Jelle Doedes (1895-1981)

Jantje Bron en Jelle Bruinsma 3

Plaats In De Stamboom
Ouders: Doede Jelles Bruinsma (1872-1954) & Jeltje Wiegers Vellinga (1871-1937)
Grootouders: Jelle Doedes Bruinsma (1828-1875) & Aafke Wytzes Wiersma (1842-1926)
Overgrootouders: Doede Pieters Bruinsma (1797-1843) & Antje Jelles Hieminga (1801-1883)
Betovergrootouders: Pyter Jelles Bruinsma (1747-1812) & Geertie Jans (1768-1846)
Oudouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Jelle Bruinsma werd op vrijdag 27 december 1895, om 08.00 uur in de morgen te Franeker geboren. Hij werd geboren als derde kind (derde zoon ook) in het gezin van vader Doede Jelles en moeder Jeltje Vellinga. Zijn broertjes Doede (1892) en Wyger (1894) waren hem al voorgegaan. Twee jaar later (1897) werd zijn zusje Fokje geboren, maar zij zou nog geen 7 maanden leven. In de jaren erna werden zijn broertjes Valentijn (1898), Willem (1899) en Jacob (1904) geboren. Toen Jacob op 5-jarige leeftijd in 1910 overleed, was Jelle dus 15 jaar oud.

franeker 26

Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, was Jelle 19 jaar oud en was hij dus uitermate geschikt om als kannonen-voer te dienen. Bijna letterlijk, want de gemiddelde levensverwachting van een frontsoldaat tijdens de 1e wereldoorlog was 5 dagen. Maar hoe gruwelijk ook, het kon nog erger. Want de gemiddelde levensverwachting van een vliegenier in diezelfde oorlog bedroeg 17 uur! Gelukkig dus dat Nederland zich buiten de oorlog wist te houden, hoewel de Nederlandse regering zich daarvoor wel in allerlei bochten had moeten wringen. Grove schendingen van de Nederlandse neutraliteit, zoals het torpederen van tientallen Nederlandse vrachtschepen, werden stilzwijgend geslikt. En toen een Brits vliegtuig in 1917 per ongeluk Zierikzee bombardeerde, reageerde Nederland nauwelijks. De exacte gegevens over Jelle’s diensttijd zijn niet bekend, maar de kans is aannemelijk dat hij als soldaat de dodendraad bewaakte. Dat was een prikkeldraadversperring die de Duitsers in België hadden opgetrokken om het bezette België van het neutrale Nederland te scheiden.

Jelle trouwde op donderdag 29 mei 1919 te Franeker met Jantje Bron, die op dat moment in Beesterzwaag woonde. Het was een mooie, stralende voorjaarsdag, met temperaturen plaatselijk oplopend tot 16 graden. De ouders van de jonggehuwden waren aanwezig. Jelle was 23 jaar oud, Jantje 20. De verdere beschrijving over de herkomst van Jantje is te lezen op haar eigen pagina. Als getuigen traden op:

  • Doede Bruinsma, 26 jaar, hulppostbode, woonachtig te Franeker, broeder van den bruidegom
  • Oepke Vellinga, 28 jaar, los werkman, woonachtig te Franeker, zwager der bruid

Pak & Bep Hand

Jelle en Jantje kregen de volgende kinderen:

  1. Doede, 14 december 1919 te Franeker – 27 juli 1993 te Franeker (73 jaar)
  2. Hendrik, 26 december 1921 te Franeker – 13 oktober 1983 te Franeker (61 jaar)
  3. Wijger, 22 september 1926 te Franeker – 1 mei 1985 te Hallum (58 jaar)

In de periode dat Jelle geboren werd, begon de industrialisatie ook in Friesland voelbaar te worden. De boer kon met minder mensen toe, waardoor boerenknechten gedwongen werden ander werk te zoeken. Ook de grote landbouwcrisis aan het het einde van de 19e eeuw zorgde ervoor dat de keuze voor het boerenvak niet langer vanzelfsprekend was. In 1920 werd in Franeker de suikerfabriek opgericht, ofwel: de beetwortel-suikerfabriek Frisia. De timing kon niet slechter zijn, want vrijwel direct begon de suikerprijs sterk te dalen en raakte de fabriek in de problemen.

frisia-franeker12

In 1928 woonde Jelle met zijn gezin op Hocquart 25 te Franeker. Veel werk was er niet en toen in 1929 de beurs op Wall Street ook nog crashte, tuimelde Nederland in een zware depressie. Werklozen werden verplicht het werk aan te nemen dat hen werd aangeboden, wat het ook was en waar dat ook was. Zo liet de regering in die tijd de Afsluitdijk bouwen, het Amsterdamse bos aanleggen en veel kanalen graven. Of Jelle verplicht tewerk is gesteld of dat hij eieren voor zijn geld heeft gekozen en zelf zuidwaarts is gegaan, is niet duidelijk. Wel weten we dat ze in de mijnen in Limburg om mensen zaten te springen en van alles deden om de werklozen uit het Noorden die kant op te krijgen. Jelle en zijn gezin ging en vestigde zich nabij de Domaniale mijn bij Kerkrade. Het was van korte duur, want op 22 april 1930 keerde hij vanuit Kerkrade terug naar Friesland en vestigde zich op de Vijverstraat nummer 10.

Als we naar het adresboek van Franeker uit 1928 kijken, zien we Jelle als tweede van boven genoemd worden. Zo zien we ook een weduwe Bruinsma-Vellinga, maar dit was – verwarrend genoeg misschien – niet de moeder van Jelle. Het is uiteraard erg jammer dat de namen van de echtgenotes niet genoemd werden, behalve als het om een weduwe ging.

1928

Pake Jelle was mijn opa, en toen ik hem leerde kennen was hij al gepensioneerd. Het beeld wat ik van hem heb is dat van een hele rustige man, keurige man. Beppe Jantje en zoon Hendrik waren veel drukker in hun doen en laten en konden er ook van alles uitflappen. En dat was niet altijd even genuanceerd. Pake Jelle keek je dan aan en schudde meewarig zijn hoofd, alsof hij wil zeggen: hoor ze nou toch eens! Driemaal daags maakte hij een wandeling door het stadje, waar hij samen met de oude garde van Franeker de laatste nieuwtjes en roddels uitwisselde. Voordat hij dan de deur uitging moest de nog nettere kleren aan (hij verkleedde zich dus driemaal daags), waarbij geen detail over het hoofd gezien werd. Eindeloos lang schikte en herschikte hij zijn vestje, strik en hemd totdat alles perfect zat.
Wat als kind enorm indruk op me maakte was de ijzige stilte die er van je verwacht werd als G.B.J. Hilterman in de voormiddag zijn radiopraatje maakte. Praten was absoluut verboden en zelfs bewegen werd niet op prijs gesteld. Door de dag heen heerste er altijd vrolijkheid en frivoliteit in het huis, maar als Hilterman aan het woord was leek het wel of het einde der tijden nabij was. Dat kwam niet alleen door wat hij zei, maar door het ernstige, haast gespannen gezicht van pake Jelle. De dood was een groot taboe in het gezin. Daar sprak je niet over. Wie dat wel deed, soms per ongeluk, werd direct terecht gewezen. Toen pake Jelle met zijn vrouw en zoon in de Parklaan woonde, kwam hij een keer volledig overstuur de kamer binnenstappen. Er was direct paniek en Jantje vroeg wat er scheelde. Jelle vertelde dat hij was wezen wandelen en dat hij bij thuiskomst drie kraaien in de dakgoot had gezien. En dat betekende dat er weldra iemand in huis zou overlijden. Hij was toen al op leeftijd, maar huilde bittere tranen. De kraaien bleken onschuldig en iedereen in het gezin zou nog jaren leven.

Een paar jaren eerder, toen ze nog op de Tuinen te Franeker woonden, had Jelle zijn heup gebroken. Het herstel ging tergend langzaam, maar hij kwam er weer redelijk bovenop. Toen hij in oktober 1981 wederom viel, leek niets leek erop te wijzen dat er iets ernstigs aan de hand was. Hij had zijn hoofd bezeerd en moest ter controle naar het ziekenhuis, dat was het. Maar toen de ambulance kwam leek het wel of Jelle afscheid nam, alsof hij iets wist wat geen van ons kon weten. Hij werd naar het ziekenhuis in Leeuwarden gebracht en onderzocht. En terwijl de onderzoeken positief waren, gaf iets in hem het op en gleed hij op woensdag 14 oktober 1981 voor altijd weg. Jelle Doedes Bruinsma werd 85 jaar.

Leeuwarden

Dankbetuiging

Advertenties