Johannes Djurres (1791-c.1820)

Harlingen

Plaats In De Stamboom
Ouders: Trijntje Jelles Bruinsma (1751-1798) & Djurre Hendriks (1749-1798)
Grootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Johannes Djurres (Radelaar) werd op maandag 28 november 1791 te Harlingen geboren en aldaar gedoopt op zondag 25 december 1791. Johannes was het 7e kind en laatste kind van vader Djurre Hendriks en moeder Trijntje Jelles (Bruinsma). Het is niet duidelijk of zijn broer Hendrik (geboren in 1778) toen nog in leven was, maar in ieder geval twee van zijn broers waren in 1791 al overleden. Zijn broer Sybren was zes, zijn broer Jelle was vier en zijn zuster Sybrigje was twee jaar oud toen hij geboren werd. Vader Djurre Hendriks was koopman van beroep en was lid van de Raad der Gemeente Harlingen. Het betekende dat Johannes in de eerste jaren van zijn leven in relatief goede omstandigheden opgroeide. Hoe jong ook, hij zal gezien hebben dat zijn leven anders was dan dat van de kinderen van de koemelker, kuiper, schipper en baardschraper. En nergens was dat verschil zo duidelijk als op zondag in de kerk, waar iedereen naar rang en stand was ingedeeld. Met zelfs een aparte plek voor de weeskinderen. Alle mensen waren gelijk in de ogen van de Schepper, maar verschil moest er zijn. Johannes zal de weeskinderen vaak hebben gezien, want hij groeide op in de Zuiderhaven, in de nabijheid van het Weeshuis. Andere kinderen in een totaal andere wereld.

In 1798 begon zijn beschermde, veilige wereldje ineens te wankelen, want vader Djurre Hendriks overleed in juli van dat jaar. Het betekende dat moeder Trijntje Jelles er ineens alleen voor stond. Johannes was nog maar zes jaar oud, maar dat was nog altijd oud genoeg om te beseffen dat er iets vreselijks was gebeurd. Maar daar zou het niet bij blijven, want niet lang daarna overleed ook zijn moeder. Wanneer zij precies overleed is nog niet bekend, maar we mogen aannemen dat hij in maximaal twee jaar tijd (maar waarschijnlijk veel korter) beide ouders verloor. Op dinsdag 14 juli 1801 werden Johannes, Jelle en Sybrigje in het Stadsweeshuis van Harlingen opgenomen. Jelle was toen 9 jaaren, 6 maanden, 2 weeken oud. Vanaf nu zou hij in een ander kerkbankje zitten, ver verwijderd van de gegoede families van Harlingen waar zijn ouders zo kort geleden toe hadden behoord.

Weeshuis 35

Over het leven van weeskinderen in de 18e en 19e eeuw is heel weinig bekend. Op de pagina van zijn broer Jelle Djurres werden de misstanden in het Stadsweeshuis van Harlingen al aangehaald. Een ander voorbeeld komt van een weesjongen die tussen 1878 en 1888 in het wees- armenhuis van Franeker terecht kwam. Zijn bloedstollende verslag is bewaard gebleven. In het huis waren weeskinderen, armen en bejaarden ondergebracht. In de ochtend joeg “de vader” iedereen met de bullepees uit bed. Ook oude mensen, die niet snel genoeg uit bed konden komen, werden afgeranseld. De voeding was er slecht, de behandeling en lijfstraffen wreed. Het getreiter en de brute straffen dreven sommige van deze beklagenswaardige stakkers tot zelfmoord. En dit alles gebeurde tachtig jaar nadat Johannes in het weeshuis werd opgenomen! Natuurlijk: zo goed niet elke veenbaas een profiteur was, zo goed was niet elke weesvader een bruut. Maar ze waren er wel en ze waren hoogstwaarschijnlijk eerder regel dan uitzondering. Wat het leed voor Johannes enigszins verzacht zal hebben, was het feit dat hij samen was met zijn oudere broer Jelle. Wat dat betrof had zijn zusje Sybrigje het nog moeilijker, want die werd moederziel alleen ondergebracht op de meisjesafdeling. Hetzelfde gebouw, maar strikt van haar broers gescheiden. In de archieven van Harlingen zijn de stukken van het Stadsweeshuis bewaard gebleven en zo kunnen we precies zien welke kledingstukken Johannes in de loop der tijd ontving:

Fragment:Fragement JohannesWeeshuis Johannes

Het is opmerkelijk te zien dat zijn broer Jelle Djurres vaker en dus meer kledingstukken ontving. Goed, Jelle was vier jaar ouder, maar hij kreeg bijvoorbeeld na een aantal jaren een (nieuwe) sloop, een deken en een matras; Johannes kreeg deze niet. In oktober 1806 verliet broer Jelle het weeshuis en schreef zich in als soldaat. Dat moet een moeilijk moment voor Johannes zijn geweest, want hij bleef nu alleen achter in het weeshuis. Zoals we in de kledinglijst kunnen zien kreeg Johannes in 1807 twee pakjes garen en een naaldenkoker met naalden. Dit zou erop kunnen duiden dat hij toen voor kleermaker in de leer was. Maar kleermaker zou Johannes niet worden, want op donderdag 20 juli 1809 werd hij ingelijfd in het Franse Legioen Velites als velit (=vrijwilliger). Of die stap echt helemaal vrijwillig was, valt te betwijfelen, want in totaal werden 14 jongens uit dit ene weeshuis ingelijfd. Nederland was in die tijd bezet door de Franse legers van Napoleon. En Napoleon had soldaten nodig, veel soldaten. Al eerder had hij erop aangedrongen om weesjongens tot de dienst te verplichten, en in 1810 waren er 2.700 “vrijwilligers” gerekruteerd. Dit tot grote ontsteltenis van de Nederlandse bevolking. De inwoners van Amsterdam en Rotterdam deden zelfs pogingen om de geronselde weeskinderen te bevrijden. Dus is het aannemelijk dat ook Johannes onder dwang uit het weeshuis werd gehaald. Hoe het ook zij; hij was 17 jaar oud toen hij het weeshuis voorgoed verliet en samen met honderden andere weesjongens werd opgenomen in het Vrijwilligersleger (ook wel bekend onder de bijnaam De Kleine Hollanders).

Uiteraard werden de gegevens van Johannes in de militaire boeken opgetekend. Vergeet niet, dit was de Franse tijd, dus namen als (vader) Djurre Hendriks en (moeder) Trijntje Jelles waren voor de Fransen onmogelijk uit te spreken, laat staan op te schrijven. En zo zien we vader Djurre terug als Dirk en moeder Trijntje als Catharina. En Johannes? Dat werd Jean natuurlijk. Ook werd er een beschrijving van Johannes in de boeken opgenomen:

  • Lengte: 5 voeten 2 duim 2 streek (bijna 1.63 meter)
  • Aangezigt: bleek
  • Voorhoofd: langwerpig
  • Oogen: blaauw
  • Neus: groot
  • Mond: ordinair (= gewoon)
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbraauwen: bruin
  • Merkbare teekenen: geen

Jean1Militair Stamboek

En zo gingen deze “ouderloze weezen en andere jongelingen” “oefenen in den wapenhandel”, zoals een verslaggever van de krant het in 1809 zo mooi omschreef. En zoals altijd waren er uitwassen. Zo werd korporaal Barend van Hoogstraaten ten overstaan van het hele bataljon de les gelezen:“Beef! Zoo gy nooit beven kunt. Van eenigen hebt gy geld geleend; van anderen hebt gy geld afgeperst. Deze daad is by den krygsman, wiens daden edel moeten wezen, ten hoogsten strafwaardig. Er werd besloten hem “van het legioen weg te jagen.” Op zaterdag 1 september 1810 inspecteerde Napoleon in hoogsteigen persoon deze bataljons. Hij was zodanig onder de indruk van hun discipline en optreden dat hij hen onder de naam Garde Impériale Pupille (pupillen van het Keizerlijke Leger) officieel inlijfde bij het Franse leger. Hun standplaats was Versailles. De kans is klein dat Johannes in deze periode daadwerkelijk heeft gevochten. Hij behoorde eerder tot de reserves, die wel getraind, maar nog niet ingezet werden.

Op maandag 20 april 1812 ontmoette hij zijn oudere broer Jelle in Antwerpen, waar de legeronderdelen zich gereed maakten voor de Russische Veldtocht. Het legeronderdeel van Jelle ging mee met de Veldtocht, het onderdeel van Johannes bleef achter. Jelle zou in augustus 1812 zijn laatste brief vanuit Rusland schrijven, daarna werd nooit meer iets van hem vernomen.
En toen ineens, in oktober 1813, was het allemaal voorbij. De legers van Napoleon werden verslagen in de slag bij Leipzig. Het was een vreselijk bloederige veldslag en naar schatting 80.000 tot 110.000 doden en gewonden bleven achter op het slagveld. De hygiënische toestanden waren erbarmelijk en er brak tyfus en cholera uit. Deze ziekten zouden zich razendsnel door Duitsland en Europa verspreiden. Napoleon ondertussen werd gevangen genomen en verbannen naar het eiland Elba. Johannes was bijna 22 jaar oud toen hij begin 1814 uit het Franse leger deserteerde en voor zes jaar tekende bij de 27e Jagers infanterie van de Nederlandse militie. Hij ontving tien gulden handgeld “waarvan hij den eenen helft heeft ontfangen en den anderen helft zal worden uitbetaald vier maanden na dato.” Die tien gulden uit 1814 zou nu € 74 waard zijn. Op zondag 17 augustus 1814 werd hij bevorderd tot korporaal.

Het leven van een soldaat was niet eenvoudig. Zo sliepen de soldaten in tenten op een strozak en moest het eten door henzelf worden gekookt. Vrouwen reisden vaak met de soldaten mee en zij konden worden ingehuurd voor het wassen en verstellen van kleding. De Jagers, waar Johannes deel van uitmaakte, vormden de lichte infanterie van een leger, welke naast het gewone infanteriewerk ook geoefend waren in speciale taken. Zo werden ze vooruit gezonden in veldslagen om andere eenheden te dekken en voerden ze verkenningen uit. De Jagers waren herkenbaar aan hun kenmerkende groene kleding. Ondertussen was Napoleon op zondag 26 februari 1815 van Elba ontsnapt en had hij het Franse leger andermaal aan zich gebonden. Op vrijdag 16 juni 1815 vond de slag bij Quatre-Bras plaats. En Johannes was erbij. Sterker nog, zijn compagnie bevond zich in de voorste linie. De Franse overmacht was enorm, maar toch lukte het de Jagers om zich terug te trekken en de Fransen met musketvuur op afstand te houden. Twee dagen later, op zondag 18 juni 1815, vond de beroemde slag bij Waterloo plaats. Ook hier werden Johannes en zijn mannen blootgesteld aan een moordend artillerievuur van de Fransen. Ze moesten zich terugtrekken en hergroeperen. Samen met de Engelse infanterie en cavalerie wisten ze de Franse aanval af te slaan. Een ooggetuige schreef: “Een ammunitiewagen die vlakbij ons stond, ontplofte. Ik was geschokt bij het zien van het vernielde wapentuig, levenloze lichamen, vermoorde paarden, verpletterde wielen, helmen, mutsen, zwaarden, musketten en pistolen, alles roerloos en stil. Hier en daar zag men een paard in doodsangst over de vlakten razen, waarbij het stervenden en doden vertrapte. Het bloedbad was gruwelijk. De kogels die ons misten, maaiden de Hollanders achter ons neer. De charges volgden elkaar aan één stuk door op. Het zwaardgekletter, het stoten van de musketten, het suizen van de kogels en het geroep en geschreeuw brachten een geluid voort dat de zintuigen verdoofde en verwarde, alsof de hel en de duivel in een boosaardige strijd waren verwikkeld.” 

Tienduizend man gesneuveld, zegt u, en meer?
waarom noemt men dat dan het veld van eer?
Dat zou ik niet weten, lieve kind,
maar ‘k weet wel dat men het prachtig vindt.

Uiteindelijk vond Napoleon zijn waterloo en werden de Fransen verslagen. De Jagers achtervolgden de gehavende Franse eenheden tot ver in Frankrijk, om voor eens en voor altijd met de vijand af te rekenen. Zijn broer Jelle Djurres vocht, leed en stierf voor Napoleon in de Russische Veldtocht, terwijl Johannes meevocht in de Slag bij Quatre-Bras en Waterloo en Napoleon de genadeklap toebracht.

Slag bij WaterlooWaterloo

Zoals gezegd tekende Johannes in 1814 voor zes jaren. Het betekende dus dat hij ook na Waterloo in actieve dienst bleef. Waar hij toen geweest is en wat hij heeft gedaan, is niet duidelijk. Wel weten we dat hij op donderdag 5 augustus 1819 voor nog eens zes jaar bijtekende bij het 33e Depotbataljon Koloniale Troepen. Op diezelfde 5e augustus werd hij bevorderd tot sergeant. Echt vreemd was dit niet, want hij was toen al tien jaar gedrild en getraind als soldaat, had hij gevochten in minimaal twee veldslagen en dus was dit voor hem bekend terrein. Ruim een maand later, in september 1819, ging hij aan boord van het de schip Columbus, “zee stekend naar O.I.” ofwel: Oost-Indië. En dat was veel opmerkelijker dan het feit dat hij als soldaat had bijgetekend. Want zeebenen had hij niet. De krappe leefruimte aan boord van het schip, het slechte voedsel en de soms erbarmelijke hygiënische omstandigheden zullen hem niet afgeschrikt hebben. Als soldaat was hij niet veel beter gewend. Maar de constante deining van het schip, de ruwe zee, de stormen en de claustrofobische gedachte maandenlang geen kant op te kunnen, waren geheel nieuw voor hem. De Columbus was een zogenaamd pink-schip, 138 voet lang (iets meer dan 39 meter) en 36 voet en 3 duim breed (ruim 10 meter). Het schip pendelde constant heen en weer tussen Amsterdam en Batavia en zowel op de heen- als op de terugreis waren haar ruimen volgestampt met handelswaar. Toen de Columbus een jaar later andermaal richting Batavia voer, had het onder andere aan boord: “boter, kaas, hammen, gerookte ribben, tongen, zalm, gezouten paling, gedroogde groenten, vruchten op brandewijn, koek, zuikergebak, wijn, bier,  jenever; voorts nog fraaie bekleede mahonie-houten stoelen en sofa’s, piano’s, vergulde degens, glaswerken, lantaarns, fraaie bloemen, fijne lakens, zwarte waskoekjes en andere goederen meer. De kapitein was Hilbrant van Uyen, die in Batavia afgelost werd door kapitein Grevelink.

PINK

Na drie maanden op zee te zijn geweest, ging het schip half december 1819 voor anker bij Kaap de Goede Hoop. Johannes ging er op zaterdag 18 december aan wal en zag er “enige vreemde dieren en gewassen.” Een dag later, op zondag 19 december 1819 schreef hij een brief aan zijn broer Sybren en zijn zuster Sybrigje (zie afbeelding). Hierin schreef hij onder andere dat hij “zoo gezond als een hoen” was, maar uit zijn korte brief kunnen we ook opmaken dat hij blijkbaar totaal onverwacht had bijgetekend en op weg naar Batavia was gegaan. Zijn zuster en broer wisten van niets. Op dinsdag 21 december 1819 vervolgde de Columbus haar reis naar Batavia en zou daar uiteindelijk op donderdag 24 februari 1820 aankomen. Batavia was een drukke haven waar Franse, Engelse, Amerikaanse en Hollandse schepen aanmeerden. Begin april lagen onder andere de volgende Nederlandse schepen in de haven van Batavia: de Nieuwe Zeelust, de Auguste, de Diana, de Nassau, de Vrouw Helena, de Maria en de Wilhelmina. Engelse schepen waren er ook, zoals de Mary, de Minerva en de David Shaw. De Amerikaanse Cornelia, Midas en Pantor waren er, net als de Franse Alexander en l’Eglantine. Het moet er werkelijk gegonsd hebben van activiteit, van schepen die werden geladen en gelost, het ratelen van karren die de goederen af en aanvoerden, de kreten van honderden zeelieden op de kade.

Johannes Djurres 1819Vertek Kaap

Zoals gezegd voer de Columbus op en neer Batavia. Na het lossen, opnieuw laden, het inslaan van proviand en het ronselen van een enkele matroos, was het schip weer klaar voor vertrek. Op woensdag 19 april 1820 lichtte zij haar anker voor de terugreis. Maar Johannes was natuurlijk geen koopman en hij was niet meegereisd voor de handel. Hij was militair, net gepromoveerd tot sergeant, dus het is vrijwel zeker dat hij voor langere tijd in Batavia (of elders in Indonesië) gestationeerd zou worden. Nu had Batavia een behoorlijk slechte reputatie. In de 18e eeuw stond het bekend als het Kerkhof der Europeanen. Met name malaria kostte veel Europeanen het leven. Daarnaast waren er constant schermutselingen tussen de lokale bevolking en de Nederlanders. Dit waren soms bloederige conflicten en vlak voordat Johannes op Batavia aankwam, werd er gestreden bij het eiland Banka-Kotta, waar verscheidene landgenoten het leven lieten. Het is dan ook aannemelijk dat Johannes naar Batavia werd gezonden om zich aan te sluiten bij de Hollandse troepen.

En daar eindigt het verhaal van Johannes, want daarna is nooit meer iets van hebben vernomen. Zoals hijzelf schreef was hij op 19 december 1819 nog zoo gezond als een hoen, dus is het aannemelijk dat hij begin 1820 nog in leven was. En omdat zijn broer en zus niets meer van hem hebben gehoord, ligt het voor de hand dat hij eerder in de eerste dan in de tweede helft van 1820 is overleden. Dat kan door ziekte zijn geweest, maar het valt ook niet uit te sluiten dat hij bij een van de talloze schermutselingen om het leven is gekomen. Zijn broer Jelle verdween spoorloos tijdens de Russische Veldtocht; hijzelf verdween in of in de buurt van Batavia. Johannes Djurres Radelaar werd 28 jaar oud. Het schip de Columbus tenslotte zou in september 1822 op haar terugreis van Batavia naar Amsterdam in de golven verdwijnen.