Rommert Hilbrands (1770-1835)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Hillebrand Jelles Bruinsma (1743-1824) & Eeke Rommerts de Boer (1746-1783)
Grootouders: Jelle Hilbrands (1714-1792) & Sibrig Piters Felsen (1720-1807)

Rommert Hilbrands (Hilbrands) Bruinsma werd op zaterdag 24 februari 1770 te Tzum geboren. Daarmee was hij het eerstgeboren kind van de 27-jarige Hillebrand Jelles en de 23-jarige Eeke Rommerts de Boer. De geboorte van Rommert kwam te vroeg, want vader Hillebrand Jelles en moeder Eeke Rommerts waren nog niet getrouwd; pas 2 maanden na zijn geboorte zou het huwelijk officieel voltrokken worden. Of de komst van Rommert de reden voor het huwelijk is geweest, of dat het huwelijk al gepland stond, valt niet meer te achterhalen.

Tzum R1

Rommert was 20 jaar oud, toen hij op zondag 27 november 1791 te Tzum in het huwelijk trad met Maike Jans (later: Maaike Jans) Miedema. Maaike was op vrijdag 28 september 1764 te Tzum geboren en werd op zondag 7 oktober 1764 aldaar gedoopt. Haar ouders waren Jan Gerryts en Tryntje Jans. Op de dag van het huwelijk woonde Maaike in Kubaard, maar zou zich met haar man Rommert te Tzum vestigen. Welk beroep Rommert in deze periode uitoefende, is niet geheel duidelijk. Hij was in ieder geval niet onbemiddeld, want zowel in 1792 als 1794 vinden we in twee willekeurige trouwaktes uit Tzum de vermelding dat iemand als dienstknecht werkzaam is bij Rommert Hillebrands. En wie er een dienstknecht op na kon houden, had geen klagen.

Rommert en Maaike kregen de volgende kinderen:

  1. Jan, 16 mei 1792 te Tzum – 15 december 1820 te Leeuwarden (28 jaar)
  2. Hillebrand, 11 april 1793 te Zweins – 2 september 1842 te Jelsum (48 jaar)
  3. Gerryt, 18 mei 1794 te Tzum – 2 maart 1825 te Midlam (29 jaar)
  4. Eke, 28 oktober 1796 te Tzum – 4 oktober 1855 te Zweins (58 jaar)
  5. Albert, oktober 1799 te Tzum – 16 januari 1824 te Cornjum (24 jaar)
  6. Wybe, 24 juli 1800 te Tzum – september 1800 te Tzum (1 maand)

Alleen Eke zou de 50 levensjaren halen en de gemiddelde leeftijd van de kinderen bedroeg dan ook 30 jaar en acht maanden. Bij de doop van alle geboren kinderen was het moeder Maaike die de kinderen ten doop hield (doopheffer). Rommert zou pas op 27 mei 1802 gedoopt (doop op belijdenis) worden, dus ver na zijn huwelijk en een aantal jaren na de geboorte van zijn laatste kind uit dit huwelijk.

In 1811 werd de inwoners van Nederland vriendelijk, doch dringend verzocht een achternaam te laten registreren. En dus moest Rommert, getrouwd en vader van 5 kinderen, dit uiteraard ook doen. Rommert deed het op zijn gemak, want pas op maandag 20 januari 1812 vervoegde hij zich bij het Gemeentehuis van Tzum. Hij bleek een aparte, want hij liet niet in de akte opnemen dat hij voor de familienaam Bruinsma gekozen had. In plaats daarvan verklaarde hij dat vader Hilbrand Jelles Bruinsma, wonende te Lollum, nog in leven was. En daarmee was voor hem de kous af. Want zo vader Bruinsma, zo zoon Bruinsma, nietwaar? In de akte lezen we ook dat hij koopman en huisman (=vrije boer) van beroep was.

1811 Naamgeving

In 1812 besloot hij zijn zathe (hoeve) en landerijen onder Tzum voor een periode van 7 jaar te verhuren. Nederland maakte nog steeds deel uit van Frankrijk, dus de advertentie die hij in de krant liet zetten, werd zowel in het Frans als het Nederlands afgedrukt. In dezelfde maand, op dingsdag, den 31 maart 1812, des morgens ten 9 uren, ten huize van Rommert Hilbrands Bruinsma, onder Tzum bood hij onder andere te koop aan: koeien, hokkelingen, een bul, twee paarden, hooiwagens, karren, een rasp, koperen emmers en nog veel meer. Deze openbare verkoop leverde hem in totaal 2.101 francs op, ofwel 4.244,02 gulden. Vandaag de dag zou dat 98.600 gulden, ofwel 44.775 euro zijn.

9-3-1812a

31 maart 1812

Zagen we eerder dat Rommert koopman en vrije boer was, rond 1810 vinden we hem en zijn gezin terug als kastelein in een herberg te Welsrijp. Het was blijkbaar geen succes, want reeds in 1813 bood hij het huis en de herberg weer te koop aan. In de advertentie lezen dat de keizerlijke notaris in de arm werd genomen en dat het stuk grond in gebruik was by den eigenaar Rommert Hilbrands Bruinsma cum uxore (=en zijn vrouw).

Herberg Welsryp

Het gezin verruilde Welsrijp voor Franeker, maar ook dat was maar voor korte tijd, want in 1820 treffen we het gezin in Makkum. Het waren zware jaren voor Rommert en zijn vrouw, want hun zoon Jan overleed in 1820 (in het tuchthuis van Leeuwarden), zoon Albert en Rommert’s vader in 1824 en zoon Gerrit in 1825. In 1830 waren Rommert en zijn vrouw weer terug in Tzum. Daar, in de huizinge nummer achtendertig overleed zijn vrouw Maaike Jans op dinsdag 22 juni 1830, om 12.00 uur in de middag. Ze werd 64 jaar oud.

Rommert verliet Tzum en ging weer in Welsrijp wonen. En op donderdag 19 mei 1831, om elf uur in de ochtend, trouwde hij opnieuw. Hij was inmiddels 61 jaar oud toen hij in het huwelijk trad met de 45-jarige Geertruida Andries Koopmans. Geertruij (later Geertruid en weer later Geertruida) werd op donderdag 24 november 1785 te Bolsward geboren en aldaar gedoopt op zondag 11 december 1785. Op de dag van haar huwelijk woonde ze in Harlingen en was ze naaister van beroep. Ze was getrouwd geweest met Ruurd Fredriks Duman (metzelaatsknegt). die in september 1826 was overleden. Haar vader was Andries Arjens Koopmans (bijgenaamd van der Spoel volgens de trouwakte) en bij leven was hij blauwverver van beroep. Dit betekende dat hij in het productieproces van de lakennijverheid een van de meest belangrijke functies vervulde. Als het laken was geweven ging het naar de verver. Deze bereidde de verf in grote ketels, die hij vulde met plantaardige verfstoffen, water en beits-middelen als aluin en urine. Het mengsel werd aan de kook gebracht en dan roerde de verver, meestal bijgestaan door enige knechten, met lange stokken de lakens urenlang door het dampende verfbad. Geertruida’s moeder was Anke Johannis en in de trouwakte lezen we dat vader Andries Arjens en moeder Anke Johannis beide in mei 1802 overleden. Of de ouders door ziekte, een ongeluk of louter per toeval in dezelfde maand overleden, is niet meer te achterhalen.

Voordat het huwelijk voltrokken kon worden, moesten er diverse aktes worden opgemaakt. Zo wist Rommert bijvoorbeeld niet waar en wanneer zijn moeder was overleden. En dus verschenen er in april 1831 vier getuigen voor de Vrederegter van het kanton Bolsward: Elias Gerrits de Haas, ratelaar te Bolsward, Leendert Sjoerds Bartsten, ratelaar te Bolsward, Tjitte Martens Wiersma, waagknegt te Bolsward en Ietze Johannes Schaafsma, timmerman te Bolsward; allen van competenten ouderdom, die verklaarden dat zij zeer wel gekend hebben de moeder van Rommert Hilbrant Bruinsma. Voorts verklaarden zij onder ede dat moeder Eeke Rommerts in 1791 te Lollum was overleden (dit was onjuist, want moeder Eeke overleed in 1783).  

De getuigen bij het huwelijk waren:

  • Jan de Boer, 69 jaar, stadsbode, woonachtig te Harlingen, goede bekende van de contractanten
  • Jacob van Houten, 64 jaar, stadsbode, woonachtig te Harlingen, goede bekende van de contractanten 
  • Gerrit Rekkers, 52 jaar, stads dienaar, woonachtig te Harlingen, goede bekende van de contractanten
  • Bote Louwrens Tuinenga, 50 jaar, commis der Secretarye, woonachtig te Harlingen, goede bekende van de contractanten 

 

Welsrijp R3

En zo vestigden Rommert en zijn 2e vrouw Geetruida zich in Harlingen. In 1832 kocht hij een huis achter de Lombard, wijk D nummers 129 en 130. Koopsom 140 gulden. Ofwel, omgerekend naar onze tijd: 3.255 gulden; 1.477 euro. Rommert mocht dan inmiddels over de 60 jaar zijn, hij en zijn nieuwe vrouw kregen toch nog een kind:

  1. Cornelia, 24 januari 1833 te Harlingen – 22 februari 1859 te Harlingen (26 jaar)

Lang zou Rommert niet van zijn laatste dochtertje kunnen genieten, want hij overleed op woensdag 18 november 1835, des morgens ten vier ure in de Bildtstraat, huisnummer A 69 (huidig adres: Bildtstraat 22) te Harlingen. Hij werd 65 jaar oud en in de overlijdensakte zien we dat hij als aschman / askarreman (vuilophaler) werkzaam was. Een merkwaardig beroep voor een man die ooit landerijen, een herberg, een hoeve en huizen in bezit had. Zijn vrouw Geertruida overleefde hem dus en zou een paar jaar later hertrouwen. Ze overleed tenslotte op 64-jarige leeftijd, op zaterdag 6 april 1850, om 14.00 uur in de middag te Harlingen.

Bildtstraat 22

 

Advertenties