Gerryt Rommerts (1794-1825)

Gerryt Rommerts (Bruinsma) werd op zondag 18 mei 1794 te Tzum geboren, en aldaar gedoopt op zondag 8 juni 1794. Net als bij zijn broertjes en zusjes, was zijn moeder de doopheffer (met andere woorden; zij droeg haar kind ten doop). Gerryt was het 3e kind van vader Rommert Hilbrands en moeder Maaike Jans. Zijn broers Jan (1792) en Hillebrand (1793) waren hem voorgegaan, en na hem zouden er nog 2 zusjes en 2 broertjes geboren worden. Vader Rommert was boer en koopman te Tzum, maar verhuisde met zijn gezin in 1810 naar Welsrijp en werd er herbergier. Het was van korte duur, en reeds in 1813 bood hij de herberg alweer te koop aan. Zoon Gerryt was toen dus in zijn tienerjaren, die hij deels in Tzum, deels in Welsrijp doorbracht.

Gerryt mocht dan geboren zijn in het weidse Friese land, hij zou opgroeien in onder de Franse vlag. In de winter 1794-1795 marcheerden de Fransen over de bevroren rivieren de Noordelijke Nederlanden binnen en riepen de Bataafse Republiek uit. En zo groeide Gerryt dus op in bezet Nederland. Pas in 1813, dus toen Gerryt bijna 20 jaar oud was, zou er een einde komen aan de Franse bezetting.

Bat. Republiek

In 1817 moest hij zich melden voor de keuring bij de Nationale Militie, ofwel de militaire dienst. Hier werd per abuis genoteerd dat hij de 16e mei geboren zou zijn, maar dat moest de 18e mei zijn. Hij was in 1817 boerenknecht van beroep en woonde bij zijn ouders in Franeker. Gerryt had geluk, want bij de Loting was hem ten deele gevallen het Nummer 13, het welk, tot heden, niet opgeroepen zijnde, hem tot geenen dienst heeft verpligt. Dankzij de keuring is er een beschrijving van hem achtergebleven:

  • Lengte: 1.71
  • Aangezigt: groot
  • Voorhoofd: breed
  • Oogen: blauw
  • Neus: groot
  • Mond: klein
  • Kin: spits
  • Haar: –
  • Wenkbraauwen: donker
  • Merkbare Teekenen: –

Het is nogal wat: een man met een groot hoofd, een klein mondje, een grote neus, een breed voorhoofd en een spitse kin. Dat komt niet bepaalt flatteus over, op zijn zachts gezegd. En het is zelfs niet zeker of hij wel hoofdhaar had!

Toch, Willemke Zijlstra wilde wel met hem trouwen. En zo werden op zondag 1 en zondag 8 juni 1820, om elf uur in de ochtend, voor de Hoofddeur van het Huis der Gemeente met luider stemme en verstaanbaar de vooraankondigingen van het huwelijk gedaan. Vervolgens werd het document onverwijld aan de deur van het Huis der gemeente geplakt. En zo trouwde  de 26-jarige Gerryt Rommerts Bruinsma op donderdag 15 juni 1820, des voordemiddags ten elf uren, met de 24-jarige Willemke Cornelis Zijlstra. Willemke was op dinsdag 5 januari 1796 te Sexbierum geboren en aldaar gedoopt op zondag 7 februari 1796. Ze was het eerste kind van vader Cornelis Cornelisz en moeder Sipkje Arjens. Gerryt was in 1820 werkzaam als arbeider en woonde net als Willemke te Herbaijum. Willemke woonde er pas sinds vier weken en kwam van Berlikum. In Herbaijum was ze werkzaam als werkster. Gerryt’s ouders waren bij het huwelijk aanwezig, net als Willemke’s moeder. Haar vader Cornelis Cornelisz was in januari 1811 overleden, net voor de invoering van de Burgerlijke Stand. En zo moesten er voor haar huwelijk diverse getuigen opgetrommeld worden, die zworen Cornelis Cornelisz te hebben gekend en zij meenden zich duidelijk te herinneren, dat dezelve aldaar op den vijfden Januarij duizendachthonderdelf is overleden, eene dochter nalatende, Willemke Cornelis Zijlstra genaamd, dienstmeid te Berlicum woonachtig. Deze akte werd op 1 juni 1820 (dus 14 dagen voor het huwelijk) opgesteld. De getuigen waren toen dus nog in de veronderstelling dat Willemke in Berlikum woonde en werkte, terwijl ze volgens de huwelijksakte al vier weken in Herbaijim woonde. Zowel de bruidegom, de bruid en de moeder van de bruidegom ondertekenden de akte niet, omdat zij aangaven niet te kunnen schrijven. Als getuigen traden op:

  • Klaas Gerrits Braak, 44 jaar, arbeider, woonachtig te Ried, oom van de bruid
  • Jan Arjens Zijlstra, 40 jaar, arbeider, woonachtig te Franeker, oom van de bruid
  • Abraham Ferdu, 43 jaar, verver, woonachtig te Franeker, oom van de bruid
  • Frans Jans Hofma, 49 jaar, kooltjer, woonachtig te Ried, vreemd aan bruidegom en bruid

Grrit 01

Gerryt en Willemke kregen samen de volgende kinderen:

  1. Rommert, 21 maart 1821 te Herbaijum – onbekend, na 1888 – woonde toen in Amsterdam
  2. Sipkje, 16 juni 1822 te Zweins – 13 februari 1903 te Midlum (80 jaar)
  3. Kornelis, 2 februari 1824 te Zweins – 28 juni 1858 te Midlum (34 jaar)

Zoals we konden zien trouwde Willemke onder de naam Zijlstra. Ook bij de geboorte van Rommert in 1821 werd deze achternaam in de geboorteakte opgenomen. Vanaf 1822 echter veranderde zij haar familienaam in Rinia. Het waarom is onduidelijk, maar zij zou deze achternaam tot haar overlijden blijven gebruiken.

Gerryt was tichelaar, ofwel steenbakker van beroep. Dat betekende dat hij seizoenarbeider was, want in de winter lag het werk stil. Het werk was zwaar en het bestaan van een tichelaar en zijn gezin was uiterst onzeker. Vrouwen en kinderen werkten veelal mee en met name de steenbakkerij van Franeker was berucht om zijn extreem lange werkdagen. Het tichelwerk werd door een tijdgenoot als volgt omschreven: In de steenfabrieken wordt gevormd (de stenen) van circa 15 april tot circa 15 september. Het vormen geschiedt op een enkele uitzondering na in de open lucht en er wordt bij regen niet gewerkt. Men rekent gewoonlijk op 80 tot 90 volle werkdagen in het seizoen. De ovens worden gestookt tot omstreeks begin januari. Het stooken geschiedt door mannelijke personen boven de 18 jaar. Tijdens het stooken der ovens gedurende 4 tot 7 weken blijven eenige personen ook ’s nachts bij de ovens. Vrouwen werken alleen overdag, zoo nodig ook Zondags. Ze zijn gewoonlijk opzetster: zij dragen de luchtdrooge steenen van de plaatsen naar de stapels. Zij werken al naar mate de steenen droog worden, dus ongeregeld. Meisjes en ook kleine jongens zijn opsnijders; zij keeren de steenen tijdens het drogen. De kinderen werken bij de steenvormmachines om de vormen uit te schrapen en nat te maken. Ze besturen de hittenwagentjes om de steenen naar de plaatsen te brengen. Ook maken zij de plaatsen waarop de steenen worden gedroogd glad en effen.

Hieronder: het wel bekante Tichelwerk, genaamd de Boterton, onder MidlumTichelw 01

Tichelw2

Zoals we konden zien werd Gerryt’s zoontje Kornelis in februari 1824 geboren. Het jaar erop, op woensdag 2 maart 1825, des nachts ten drie uren, in het huis genummerd vierendertig te Midlum, overleed Gerryt. Aangifte van zijn overlijden werd gedaan door Harmens Eeumes Freitema, veldwachter van beroep, en Arjen Kornelis Rinia, arbeider; geburen van de overledene. Gerryt Rommerts Bruinsma werd slechts 29 jaar oud.

Zijn vrouw Willemke bleef achter met drie kleine kinderen. Rommert zou drie weken na het overlijden van zijn vader 4 jaar oud worden, Sipkje was 2 en Kornelis was net 1 jaar oud. Willemke zou niet hertrouwen en ruim 34 jaar weduwe blijven. Ze werkte vele jaren als arbeidster om het hoofd boven water te houden en haar kinderen te kunnen opvoeden. Ze stierf uiteindelijk op maandag 15 november 1858, des namiddags ten vier ure, in de huizinge nummer dertig te Midlum. Willemke Cornelis Rinia (Zijlstra) werd 62 jaar oud.