Jan Rommerts (1792-1820)

Jan Rommerts (Bruinsma) werd op woensdag 16 mei 1792 geboren en te Tzum gedoopt op zondag 10 juni 1792. Met andere woorden: zijn geboorteplaats kunnen we niet meer 100% zekerheid vastellen. Het zou heel goed Tzum kunnen zijn geweest, maar de plaats zelf wordt niet in het uittreksel van geboorte genoemd. Zijn moeder Maaike Jans was de doopheffer, met andere woorden: zij hield haar zoontje ten doop. Jan was het eerstgeboren kind in het gezin en na hem zouden er nog vijf broertjes en zusjes geboren worden. Net als zoveel mannen in die tijd, had ook vader Rommert Hilbrands verschillende beroepen gedurende zijn leven. Zo was hij koopman en boer en had hij een hoeve met landerijen onder Tzum in bezit. Later was hij zelfs even herbergier te Welsrijp. Gezien deze beroepen en gezien het feit dat hij een forse som geld ontving bij de verkoop van zijn hoeve met landerijen, zal er geen sprake van armoede zijn geweest in het gezin.

Geboorte Jan

Misschien was er zelfs genoeg geld om de kinderen naar school te laten gaan. Hoewel we ons daar niet al teveel van voor moeten stellen. De klas was in veel gevallen niet veel meer dan een hok. Donker en naargeestig, en het is dan ook niet verwonderlijk dat veel tijdgenoten het vergeleken met een varkens- of schapenhok. Kinderen van verschillende leeftijden zaten in dezelfde klas. De school was verbonden aan de parochie en zo werd de leraar, of schoolhoude zoals een mannelijke leraar werd genoemd, betaald door de ouders. De kinderen uit arme gezinnen gingen naar de Lagere School, de kinderen van gegoede burgers kregen les aan huis. En zo was de leraar voor zijn inkomen dus afhankelijk van gezinnen die zelf nauwelijks genoeg hadden om het hoofd boven water te houden. Niet voor niets dat de leraar vaak in een aparte ruimte van de school woonde en wat op het land bijverdiende. Toch was er al in 1667 een leraar in Tzum, dus ook begin 19e eeuw zal er een schoolgebouwtje zijn geweest. Opmerkelijk is wel dat in het begin van de 19e eeuw al leraressen waren (ofwel schoulhouderes), dus in het onderwijs was er al veel eerder sprake van enige emancipatie.

Jan was 24 jaar oud, toen hij op zaterdag 6 juli 1816, des nademiddags ten zes uren te Wommels in het huwelijk trad met de 19-jarige Lijsbeth Klases Tjerkstra. Lijsbeth was op woensdag 16 november 1796 te Dongjum geboren en aldaar gedoopt op zondag 11 december 1796. Ze was het tweede kind (de tweede dochter ook) van vader Klaas Tjerks Tjerkstra en moeder Aafke Abes. In de akte lezen we dat de afkondigingen voor de hoofddeur van Ons huis der Gemeente zijn geschied op den tweeden en derden Zondag der maand juni j.l. telkens ’s morgens om Elf uur, en in de Gemeente Tzum op dezelfde tijden. Het gebruik van de achternaam was vijf jaar geleden ingevoerd, maar toch ondertekenden zowel Jan als zijn vrouw de trouwakte met alleen de voornaam en het patroniem. De getuigen bij het huwelijk waren:

  • Albert Sijbrens Lantinga, goede vriend en van competenten ouderdom
  • Reinder Hendriks Woudstra, goede vriend en van competenten ouderdom
  • Klaas Eeltjes Bijlsma, goede vriend en van competenten ouderdom
  • Willem Lammerts de Roos, goede vriend en van competenten ouderdom

Handtek Jan R

Jan en Trijntje kregen samen de volgende kinderen:

  1. Rommert, 11 oktober 1816 te Dongjum – 7 september 1876 te Arum (59 jaar)
  2. Aafke, 7 november 1818 te Franeker – 2 september 1858 te Zandbergen (gem. Odoorn) (41 jaar)

Jan was slagter van beroep en verplaatste zich dus rond 1817 van Dongjum naar Franeker (de stad telde in 1818 iets meer dan 6500 inwoners). Toen Jan’s tweede dochter geboren werd, was het de stadsvroedvrouw die de aangifte van geboorte regelde. Jan, aldus de geboorteakte was afwezig. Ergens in 1820 werd hij gearresteerd omdat hij bij twee verschillen boeren vee had gestolen. En dat was serieus vergrijp, want het vee was het inkomen van de boer. Helaas zijn de achterliggende stukken nog niet gevonden (in de Nieuwe Rechtelijke Archieven 1811-1838, inventarisnummers 732, 733, 734, 735 en 1174 komt zijn naam niet voor). Was dit zijn eerste vergrijp, of was hij eerder met de wet in aanraking geweest? Heeft zijn afwezigheid bij de geboorte van dochter Aafke te maken met het feit dat hij ook toen een gevangenisstraf moest uitzitten? Het zijn vragen die nog beantwoord moeten worden. Wat we wel zeker weten is de straf die hij voor de diefstallen kreeg: geseling en 1 jaar gevangenisstraf.

Cat-o-nine-tails

De geseling vond meestal plaats in de eerste dagen na aankomst in de gevangenis. Het tijdstip waarop dit gebeurde kon per gevangenis verschillen. Zo waren er zelfs gevangenissen waar de geseling in de late avond plaatsvond, als alle andere gevangen in hun cel opgesloten waren. Getuigen vertellen over de doodse stilte die er tijdens de geseling in de cellen heerste en de ijselijke kreten van de gestrafte die door het gevangeniscomplex galmden. In andere gevangenissen was het verplicht bij de geseling aanwezig te zijn. Het geselen zelf gebeurde met de zogenaamde kat-met-de-negen-staarten (cat ‘o nine tails). De negen stroken van de zweep waren oorspronkelijk gemaakt van touw en de slagen werden met volle kracht toegediend. Een priester die bij een geseling aanwezig was schreef: de man trilde en beefde over zijn hele lichaam toen hij werd vastgebonden. Nooit zal ik zijn gezicht vergeten, zolang als ik leef. Iedereen kent de uitdrukking zo wit als een lijk, maar tot die dag had ik dat nooit eerder bij iemand gezien. De ongelukkigen brulden het vaak uit van pijn, terwijl anderen huilden en om genade smeekten. Zoals een gevangene omschreef: het krijsen ging door merg en been. Het was het geluid van een gewond dier, onmenselijk, en het ging door lang nadat de geseling was afgelopen. Dit was het vreselijke lot wat Jan boven het hoofd hing.

Voor zijn vrouw Lijsbeth en de kinderen was het vonnis een regelrechte ramp. Gedurende een jaar kwam er geen geld binnen en werd het gezin ondergedompeld in bittere armoede. En dat met twee kleine kinderen van vier en twee jaar oud. Maar de treurnis was nog niet over, want Jan overleed op vrijdag 15 december 1820, des avonds ten acht uren in het tuchthuis van Leeuwarden. Wat de doodsonderzoek was, is niet te achterhalen. Misschien was hij ziek of werden de ontberingen hem teveel. Voor vrijwel alle gevangenen in die tijd was het niet het regime, niet het werk en niet het slechte eten dat het meeste lijden veroorzaakte, het was de kou in de cellen. Het harde leven in een 19e eeuwse gevangenis was niet voor iedereen te dragen en zelfmoord kwam regelmatig voor. Maar nogmaals; we weten het niet, het blijft speculeren. Jan Rommerts Bruinsma werd slechts 28 jaar oud.

Gevangenis1

En zo bleef Lijsbeth Klases dus achter met twee kleine kinderen. Ze zou hem lang overleven, maar niet meer hertouwen. Haar kinderen (die samen precies honderd jaar oud zouden worden), overleefden haar gelukkig. Ze overleed tenslotte op woensdag 6 april 1853, des namiddags ten twee ure in de huizing wijk EN nummer veertig te Franeker. Lijsbeth Klases Tjerkstra werd 56 jaar oud.