Janke Pieters (1865-1924)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Pieter Jans Bruinsma (1823-1901) & Lieuwkje Riemers Hibma (1828-1904)
Grootouders: Jan Pyters Bruinsma (1791-1875) & Geertje Jans Boersma (1795-1832)
Overgrootouders: Pyter Jelles Bruinsma (1747-1812) & Geertie Jans (1768-1846)
Betovergrootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Janke Pieters Bruinsma werd op 24 april 1865, des namiddags ten een ure in het huis genummerd 4 te Midlum geboren. Zij was het achtste kind van de 42-jarige timmerman Pieter Jans Bruinsma en de 36-jarige Lieuwkje Riemers Hibma. De vier eerstgeboren kinderen (drie meisjes en een jongen) waren nog in leven, maar het vijfde, zesde en zevende kind in dit gezin stierven binnen zes maanden. Toen Janke dus ter wereld kwam, was zij eigenlijk het vijfde kind in het gezin: Aaltje was drie dagen voor Janke’s geboorte veertien jaar geworden, Geertje was twaalf, Tjietske was negen en Jan was acht jaar oud. Na Janke zouden er twee kinderen geboren worden, waarvan er eentje na zes maanden zou overlijden. Dus al met al groeide ze op met vijf broertjes en zusjes. Voor het einde van 1870 verhuisde het gezin naar het huis genummerd 4-A te Midlum.

De kans is heel klein dat Janke op school heeft gezeten. En als dat wel het geval is geweest, dan was het waarschijnlijk niet veel meer dan een beetje leren lezen en schrijven. Het is veel aannemelijker dat zij mee moest helpen in de huishouding en voor de eventuele kleinere kinderen moest zorgen. Veel meisjes gingen in hun tienjaren werken als dienstmeisje. Dit betekende dat ze voor langere tijd bij een welgestelde familie inwoonden en het huishouden verzorgden. Het leven voor deze meisjes was bijzonder zwaar en werkdagen van twaalf uur en meer (zelfs vijftien tot zeventien uur per dag waren geen uitzondering). Ook Janke zal als dienstmeisje gewerkt hebben, want in 1883 was zij nog ongetrouwd, maar woonde zij niet bij haar ouders thuis. Het zou prachtig zijn geweest als zij in die periode in Achlum werkte, omdat we dan hadden geweten waar zij haar toekomstig echtgenoot had ontmoet. Maar helaas komt haar naam begin jaren tachtig niet voor in het bevolkingsregister van Achlum. In 1883 werkte zij dus in een ander dorp of andere stad.

Janke was 20 jaar oud toen ze op vrijdag 15 mei 1885 in het stadhuis van Franekeradeel te Franeker in het huwelijk trad met de 29-jarige Durk Klazes Hofstra. Durk was op maandag 21 april 1856, des namiddags ten halfvier ure te Zweins geboren en hij was het achtste kind van Klaas Aukes Hofstra en Sjoukje Paulus Wiersma. Na Durk zou er nog een broertje geboren worden. Durk’s vader was boer en kooltjer (groentekweker) van beroep geweest. Na zijn overlijden in september 1881 had zijn moeder de huizing met stalling, schuur, tuin en erf, staande en gelegen onder Zweins overgenomen en werkte ze als boerin. In 1881 hadden ze drie paarden, een Twenter stier, tien weideschapen en tien melkeschapen, meer dan twintig koeien en een koe in de wei te Berlikum. Tien kalveren liepen er rond, tien hokkelingen (eenjarige dieren), zeventien lammeren en wat kippen. In de schuur lag een partij wol, een partij bonen en een partij erwten. Er lag kanariezaad, gerst, klaverzaad en lijnzaad. Kazen lagen er ook, zesendertig stuks om precies te zijn, en een partij boter. De waarde van de roerende en onroerende goederen bedroeg 12.721 gulden en 76 cent (wat nu neer zou komen op € 137.303). Maar schulden waren er ook: 6.805 gulden en een beetje (omgerekend € 73.449). In het jaar van zijn trouwen woonde Durk bij zijn moeder te Achlum en werkte er als boer (hij was, aldus de trouwakte, van boerenbedrijf). Janke woonde ook weer bij haar ouders en was op haar trouwdag zonder beroep. Haar ouders waren bij het huwelijk aanwezig, net als Durk’s moeder. Hieronder de handtekeningen van Janke en Durk. Als getuigen traden op:

  • Johannes Cammenga, 59 jaar, veldwachter, wonende te Achlum
  • Johannes Casper Kreemer, 60 jaar, veldwachter, wonende te Midlum
  • Karel Dirks Spanjer, 69 jaar, veldwachter, wonende te Ried
  • Douwe Groenveld, 42 jaar, Secretariebeambte, wonende te Franeker

Janke en Durk zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Lieuwkje, 28 maart 1886 te Achlum – 22 mei 1947 te Harlingen (61 jaar)
  2. Klaas, 23 juni 1887 te Achlum – 20 maart 1932 te Leeuwarden (44 jaar)
  3. Pieter, 13 oktober 1888 te Achlum – 13 maart 1971 te Doon, Lyon, Iowa (USA) (82 jaar)
  4. Sjoukje, 7 oktober 1890 te Achlum – 11 april 1964 te Peins (73 jaar)
  5. Arjen, 17 september 1892 te Achlum – 3 december 1969 te Berlikum (77 jaar)
  6. Aaltje, 10 oktober 1894 te Achlum – 1 maart 1965 te Leeuwarden (70 jaar)
  7. Baukje, 2 februari 1896 te Achlum – 24 januari 1975 te Franeker (78 jaar)
  8. Jan, 29 november 1897 te Achlum – 21 juli 1976 te Hitzum (78 jaar)
  9. Elizabeth, 14 april 1899 te Achlum – 30 december 1957 te Tzummarum (58 jaar)
  10. Durk, 11 oktober 1900 te Achlum – overlijden onbekend
  11. Janke, 23 maart 1902 te Achlum – trouwde in 1922 met Jan de Haan, overlijden onbekend
  12. Geert, 24 maart 1905 te Achlum – 11 oktober 1987 te Bolsward (82 jaar)

Ze vestigden zich een dag na hun huwelijk te Achlum en gingen er wonen in het huis genummerd 76. Hier zouden hun eerste twee kinderen geboren worden. Janke’s zuster Tjietske woonde ook in Achlum; zij was getrouwd met Tjeerd van der Velde, de grofsmid van het dorp. Stromend water was er nog niet en dus werd het drinkwater opgevangen in de grote regenput naast het kerkhof. De koster bracht het water meerdere malen per dag rond tegen een prijs van 1 cent per emmer. Durk werkte in die jaren als arbeider: dan weer als boerenknecht, dan weer als graver bij het afgraven van de terpen of als kruier van de afgegraven modder naar de klaarliggende schepen.

In mei 1888 verhuisde het gezin naar het huis genummerd 43-A te Achlum. Hier zouden Pieter, Sjoukje en Arjen geboren worden. Alles bij elkaar zouden ze hier precies vijf jaar blijven wonen en in mei 1893 laadden zij de huisraad andermaal op de kar en verhuisden naar het huis genummerd 57-A te Achlum. In deze woning zouden Aaltje en Baukje geboren worden. Het was rond 1897 dat Durk zich met het beroep koemelker liet registreren. Een koemelker was een kleine boer die een stukje grond pachtte om consumptiemelk te produceren. Vervolgens bracht hij de verse melk naar de klanten in het dorp en op de boerderijen. Goedbeschouwd was hij dus de voorloper van de melkboer. Het betekende dat hij om vier uur in de nacht opstond (soms ook vroeger) om de koeien te melken. Tegen een uur of zeven werd de verse melk dan vervolgens naar de klanten gebracht. Om half vier in de middag moesten de koeien opnieuw gemolken worden en soms werd de melk dan andermaal rondgebracht. Een koemelker ging rond acht uur in de avond naar bed en de volgende ochtend begon alles weer van voren af aan. Ook op zondag, want de koeien moesten alle dagen gemolken worden.

In mei 1896 verhuisden ze andermaal, ditmaal naar het huis genummerd 44 te Achlum. Hier zouden de overige kinderen geboren worden. In september 1902 werd de stoomtram door Achlum in gebruik genomen (de lijn werd in september 1939 opgeheven). De tram vertrok bijvoorbeeld om 8.01 uur in de ochtend vanuit Leeuwarden en kwam dan vervolgens (via Marssum, Dronrijp, Franeker en Hitsum) om 9.14 te Achlum aan. Wie van daaruit naar het eindpunt in Sneek mee wilde reizen, had nog een reis van ruim anderhalf uur voor de boeg. Vrijwel direct nadat de tramlijn werd opengesteld, kwamen er klachten. Uit Achlum schreef men in december 1902: Het te laat aankomen der trams, zeer ten ongerieve van het publiek, schijnt tegenwoordig aan de orde van den dag. Men ziet volstrekt niet meer verwonderd op, als een tram een half uur te laat passeert. In de wintermaanden liep de vertraging alleen maar op en op donderdag 2 december 1902 vertrok een namiddagtram ongeveer drie uur te laat. Tot overmaat van ramp was er geen tramhalte; wie in Achlum op de tram wachtte was blootgesteld aan regen, kou of felle zonMens en dier moesten enorm aan dit voortdenderende monster wennen, soms met alle gevolgen van dien (april 1903):

Het waren de 35-jarige Fokke Ypma en de 42-jarige Wijbren Bouma, beide landbouwer van beroep en wonende te Achlum, die bij de Burgerlijke Stand lieten noteren dat Durk op zondag 21 augustus 1904, des morgens ten zes ure te Achlum was overleden. Durk Klazes Hofstra werd slechts 48 jaar oud. En zo bleef Janke dus achter met elf kinderen en een twaalfde op komst. Want toen haar man overleed was zij net twee maanden in verwachting. In maart 1905 werd haar zoontje geboren en het was haar oudere zuster Geertje (wonende te Pietersbierum) die bij na te melden geboorte tegenwoordig geweest was en die de aangifte bij de Burgerlijke Stand verzorgde. Janke moest als weduwevrouw het hoofd boven water zien te houden en voor twaalf kinderen zien te zorgen. Ze werd dan ook koemelkersche van beroep. Met andere woorden: zij zette het werk voort van haar overleden man. In de daaropvolgende jaren verlieten de meeste kinderen het ouderlijk huis: Aaltje trouwde in 1909, Pieter in 1913, Sjoukje in 1914, Arjen in 1915 en Klaas in 1917. En nog altijd molk Janke de koeien en zorgde ze voor de overgebleven kinderen. Haar dochter Aaltje trouwde in 1919 en Baukje in 1920, en tegen die tijd was zij gardenierster van beroep.

In 1922 was zij zonder beroep en woonde ze nog in Achlum, maar het jaar erop verhuisde ze naar Schingen, een oeroud dorpje vlakbij Dronrijp. Waarschijnlijk woonde zij daar bij een van haar kinderen of andere familieleden, maar dat is niet zeker. Op dinsdag 15 mei 1923 trouwde haar dochter Elizabeth, maar dit was het eerste huwelijk waar moeder Janke niet bij aanwezig kon zijn. Tien dagen voor het huwelijk gaf zij, in hoedanigheid van moeder schriftelijk toestemming tot het voorgenomen huwelijk. Dit zou erop kunnen duiden dat zij, door bijvoorbeeld ziekte, niet meer in staat was de reis naar het gemeentehuis te Franeker te maken. Ergens tussen mei 1923 en maart 1924 verhuisde ze naar naar de Harlingerweg 41 te Tzum, waar ze op de koele en donkere zaterdag de 22e maart 1924, des voormiddags ten half elf ure overleed. Janke Pieters Bruinsma werd 58 jaar oud.