Jelle Doedes (1828-1875)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Doede Pieters Bruinsma (1797-1843) & Antje Jelles Hieminga (1801-1883)
Grootouders: Pyter Jelles Bruinsma (1747-1812) & Geertie Jans (1768-1846)
Overgrootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Jelle Doedes Bruinsma werd op dinsdag 18 maart 1828 (een schrikkeljaar) te Lollum geboren. Het was die dag half bewolkt en de temperatuur bleef steken op zo’n 9 °C. Jelle Doedes was het tweede kind (en ook de tweede zoon) van vader Doede Pieters en moeder Antje Jelles. Zijn broertje Pieter Doedes (1826) was hem voorgegaan.

atlantis-9

Jelle Doedes werd om 03.00 uur in de nacht geboren. De naam van de ambtenaar is thoe Schwarzenberg en Hohenlansberg, een (bijzondere naam) die ook voorkomt in het leven van Sikke Thomas Dijkstra, maar dan een generatie eerder. Absoluut familie, geen twijfel over mogelijk, want zoveel thoe’s waren er niet. Toen Jelle Doedes drie jaar oud was werd zijn broertje Kornelis (1831) geboren. Zijn zusje Mettje was een nakomertje, zij kwam pas in 1840 ter wereld. Zijn vader Pyter Jelles overleed in 1843, toen Jelle Doedes 14 jaar oud was.

Al maandenlang circuleerden er berichten in de kranten over de slachting die de ‘Aziatische buikloop’ in Europa aanrichtte. Dichter en dichterbij kwam het en in 1832 was het dan eindelijk zover: de cholera kwam via Scheveningen ons land binnen. In totaal zouden ruim 7.000 mensen aan de ziekte bezwijken. Een Friese boer schreef op 27 oktober 1832 in zijn dagboek: In den aanvang dezer maand is de ziekte te Leeuwarden uitgebroken; tot den 24 dezer waren er 30 zieken geweest, waarvan 13 overleden, 4 hersteld en 13 in behandeling gebleven. In 1848, 1849 en 1866 zou de cholera epidemie terugkeren in Nederland. Alles bij elkaar zouden 22.000 mensen overlijden. In 1834 sloeg de roodvonk toe en schreef dezelfde boer op 6 mei in zijn dagboek: Ons zoontje Lijkle is nog steeds bedenkelijk ziek aan de roodvonk, hij heeft afwisselende koorts en is gedurig ijlhoofdig. Wij verlangen zeer naar beterschap. Zeide gister de Chirurgijn dat het wat beter was; wij hebben sedert altoos eerder verslimmering dan verbetering ondervonden. Zes dagen later schrijft hij: Behalven ons Lijkle en Klaaske en daarna IJltje, vervolgens Akke door dezen ziekte aangetast. Het is onuitsprekelijk welk een drukte het veroorzaakt vier zieken tegelijk te bedienen en het geween en geklag, zowel bij den dag als des nachts, is hartbrekende. 

In 1847 werd Jelle Doedes gekeurd bij de Nationale Militie (militaire dienst). Iets wat hij nog vaak zou doen, zoals de akte aantoont. Daarin lezen we dat hij uit hoofde van gebrek aan lengte in 1847, 1848, 1849 en 1850 telkens voor 1 jaar, en in 1851 om dezelfde reden voor altijd uit dienst is vrijgesteld. Dat betekende dus dat hij nog geen 1.55 meter lang was, de minimale lengte om in dienst te kunnen gaan. Hij woonde in 1864 nog te Lollum en was boerenkecht van beroep, terwijl zijn moeder Antje Jelles nog in Cubaard woonde.

Op zaterdag 11 juni 1864 trouwde de toen 37-jarige Jelle Doedes te Menaldum met Aafke Wytzes Wiersma (zonder beroep). Het was een prachtige dag, met temperaturen oplopend tot 22,5 °C. Aafke Wytzes was 22 jaar oud (dus 15 jaar jonger!) en werd geboren op 22 maart 1842, 01.00 uur in een huis genummerd 53 te Menaldum. Vader Wytze Jans Wiersma deed aangifte bij de Burgerlijke Stand, maar kon niet ondertekenen, omdat hij geen schrijven had geleerd. Wytze’s vrouw was Reinske Abrahams Berkenpas, zonder beroep, wonende ten zijnen huize. De getuigen waren:

  • Dirk Stellingwerf, 48 jaar, klerk, woonachtig te Menaldum, aan de jonggehuwden vreemd
  • Anne van Nus, 27 jaar, klerk, woonachtig te Menaldum, aan de jonggehuwden vreemd 
  • Christiaan Michiel de Vries, 59 jaar, politiebediende, woonachtig te Menaldum, aan de jonggehuwden vreemd 
  • Ids van der Ploeg, 35 jaar, klerk, woonachtig te Menaldum, aan de jonggehuwden vreemd 

Woonde Jelle Doedes drie maanden voor zijn huwelijk nog te Lollum, nu woonde hij te Tzum. Zijn moeder Antje Jelles (die drie maanden voor het huwelijk van haar zoon nog te Kubaard woonde), woonde inmiddels ook te Tzum en was dienstmeid van beroep. Niet iedereen was blijkbaar blij met het huwelijk. Zo waren de ouders (voor zover nog in leven) niet aanwezig en traden drie ambtenaren van de gemeente als getuige op. Alle getuigen aan de jonggehuwden vreemd, staat eronder geschreven. Geen familie dus, alleen ambtenaren van de gemeente.

Uit het huwelijk werden de volgende kinderen geboren:

  1. Reinskje, 13 september 1869 te Tzum – 28 april 1959 te Franeker (89 jaar)
  2. Doede, 19 juni 1872 te Tzum – 16 april 1954 te Franeker (81 jaar)
  3. Antje, 5 april 1875 te Tzum – 9 mei 1875 te Tzum (1 maand)
  4. Jeltje, 18 juli 1876 te Tzum – 16 mei 1880 te Tzum (3 jaar)

In 1879 bestond het dorp Tzum uit 145 huizen (143 bewoond, 2 onbewoond). In totaal waren er 546 inwoners (258 mannelijke en 288 vrouwelijke). Het armenhuis bevond zich in het dorp zelf en telde 32 inwoners (14 mannelijke en 18 vrouwelijke).

Wie midden 19e eeuw van A naar B wilde reizen, moest een behoorlijke dosis geduld hebben. Het was reizen van halteplaats naar halteplaats, waar de rijtuigen van nieuwe paarden werden voorzien. De paarden werden uitgespannen, zoals het heette. Op deze plaatsen was vaak een herberg waar de reizigers ook even op adem konden komen en iets konden eten en drinken. Daar komt het woord uitspanning dan ook vandaan. De reis kon per rijtuig of koets gaan, gevolgd door een gedeelte met de trekschuit en vervolgens weer per rijtuig. Niet voor niets zou de trein zowel het rijtuig alsook de trekschuit uiteindelijk verdringen. Zie hier de reistijden in 1840.

Reistijden

Jelle Doedes zou de geboorte van zijn jongste dochtertje Jeltje niet meer meemaken, want hij overleed op zondag 14 november 1875, 23.30 uur in een huis, genummerd 5 te Tzum. Zoals we in de akte kunnen lezen was hij op dat moment wegwerker van beroep. Hij werd 47 jaar oud en overleed dus, net als zijn vader, op jonge leeftijd. Zijn moeder overleefde hem en overleed in 1883. Ook zijn oudere broer Pieter overleefde hem en overleed in 1908.

Vijf jaar na de dood van Jelle Doedes kwam er een abrupt einde aan de zogeheten champagne jaren in de Friese landbouw. Boeren kwamen in grote problemen, de prijzen schoten omhoog en een bittere armoede op het platteland was het gevolg. Op zaterdag 16 april 1881 werd weduwe Aafke Wytzes opgepakt wegens diefstal. De uitspraak was op 23 april 1881: twee maanden gevangenisstraf in de Blokhuispoort te Leeuwarden en betaling van de kosten. Haar dochtertje Reinskje was nog geen twaalf jaar oud en haar zoontje Doede nog geen tien.

Aafke Wytzes

Frank Holl - Newgate - Committed for Trial 1878

Aafke Wytzes hertrouwde op 25 oktober 1885 met Douwe Klazes Gerlofsma. Ze overleed tenslotte op zaterdag 28 augustus 1926, 03.00 uur in de ochtend, in het gasthuis op Godsacker 35 te Franeker. Op de Godsacker 35 was 350 jaar lang (vanaf 1597) het Klaarkampster Weeshuis gevestigd geweest. Ze werd 84 jaar oud.