Pieter Jans (1823-1901)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Jan Pyters Bruinsma (1791-1875) & Geertje Jans Boersma (1795-1832)
Grootouders: Pyter Jelles Bruinsma (1747-1812) & Geertie Jans (1768-1846)
Overgrootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Pieter Jans Bruinsma werd op donderdag 13 februari 1823, des voormiddags tien uur te Wommels geboren. Daarmee was hij het 3e kind (en de 1e zoon) van schipper Jan Pyters Bruinsma en moeder Geertje Jans Boersma. Zijn zusjes Trijntje (1819) en Geertje (1821) waren hem voorgegaan. In de jaren na de geboorte van Pieter zouden er nog vier broertjes en zusjes geboren worden. In 1829 woonde het gezin in het huis genummerd 16 te Wommels, vlakbij Sybren Djurres Radelaar en zijn gezin, die op nummer 13 woonden. In mei 1832, toen Pieter negen jaar oud was, overleed zijn moeder op 36-jarige leeftijd. Twee jaar later, in augustus 1834, overleden zijn jongere broertjes Anne en Jelle. Anne op 16 augustus en Jelle vijf dagen later, op 21 augustus.

Ergens tussen 1832 en 1839 verhuisde Pieter met zijn vader naar Kubaard, waar ze in het huis genummerd 15 gingen wonen. Pieter’s broers en zusters waren toen het huis al uit. Ook zijn broertje Jan (13 jaar oud in 1839) woonde niet meer thuis, maar het is vrijwel zeker dat hij, na het overlijden van zijn moeder, bij familie werd ondergebracht.
In 1842 moest Pieter zich melden bij de Nationale Militie voor de militaire keuring. Daar, bij de loting, viel hem ten deel het nummer 27 hetwelk, tot heden, niet opgeroepen zijnde, hem tot geene dienst heeft verpligt. Als beroep liet hij timmerknecht noteren. Helaas werd bij de militaire keuring niet gevraagd naar zijn woonplaats, dus we weten niet zeker of hij toen nog in Kubaard woonde. In november 1849 woonde hij in ieder geval in het huis genummerd 12 te Midlum. Daar deelde hij onder andere de woning met de weduwe Jantje Jans Stremler, die timmermansche en winkeliersche van beroep was. Hijzelf was toen nog timmerknecht, dus het is heel goed mogelijk dat hij in de leer was bij de weduwe Stremler. Een paar maanden later kwam er een meisje in één van de kamertjes in het huis wonen. Haar naam was Lieuwkje en niet alleen zou Pieter verliefd op haar worden, hij zou ook met haar trouwen.

En zo trouwde de 27-jarige Pieter Jans op vrijdag 10 mei 1850 in Franekeradeel met de 21-jarige Lieuwkje Riemers Hibma. Lieuwkje was op woensdag 1 oktober 1828, des morgens ten half vijf uren te Pietersbierum geboren uit moeder Aaltje Harkes Hoogterp en vader Riemer Attes Hibma. Ook Lieuwkje’s moeder werd slechts 36 jaar oud; zij overleed in maart 1838. Op 30 september 1848, een dag voor haar 20e verjaardag, overleed haar vader. Voor de wet was Lieuwkje nog altijd minderjarig en dus werden er twee voogden aangesteld: Jouke Attes Hibma, landbouwer, wonende te Sexbierum en Daniel Harkes Hoogterp, houtzaagmolenaar, wonende te Almenum. In 1850 verklaarden beide mannen in hunne gezegde hoedanigheden toetestemmen in het huwelijk. Wel stonden zij erop dat de huwelijkse voorwaarden bij de notaris werden vastgelegd. Zo lezen we onder andere: De gemeenschap van goederen van winst en verlies en van vruchten en inkomsten blijft tussen de contactanten als echtgenooten uitgesloten; ieder hunner zal hebben en behouden wat er wordt bezeten. En vervolgens: De bijeengebragt wordende meubelen, huisgeraden, linnen, wollen, bedden met toe en aanbehooren en al wat tot de huishouding behoort, zullen ieder voor de helft toebehooren. De lijf en kleederdragt blijft ieders afzonderlijk eigendom. Daarnaast werd vastgelegd dat, mocht Lieuwkje kinderloos overlijden, Pieter Jans een aandeel hare nalatenschap gelijke met hare zusters en broeders zou ontvangen. Op de dag van haar huwelijk was Lieuwkje zonder bedrijf, ouderloos, verblijf houdende onder Midlum, doch volgens de wet woonplaats hebbende onder Sexbierum, de woonplaats van haren voogd Jouke Attes Hibma. Het was een speciale dag, want ook Lieuwkje’s zuster trad die dag in het huwelijk. Hieronder de handtekeningen van Pieter en Lieuwkje. De getuigen bij het huwelijk waren:

  • Jakkele Feddes Weidema, 40 jaar, veldwachter, woonachtig te Zweins, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Karel Dirks Spanjer, 34 jaar, koetsier, woonachtig te Zweins, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Frederik de Wit, 53 jaar, zonder bedrijf, woonachtig te Franeker, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Klaas de Wit, 39 jaar, klerk, woonachtig te Franeker, vreemd aan bruidegom en bruid

Samen kregen zij de volgende kinderen:

  1. Aaltje, 21 april 1851 te Midlum – 22 januari 1931 te Harlingen (79 jaar)
  2. Geertje, 10 september 1852 te Midlum – 16 februari 1919 te Pietersbierum (66 jaar)
  3. Tjietske, 30 augustus 1854 te Midlum – 26 april 1928 te Oppenhuizen (73 jaar)
  4. Jan, 1 augustus 1856 te Midlum – 6 juni 1932 te Midlum (75 jaar)
  5. Riemer, 27 augustus 1858 te Midlum – 28 februari 1859 te Midlum (6 maanden)
  6. Riemer, 11 oktober 1859 te Midlum – 6 november 1859 te Midlum (26 dagen)
  7. Riemke, 19 april 1861 te Midlum – 13 mei 1861 te Midlum (3 weken)
  8. Janke, 24 april 1865 te Midlum – 22 maart 1924 te Franeker (58 jaar)
  9. Riemke, 5 juni 1867 te Midlum – 20 augustus 1932 te Franeker (65 jaar)
  10. Trijntje, 20 maart 1870 te Midlum – 10 oktober 1870 te Midlum (6 maanden)

Volgens het bevolkingsregister bleven Pieter en Lieuwkje tot maart 1857 in het huis genummerd 12 wonen en dus werden hun eerste vier kinderen op dat adres geboren. In maart 1857 verhuisden ze naar de herberg van Midlum (pand genummerd 4) en vanaf dat moment was Pieter timmerman en kastelein van beroep. Hieronder wat voorbeelden van advertenties die met regelmaat in de krant verschenen. Let met name op de spelling van het woord zaterdag: in 1858 schreef men Saturdag en in 1864 was dat veranderd in Zaturdag. Het nieuwe woonhuis was echter ook de plek waar in totaal vier van hun kinderen kort nu de geboorte zouden overlijden.

Dat Pieter niet zomaar iemand gehuwd had, was al gebleken toen de huwelijkse voorwaarden in 1850 werden vastgelegd. De familie Hibma (en dus ook Lieuwkje) bezat weilanden en landerijen en op woensdag 11 oktober 1856 was de hele familie weer bij de notaris aanwezig voor de scheiding in eigendomsrechten van een stuk bepoldering, met daarbij: een molen, molenaars-huis, tuin en molendijk onder Sexbierum, een huis met erf te Sexbierum, een huis met stalling op de Koningsbuurt te Midlum, een huis met grond en erf op de Leeuwerikspolle te Midlum en een weidland te Midlum. De totale waarde bedroeg fl. 11.406,50 (omgerekend € 104.656) waarvan Lieuwkje voor een aandeel van fl. 2.281,30 (€ 20.929) werden genoteerd. Niet echt verwonderlijk dus dat de familie erop stond dat Pieter en Lieuwkje buiten gemeenschap van goederen zouden trouwen.

In 1860 verkocht Pieter, van beroep timmerman en kastelein twee woningen aan landbouwer Harmen Jans Hoogterp (vrijwel zeker familie van Lieuwkje). De koopsom bedroeg 900 Nederlandsche Guldens (huidige waarde € 9.219) en daarmee werd Harmen de eigenaar van een huis, bevattende twee woningen onder een dak, en erf, staande en gelegen onder Midlum, gequoteerd onder de nummer 107-A en 107-B.
In 1862 zaten Pieter en Lieuwkje bij de notaris, laatstgenoemde door haren echtgenoot ten dezen behoorlijk geauthoriseerd en met hem gesterkt. Het betrof hier een schuld van Lieuwkje van duizend Nederlandsche Guldens (omgerekend € 10.076) bij Jan van Schouwenburg Jacobszoon, steen en kalkfabrijkant en Hendrik van Schouwenburg Jacobszoon, mede van beroep steen en kalkfabrijkant, beide wonende te Harlingen. Als onderpand werd genoteerd eene huizinge en een stuk kooltjensland staande en gelegen onder Midlum. De tekst in de akte suggereert dat Pieter erbij was om haar met raad en daad bij te staan, maar het heeft er alle schijn van dat Lieuwkje heel goed op eigen benen kon staan.

Midlum onder Harlingen

In 1864 verkocht Pieter twee percelen land aan Jan Dirks Zeinstra, erfgezeten landbouwer wonende te Herbaijum. Een van de percelen bestond uit zeventien roeden, twee en zestig el oude weg, thans gebruikt wordende als weidland, gelegen te Herbaijum. Het perceel was, aldus de koopakte, door den verkooper aangekocht van het Rijk bij onderhandsche koopbrief verteekend den dertigsten April 1855. De totaalprijs bedroeg 186 gulden (omgerekend € 2.013).

In 1867 zaten Lieuwkje en Pieter wederom samen bij de notaris, ditmaal om een uitstaande schuld van 800 gulden (€ 8.073) bij Gerke Joukes Hibma, landbouwer (en ongetwijfeld familie van Lieuwkje) te Midlum. Als onderpand gaven Lieuwkje en Pieter op: een schuur en erf, met daarop thans een nieuw gebouwd woonhuis staande en gelegen te Midlum. Huis en erf ten inhoudsgrootte van 23 roeden, 21 ellen. In datzelfde jaar verkochten Lieuwkje en Pieter een huis met grond staande en gelegen onder Midlum, huis en tuin groot 3 roeden, 50 el aan Abe Jouke Hibma. De koopsom bedroeg 950 gulden: vierhonderd gulden moest bij verteekening voldaan worden (met andere woorden: direct na het ondertekenen van de akte), de resterende som van vijf honderd vijftig gulden op den twaalfden Mei 1867, zonder bijbetaling van intresten. Het jaar erop, in 1868, keerde Gerke weer bij Lieuwkje en Pieter terug, ditmaal voor de koop van een huis en erf onder Midlum, groot 1 roede, 70 ellen en tuin groot 13 roeden, 21 ellen. De koopsom bedroeg duizend gulden (€ 10.213). De koper, aldus de akte, zal zijn gekochte dadelijk kunnen aanvaarden, komende ook het genot en de voordeelen, benevens de hoed, noed en het onderhoud vanaf heden voor zijne risico. 

Toen hun dochtertje Trijntje in oktober 1870 overleed, was Pieter nog altijd kastelein en timmerman van beroep. Het is onduidelijk wanneer Pieter en Lieuwkje de herberg van de hand deden, maar ergens na 1870 woonden ze enige tijd in het huis genummerd 22-A te Midlum. Het was zeker niet hun laatste verhuizing, want in mei 1882 verhuisden ze naar het huis genummerd 200 te Midlum en was Pieter weer timmerman van beroep. In mei 1886 verhuisden ze naar het huis genummerd 206, waar ze alles bij elkaar tien jaar zouden wonen. In mei 1896 verhuisden ze tenslotte naar het huis genummerd 214 te Mildum. Pieter was toen 73 jaar oud en werkte nog altijd als timmerman. Hij overleed op maandag 28 januari 1901, des avonds ten half acht te Midlum. In de overlijdensakte werd genoteerd dat hij rustend timmerman was. Pieter Jans Bruinsma werd 77 jaar oud.

Lieuwkje overleefde hem maar kort. In de laatste jaren van haar leven woonde ze in haar geboortedorp Pietersbierum, waar ze op zondag 17 januari 1904, des namiddags te elf uur overleed. Lieuwkje Riemers Hibma werd 75 jaar oud.

Advertenties