Hendrik Jelles (1921-1983)

Oom Henk jong

Plaats In De Stamboom
Ouders: Jelle Doedes Bruinsma (1895-1981) & Jantje Hendriks Bron (1898-1998)
Grootouders: Doede Jelles Bruinsma (1872-1954) & Jeltje Wiegers Vellinga (1871-1937)
Overgrootouders: Jelle Doedes Bruinsma (1828-1875) & Aafke Wytzes Wiersma (1842-1926)
Betovergrootouders: Doede Pieters Bruinsma (1797-1843) & Antje Jelles Hieminga (1801-1883)
Oudouders: Pyter Jelles Bruinsma (1747-1812) & Geertie Jans (1768-1846)
Oudgrootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Hendrik (Jelles) Bruinsma werd op maandag 26 december 1921, op Hocquart nummer 25 te Franeker geboren. Hendrik was dus een Kerstkindje en werd een dag vóór zijn vader Jelle Doedes Bruinsma geboren (maar uiteraard in een ander jaar). Vader Jelle was 25 jaar oud, moeder Jantje Hendriks Bron was 23. Hendrik was het tweede kind, en de tweede zoon, in het gezin; zijn broer Doede was hem in 1919 voorgegaan. In 1926 zou Wijger geboren worden, het derde en laatste kind in dit gezin. En zo groeide Hendrik dus op met een jongere en een oudere broer.

vlnr: Hendrik, Wijger, moeder Jantje, Doede, onbekend

Het is jammer dat we soms meer weten van mensen die honderden jaren eerder hebben geleefd, dan van de personen die we daadwerkelijk hebben gekend. Hendrik, ofwel Hinke, Henkie, Oom Henk, was zo’n man die we van dichtbij hebben meegemaakt, maar waar slechts wat anekdotes van zijn achtergebleven. Zo weten we dat hij ooit hevig verliefd is geweest op een meisje. Op een avond keerde hij, overmand door verdriet, terug naar het ouderlijk huis en ging direct naar bed. De gevoelens bleken niet wederzijds en Hendrik zwoer dat hij nooit meer verliefd zou worden. Zijn moeder suste hem en dacht dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen. Ze vergiste zich, want Hendrik taalde niet meer naar vrouwen en zou tot aan zijn dood bij zijn ouders blijven wonen. Misschien was zij echt de ware en wilde hij simpelweg nooit meer een ander. Of misschien wilde hij nooit meer gekwetst worden, want wat er die avond is gezegd zullen we nooit weten. Hendrik zelf sprak er nooit over.

Hij was bijna 19 jaar oud toen de 2e wereldoorlog uitbrak. En dat betekende dat hij het risico liep opgepakt te worden om in Duitsland in de fabrieken te werken. Samen met zijn broers dook hij onder bij een boer, maar details over hun verblijf aldaar zijn niet bekend. De enige anekdote die wel eens verteld werd, ging over de angsten die ze op een nacht hadden doorstaan toen ze voetstappen hoorden vlak boven hun ondergrondse schuilplaats in het veld. Ze hadden de adem ingehouden. Dichter en dichterbij kwam het geluid, groter en groter werd hun angst. Het bleek echter om grazende koeien te gaan die vlakbij hun schuilplaats aan de maaltijd begonnen waren. En het waren niet eens Duitse koeien.

Over zijn werkleven is ook weinig bekend. Dat komt omdat hij een groot deel van zijn leven niet werkte. Hij was als los werkman werkzaam in de bouw toen bleek dat hij eczeem op zijn handen kreeg, als die in aanraking kwamen met cement. Hij ging de ziektewet in en elke keer als hij een oproep van de dokter kreeg, kocht hij een zakje cement en stopte zijn jatten erin. Als kind begreep ik daar niets van. Dan kwam je op bezoek en zat Oom Henk weer met tien vingers in het verband. Het jeukte blijkbaar als een kat met vlooien, want hij krabde zich dan een ongeluk. Zo zat hij dus permanent in de ziektewet in het ouderlijk huis. In de zomer stond hij voor dag en dauw op en ging vissen, ’s avonds dronk hij wat biertjes in de achterkamer, terwijl de rest van de familie in de voorkamer zat. Dag in, dag uit, jaar in, jaar uit.

Oom Henk 1970

Hendrik was gezegend met een overdadige hoeveelheid onhandigheid. Tot grote hilariteit van zijn moeder trouwens. Op een keer ging zij een dagje weg en was het Hendrik die de afwas deed. De volgende dag vroeg zijn moeder waar de flacon afwasmiddel gebleven was. “Die heb ik er gisteren helemaal in gesodemieterd,” bromde Henkrik. En toen vader Jelle er hoofdschuddend aan toevoegde dat het schuim tot aan het plafond had gestaan, zat  beppe Jantje de rest van de middag te huilen van het lachen. Die zat aan tafel te gieren en probeerde met een heel klein zakdoekje de waterval te deppen.

Zo had Hendrik op een goede dag afgesproken om in de middag te gaan vissen met Jan. Hendrik was er blijkbaar helemaal vol van en had die ochtend wel honderd keer de naam Jan laten vallen. Valk na het (warme) middagmaal doezelde Hendrik even weg in de stoel. En daar kwam Jan aanzetten. Dus zijn moeder maakte Hendrik wakker en zei: “Hinke, Jan is er.” Waarop Hendrik totaal verdwaasd stamelde: “Jan? Jan? Wat Jan mem je? Wat Jan?” En daar ging beppe dan weer.

Het is een Friese traditie om het eerste kievitsei aan te bieden aan de Commissaris van de Koning. Vroeger werd het aan de Koningin aangeboden. Het eerste kievitsei staat symbool voor het begin van het voorjaar. In het vroege voorjaar trekken honderden erop uit om als eerste het felbegeerde eitje te vinden. Hendrik en zijn vriend Douwe de Boer deden dat ook en waren in 1970 de eersten die een kievitsei vonden….te Franeker. Goed, dat was dan nog maar Franeker en niet heel Friesland of de rest van Nederland, maar het haalde wel de krant:

Kievitsei

Hendrik rookte, al had hij wel eens geprobeerd te stoppen. Dan donderde hij de sigaretten en aanstekers in de gracht, om dan een paar dagen later alles weer opnieuw te kopen. Hij had trouwens ook ooit eens per ongeluk het stoffer en blik in de plomp gegooid, maar dat terzijde. Toen hij in 1982/1983 hoorde dat hij longkanker had, stopte hij definitief met roken. Maar toen wat het te laat. Aan de buitenkant merkte je niets aan hem en hij sprak nooit over het naderende einde. Hij fietste dan wel eens moederziel alleen het Friese land in en bleef uren weg. Maar als hij dan terugkwam was alles normaal. Hij sprak niet over die dingen, zoals hij nooit echt over persoonlijke dingen sprak. Zijn ziekbed was lang en zwaar en hij overleed tenslotte op donderdag 13 oktober 1983 op de Parklaan 22 te Franeker. Hendrik Jelles Bruinsma werd 61 jaar oud.

Overlijden Henkdrik