Jan Pieters (1856-1932)

Midlum 3

Plaats In De Stamboom
Ouders: Pieter Jans Bruinsma (1823-1901) & Lieuwkje Riemers Hibma (1828-1904)
Grootouders: Jan Pyters Bruinsma (1791-1875) & Geertje Jans Boersma (1795-1832)
Overgrootouders: Pyter Jelles Bruinsma (1747-1812) & Geertie Jans (1768-1846)
Betovergrootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Vader Pieter Jans Bruinsma was 33 jaar oud en timmerman te Midlum, toen hij 1856 voor de vierde maal vader werd. Hij en zijn vrouw Lieuwkje Riemers Hibma hadden al drie dochtertjes gekregen, maar in augustus 1856 was hij dan toch de trotse vader van zijn eerste zoontje. Op 2 augustus liet hij noteren dat op vrijdag den eersten Augustus dezes jaars, des voormiddags ten negen ure te Midlum zijn zoon Jan was geboren. Aaltje (1851), Geertje (1852) en Tjietske (1854) waren hem voorgegaan, en in de daaropvolgende jaren zouden er nog zes kinderen geboren worden. Vier van deze kinderen overleden binnen het halfjaar, zodat Jan opgroeide met drie oudere en twee jongere zusters.

Op donderdag 25 februari 1875, om 10.00 uur in de voormiddag moest Jan zich te Harlingen melden voor de militaire keuring, ofwel de Nationale Militie. In de militie-registers lezen we dat hij boerenknecht van beroep was en dus niet timmermansknecht, zoals we eigenlijk zouden verwachten. Vooralsnog trad hij dus niet in de voetsporen van zijn vader. Dankzij de keuring is er een kleine beschrijving van hem achtergebleven in de tijd:

  • Lengte: 1 meter 719 millimeters
  • Aangezigt: ovaal
  • Voorhoofd: normaal
  • Oogen: lichtbruin
  • Neus: spits
  • Mond: normaal
  • Kind: rond
  • Haar: blond
  • Wenkbraauwen: blond
  • Merkbare teekenen: aan de lip

Werden vele familieleden in de 19e eeuw afgekeurd wegens gemis aan lengte (kleiner dan 1.55 meter), Jan was groot met zijn bijna 1.72 meter. Zoals we in de beschrijving kunnen zien was hij blond, met lichtbruine ogen en een merkbaar teken aan de lip. Of dit een hazenlip was, een vergroeiing of iets anders, is niet duidelijk. Het was in ieder opvallend genoeg om genoteerd te worden. Jan werd vrijgesteld als eenige wettige zoon en hoefde dus niet als soldaat te dienen.

Jan trouwde op zaterdag 24 mei 1879, op dezelfde dag als zijn oudere zuster Tjietske. Sterker nog; ze trouwden in hetzelfde stadhuis, Tjietske eerst, direct gevolgd door Jan. Hij was 22 jaar jong, timmerknecht van beroep (dus toch!) en woonde te Midlum. Zijn echtgenote Trijntje Rienks Tinga was 23 jaar oud, dienstmeid van beroep, en woonde te Midlum. Dat was overigens niet haar geboortedorp, want ze was op maandag 9 juli 1855 te Gorredyk geboren, als tweede kind van vader Rienk Annes Tinga (kleermaker van beroep) en moeder Durkje Hantjes Grutter. Na de geboorte van Trijntje zouden er nog zes kinderen geboren worden, waaronder een tweeling (haar zuster Froukje werkte in 1892 als dienstmeid te ’s Gravenhage, ruim 200 kilometer van Midlum verwijderd). De ouders van zowel de bruidegom als de bruid waren bij het huwelijk aanwezig. Als getuigen traden op:

  • Johannes Jasper Kreemer, 54 jaar, veldwachter, woonachtig te Tzum
  • Johannes Kammenga, 53 jaar, veldwachter, woonachtig te Midlum
  • Karel Dirks Spanjer, 63 jaar, veldwachter, woonachtig te Zweins
  • Klaas de Wit, 68 jaar, secretarie klerk, woonachtig te Franeker

Gorredyk

Jan en Trijntje kregen samen de volgende kinderen:

  1. Pieter, 26 maart 1880 te Midlum – 7 december 1938 te Baard (58 jaar)
  2. Dirkje, 1 april 1882 te Midlum – 4 december 1969 te Franeker (87 jaar)
  3. Lieuwkje, 22 april 1883 te Midlum – 9 oktober 1972 (89 jaar)
  4. Rienk, 4 augustus 1885 te Midlum – 5 juni 1958 te Midlum (72 jaar)
  5. Aaltje, 25 maart 1889 te Midlum – 1 januari 1976 Bergum (86 jaar)

Jan was van vele markten thuis. Ooit was hij begonnen als boerenknecht, maar in 1879 was hij dan toch timmermansknecht. Of hij bij vader Pieter Jans in de leer was, is niet met zekerheid te zeggen, maar kan ook niet worden uitgesloten. In 1900 en 1905 treffen we Jan bij de notaris voor het opstellen van obligaties. In 1900 ging het hierbij om een schuld van 1.400 gulden (huidige waarde: 40.296 gulden, ofwel 18.285 euro), hoogstwaarschijnlijk voor de aanschaf van timmermaterialen. Een paar jaren echter zien we de focus verschuiven naar grond en landerijen. De eerste keer dat dit gebeurde was in 1910, toen hij voor een periode van vijf jaar een stuk weiland te Ried huurde. Jan was boer geworden. Twee jaar later werd hij het slachtoffer van een aanranding, zoals de krant van woensdag 21 februari 1912 schreef:

1912

In december 1915 kocht Jan een stukje grond te Midlum voor dertig gulden (huidige waarde: 599 gulden, ofwel 272 euro). Had hij dus eerder een perceel weiland gehuurd, in 1915 was hij klaar om te kopen. Voorzichtig, zo bleek, want voor dertig gulden mocht men niet al teveel verwachten, ook in 1915 niet. In het eerste kwartaal van 1916 was hij tweemaal bij de notaris. De eerste maal in februari, voor de verkoop van hun huis met erf te Midlum, voor de koopsom van 2.000 gulden (omgerekend: 35.912 gulden, ofwel 16.296 euro). Een maand later maakten Jan en zijn vrouw ieder afzonderlijk hun testament op. In januari 1917 kocht Jan vervolgens vier woningen met erf te Midlum, voor een bedrag van 1.850 gulden (omgerekend: 31.264 gulden, ofwel 14.187 euro). Hij was plotseling dus huisjesmelker geworden!

Van huisjesmelker tot koemelker bleek niet eens zo’n grote stap, in ieder geval niet voor Jan. Want in de jaren twintig zien we hem in verschillende aktes, in verschillende jaren, met het beroep koemelker genoteerd staan. Zoals gezegd was hij een man van vele ambachten. Maar de jaren gingen tellen en zowel Jan als zijn vrouw Trijntje hadden inmiddels een respectable leeftijd bereikt. Trijntje overleed eerst, op woensdag 9 december 1925, des namiddags ten tien ure te Midlum. De aangifte werd gedaan door Rinke Hoekstra, winkelier te Midlum, en Ane Buwalda, huisbewaarder te Franeker. Trijntje Rienks Tinga werd 70 jaar oud. Overleed moeder Trijntje op de negende december, haar zoon Pieter zou op de zevende december, en haar dochter Dirkje op de vierde december overlijden. Andere jaren, andere leeftijden, maar wel dezelfde maand.

Zeven jaar later waren het wederom Rinke Hoekstra en Ane Buwalda die zich bij de Burgerlijke Stand vervoegden. Ze lieten er noteren dat Jan op maandag 6 juni 1932, des voormiddags te halftien uur te Midlum was overleden. Jan Pieters Bruinsma werd 75 jaar oud. Overleed Jan op de zesde juni, zijn zoon Rienk zou later op de vijfde juni overlijden, zijn dochter Lieuwkje op de vierde juni.

Overlijden Jan