oktober 1880 te Boksum (72 jaar)
  2. Martie (Martje), 7 april 1811 te Harlingen – 21 april 1884 te Leeuwarden (73 jaar)
  3. Trijntje, 18 januari 1814 te Wommels – 26 april 1847 te Leeuwarden (33 jaar)
  4. Waltje, 20 maart 1816 te Wommels – 8 juni 1857 te Irnsum (41 jaar)
  5. Sijbrigje, 19 november 1818 te Wommels – 11 mei 1846 te Leeuwarden (27 jaar)
  6. Hendrik, 13 september 1821 te Wommels – 13 juli 1825 te Wommels (3 jaar)
  7. Reinskje, 22 april 1824 te Wommels – 15 mei 1896 te Palmyra, Wayne, New York, USA (72 jaar)
  8. Hendrik, 4 februari 1827 te Wommels – 21 februari 1829 te Wommels (2 jaar)
  9. Hendrik, 2 november 1829 te Wommels – 27 september 1913 te Leeuwarden (83 jaar)

Sybren was in eerste instantie verwer van beroep, en later werd hij meester verwer. En dat betekende dus dat hij knechten mocht opleiden in het schildersvak. Voor alle duidelijkheid: Sybren was geen kunstschilder, hij was de Wommelse winterschilder. Hij verfde deuren, kozijnen en dakgoten. Rond 1812 werd daar het beroep glazenmaker aan toegevoegd. En wederom: we hebben het hier niet over glasblazen; Sybren werd gevraagd als het keukenraampje eruit gevallen was. Of welk raampje in de huishouding dan ook.

Glazenmaker

Zoals beschreven was Sybren al vroeg wees geworden en waren zijn broers en zuster in het Stadsweeshuis van Harlingen opgenomen. De laatste brief van zijn broer Jelle en de laatste brief van zijn broer Johannes zijn bewaard gebleven (de brieven zijn te zien op de profielpagina’s van Jelle en Johannes). Zijn broer Jelle vocht mee in de Russische Veldtocht van Napoleon en na zijn laatste brief van augustus 1812 werd nooit meer iets van hem vernomen. De onzekerheid moet afschuwelijk zijn geweest voor Sybren en zijn zuster. Want geen bericht hoefde niet meteen het ergste te betekenen. Jelle vocht tenslotte in Rusland. Misschien was het onmogelijk om te schrijven, misschien was hij gewond geraakt of gevangen genomen. Het jaar 1813 zal tussen hoop en vrees voorbij zijn gegaan en heel langzaam zal de waarheid tot hem zijn doorgedrongen: Jelle kwam niet meer terug. Zijn broer Johannes stuurde zijn laatste brief in december 1819 vanuit Kaap de Goede Hoop. Hij was op weg naar Batavia, maar er is nooit meer iets van hem gehoord. En dus was diezelfde vreselijke onzekerheid er weer. Het eindeloze wachten op een brief, de maanden die in stilte voorbij kropen. Tot andermaal het besef doordrong dat ook zijn broer Johannes nooit meer terug zou komen.

Op vrijdag 12 mei 1826 vervoegden Sybrand en Joukje zich bij de notaris. Daar kochten ze de helft “eene huizinge, bestaande in een kamer en afdak, staande en gelegen te Wommels, gequoteerd met nummer veertien” (huidige straatnaam: Terp)Aan het begin van de 19e eeuw bestond een huis dus niet uit- maar in een kamer. Ook werden de coordinaten van het huis in detail vastgelegd: ten oosten de algemene straat, ten westen de trekvaart, ten zuiden de Diakonie van Wommels, ten noorden Gerrit Tjeerds van Tuinen. En laatstgenoemde was de bewoner van de andere helft van deze woning. De verkoper was “Willemke Egberts Struikema, meerderjarige ongehuwde dochter, dienstmaagd te Waaxens”. De koopsom bedroeg “drie honderd Nederlandsche guldens,” wat nu neer zou komen op € 3.165. Drie huizen verderop woonde  oudoom Jan Pyters Bruinsma.

Woning A1

Op zaterdag 8 februari 1834 zaten Sybrand en zijn vrouw Joukje andermaal bij de notaris, ditmaal voor de koop van het andere gedeelte van het huis. De eigenaar (en verkoper) van de tweede helft van de woning was inmiddels Johannes Andries Tiemersma, kastelein te Wommels. De koopsom bedroeg 201 gulden, wat omgerekend naar onze tijd neer zou komen op € 2.091. Nu de twee gedeelten van het huis samengevoegd waren, bestond de woning uit: “een woonkamer, achterkamertje, achterhuis met daarboven zijnde zolder, met bleek en secreet” (een WC). Wederom werden de coordinaten opgesomd, waarbij “de algemene straat” van 1826 was veranderd in “de dorpsstraat.” Later zouden Sybren en Joukje naar eene winkelhuize met erf binnen Wommels verhuizen (huidige straatnaam: Terp). Deze woning werd in 1853 weer te koop aangeboden en zoals we in de advertentie kunnen zien was er een bod uitgebracht van 1.018 gulden. Dat zou in de huidige tijd € 10.123 waar zijn.

Woning A2Verkoop 1853

Het was onder andere zijn jongste zoon Hendrik Sybrens, verwersknecht van beroep, die bij de Burgerlijke Stand liet noteren dat zijn vader Sybren op woensdag 29 augustus 1855, des avons ten zeven ure, in de huizinge nummer negenentwintig te Wommels was overleden. Sybren overleed als Sijbrand Djurres Radelaar en werd zeventig jaren en zes maanden oud. Zijn vrouw Joukje Walles zou hem slechts enkele jaren overleven. Zij overleed tenslotte op zaterdag 8 oktober 1859, des morgens ten elf ure te Wommels. Joukje Walles werd tweeënzeventig jaren en elf maanden oud.