Rommert Jans (1816-1876)

Top Rommerts

Rommert Jans Bruinsma werd op vrijdag 11 oktober 1816, ’s middags ten twaalf uuren te Dongjum geboren. Daarmee was hij het eerste kind van de 24-jarige Jan Rommerts Bruinsma en de 19-jarige Lijsbeth Klazes Tjerkstra. Of Rommert een ongelukje was, valt niet meer zekerheid te zeggen. Feit is wel dat vader Jan en moeder Lijsbeth in juli 1816 met elkaar in het huwelijk traden. Lijsbeth was toen dus al in verwachting. Zoals gezegd was Rommert het eerste kind en ook de eerste in dit gezin die officieel met de achternaam Bruinsma geboren werd. In 1811 was de familienaam ingevoerd, dus zijn ouders waren nog geboren zonder- en zouden overlijden met een achternaam. Twee jaar na de geboorte van Rommert zou zijn zusje Aafke geboren worden. Vader Jan was slagter van beroep en het gezin verhuisde na de geboorte van Rommert van Dongjum naar Franeker. Ergens rond 1820 werd Jan gearresteerd omdat hij bij twee verschillen boeren vee had gestolen. Hij werd veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. Daarnaast werd hij gegeseld. Hij overleed op vrijdag 15 december 1820, des avonds ten acht uren in het tuchthuis van Leeuwarden. Moeder Lijsbeth was nog maar 23 jaar oud, Rommert was vier en zijn zusje Aafke was twee. Rommert zal dus heel weinig herinneringen aan zijn vader hebben gehad. Zijn moeder hertrouwde niet, dus het zal zwaar zijn geweest om het hoofd boven water te houden. Ze verhuisde met de kinderen terug naar Dongjum en werd arbeidster van beroep. Het vroege overlijden van zijn vader betekende ook dat Rommert hoogstwaarschijnlijk al op hele jonge leeftijd moest werken.

In 1835 moest hij zich melden bij de Nationale Militie voor de militaire keuring. Hij woonde toen nog in Dongjum en was boerenknecht van beroep. Er viel hem ten deel het Nummer 42, hetwelk, tot heden, niet opgeroepen zijnde hem tot geene dienst heeft verpligt.

Wanneer hij precies verhuisde is niet bekend, maar ergens tussen 1835 en 1837 verruilde hij Dongjum voor Arum. Hij woonde in bij landbouwer Rinze Jans Koopal, diens vrouw Antje Sijtzes Kooistra en hun vier kinderen. Rommert werkte er als boerenknecht, net als Frans Pieters Nauta, die ook bij het gezin Koopal inwoonde.

Arum

Rommert Jans Bruinsma, “jongeman” was 24 jaar oud, toen hij op zaterdag 8 mei 1841 in het huwelijk trad met de 20-jarige “jonge dochter” Maaike Jogchums de Vries. Maaike (of Maike volgens de geboorteakte) was op vrijdag 22 september 1820, nademiddags viere uur geboren te Arum en was het eerste kind van vader Jogchum Tjerks de Vries en moeder Sjoukje Douwes Scheltema. Na Maaike zouden er nog zes broertjes en zusjes geboren worden. Haar vader was in 1834 al overleden (dus toen Maaike veertien jaar oud was), maar haar moeder (bolloopster van beroep) was bij het huwelijk aanwezig, net als Rommert’s moeder. Zoals gezegd woonde Rommert in 1841 te Arum, waar hij werkzaam was als boerenknecht. Maaike was “volgens de wet woonachtig te Arum” maar was als dienstmeid in de kost in Achlum. In de trouwakte lezen we dat de vraag of zij elkanders echtgenoten wilden zijn “door hen uitdrukkelijk met Ja” beantwoord werd. Dat was zeker geen standaardzin in een trouwakte, dus het geeft aan dat zij echt met elkaar gaven. De akte werd ondertekend door Maaike en haar moeder en door Rommert’s moeder (waarbij de achternaam Tjerkstra met moeite geschreven werd). Rommert ondertekende de akte niet, omdat hij verklaarde “niet te kunnen schrijven.” Als getuigen traden op:

  • Hendrik Dijkstra, 29 jaar, klerk ten Secretarie, woonachtig te Bolsward, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Sijmons Pieters Bakker, 65 jaar, policie bediende, woonachtig te Bolsward, aan de echtelingen van familie vreemd 
  • Willem Piers Bakker, 45 jaar, policie bediende, woonachtig te Bolsward, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Harm Reinders van der Meulen, 27 jaar, exteur, woonachtig te Witmarsum, aan de echtelingen van familie vreemd

Handeteks

Rommert en Maaike zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Lijsbeth, 19 mei 1842 te Arum – 21 mei 1908 te Arum (61 jaar)
  2. Jogchum, 6 juni 1844 te Arum – 26 mei 1927 te Arum (82 jaar)
  3. Sjoukje, 18 juli 1846 te Arum – 5 februari 1917 te Witmarsum (70 jaar)
  4. Levenloos meisje op 23 maart 1849
  5. Jan, 2 mei 1850 te Arum – 6 september 1852 te Arum (2 jaar)
  6. Aafke, 23 februari 1852 te Arum – 24 juli 1852 te Arum (5 maanden)
  7. Levenloos meisje op 5 april 1854
  8. Levenloos meisje op 10 maart 1855
  9. Jan, 11 oktober 1856 te Arum – 17 december 1930 te Arum (77 jaar)
  10. Tjerk, 20 juli 1858 te Arum – 23 april 1870 te Arum (11 jaar)

Zoals we hierboven kunnen zien kwamen er maar liefst drie levenloos geboren meisjes ter wereld. In 1849 werd een certificaat opgesteld waarin Rommert verklaarde “dat het kind werkelijk dood ter wereld” was gekomen. Waarom dat certificaat opgesteld werd, is niet duidelijk. De kindersterfte was in die tijd enorm hoog en ook de levenloos geboren kinderen waren geen uitzondering. Bij de levenloos geboren meisjes in 1854 en 1855 werd duidelijk hoe arm het gezin was. In beide gevallen werd er namelijk een certificaat opgesteld waaruit bleek dat de ouders onvermogend waren de begrafeniskosten te voldoen. Alles bij elkaar zouden slechts vier kinderen de volwassen leeftijd bereiken. Maar die vier bereikten dan ook stuk voor stuk een gezegende leeftijd. De gemiddelde leeftijd tussen deze vier bedroeg 72 jaar en 5 maanden. Als we echter het gemiddelde nemen van alle kinderen (inclusief de levenloos geborenen), dan is dat slechts 30 jaar en 3 maanden.

Tussen 1850 en 1860 woonde Rommert met zijn gezin in Wijk A, in het huis genummerd 76-B, in de kom van Arum. Er was ook een huis genummerd 76, waar Reindert Lammerts Mulder in 1859 woonde, en een huis genummerd 76-A, waar Sjoerd van der Veen woonde. Of het hier om één enkele woning ging, die was opgedeeld in drie gedeelten, of dat het echt drie aparte woninkjes waren, is niet helemaal duidelijk. In het jaar 1859 werden de huizen omgenummerd en veranderde het huisnummer van Rommert en zijn gezin in 117. Tien jaar later woonde het gezin in het huis genummerd 145 te Arum. Had Rommert in 1838 nog Protestant als godsdienst laten noteren, na zijn trouwen hij en zijn vrouw Nederlands Hervormd.

Arum2

Rommert en zijn vrouw hebben vrijwel geen sporen in de geschiedenis nagelaten. Ze kochten geen huis, weilanden of landerijen en hun naam werd geen enkele keer in de krant genoemd. Daarnaast gaf Rommert vanaf de geboorte van zijn eerste kind steevast arbeider als beroep op, waardoor onmogelijk gezegd kan worden wat hij precies deed.

Het waren de 56-jarige Bauke Falkena, klerk van beroep, en de 51-jarige concierge Gerardus Albertus Heldoorn, beiden woonachtig te Bolsward, die zich in september 1876 bij de Burgerlijke Stand vervoegden. Ze lieten er noteren dat Rommert Jans Bruinsma op donderdag den zevenden der maand september, des avonds ten zes ure te Arum was overleden. Hij werd 59 jaar oud. Zijn vrouw Maaike zou hem slechts enkele maanden overleven, want ze overleed op maandag 29 januari 1877, des morgens ten acht ure te Arum. Wederom waren het de heer Falkena en Heldoorn die de aangifte verzorgden. Maaike Jogchums de Vries werd slechts 56 jaar oud.