Jogchum Rommerts (1844-1927)

Arum

Jogchum Rommerts Bruinsma werd op donderdag 6 juni 1844, om tien uur in de ochtend, te Arum geboren. Daarmee was hij het tweede kind van vader Rommert Jans Bruinsma en moeder Maaike Jogchums de Vries. Twee jaar eerder, in mei 1842, was zijn zusje Lijsbeth geboren, vernoemd naar Jogchum’s moeder. Nu golden er door de eeuwen heen vrij strikte regels als het ging om het vernoemen van kinderen. Zo was het gebruikelijk de eerstgeboren zoon te vernoemen naar de grootvader, ofwel de vaders vader. Uitgaande van dat principe, had Jogchum dus eigenlijk Jan Rommerts Bruinsma moeten heten. Vader Rommert en moeder Maaike (de eerste wat meer dan de tweede, mogen we aannemen) kozen er echter voor hun eerstgeboren zoon naar de grootvader aan moederskant te vernoemen (dus de moeders vader). Misschien was deze tak van de Bruinsma’s zijn tijd ver vooruit, of misschien was er een andere, diepere, reden waar we nooit achter zullen komen. Hoe het ook zij: het werd niet Jan, maar Jogchum en na hem zouden er nog acht kinderen geboren worden, waarvan er drie levenloos ter wereld kwamen. Van de vijf andere kinderen zouden er drie op jonge leeftijd overlijden: Jan na 2 maanden, Aafke na 5 maanden en broertje Tjerk zou slechts elf jaar worden. Dus inclusief Lijsbeth en Jogchum zouden er tien kinderen geboren worden, waarvan er slechts vier de volwassen leeftijd zouden bereiken.

De winter van 1845 was bitterkoud. Op zondag 3 en maandag 4 november 1844 viel er al een dik pak sneeuw in bepaalde delen van Nederland. Daarna bleef het wisselvallig: dan weer vroor het, dan weer leek de winter zoetjesaan te verdwijnen. Het venijn zat echter in de staart, want in maart 1845 was het Siberisch koud. Op vrijdag 14 maart 1845 gaf het kwik in Leeuwarden -17 °C aan. In Groningen zakte de temperatuur diezelfde dag zelfs naar -21 °C. Er stond een snijdende oostenwind, waardoor de gevoelstemperatuur schommelde tussen de -30 °C en -40 °C. Andere tijden, andere winters.

Vernoemd of niet, ook Jogchum moest zich melden bij de Nationale Militie, voor de militaire keuring. In maart 1864 kreeg hij te horen dat hij was goedgekeurd, maar uiteindelijk zou hij alsnog worden uitgeloot. De Nationale Militie had in 1864 9.400 manschappen nodig: 9.000 voor de landmacht en 400 voor de zeemacht. Jogchum was dus een van de gelukkigen die alsnog werd uitgeloot. Maar dankzij de militaire keuring is er wel een summiere beschrijving van hem bewaard gebleven:

  • Lengte: 1 el 705 strepen (ruim 1.70 meter dus)
  • Aangezigt: rond
  • Voorhoofd: laag
  • Oogen: blaauw
  • Neus: spits
  • Mond: klein
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbraauwen: bruin
  • Merkbare Teekenen: –

In september 1876 overleed Jogchum’s vader en tot overmaat van ramp overleed zijn moeder slechts vijf maanden later. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Engeland, werd in ons land de doodsoorzaak niet in de overlijdensaktes vermeld. Heel af en toe vinden we een hint in een overlijdensadvertentie, maar in veel gevallen weten we simpelweg niet waaraan onze voorouders overleden zijn. Terwijl deze gegevens wel degelijk bijgehouden werden. In het jaar 1875 bijvoorbeeld overleden 104.479 Nederlanders, inclusief 7.645 levenloos geboren kinderen. In totaal 30.247 kinderen overleden in het eerste levensjaar, vervolgens nog eens 13.027 in de leeftijd tussen 1 en 5 jaar en tenslotte 4.364 in de leeftijd tussen 5 en 14 jaar. Als we de doodgeboren kinderen niet meetellen, stierven er dus in 1875 47.638 kinderen vóór het vijftiende levensjaar. Van de 104.479 stierven er 1.306 aan typhus, 195 aan pokken, 244 aan roodvonk, 1.196 aan mazelen, 1.190 aan croup, 1.404 aan kinkhoest en 134 aan dysenterie. Allemaal ziektes waar wij tegen ingeënt zijn, maar die in de 19e eeuwen tienduizenden mensen het leven kostte.

Jogchum was kooltjer van beroep, ofwel iemand die aardappelen, uien, kool enz. verbouwde. In 1877 nam hij, samen met Arjen Jenema uit Marum, de hypothecaire schuldvordering van 1.400 Nederlandse gulden (omgerekend ruim 14.000 euro) over van Folkert Meeter. Het betekende dat Jogchum niet geheel onbemiddeld was en ook bereid was het geld te investeren.

Huwelijk Jogchum en Froukje

Hij was inmiddels 34 jaar oud, toen hij op zaterdag 10 mei 1879 in het huwelijk trad met de 27-jarige Joukje Hoites Bruinsma. Bruinsma & Bruinsma dus. Zoals we hierboven kunnen zien was de oorspronkelijke trouwdatum op zondag 11 mei 1879 gepland, maar het werd dus een dagje eerder. Joukje was het vijfde, en laatste, kind van vader Hoite Fokkes Bruinsma en moeder Haulkje Dirks Nauta. Ze werd geboren op zondag 22 februari 1852, des nachts ten een ure te Achlum. Ten tijde van haar huwelijk werkte en woonde ze als dienstmeid te Arum. Jogchum’s ouders waren inmiddels overleden, maar Joukje’s ouders leefden nog en woonden te Hitzum. Hieronder de handtekeningen van Jogchum, Joukje en moeder Nauta. Joukje’s vader ondertekende de akte niet, omdat hij aangaf  “geen schrijven te hebben geleerd.” Als getuigen traden op:

  • Baune Falkena, 59 jaar, klerk, woonachtig te Bolsward, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Johannes Falkena, 31 jaar, klerk, woonachtig te Bolsward, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Gerardus Albertus Heldoorn, 54 jaar, concierge, woonachtig te Bolsward, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Gerrit Dijkstra, 37 jaar, volontair, woonachtig te Bolsward, aan de echtelingen van familie vreemd  

Handtekeningen Jogchum en Froukje

Jogchum en Joukje kregen samen de volgende kinderen:

  1. Froukje, 23 juli 1880 te Arum – 30 juli 1958 te Leeuwarden (78 jaar)
  2. Maaike, 2 december 1882 te Arum – 3 maart 1952 te Arum (69 jaar)
  3. Houkje, 12 november 1886 te Arum – 25 december 1970 te Rutten (84 jaar)

Jogchum was geboren en getogen in Arum: hij speelde er kind, trouwde er en zou er uiteindelijk ook overlijden. Het is niet precies bekend hoelang, maar zijn broer Jan Rommerts woonde in ieder geval tussen 1880 en 1890 bij Jogchum en zijn gezin in. In het bevolkingsregister staat hij genoteerd als “broeder” van Jogchum. Tot zaterdag 1 november 1913 huurde Jogchum “een uitmuntend stuk bouwland nabij de Hansuma-tille onder Arum.” Later huurde hij met zijn vrouw “een huizing met hok tusschen Arum en de Grauwe Kat.” De Grauwe Kat was (en is) een buurtschap tussen Witmarsum en Arum, officieel vallend onder de gemeente Arum. In 1920 kochten ze vervolgens een “woning met erf te Arum” voor 1.307 gulden (omgerekend: 7.138 euro). Zoals gezegd was Jogchum oorspronkelijk kooltjer van beroep, later werd dat guardenier (hovenier, tuinman). Hij zat zelden bij de notaris, kocht en verkocht geen huizen en landerijen (op de woning in 1920 na), en dus liet hij heel weinig achter in de geschiedenis om te ontdekken. Zo dichtbij, maar toch ook zover af.Grauwe Kat

Hij overleed op donderdag 26 mei 1927, “des voormiddags ten zes ure te Arum.” Jogchum Rommerts Bruinsma werd 82 jaar oud. Zijn vrouw Joukje zou hem ruim zeventien jaar overleven. Zij overleed tenslotte op maandag 18 december 1944, “te dertien uur, nul minuten te Arum.” Ze had een eerste en een tweede oorlog meegemaakt, maar zou de bevrijding van Nederland in mei 1945 niet meer meemaken. Joukje Hoites Bruinsma werd 92 jaar oud.Overlijden Jogchum

Advertenties