Jan Pyters (1791-1875)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Pyter Jelles Bruinsma (1747-1812) & Geertie Jans (1768-1846)
Grootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Jan Pyters Bruinsma was het tweede kind in het gezin van vader Pyter Jelles en moeder Geertie Jans. Jan werd geboren op maandag 21 november 1791 te Kubaard, en gedoopt op zondag 1 januari 1792. Tweehonderdtwintig jaar geleden dus. Zoals gezegd was hij het tweede kind; zijn broer Jelle was hem voorgegaan (1789). Zoals we bij de beschrijving van zijn broer Jelle Pyters hebben kunnen zijn, werd het gezin getroffen door een zestal sterfgevallen in de jeugd van de beide broertjes.

Op zaterdag 26 april 1817 trad Jan in het huwelijk met Geertje Jans Boersma. Geertje was op dinsdag 20 oktober 1795 te Kubaard geboren in het gezin van vader Jan Klazes Boersma en moeder Trijntje Steffens Elgersma.  Jan was dus 26 jaar oud op de dag van het huwelijk, zijn vrouw Geertje was 22 jaar. De beide moeders van de gehuwden waren bij de plechtigheid aanwezig; de beide vaders waren al overleden. In de akte lezen we: …verklaren wij in naam van Z.M. den Koning der Nederlanden, dat Jan Pyters Bruinsma en Geertje Jans Boersma door het huwelijk zijn verenigd. Als getuige traden op:

  • Jan Klazes Boersma, vader van den bruid
  • Hendrik Annes Rodenhuis, goede vriend
  • Jelle Pyters Bruisma, broeder der bruidegom
  • Pieter Jans v.d. Schaaf, goede vriend

Handtek1S5

Samen kregen Jan en Geertje de volgende kinderen:

  1. Trijntje, 27 december 1819 te Wommels – 3 februari 1897 te Tzum (77 jaar)
  2. Geertje, 20 juni 1821 te Wommels – 11 januari 1907 te Makkum (85 jaar)
  3. Pieter, 13 februari 1823 te Wommels – 28 januari 1901 te Midlum (77 jaar)
  4. Sijbrig, 23 augustus 1825 te Wommels – 12 september 1825 te Wommels (20 dagen)
  5. Jan, 15 augustus 1826 te Wommels – 30 maart 1891 te Spannum (64 jaar)
  6. Jelle, 18 maart 1828 te Wommels – 21 augustus 1834 te Kubaard (6 jaar)
  7. Anne, 17 mei 1830 te Wommels – 16 augustus 1834 te Kubaard (4 jaar)

wommels 02

Vaak, veel te vaak, hebben onze voorouders nooit iets met notarissen en dergelijke van doen gehad. En dat is ontzettend jammer omdat die aktes en contracten ons de nodige extra informatie kunnen geven. Jan Pyters, schipper van beroep, was echter kind aan huis bij de notaris. In totaal zijn er zeventien notariële bezoekjes van hem teruggevonden! Dat die man nog aan varen toekwam; dat is een raadsel. Hieronder een greep van de meest interessante bezoeken:

  • 1822: Op zaterdag 16 februari 1822 meldde hij zich voor de eerste keer, en wel bij notaris W.K. Hoekstra te Wommels. Maar Jan kwam er niet voor een wissewasje. Toen hij achteraf naar buiten stapte, was hij 2500 gulden armer. Omgerekend zou dat nu een bedrag van ruim 58 duizend gulden zijn, ofwel ruim 26.300 euro. En een huis, stal, hof en erf te Wommels rijker. In de akte kunnen we precies lezen waar dit stukje grond zich bevond: ten Oosten de Pastorie, ten Westen de Trekvaart, ten Zuiden Gerrit Tjeerds van Tuinen en ten Noorden Willem Lammerts de Roos. Zoals gezegd was Jan Pyters schipper van beroep, en in de akte lezen we dat: indien de kopers verkiezen een Schipshuis te bouwen in het Haventje tuschen het verkogte en het Hof bij de Herberg, zulks zullen mogen doen. De verkoper was Folkert Reinders Rispens, keurmeester der botervaten te Wommels. En jazeker, dit is dezelfde Folkert Reinders Rispens die in 1839 de kostlyke wielanden zou opkopen van moeder Geertje Jans. Een verkoop waar ook Jan actief betrokken bij zou zijn.
  • 1823: Op zondag 6 juli 1823 was het tweede bezoek, wederom bij notaris Hoekstra. Jan Pyters was inmiddels schipper en winkelier. En het bleek dat Douwe Tjeerds Douma, boer te Wommels, in 1821, 1822 en 1823 een schuld had opgebouwd van 140 guldens, vanwege ontvangen winkelgoederen. Bij de notaris werd die dag  vastgelegd dat boer Tjeerds het bedrag in grof zilvergeld diende terug te betalen en dat er 4 ½% rente gerekend zou worden: bij wanbetalinge zal de hoofdsom met de daarop vervallende renthe dadelijk eischbaar zijn, zonder dat er eenige regtvordering zal worden vereischt. 
  • 1826: Zo meldde Jan Pyters zich op zaterdag 9 december 1826 wederom bij notaris Hoekstra. Daar werd namelijk per opbod een fors stuk land te huur aangeboden, behorende aan de Hervormde Kerk te Wommels. In de akte werd een lijst van eisen en restricties vastgelegd, zoals bijvoorbeeld: er mocht niets worden gekapt of gerooid, er mocht slechts 1 paard (tot 12 november ieder jaar) in het weiland lopen, er mocht alleen om het jaar gemaaid worden, enzovoort. Na voorlezing van alle regels en eisen begon het bieden. Hette Hyltjes Hiemstra, arbeider te Wommels, bracht het eerste bod uit: hij wilde het land wel huren voor 54 guldens per jaar. Pieter Jans van der Schaaf , koopman te Wommels, ging eroverheen en bood 57 guldens. Hette Hyltjes pareerde de aanval met een bod van 63 guldens per jaar. Dit was teveel voor koopman Pieter Jans; hij bezweek onder de druk. Jan Pyters had zich tot dan toe afzijdig gehouden, maar uiteindelijk plaatste hij dan toch zijn bod: hij was bereid 69 guldens per jaar te betalen voor de huur van het land. Hette Hyltjes capituleerde en zo werd Jan Pyters de huurder van 2 bunders, twintig vierkante roeden, zesenveertig vierkante ellen greidland. 

Snikschip 01

  • 1830 (1): Op dinsdag 14 december 1830 had Jan Pyters een dubbele afspraak bij notaris Hoekstra. In de eerste plaats werd notarieel vastgelegd dat hij zijn huis, hoving, erf en stalling te Wommels voor 2000 gulden verkocht aan Theunis Lieuwes Wynia te Kubaard. Zoals we konden zien, had hij deze in 1822 gekocht voor 2500 gulden. Nu, acht jaar later, verkocht hij alles weer, met 500 gulden verlies.
  • 1830 (2): Maar er moesten nog meer zaken gedaan worden op die 14e december 1830. Want naast zijn huis, verkocht Jan Pyters ook zijn Snik-Veerschip, genaamd De Snelheid, varende van Wommels op Leeuwarden, Sneek en Franeker en visa versa. Met zeil en treil (treklijn), trouwwerk, boomen, lijnen, kleden en wat verder tot aan hetzelfde mag behoren (bootje met mast, zeil, scheephuis). Koper was Theunis Lieuwes Wynia, die toestemde in de koopsom van 1800 guldens, in alhier goed gangbaar groot zilver of goudgeld. 

Verkoop Schip

1832

In 1832 woonde Jan met zijn gezin in de kom van Wommels zelf, waar hij een huis, schuur, erf en boomgaard had (zie onderstaand kaartje).

Jan Pyters 1832

Jan Pyter was inmiddels ook diaken van der Nederlands Hervormde Kerk te Wommels. Dit betekende onder andere dat hij namens de gemeente de armste families financieel kon ondersteunen, bijvoorbeeld bij overlijden van een van de gezinsleden. Een meer uitgebreide beschrijving hierover is te vinden op de pagina van zijn broer, Jelle Pyters.

Op dinsdag 22 mei 1832, om 10.30 uur in de ochtend, in huis nummer 31 te Kubaard, overleed zijn vrouw Geertje Jans Boersma. Ze werd slechts 36 jaar oud. En zo bleef Jan Pyters, boer van beroep inmiddels, dus alleen achter met 6 kinderen: Trijntje, Geertje, Pieter, Jan, Jelle en Anne Bruinsma.

Het jaar 1834 bleek een rampzalig jaar voor het gezin te zijn. Amper twee jaar na het overlijden van moeder Geertje Jans, verloor Jan Pyters twee van zijn kinderen in 5 dagen tijd. Anne ( 4 jaar oud) overleed op zaterdag 16 augustus 1834, gevolgd door Jelle (6 jaar oud) op donderdag 21 augustus 1834. Hoewel niet met zekerheid kan worden vastgesteld waaraan en waarom de beide kinderen zo kort na elkaar overleden, heeft het er alle schijn van dat dit slachtoffertjes zijn geweest van de cholera epidemie die Nederland in 1834 trof. Het is bijzonder ontroerend te zien hoe zorgzaam vader Jan Pyters en wijlen zijn vrouw voor deze kinderen waren. Want hoe jong de kinderen ook waren, Jan en Geertje waren al begonnen met sparen voor ze. Zo liet de 4-jarige Anne een bedrag van 256 guldens na (nu zou dat 5.952 gulden zijn, ofwel 2700 euro), terwijl er bij de 6-jarige Jelle een bedrag van 294 guldens en 31 centen als nalatenschap werd genoteerd.

Jan Pyters krabbelde weer op, hij moest wel. Hij had nog 4 kinderen om voor te zorgen, waarvan de oudste in 1832 nog maar 13 jaar oud was. In 1838 verkocht Jan Pyters een fors aantal spullen van de zathe Groot Lopens aan de Lollumervaart onder Cubaard. Hoogstwaarschijnlijk behoorde dit alles nog tot zijn erfdeel en was moeder Geertje Jans op het land bij Kubaard blijven werken. Jan Pyters zelf woonde immers in Wommels. Hoe het ook zij; op zaterdag 7 april 1838 was er een grote verkoop: melkkoeien, een stier, paarden, schapen met lammeren, emmers, een kaaspers met steen, vorken, scheppen, schilderijen, een kinderwagen en nog veel meer.

30 maart 1838

En dus zien Jan in 1838 nogmaals bij de notaris verschijnen, waar hij een huis en erf kocht voor 505 guldens. In 1846 verkocht hij alles weer, ditmaal met winst: het huis en erf werden voor 640 verkocht.

Hij hertrouwde niet en verhuisde uiteindelijk naar Spannum, waar hij tenslotte op 5 november 1875, om 23.00 uur in de avond, in huis nummer 10 overleed. Hij werd 83 jaar oud, waarvan hij 43 jaar als weduwnaar had doorgebracht.

Spannum 01

Advertenties