Dirkje Jans (1882-1969)

Vader Jan Pieters Bruinsma was 25 jaar oud, timmerknecht van beroep en woonde met zijn 26-jarige vrouw Trijntje Rienks Tinga te Midlum. Op maandag 3 april 1882 liet Jan noteren dat op den eersten April dezes jaars, des namiddags ten half drie uure, te Midlum zijn dochtertje Dirkje was geboren. Dirkje was het tweede kind in het gezin. Haar broer Pieter was eind maart 1880 geboren en was dus net twee jaar oud geworden. Na Dirkje zouden er nog drie kinderen geboren worden: Lieuwkje in 1883, Rienk in 1885 en Aaltje in 1889. En zo groeide ze dus op met een ouder en een jonger broertje en twee jongere zusjes.

sint top

Dirkje was dus op 1 april geboren, een dag waarop iedereen elkaar voor de gek mag houden. Hoewel de herkomst van de 1 april grap niet afdoende verklaard kan worden, is het een eeuwenoud gebruik. De eerste verwijzing in Nederland naar de grappenmakerij op 1 april vinden we terug in een gedicht uit 1561. Het 1 april gebeuren is trouwens niet iets typisch Nederlands. In grote delen van Europa, Amerika, Noord-Afrika en Rusland is de 1 april grap bekend. Eeuwenlang werd de eerste april ook beschouwd als een ongeluksdag. Wie op die dag geboren werd, zou ongelukkig worden of een onnatuurlijk dood sterven. Maar dat was lang geleden, ver voor de geboorte van Dirkje. Hoewel nooit helemaal uit te sluiten is dat er ook in 1882 nog waarde gehecht werd aan dit bijgeloof.

Dirkje was 22 jaar oud, toen ze op zaterdag 21 mei 1904 in Franekeradeel in het huwelijk trad met de 25-jarige Sint Sybes Pollema. Sint was op maandag 1 juli 1878, des voormiddags ten twee ure te Sexbierum geboren en was het tweede kind van vader Sybe Gerrits Pollema en moeder Ymkje Pieters Goodijk. In totaal zouden er negen kinderen in het gezin geboren worden en zou Dirkje’s jongere zuster Lieuwkje met Auke Sybes Pollema trouwen, het jongere broertje van Sint. In mei 1904 was Sint karrijder van beroep en woonde hij te Wijnaldum, terwijl Dirkje als dienstmeid te Midlum werkte. Zowel de ouders van de bruid als de bruidegom waren bij het huwelijk aanwezig. Als getuigen traden op:

  • Doekele van de Witte, 49 jaar, veldwachter, woonachtig te Zweins, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Jan Alkema, 43 jaar, veldwachter, woonachtig te Achlum, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Jelle Terluin, 33 jaar, veldwachter, woonachtig te Midlum, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Douwe Groenveld, 61 jaar, secretariebeambte, woonachtig te Franeker, vreemd aan bruidegom en bruid

s7d

Sint en Dirkje kregen samen de volgende kinderen:

  • Siebe, 26 januari 1909 te Midlum – 4 april 1983 te Witmarsum (74 jaar)
  • Jan, 1 mei 1910 te Midlum – 19 mei 1980 te Leeuwarden (70 jaar)

Sint had zich in 1897 moeten melden bij de Nationale Militie, de militaire keuring. In december 1897 werd hij goedgekeurd en in maart 1898 moest hij zich melden voor het 1e Regiment Infanterie. Hij zou uiteindelijk in augustus 1906 overgaan in De Landweer, het reserveleger. Dankzij de keuring in 1897 weten we dat hij er als volgt uitzag:

  • Lengte: 1 meter 665 milimeter
  • Aangezigt: rond
  • Voorhoofd: normaal
  • Oogen: lichtblauw
  • Neus: normaal
  • Mond: normaal
  • Kin: rond
  • Haar: lichtblond
  • Wenkbrauwen: lichtblond
  • Merkbare teekenen: geen

1900

Twee van Sint’s jongere broers kwamen in aanraking met de lange arm der wet. Zo werd de 12-jarige Harmen (op die leeftijd al boerenknecht van beroep) in 1903 samen met drie kompanen opgepakt voor het vernielen van telegraafwerken. Hij werd in december bij verstek vrijgesproken. In 1917 (Eerste Wereldoorlog) was het broer Pieter die werd opgepakt wegens het overtreden van de distributiewet. Hij werd veroordeeld tot 5 gulden boete (of 5 dagen gevangenisstraf indien hij de boete niet kon betalen). Omgerekend zou dat nu 84,50 gulden, ofwel 38,34 euro betekenen. In 1922 was het wederom Pieter die voor het gerecht moest verschijnen. Ditmaal voor diefstal. De rechter veroordeelde hem tot 25 gulden boete (nu: 385 gulden, ofwel 174 euro), of 25 dagen gevangenisstraf als de boete niet voldaan kon worden.

Zoals we konden zien was Sint karrijder van beroep, net als zijn vader. Later zou dit woord veranderen in vrachtrijder en werd de kar een vrachtwagen genoemd. Maar het betekende allemaal hetzelfde: een kar met paard waarmee goederen vervoerd konden worden. Het beroep was niet zonder gevaar, zoals uit de kranten van die tijd blijkt. Met grote regelmaat vinden we verslagen van paarden die op hol slaan, karren die omver kantelen, van de weg raken door gladheid of in de sloot terecht komen. Gaandeweg de 20e eeuw zouden de auto en het steeds verder uitbreidende spoorwegnet het vervoer per paard en wagen geheel overbodig maken. Sint had geen rijbewijs en kon de overstap van paard naar paardenkracht niet maken. Het betekende voor hem het einde van een bestaan.

ongeval met “vrachtwagen”

Ongeval met een vrachtwagen

In 1915 treffen we hem voor de eerste maal bij deze notaris, waar hij een stukje grond te Midlum voor 30 gulden verkoopt aan zijn schoonvader Jan Pieters Bruinsma. In 1920 zien we dat hij een perceeltje bouwland aan den weg van Midlum naar Achlum en den Locaalspoorweg huurt voor 40 gulden (nu: 544 gulden, ofwel 246 euro) per jaar. Hij zal daar, aldus de advertentie, blijven tot na het rispen der vrucht in 1921 (rispen = oogsten). Het jaar 1922 was een belangrijk jaar voor Sint en Dirkje. In februari verkochten zij hun stolpboerderij met erf te Midlum voor de som van 4.250 gulden (nu: 65.557 gulden – 29.748 euro). In maart 1922 verkocht hij het zogenaamde boelgoed: koeien, biggen, kippen, een hooiwagen, aardkar, melkkar, stoomkoker, aardappelrooier, gereedschapskast, melkbussen, emmers, hooi en eenig meubilair. Daarnaast werden er in april, mei en juni obligaties opgesteld, waarbij Sint forse bedragen leende aan verschillende personen. Het ging daarbij op tweemaal 1500 gulden en eenmaal 1000. Alles bij elkaar dus 4.000 euro (vrijwel de gehele opbrengst van de verkoop van de boerderij).1920

Verkoop Sint

Via Peins, Sexbierum en Franeker kwam het gezin in 1936 uiteindelijk in Arum terecht. Sint kocht er een boerenhuizinge met drie percelen weiland voor de lieve som van 6.370 gulden (nu: 138.119 gulden – 62.675 euro). Toch zou ook Arum niet het eindpunt worden, want uiteindelijk verhuisden ze naar Franeker.

Koop 1936

In mei 1940 was Dirkje 58 jaar en haar man Sint was 61 jaar oud. De Duitsers hadden het Nederlandse leger onder de voet gelopen en tienduizenden Duitse soldaten trokken ons land binnen. Televisie was er nog niet, maar iedereen zal de tirades van Hitler op de radio hebben gevolgd, iedereen zal de kranten vol onheilsspellingen hebben gelezen. De angst voor plunderingen en verkrachtingen was dan ook groot in die eerste weken van de bezetting. Het gebeurde niet. Op de eerste zondag na de inval zongen duizenden protestantse kerkgangers het Wilhelmus in hun kerken. Nu weten we dat de Duitsers de druk langzaam opvoerden, dat de jacht op Joden en jonge mannen pas later zouden plaatsvinden. Maar toen kon niemand dat weten, dus zelfs het zingen van Wilhelmus zal niet zonder angst zijn geweest. De Duitsers negeerden het.

Wanneer Dirkje en haar man precies naar Franeker zijn teruggekeerd is nog niet bekend. Wel weten we dat ze uiteindelijk op de Tzummerweg 17 woonden. Het was daar dat Sint op de zwaarbewolkte zondag 8 december 1957 overleed. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats van Franeker. Sint Sybes Pollema werd 79 jaar oud.

1 overlijden Sint

Dirkje zou hebben nog twaalf jaar overleven. Ze verhuisde een laatste maal, van de Tzummerweg nummer 17 naar de Tzummerweg nummer 7. Daar overleed ze uiteindelijk op donderdag 4 december 1969. Ze werd bijgezet in het graf van haar geliefde echtgenoot. Dirkje Jans Bruinsma werd 87 jaar oud.

1 overlijden Dirkje

Grafsteen Dirkje en Sint