Aaltje Pieters (1851-1931)

Midlum 3

Plaats In De Stamboom
Ouders: Pieter Jans Bruinsma (1823-1901) & Lieuwkje Riemers Hibma (1828-1904)
Grootouders: Jan Pyters Bruinsma (1791-1875) & Geertje Jans Boersma (1795-1832)
Overgrootouders: Pyter Jelles Bruinsma (1747-1812) & Geertie Jans (1768-1846)
Betovergrootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Aaltje Pieters Bruinsma werd op maandag 21 april 1851, des morgens ten negen ure te Midlum geboren. Zij was het eerste kind van de 28-jarige timmerman Pieter Jans Bruinsma en de 22-jarige Lieuwkje Riemers Hibma. Na Aaltje zouden er nog negen kinderen geboren worden, waarvan er vier binnen het eerste levensjaar zouden overlijden. Toen het tiende en laatste kind in dit gezin geboren werd, was Aaltje 18 jaar en 11 maanden oud.

Aaltje was acht jaar oud, toen tien kilometer verderop, in het dorp Schalsum, Hendrik van der Sloot ter wereld kwam. Hij werd geboren op zondag 7 februari 1858, des morgens ten vier ure en hij was het eerste kind van vader Jacob Hendriks van der Sloot en moeder Antje Arends van der Wal. Na hem zouden er nog twee zusjes en een broertje geboren worden, dus hij groeide op in een relatief klein gezin.
Op vrijdag 12 mei 1876 verliet Hendrik het ouderlijk huis en ging wonen in het huis genummerd 16 te Schalsum. Hij was nog maar 18 jaar oud en werkte er, samen met vele anderen, als boerenknecht. In december 1877 keerde hij naar huis terug en woonde er bij zijn ouders, in het huis genummerd 29 te Schalsum. Het pand was nog relatief nieuw en was in 1862 gebouwd.

Aaltje werkte in die jaren ook in Schalsum, waar ze als dienstmeisje in de kost was. In 1877 raakte zij in verwachting en Hendrik was de vader. Waar het kind verwekt is zullen we nooit weten, maar is het vrijwel uitgesloten dat het op de boerderij was waar Jacob werkzaam was, of in het huis waar Aaltje als dienstmeisje de kost verdiende. Hoe het ook zij, op donderdag 13 december 1877 werd dochter Hendrikje geboren. In de geboorteakte werd met geen woord over Hendrik gesproken, want Aaltje en Hendrik waren nog niet getrouwd. Pas twee jaar(!) later, toen ze met elkaar in het huwelijk traden, werd bij de geboorteakte in de kantlijn toegevoegd dat Aaltje en Hendrik “het hiervorens vermelde kind voor het hunne” erkenden. Maar dat was dus pas in 1879. Na de geboorte van haar dochtertje keerde Aaltje naar Midlum terug, waar ze bij haar ouders ging wonen in het huis genummerd 4.

Schalsum

Het duurde dus behoorlijk lang voordat Aaltje en Hendrik met elkaar trouwden. Wellicht had dat te maken met de dienstplicht. Jacob was 19 jaar oud toen hij vader werd, maar hij moest nog gekeurd worden voor de Nationale Militie. Alleen als er meer dan genoeg goedgekeurde soldaten in zijn lichting zouden zitten, bestond er een kleine kans dat hij alsnog zou worden uitgeloot. Maar de kans was heel klein. Het feit dat hij vader van een kind was, of eventueel getrouwd zou zijn, was geen grond om uit dienst te worden vrijgesteld. Mocht hij worden goedgekeurd, dan zou hij het eerste dienstjaar van huis zijn en wie weet was dat de reden op het huwelijk uit te stellen. Wat de reden ook was: Hendrik werd goedgekeurd bij de militaire keuring en op maandag 6 mei 1878 werd hij ingelijfd bij het 1e Regiment Infanterie. Dit was precies zeven dagen na het overlijden van zijn vader, die op maandag 29 april 1878 te Schalsum overleed. Dankzij de militaire keuring is er een beschrijving van Hendrik bewaard gebleven:

  • Lengte: 1 Meter 644 millimeters (dus 1.64)
  • Aangezigt: rond
  • Voorhoofd: ordinair (= gewoon)
  • Oogen: blaauw
  • Neus: ordinair
  • Mond: idem
  • Kin: rond
  • Haar: lichtbruin
  • Wenkbraauwen: idem
  • Merkbare teekenen: geen

Aaltje was 28 jaar oud en naaister van beroep, toen ze op zaterdag 15 november 1879 dan toch in het huwelijk trad met de 21-jarige Hendrik Jacobs van der Sloot. Hun dochtertje Hendrikje was, op een maand na, twee jaar oud. Hendrik was nog minderjarig en zijn moeder Antje Arends van der Wal was er om “voor zover noodig” de bruidegom te assisteren. Officieel zou Hendrik pas op zaterdag 5 mei 1883 uit militaire dienst worden ontslagen, maar het eerste dienstjaar zat erop en dat betekende dat hij lange periodes thuis was met verlof. Toch, de commandant van zijn regiment moest toestemming verlenen tot het huwelijk. Waarbij in de akte fijntjes werd toegevoegd dat “het aangaan van een huwelijk, hem niet zal kunnen ontheffen van het vervullen van eenige verplichting ten aanzien der Nationale Militie.” De ouders van Aaltje waren bij het huwelijk aanwezig. Hieronder de handtekeningen van de bruid en bruidegom en van Aaltje’s ouders. Hendrik’s moeder ondertekende de akte niet omdat zij verklaarde “niet te kunnen schrijven, zulks niet geleerd hebbende.” Als getuigen traden op:

  • Johannes Casper Kreemer, 55 jaar, veldwachter, woonachtig te Tzum, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Johannes Camminga, 53 jaar, veldwachter, woonachtig te Midlum, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Karel Dirks Spanjer, 63 jaar, veldwachter, woonachtig te Zweins, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Klaas de Wit, 69 jaar, secretarieklerk, woonachtig te Franeker, vreemd aan bruidegom en bruid

Handtek Aaltje en Hendrik

Aaltje en Hendrik zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Hendrikje, 13 december 1877 te Schalsum – 29 december 1884 te Harlingen (7 jaar)
  2. Jacob, 1 oktober 1880 te Harlingen  – 6 december 1880 te Harlingen (2 maanden)
  3. Jacob, 13 februari 1882 te Harlingen – 13 september 1882 te Harlingen (7 maanden)
  4. Levenloos meisje op 4 juni 1884 te Harlingen
  5. Hendrikje, 22 december 1885 te Harlingen – 22 juli 1955 te Harlingen (69 jaar)
  6. Jacob, 3 maart 1887 te Harlingen – 21 juni 1972 te Apeldoorn (85 jaar)
  7. Lieuwkje, 13 februari 1891 te Harlingen – 6 juni 1972 te Purmerend (81 jaar)

Het gezin verruilde Midlum en Schalsum voor Harlingen, waar ze gingen wonen in wijk J, met het huisnummer 28. Maar het was niet alleen een verandering van woonplaats, uiteindelijk werd het ook een verandering van baan. Want tot begin 1881 was Hendrik nog werkzaam als boer en huurde hij een perceel bouwland van anderhalve hectare “ten noordwesten” van Schalsum. Toch zou hij de huur van dit perceel niet verlengen. En daar had hij goede reden voor. Rond 1880 was er in Europa sprake van zware crisis in de landbouw. In ons land werd Friesland het hardst getroffen. Boeren gingen failliet en trokken naar de stad. Anderen zochten hun geluk aan de andere kant van de oceaan en emigreerden naar Amerika en Canada. Zo schreef de Leeuwarder Courant in augustus 1881: “Gedurende het jaar 1880 zijn uit de haven van Harlingen naar Amerika via Rotterdam en Liverpool vertrokken 376 landverhuizers, waarvan 68 met gezin en 75 zoogenaamde alleenlopende personen.” Ook Hendrik moet geen uitweg hebben gezien uit de malaise. Hij was net getrouwd en was (in 1881) vader van twee kinderen, met een derde op komst. Hij zal hebben gesnakt naar een vaster inkomen, een baan ver verwijderd van het onvoorspelbare boerenbedrijf. Tussen 1881 en medio 1885 gaf hij arbeider als beroep op, wat hoogstwaarschijnlijk betekende dat hij als los werkman dan weer zeven maanden bij de ene- dan weer drie maanden bij de andere baas werkzaam was.

Harlingen

In juli 1881 was het feest in Harlingen. Er was kermis in de stad, er waren theatervoorstellingen en de “kunstglasblazerij” van de heer Meijer werd druk bezocht. En dat alles voor de zeil- en roeiwedstrijden die zouden plaatsvinden. De Engelse stoomboot Lyon en het Nederlandse fregat Urania lagen in de haven en hadden in de avond fraaije vuurwerken afgestoken, waarbij eene groote volksmenigte op de been was.” Op de dag van de wedstrijden waren “duizenden toeschouwers getuige van het uitgaan der schepen. Het terrein, de tribune en tal van schepen en stoombooten waren prachtig met vlaggen getooid, hetgeen bij de rustig kabbelende zee een heerlijk gezigt opleverde.” Ergens in die menigte zullen ze misschien wel gestaan hebben, Hendrik en Aaltje, genietend van het schouwspel.

Ondertussen bleef het jonge gezin niets bespaard. Dochtertje Hendrikje overleed in 1884 op 7-jarige leeftijd, zoontje Jacob overleed in 1880 en werd 2 maanden oud en een volgend zoontje, ook weer met de naam Jacob, overleed in 1882 na 7 maanden. In 1884 werd er vervolgens nog een levenloos meisje geboren. Het was begin 1885 en Aaltje en Hendrik hadden inmiddels vier kinderen gekregen, maar geen van die kinderen was in december 1884 nog in leven.

In 1885 werd Hendrik brievenbesteller te Harlingen. Postbode dus. Dat was een verantwoordelijke baan, want in de brieven en pakjes konden zich bijvoorbeeld obligaties en andere waardepapieren bevinden. Niet voor niets werden brievenbestellers met grote regelmaat opgepakt op verdenking van diefstal. De aanstelling- of het vertrek van een brievenbesteller werd dan ook vaak in de krant vermeld. Alles ging per voet en brievenbestellers maakten dan ook vaak gebruik van een zogenaamde hittekar; een postkarretje dat door een hond werd getrokken. Ook was het aan het einde van de 19e eeuw nog gebruikelijk dat de postbode gemiddeld vier maal per dag langskwam. En zelfs dat was niets vergeleken met Londen, waar de postbode twaalf maal per dag langskwam!

In 1887 werd Hendrik gepromoveerd tot conducteur der brievenmalen. In de tweede helft van de 19e eeuw breidde het spoorwegnet in Nederland zich sterk uit. In 1876 werden de zogenaamde ‘spoorwegpostkantoren’ op de vier belangrijkste spoorlijn ingevoerd. In de trein was een speciale ruimte waar postbeambten de post sorteerden. Dit bespaarde enorm veel tijd, want door dit ‘werkend vervoer’ was het niet langer noodzakelijk om voor elke plaats afzonderlijk gesloten zakken samen te stellen. Plaatsen die relatief weinig post ontvingen, werden door de postbeambten slechts op ”richting” gesorteerd, waarna de verantwoordelijke postambtenaar, de conducteur der brievenmalen, tijdens de rit deze post verder behandelde. Dit alles gebeurde nog overdag, maar in 1905 werd gestart met nachtposttreinen. De naam ‘conducteur der brievenmalen’ zou uiteindelijk verdwijnen, want in 1919 was Hendrik ‘postconducteur’ van beroep. De postconducteurs hadden zelfs een eigen vereniging, want in 1895 was de Bond van Conducteurs der Brievenmalen opgericht onder de naam Ons Belang.

Posttrein

In 1918 woonden Aaltje en Hendrik op ze Zoutsloot 40 te Harlingen. Dat huis had een lange historie en werd al in 1716 bewoond. In datzelfde jaar 1918 werd ook de hoofdelijke omslag (onze huidige gemeentelijke inkomstenbelasting) berekend. Voor Hendrik en Aaltje werd een bedrag van 1.100 gulden vastgesteld (wat nu neer zou komen op € 7.194). Het pand bestaat nog steeds en werd in 1970 volledig gerestaureerd.

Zoustloot

Op vrijdag 15 november 1929 vierden Aaltje en Hendrik hun 50-jarig huwelijksfeest. Het was nog een redelijk zonnige dag, met iets meer dan vier uur zon. Fris was het wel, want het kwik kwam niet boven de 8,5 °C uit. Aaltje en Hendrik vierden hun 50-jarige echtvereniging in besloten kring. Geen ontvangdag, lezen we in de advertentie.

50 jaar

Aaltje Pieters Bruinsma overleed op vrijdag 23 januari 1931, des voormiddags ten zeven ure te Harlingen. De aangifte van haar overlijden werd gedaan door de 62-jarige aanspreker Hopke van der Meij en de 51-jarige gemeentebode Jabob Noordbeek. Een aanspreker, ook wel doodbidder genoemd, lichtte de nabestaanden in, deed aangifte van het overlijden en regelde de begrafenis. Aaltje Pieters Bruinsma werd 79 jaar oud. Ze werd begraven in haar geboortedorp Midlum.

Hendrik zou zijn vrouw niet lang overleven. Hij overleed op maandag 4 maart 1935, des namiddags ten vijf ure te Harlingen. De aangifte van zijn overlijden werd gedaan door de 53-jarige aanspreker Auke Dirk Sijbesma. Hendrik Jacobs van der Sloot werd 77 jaar oud.

1935

midlum kerk 007

 

Advertenties