Pyter Jelles (1747-1812)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Jelle Hilbrands Bruinsma (1714-1792) & Siebrig Pieters Felsen (1720-1807)

Pyter Jelles Bruinsma werd geboren te Exmorra, om en nabij het jaar 1747. De exacte geboortedatum is nog niet gevonden en wellicht dat dit ook nooit zal gebeuren, omdat het doopboek van Exmorra helaas nogal wat hiaten bevat. Pyter Jelles was het tweede kind van vader Jelle Hilbrands en moeder Siebrig Pieters. Pyter’s broertje Hilbrand Jelles kwam in 1743 ter wereld en ook van hem is de geboortedatum niet gevonden.

Pic05

De huisjes op het platteland in die tijd waren klein en bestonden vaak uit twee kamertjes, waarbij de keuken de centrale plaats in nam. Er was uiteraard geen fornuis, stromend water, elektriciteit of verlichting. Een maanloze nacht in de 18e eeuw betekende letterlijk dat je geen hand voor ogen zag. Als er al een bed was, dan was het een kwestie van inschikken. Kinderen sliepen in de stal of in een kist met stro. Soms ook sliep men gewoon op de grond in de keuken. Toiletten waren er niet en op het platteland maakte men gebruik van meer-persoons latrines. De uitwerpselen die via de latrines in een beerput kwam, werden vervolgens over het land gestrooid en diende als mest. Sijpelde het besmette water in de waterputten, dan brak er tyfus of cholera uit. De gemiddelde levensverwachting was dan ook laag. In de 18e eeuw bedroeg de gemiddelde levensverwachting slechts 30 jaar. Het geloof nam een centrale plaats in ieders leven in, maar daarnaast was er ook veel bijgeloof. Niet alleen geloofden veel mensen nog in heksen, zeker op het platteland, maar waren er ook allerlei zaken, gebeurtenissen of handelingen die ongeluk zouden brengen. Zomaar een paar:

  • Aan tafel niezen: een sterfgeval in de familie
  • Tegelijkertijd de voor- en achterdeur van een huis openzetten
  • Iemand nakijken tot hij geheel uit het zicht verdwenen is
  • Na het invallen van de duisternis as opruimen
  • Geboortedag op 1 maart, 1 april, 1 augustus of 1 december
  • Drie molshopen naast elkaar
  • Een spin in de morgen (brengt kommer en zorgen)

Pas in het jaar 1800 gingen er stemmen op om het begraven in kerken te verbieden. Tot die tijd was dat de gewoonste zaak van de wereld. Overleed er iemand in de familie, dan werd het graf in de kerk geopend en werd het lichaam bijgezet. Door het herhaaldelijk oplichten van de stenen sloten deze op den duur niet meer goed aan. Met als gevolg dat de stank in de kerken overweldigend was, met name in de zomer. Pas in 1829 zou het verboden worden in kerken te begraven.

Pyter Jelles was twee jaar oud was toen zijn broertje Marten (1749) geboren werd, gevolgd in 1750 door zijn zusje Trijntje. Die overleed in hetzelfde jaar, dus toen er in 1851 weer een meisje werd geboren, werd ook zij Trijntje genoemd. Attie, zijn jongste broertje, zou in 1758 geboren worden; Pyter Jelles was toen inmiddels 9 jaar oud.

Op zondag 24 augustus 1760 verhuisde het gezin van Exmorra naar Kubaard, op een bewolkte, regenachtige dag met temperaturen die op 18 °C bleven steken. De afstand tussen Exmorra en Kubaard was hemelsbreed nog geen 13 kilometer, maar in die tijd was dat een grote stap.

Kubaard

Op maandag 14 april 1783 liet Pyter Jelles zich alsnog dopen (doop op belijdenis). Hij was toen al 36 jaar oud en nog steeds vrijgezel. Gelukkig voor ons trouwde hij tenslotte dan toch (anders waren wij er nu niet geweest), en wel op zondag 1 maart 1789 te Kubaard met de toen 21-jarige Geertie Jans. Er zat dus 15 jaar verschil tussen hem en zijn bruid, want Pyter was 42 jaar oud toen hij trouwde. Geertie (of Geertje) was op woensdag 31 augustus 1768 te Goënga geboren en ook zij had zich te Kubaard laten dopen (7 augustus 1791). Aan de Dijkstra kant zien we een verbondenheid met het geboortedorp die de Bruinsma’s op de een of andere manier nooit hebben gehad. Pyter Jelles kwam van Exmorra en Geertje Jans van Goënga, om elkaar vervolgens in Kubaard te huwen. Dat zag je echt niet vaak, zeker in de 18e eeuw niet.

Pyter-huwelijk

En hoewel er in de diezelfde 18e eeuw al condoomwinkels in Amsterdam en Den Haag waren, ging Pyter Jelles na het trouwfeest toch meteen aan de slag:

  1. Jelle, 30 november 1789 te Kubaard – 26 juli 1851 te Tzum (61 jaar)
  2. Jan, 21 november 1791 te Kubaard – 5 november 1875 Spannum (83 jaar)
  3. Sybrichje (Siebrigje) 10 december 1794 te Kubaard – 5 juli 1807 te Kubaard (12 jaar)
  4. Doede, 6 oktober 1797 te Kubaard – 12 juli 1843 te Lollum (45 jaar)
  5. Nieschjen, 1 juni 1801 te Kubaard – 18 september 1801 te Kubaard (3 maanden)
  6. Kornelis, 3 mei 1805 te Kubaard- 2 september 1810 te Kubaard (5 jaar)
  7. Pijter, 6 april 1813 te Kubaard – 23 november 1813 te Kubaard (7 maanden)

Dit betekende dus dat vader Pyter Jelles zijn laatste kind verwekte tot hijzelf 64 jaar oud was! Hij mocht de geboorte en het korte leventje van zijn zoontje Pyter niet meer meemaken; hij overleed krap vijf maanden voor de geboorte van zijn laatste kind.

In 1795 trokken de Franse troepen ons land binnen en begon de Franse bezetting. In 1811 werden alle Nederlanders verplicht een achternaam aan te nemen en werd (op last van de Franse bezetters) het bevolkingsregister ingesteld. En dus maakte Pyter Jelles op maandag 16 december 1811 de korte reis naar Wommels, op een stormachtige dag met hagelbuien. Te Wommels liet hij de naam Bruinsma als achternaam noteren. In de akte lezen wij: Pieter Jelles, wonende te Cubaard heeft dezelve verklaart dat hij aanneemt den naam van Bruinsma voor Famielie-naam, en dat hij heeft 3 kinderen: Jelle 22 jaar, Jan 21 jaar en Doede 12 jaar. 

Pyter-Bruinsma

De ambtenaar schreef Pieter, onze voorvader ondertekende met Pytter, maar wij houden het maar op Pyter. Hij ondertekende zonder de kersverse achternaam Bruinsma, alsof de grote gebeurtenis van die dag hem toch even parten speelde. Toch, Pyter Jelles deed het dan toch maar en die dag ging letterlijk de boeken in. Zijn oudere broer Hilbrand deed hetzelfde voor zijn gezin, maar dan in Arum. Waarom voor de achternaam Bruinsma gekozen is, valt niet meer te achterhalen. Een Dijkstra woonde aan de dijk, een Terpstra op een terp. Een bakker werd Bakker en een smid werd Smid. Maar bij Bruinsma kunnen we alleen gissen.

Toen zijn vader Jelle Hilbrands in 1792/1793 overleed, erfde Pyter Jelles een vierde deel van de de landerijen die tot de boerderij Groot Loopens behoorden. Pyter Jelles bleek een zeer succesvol boer, die door de jaren heen steeds meer land opkocht. Hoeveel grond hij daadwerkelijk bezat, werd pas duidelijk bij zijn overlijden, toen de notaris alle landerijen stuk voor stuk in een akte liet vastleggen. Zo lezen we dat de totale omvang was zijn land 23 bunders en 68 roeden bedroeg. Maar hoewel was dat nu eigenlijk? Welnu, een voetbalveld is gemiddeld 100 meter in lengte. De weilanden van Pyter Jelles besloegen in totaal 36 voetbalvelden. Dat was dus 36 x 100 = 3.6 kilometer weiland. Of, zoals het in de akte staat: kostelyk weiland. Al deze landerijen waren verdeeld in 17 verschillende lappen grond, onder andere aan en onder het dorp Spannum.

Weilanden

Pyter Jelles overleed op dinsdag 17 november 1812, tussen 01.00 en 02.00 uur in de nacht, in een huis genummerd 32 te Kubaard. Hij was 65 jaar oud.

Na zijn dood was zijn vrouw Geertje Jans nog tot 1828 boerin. Ze was inmiddels zestig jaar oud en werkte nog steeds op de boerderij en het land. Op woensdag 13 april 1831, des morgen ten 9 ure, vond er een grote verkoop plaats van goederen ten huize van de weduwe Pieter Jilles Bruinsma. Zo werden onder andere te koop aangeboden: 17 melkkoeien, 3 bruine paarden, een varken, hooiwagens, ploegen, melkvaten, 3 beste bedden, een eiken kast, tafels, stoelen, glas en hetgeen meer te voorschijn zal worden gebragt. 

13 april 1831

Geertje Jans overleed op vrijdag 13 november 1846, 02.00 uur in de nacht, in een huis genummerd 124 te Tzum. In de akte werd opgenomen dat zij 79 jaar was geworden. Dat is onjuist, zij werd 78 jaar oud.

Tzum

Advertenties