Doede Pyters (1797-1843)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Pyter Jelles Bruinsma (1747-1812) & Geertie Jans (1768-1846)
Grootouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Doede Pyters Bruinsma werd op vrijdag 6 oktober 1797 te Kubaard geboren. Merkwaardig toeval wil dat de beruchte drugsbaron Klaas Bruinsma op dezelfde dag, maar dan in 1953, ter wereld kwam. Maar Doede Pyters was dus veel eerder en van drugs had de beste man nog nooit gehoord. En een baron was hij al helemaal niet. Hij was het vierde kind van vader Pyter Jelles en moeder Geertje JansJelle Pyters (1789), Jan Pyters (1791) en Sibrichje Pyters (1794) waren hem al voorgegaan.

In zijn doopakte lezen wij: Den 22 October 1797 heeft Pyter Jelles zijn kind laten doopen, zijnde een zoontje, geboren den zesden October zeventienhonderd zeven en negentig, waarvan moeder is Geertje Jans, de naam van ’t kind is Doede. 

datum 02-04-04

Doede werd geboren zonder de achternaam Bruinsma, die pas in 1811 officieel werd. Dat hoeft trouwens niet te betekenen dat die naam zomaar uit de lucht kwam vallen. De achternaam Bruinsma was al veelvuldig in gebruik en reeds in 1622 komen we deze in aktes tegen. Het kan dus best zijn dat het gebruik van de achternaam ook in onze familie al heel normaal was. Maar als dat al waar is, dan was het voor huis-tuin-en-keuken gebruik. Met andere woorden: de achternaam Bruinsma wordt niet teruggevonden in de doop, trouw en overlijdensregisters vóór 1811. Hoe het ook zij: Doede werd geboren zonder, en stierf met. En dat kan niet iedereen zeggen. In 1812, toen hij 15 jaar was, overleed zijn vader Pyter Jelles. Zijn moeder Geertje Jans zette het werk op de boerderij Groot Loopens te Kubaard voort (nog tot 1828!) en we kunnen er zeker van zijn dat alle kinderen – zeker na het overlijden van hun vader  – volop mee hebben moeten werken op de boerderij.

In 1817 ging Nederland over op de gulden. Daarbij werden de volgende munteenheden in gebruik genomen: ½ cent, cent, 2½ cent, stuiver, dubbeltje, kwartje, ½ gulden, gulden, rijksdaalder, drieguldenstuk, vijfje, tientje en vijftigje. Zoals onze generatie dus overging van gulden naar euro, zo ging de zijne over van caroligulden naar gulden.

Begin februari 1825 was het merkwaardig weer; het was zacht en zwoel, alsof het voorjaar in aantocht was. De vissers wisten echter wel beter. Want in Schokland was al een steur in de netten aangetroffen en zoals iedereen wist voorspelde dat niet veel goeds. En inderdaad: het begon te waaien en te woelen en tussen 3 en 5 februari trok er een zware storm over ons land. Met name Overijssel, Groningen en Friesland werden zwaar getroffen door dijkdoorbraken en overstromingen. In totaal verloren 379 mensen het leven en grote delen van Friesland kwamen blank te staan. Die verrekte steur ook! De ramp voltrok zich op het moment dat Doede Pieters op het punt stond gekeurd te worden voor de Nationale Militie (militaire dienst, zoals wij zouden zeggen). De nasleep van de stormramp was echter zo groot dat alle keuringen in eerste instantie uitgesteld werden. Maar op 12 april 1825 verscheen de gevreesde oproep dan toch in de krant en diende hij zich op 28 april 1825, des namiddags ten 1 uur te melden in Bolsward. Zoals we bovenaan het krantenartikel kunnen lezen, wordt er verwezen naar de jongste overstromingen. Doede Pieters had geluk; hij werd vrijgeloot.

militie-doede-pieters

Blijkbaar was dit een reden om te vieren, want koud veertien dagen later trouwde hij: in 1825, op zaterdag den veertienden der maand mei, des namiddags ten drie uren, in Hennaarderadeel met Antje Jelles Hieminga. Antje werd op zaterdag 14 november 1801 te Wommels geboren en op de 29e november van datzelfde jaar gedoopt. Geboren en gedoopt als Antie, wat later verbasterde naar Antje. Antje’s ouders waren Jelle Jans Hieminga en Metje Jelmers Wiersma uit Wommels en waren beiden bij het huwelijk aanwezig. Doede was toen 27 jaar oud (zonder beroep) en Antje Jelles 23  jaar (zonder beroep). Het is merkwaardig dat hij zowel bij de militaire keuring van een maand daarvoor, als bij zijn huwelijk aangeeft zonder beroep te zijn. Terwijl we toch mogen aannemen dat hij zich het snot voor ogen werkte op de boerderij van zijn moeder. Als getuigen traden op:

  • Jan Pieters Bruinsma, 32 jaar, schipper, woonachtig te Wommels, broeder des bruidegoms
  • Jelle Pieters Bruinsma, 34 jaar, kleermaker, woonachtig te Tzum, broeder des bruidegoms
  • Ulbe Jans Hieminga, 39 jaar, boer, woonachtig te Hidaard, oom der bruid
  • Bauke Ypes Ypma, 64 jaar, rentenier, woonachtig te Wommels, goede vriend

Hieronder de handtekeningen. Links die van Doede, zijn vrouw Antje en die van moeder Geertje Jans. Rechts die van de broers Jan en Jelle Bruinsma, Antje’s oom Ulbe en de goede vriend Bauke.

Hand Doede & Antje & Broers

Zoals gezegd was Doede op zijn 27e nog altijd zonder beroep. Dat zou snel veranderen, want niet alleen verhuisde hij naar Lollum, hij werd ook boer. Nu bedraagt de afstand tussen Kubaard en Lollum hemelsbreed 3 kilometer (6 kilometer over de weg), dus we kunnen niet echt spreken over een enorme verhuizing. Maar toch, hij verliet Kubaard en vestigde zich met zijn vrouw te Lollum waar zij de volgende kinderen kregen:

  1. Pieter, 5 augustus 1826 te Lollum – 21 september 1908 te Lollum (82 jaar)
  2. Jelle, 18 maart 1828 te Lollum – 14 november 1875 te Tzum (47 jaar)
  3. Cornelis , 9 september 1831 te Lollum – 12 mei 1897 te Lollum (65 jaar)
  4. Mettje, 6 oktober 1840 te Lollum – 20 mei 1882 te Sneek (41 jaar)

Een relatief klein gezin dus voor die tijd. Maar nog opmerkelijker: alle vier kinderen bereikten de volwassen leeftijd en trouwden.

Op woensdag 28 maart 1832 bood Doede een partij vee, boerengereedschap meubelen en huisgeraden en al hetgeen meer zal worden te voorschijn gebragt. In de advertentie werden onder andere te koop aangeboden: koeien, een kaaspers, emmers, een hooiwagen, harken, 2 klokken, een tafel, 8 à 10 stoelen, een bed en glaswerk.

23 maart 1832

Er was een notaris uit Bolsward bij de verkoop aanwezig en zoals we in de advertentie kunnen zien begon de verkoop om 09.00 uur op woensdag de 28e maart 1832. In de akte lezen we: na ons met de verkoop bezig gehouden te hebben tot des namiddags, dus het was een lange, lange dag, waarbij alle goederen stuk voor stuk per opbod verkocht werden. En bitter koud, dat ook. De temperatuur kwam nauwelijks boven het vriespunt uit en er blies een ijzige noordoosten wind. Maar toch, zo zien we dat er twee stoelen verkocht voor 15 cent, terwijl de koeien en stieren voor 70, 78 en zelfs 80 gulden verkocht werden. De klokken en het glaswerk gingen blijkbaar toch niet onder de hamer, want ze komen niet voor op de lijst. Alles bij elkaar verdiende Doede Pieters die dag 696 gulden en 55 centen met de verkoop. Dat was een aanzienlijk bedrag, zeker wanneer men bedenkt dat het gemiddelde dagloon van een Friese boer in die tijd 83 centen bedroeg. Hieronder een deel van de lijst uitgewerkt:

Doede Pieters

Zoals we bij vader Pyter Jelles konden lezen, bezat de familie 17 verschillende landerijen, met een totale oppervlakte van ruim 3 en een halve kilometer. Op zaterdag 7 december 1839, des namiddags twee uur kwamen bijeen: notaris Isaac Jelting uit Franeker, moeder Geertje Jans en haar zonen: Jan Pyters, Jelle Pyters en Doede Pyters Bruinsma. Plaats van handeling: in de herberg bij de kastelein te Tzum. Daar werden alle landerijen in een akte vastgelegd en op zaterdag 21 december 1839 zaten ze er weer; de moeder en 3 haar zonen, bij de kastelein te Tzum. En ene Folkert Jans Rispens, die alle landerijen in één keer opkocht. Zesendertig voetbalvelden kostelyk weiland, ruim drie kilometer landerijen ….. voor de prijs van 3.184 guldens. Dus ja, ooit was het geslacht Bruinsma de trotse bezitter van een behoorlijke hoeveelheid land, maar op twee zaterdagen in december 1839, waarschijnlijk onder het genot van een drankje in de herberg, verdween het voorgoed uit ons bezit.

Hieronder: de handtekeningen en het bedrag met onkosten.

Handetekeningen Verkoop

Op 13 juli 1843 verschenen Symon Foeckes Engga (schipper van beroep) en Willem Piens Bakker (veldwachter) bij de Burgerlijke Stand en verklaarden dat Doede Pyters Bruinsma op den twaalfden der maand july, des morgens ten twee ure te Lollum was overleden. Hij werd slechts 45 jaar oud.

Toen haar man overleed was Antje Jelles zonder beroep, aldus de akte. Drie jaar later, in 1846, was zij werkzaam als dienstmeid. Veel van haar leven – zoals bij zoveel vrouwen in de vorige eeuw(en) – is helaas onbekend. Wel weten wij dat zij op zondag 11 februari 1883, 01.00 uur in de nacht, te Welsrijp overleed. Zij is 81 jaar oud geworden.

Welsrijp

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s