Trijntje Jans (1819-1897)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Jan Pyters Bruinsma (1791-1875) & Geertje Jans Boersma (1795-1832)
Grootouders: Pyter Jelles Bruinsma (1747-1812) & Geertie Jans (1768-1846)
Overgrootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Vader Jan Pieters Bruinsma meldde zich op woensdag 28 december 1819 om 14.00 uur in de middag bij de Burgerlijken Stand der Grietenij Hennaarderadeel. Hij was 28 jaar oud, schipper van beroep en woonachtig te Wommels. Hij liet noteren dat op dinsdag 27 december 1819, des namiddags om vier uur, uit hem comparant en zijne huisvrouw Geertje Jans Boersma een kind was geboren van het vrouwelijk geslacht, waaraan den naam Trijntje is gegeven. Opmerkelijk dat we de omschrijving om vier uur in 1819 terugvinden; in de jaren erna zou dat ten vier uren worden. Om dan vervolgens in de 20e eeuw weer terug te keren naar de schrijfwijze van 1819: om vier uur. Trijntje was het eerstgeboren kind in het gezin, na haar zouden nog 6 broertjes en zusjes geboren worden.

Oogst

Trijntje verloor haar moeder toen ze nog maar 12 jaar oud was. Dit gebeurde in 1832. In 1834 echter sloeg het noodlot wederom toe. Haar broertjes Jelle (1828) en Anne (1830) overleden binnen 5 dagen van elkaar in 1834.

Ze was 21 jaar oud toen ze op zaterdag 15 mei 1841 in het huwelijk trad met de 27-jarige Dirk Piers Nieuwenhof. Trijntje was dienstbode van beroep en in de trouwakte lezen we: verblijf hebbende te Tzum, naar de wet woonachtig te Kubaard. Het betekende dus zij inwoonde bij de familie waar zij dienstbode was, maar dat haar eigenlijke woonplaats Kubaard was. We mogen dan ook aannemen dat zij Dirk tijdens haar verblijf in Tzum heeft leren kennen. Dirk Piers was boerenknecht van beroep en was op donderdag 24 maart 1814, des avonds ten negen uren te Hijum geboren. Zijn vader Pier Jacobs Nieuwenhof (turfmaker van beroep) en zijn moeder Pietje Durks Polstra (ook regelmatig geschreven als Palstra) waren bij het huwelijk aanwezig. Het is opmerkelijk dat vader Pier alleen bij de geboorte van zijn eerste zoon zijn eigen patroniem (Jacobs) en dat van zijn vrouw (Durks) liet noteren. Bij alle andere kinderen en huwelijksakten van zijn kinderen verkoos hij het patroniem weg te laten. Niet gebruikelijk in die tijd, dus de man had een vooruitziende blik. Trijntje’s vader was ook bij het huwelijk aanwezig, haar moeder was immers al overleden. Als getuigen traden op:

  • Pier Jacobs Nieuwenhof, 57 jaar, turfmaker, woonachtig te Tzum, vader van bruidegom
  • Jan Pieters Bruinsma, 47  jaar, arbeider, woonachtig te Kubaard, vader van bruid
  • Jan Tjallings Tjallinga, 74 jaar, grietenij assistent, woonachtig te Franeker, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Rein Klazes Westra, 45 jaar, grietenij assistent, woonachtig te Franeker, vreemd aan bruidegom en bruid 

Handtekening

Dirk had zich in 1833 moeten melden bij de Nationale Militie voor de militaire keuring. Helaas is het document nauwelijks nog te lezen, maar we kunnen er wel uit opmaken dat in 1833, 1834, 1835 en 1836 telkens voor een jaar vrijgesteld werd van dienst. In 1837 moest hij nog een keer verschijnen en werd toen eindelijk geheel van dienst vrijgesteld. Waarom hij echter jaar op jaar moest terugkomen is echter onduidelijk. Normaal gesproken werd dit gedaan bij gemis (of gebrek) aan lengte, als de persoon in kwestie dus net onder de 1.55 lang was. Maar dat is hier niet het geval, want in het document lezen we dat een en ander door Militie-Raad te Leeuwarden behandeld is. Kijkend naar de (nauwelijks leesbare) reden zou er uit hoofde van de dienst des broers kunnen staanhoewel ook dat meer vragen oproept dan antwoorden geeft. Hoe het ook zij. Dirk diende niet en werd na vijf oproepen uiteindelijk vrijgesteld van dienst.

Trijntje en Dirk kregen de volgende kinderen:

  1. Geertje, 29 september 1842 te Tzum – 3 februari 1927 te Wommels (84 jaar)
  2. Pietje, 26 mei 1846 te Tzum – 18 augustus 1851 te Tzum (5 jaar)
  3. Pier , 4 november 1851 te Tzum – 19 september 1924 te Kubaard (72 jaar)

Holprijp was al in 1433 een buurtschap in de nabijheid van Tzum. Niet ver van het dorp (ten westen van de Tzummervaart) stond daar in de Middeleeuwen de state Herema (later Groot Heerma). Maar in 1829 was er zelfs geen boerderij meer, alleen een deel van de slotgracht en een schuur herinnerden aan vervlogen tijden. Toen Trijntje en haar gezin er gingen wonen, was het pand verdeeld in drie of vier woningen. In 1877 werd het afgebroken. Het gezin woonde hier tot 1857, toen verhuisden ze naar een huis, wat nu de Voorstraat nummer 10 is. De woning bestond heel lang uit twee gedeelten, met aan de rechterzijde een winkel. Het gezin van Trijntje en Dirk woonde dus aan de linkerkant van de winkel. Dirk zelf had geen winkel, in 1842 was hij kooltjer van beroep, wat groentekweker betekende. In de jaren 1859 en 1860 woonde het gezin ten zuid-westen van het dorp Tzum, waar heel vroeger de edele state Hermana (ook wel het slot Koum genoemd) had gestaan. In 1832 waren alleen de slotgracht en een boerderij nog over. Samen met boer Tjilzerda zouden Trijntje en Dirk de laatste bewoners zijn op dit roemruchte stukje verleden. In 1860 werden ook de laatste gebouwen gesloopt. Trijntje en haar gezin vonden onderdak in een huisje bij de pastorie van de NH kerk te Tzum. Het stond temidden van  sier- en moestuinen en vruchtbomen. In 1861 verhuisde het gezin voor de laatste maal, ditmaal naar een huisje dat was opgedeeld in twee hele kleine woningen. Het huis was eigendom van de de diaconie en werd in 1968 afgebroken.

Tzum , N.H.Kerk.

Dirk Nieuwenhof overleed op dinsdag 14 september 1869, des morgens ten zes ure in huizinge nummer tien te Tzum. Hij werd 55 jaar oud.

Na het overlijden van haar man zou Trijntje ruim 25 jaar een zeer armoedig bestaan leiden. Dit weten we omdat zij tot aan haar dood, op 77-jarige leeftijd, nog werkzaam was als bolloopster. Het woord bol is afgeleid van het Friese woord bôle, hetgeen brood betekent. Het betekende dus dat zij met een korf brood langs de deuren ging. Ze bleef tot haar dood in het huisje nummer 10 wonen, waar ze samen met haar man en kinderen in 1861 naartoe was verhuisd.

De Bollenloopster

Het was onder andere ene Gerben Dijkstra, een 57-jarige arbeider te Tzum, die in februari 1897 bij de Burgerlijke Stand liet noteren dat Trijntje Bruinsma, oud 77 jaren en bolloopster van beroep, op woensdag 3 februari 1897, des namiddags ten drie ure in het kleine huisje te Tzum was overleden. Dertig jaar later zou haar dochter Geertje ook op de 3e februari van het jaar overlijden.