Lieuwkje Jans (1883-1954)

Lieuwkje Jans Bruinsma werd op zondag 22 april 1883, des morgens ten negen ure te Midlum geboren en was het derde kind van vader Jan Pieters Bruinsma en moeder Trijntje Rienks Tinga. Jan was 27 jaar oud, timmermansknecht en later koemelker van beroep toen zijn dochter geboren werd. Trijntje was even oud als haar man en was huisvrouw. Of, zoals het in de geboorteakte staat: “zonder beroep en bij hem inwonende.” Voor de registratie van de geboorte van zijn dochter had vader Jan twee veldwachters als getuigen meegenomen, dus de lange arm der wet was prominent aanwezig. Zoals gezegd was Lieuwkje het derde kind in het gezin. Haar broertje Pieter (1880) en haar zusje Dirkje (1882) waren haar voorgegaan. Na haar zouden er nog een broertje (Rienk in 1885) en een zusje (Aaltje in 1889) geboren worden. Opmerkelijk genoeg zouden alle kinderen de volwassen leeftijd bereiken. Sterker nog: de gemiddelde leeftijd van deze vijf kinderen zou 74 jaar en 8 maanden bedragen!

Lieuwkje was voor haar huwelijk dienstmeisje van beroep en werkte in Winsum bij veehouder Broer Everts Siderius en zijn familie. Ze vertrok op vrijdag 17 juli 1903 naar Wijnaldum om daar te werken. Hoelang ze daar gewerkt heeft, is niet duidelijk. Uiteindelijk zou ze terugkeren naar Midlum om daar als dienstmeisje te werken. Het is echter vrijwel zeker dat ze in Wijnaldum haar toekomstige echtgenoot heeft ontmoet. Ze was 26 jaar oud, toen ze op zaterdag 29 mei 1909 in het Stadhuis van Franekeradeel (te Franeker) in het huwelijk trad met de even oude Auke Siebes Pollema. Auke was arbeider van beroep en woonde in Wijnaldum. Hij was op maandag 12 februari 1883, des namiddags ten vier ure te Wijnaldum geboren en was het vierde kind van vader Siebe Pollema (karrijder van beroep) en moeder Ymkje Goodijk. Na hem zouden er nog zeven broertjes en zusjes geboren worden. De ouders van Lieuwkje en Auke waren bij het huwelijk aanwezig, en zo zien we dus een volledige set handtekeningen van bruid, bruidegom en ouders. Waren er veldwachters bij de registratie van Lieuwkje’s geboorte aanwezig; veldwachters waren er ook als getuigen bij haar huwelijk:

  • Jan Alkema, 48 jaar, veldwachter van beroep, woonachtig te Achlum
  • Jelle Terluin, 38 jaar, veldwachter, woonachtig te Midlum
  • Reltje Bos, 31 jaar, veldwachter, woonachtig te Peins
  • Douwe Groenveld, 66 jaar, Ambtenaar ter Secretarie, woonachtig te Franeker

handtekeningen

Hoeveel kinderen Lieuwkje en Auke  samen kregen, is nog onduidelijk. Minimaal drie, maar zelfs daarvan zijn de gegevens onvolledig:

  1. Trijntje, 7 oktober 1912 te Midlum –
  2. IJmkje, trouwt in 1938 met Meint Groothoff 23 jaar op 13 juni 1938
  3. Sijbe, 29 juli-4 augustus 1916 te Midlum – 24 november 2006 te Harlingen (90 jaar)

Toen Lieuwkje en Auke met elkaar in het huwelijk traden, zat Auke in dienst. Hij was op dinsdag 19 mei 1903 ingedeeld bij het 9e Regiment Infanterie en hij had de pech – al wist hij dat toen nog niet – dat de Eerste Wereldoorlog zijn dienstperiode aanzienlijk zou verlengen. Want pas op donderdag 31 december 1918 (dus 15 jaar nadat hij in dienst getreden was), zou hij officieel uit dienst ontslagen worden. Maar dat betekende niet dat hij continue onder de wapenen was gelukkig. Zo ging hij met groot verlof op:

  • 30 maart 1904
  • 29 september 1906
  • 26 september 1908
  • 22 september 1910

Op dinsdag 1 augustus 1911 ging hij over naar de Landweer, het reserve-leger. Het feit dat hij in 1912 vader was geworden en kostwinnaar was, zal betekent hebben dat hij daarna zelden werd opgeroepen. Toch, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, en nog helemaal niet zeker was dat wij neutraal konden blijven, zullen ook de reservetroepen paraat hebben gestaan. Na de oorlog werd het herdenkingskruis beschikbaar gesteld voor hen, die in de periode augustus 1914 – november 1918 een door de regering erkend Nederlands uniform hebben gedragen; als ook aan alle beroeps- en verlofmilitairen (van alle categorieën), die in deze periode in Nederland of in de overzeesche gebiedsdelen dan wel bij de vloot gedurende kortere of langere tijd onder de wapenen zijn geweest. Dat leek een aardige geste, maar dat was het toch niet helemaal, want de militairen dienden het herdenkingskruis zelf aan te schaffen. Een kruis met lint kostte f 0,46, een kruis met lint in een kartonnen doosje kostte f 0,52 en een kruis met lint in een luxe doosje kostte f 0,56. Dankbaarheid met een twist, dus eigenlijk.

Auke kaatste en deed op maandag 8 augustus 1898 mee aan “de groote jongenskaatspartij” voorafgaand aan de PC in Franeker. Hij was toen 15 jaar oud. Hij speelde in partuur no. 22, samen met “Gerben Faber, van Leeuwarden en Sieds Tichelaar, van Wijnaldum. De jongens eindigden op de derde plaats en kregen samen 9 gulden (wat nu neer zou komen op € 264). Het jaar erop waren ze er weer, en ditmaal waren ze succesvol: op maandag 7 augustus 1899 wonnen ze de eerste prijs bij de junioren en mochten ze samen het winnende bedrag van 30 gulden verdelen (huidige waarde: € 406). In de jaren 1902, 1903, 1904, 1905, 1906, 1908 en 1909 kaatste hij op de PC te Franeker, maar werd steeds in de eerste of tweede ronde (omloop genoemd) uitgeschakeld. Het toernooi in 1902 was op uitnodiging en het Nieuwsblad van Friesland legde uit dat “deze ridders van den bal het puikje der kaatsers vormen.” 

Auke Kaatser Pollema

Maar de PC was natuurlijk niet het enige kaatstoernooi in Friesland. Hij speelde bij kaatsvereniging “De Keatsebal” te Wijnaldum en won samen met Jan Kuperus te Marssum en P. Buwalda te Witmarsum op zondag 10 juni 1900 het kaatstoernooi te Dronrijp. Ze wonnen daarmee 60 gulden (€ 783 in onze tijd). In de eerste tien jaren van de 20e eeuw duikt zijn naam als kaatser met regelmaat in de kranten op, dan weer spelend in Witmarsum (1902), dan weer in Harlingen (1904 en 1908), Tzummarum (1903), Achlum (1905), Wijnaldum (1901 en 1905) en in 1910 in Leeuwarden bij de Internationale Kaatswedstrijden. En jaren later, in 1918, 1924 en 1933 kaatste hij nog altijd een balletje mee.

juni 1900

Kaatsen PC

Maar Auke deed meer dan kaatsen alleen. Zo deed hij op woensdag 12 september 1906 mee aan het ringrijden te Midlum en werd daar gedeeld eerste (hij won zestien gulden, ofwel € 188). En vele jaren later, in 1933 en 1936 deed hij mee aan het biljarttoernooi te Wijnaldum (waar hij respectievelijk tweede en derde werd). Een sportieve man dus.

Maar uiteraard was er met kaatsen en ringrijden geen vast inkomen te verdienen. Auke was dan ook in de eerste jaren na zijn huwelijk tolgaarder van beroep. In februari 1913 had hij de pacht verkregen over het tolhuisje de Koetille, aan de Harlinger Trekweg voor een pachtsom van 208 gulden per jaar (omgerekend: € 2.169 per jaar). De pachtsom van 208 gulden was een billijke prijs, want in 1911 bedroeg de pacht nog 407 gulden per jaar (ofwel: € 4.313). De toenmalige tolgaarder, de heer B.J. Krottje, had dan ook bij de gemeente zijn beklag gedaan. De tolgelden waren zeer teleurstellend, zo schreef hij, en jaarlijks moest hij zo’n 140-150 gulden bijpassen. Hij verzocht de gemeente dan ook om een aanzienlijke verlaging van de pachtsom. De gemeente stond afwijzend tegenover het voorstel, maar verlaagde de pachtsom een paar jaar later dus wel degelijk. In september 1915 diende Auke een verzoek in de pacht voor de komende drie jaar onderhands te verhuren. Waarschijnlijk had dat te maken met de forse verhoging van de pachtsom. Betaalde de heer Krottje in 1911 nog 407 gulden en Auke daarna 207 gulden, de pachtsom voor de jaren 1916-1919 bedroeg 683 gulden, ofwel € 5.565 in onze tijd. Het verzoek werd gehonoreerd.

februari 19137 februari 1913

januari 191621 januari 1916x

Naast tolgaarder was hij ook gardenier van beroep. Zo kocht hij in februari 1915 een perceel bouwland te Wijnaldum voor 3.990 gulden (omgerekend naar onze tijd: € 36.186). In mei van datzelfde jaar werd een obligatie opgesteld, waarbij Auke een schuld had uitstaan van 2.300 gulden (ofwel: € 20.859) bij Maria Terwischa van Scheltinga. In het jaar 1917 kocht hij andermaal een stuk bouwgrond, ditmaal voor 4.770 gulden (€ 36.580), en in een huis te Dronrijp voor 2.200, ofwel € 16.871. Dat huis zou hij trouwens niet lang houden. Zijn broer Pieter Pollema woonde namelijk ook in Dronrijp, maar had tevens een huis met erf te Wijnaldum in bezit. In mei 1918 besloten de broers te ruilen: Pieter kreeg het huis in Dronrijp, Auke kreeg het huis in Wijnaldum. En zo verhuisden Lieuwkje en Auke met de kinderen naar Wijnaldum. In datzelfde jaar kocht hij perceel weiland te Almenum voor de lieve som van 12.300 gulden, of nu neer zou komen op € 79.187.

Wijna

Halverwege de jaren twintig zou Auke een geheel andere richting inslaan. Hij werd namelijk vrachtrijder van beroep. Op donderdag 2 juli 1925 kreeg hij het kenteken B-9256 uitgereikt. Of hij in dienst van iemand reed of zelfstandig ondernemer was, is niet bekend. En het betekende trouwens niet dat hij het boerenbedrijf volledig opdoekte. Integendeel, in februari 1935 kocht hij andermaal een perceel grond (perceel 10 op precies te zijn) voor 551 gulden, ofwel € 5.177.

Daarna verdwijnt het gezin uit beeld. Het enige wat we zeker weten is dat ze in 1942 al naar Kimswerd verhuisd waren. Auke zou daar overlijden, en wel op vrijdag 4 juni 1954. Hij werd begraven op dinsdag 8 juni 1954, om twee uur in de middag te Kimswerd. Auke Siebes Pollema werd 71 jaar oud.Overlijden Auke

Lieuwkje zou haar man ruim 18 jaar overleven. Ze overleed tenslotte op maandag 9 oktober 1972 te Harlingen. Ze werd op donderdag 12 oktober 1972, ’s middags om twee uur, begraven in Kimswerd. Lieuwkje Jans Bruinsma werd 89 jaar oud.Overlijden Lieuwkje

Grafsteen Auke en Lieuwkje