Elisabeth Iemes (1870-1955)

Lollum

Het principe dat dames voorgaan, ging niet op bij de geboorte van Elisabeth Iemes Strikwerda. Want het was haar tweelingbroertje Anne die op zondag 21 augustus 1870 des namiddags ten half twee ure als eerste geboren werd, gevolgd door Elisabeth die des namiddags ten twee ure te Lollum ter wereld kwam. De komst van een tweeling werd niet altijd en niet door iedereen met gejuich ontvangen. Sommigen dachten dat tweelingen onheil brachten voor het gezin en het hele dorp. Ook werd algemeen aangenomen dat tweelingen een gemeenschappelijke ziel hadden. Dat zorgde er bijvoorbeeld voor dat ene nooit bij het huwelijk (of begrafenis) van de ander aanwezig kon zijn. Aan de andere kant waren er ook mensen die ervan overtuigd waren dat de geboorte van een tweeling een teken van welwillendheid van de Hemel was. Hoe vader Ieme Jacobs Strikwerda en zijn vrouw Aetske Annes Dijkstra erover dachten, zullen we nooit weten. Feit is wel dat hun eerste kindje in 1865 levenloos ter wereld kwam en dat hun zoontje Jacob (geboren in 1868) hun enige kind was. Daarnaast was vader Ieme al 57 jaar oud toen de tweeling geboren werd, dus wellicht mogen we op basis van die twee feiten toch voorzichtig aannemen dat beide kinderen met blijdschap ontvangen werden.

Liep vader Iemes tegen de zestig toen de tweeling geboren werd, zijn vrouw Aetske was nog maar 31 jaar oud. En toch zou zij als eerste overlijden. Ze overleed in januari 1881 en liet drie kinderen na: Jacob (bijna 13 jaar oud), Anne & Elisabeth (10 jaar) en Grietje (6 jaar). Het zal een enorm drama en een groot verdriet voor het gezin geweest zijn. Maar daarmee was de beker nog niet leeg, want vader Ieme overleed 5 jaar later, in 1886. Elisabeth was amper vijftien jaar oud en wees. Het was Sybren Wybes Fijnia, boer te Waaxens, die het voogdijschap over Elisabeth en de andere kinderen op zich nam, terwijl Pieter Annes Dijkstra, arbeider te Makkum, als toeziend voogd werd aangesteld. Elisabeth verhuisde noodgedwongen van Lollum naar Waaxens en bleef daar tot haar trouwen wonen.

Ze was 20 jaar jong, toen ze op zaterdag 2 mei 1891 het ja-woord gaf aan de even oude Sjoerd Sjoerds Ypma. Sjoerd was op zaterdag 7 mei 1870, des voormiddags ten elf ure in onderstaande boerderij te Tzum geboren.

Geboortehuis Sjoerd

Zijn vader, ook een Sjoerd Sjoerds Ypma (Sjoerd Sjoerds senior dus), was boer van beroep en was getrouwd met Grietje Lieuwes Wijnia. Sjoerd was niet de eerste Sjoerd, want in 1863 en 1868 waren er twee jongens in dit gezin geboren met dezelfde naam. Beide jongetjes waren in 1870 al overleden, waardoor de derde Sjoerd opnieuw een kans kreeg. Zo waren er ook drie Trijntjes geboren (1866, 1867 en 1869). Alles bij elkaar kregen Sjoerd Sjoerds senior en zijn vrouw 10 kinderen, waarvan er dus een aantal op zeer jonge leeftijd overleden. Sjoerd Sjoerds junior woonde bij zijn ouders te Tzum en was, zoals het zo mooi in de trouwakte staat, van boerenbedrijf. Elisabeth werkte niet en woonde begin 1891 nog te Waaxens. De ouders van Sjoerd waren bij het huwelijk aanwezig, net als de voogd en toeziend voogd van Elisabeth. Als getuigen traden op:

  • Tjibbe Tiemersma, 57 jaar, kantoorbediende, woonachtig te Wommels, geen familie van de comparanten 
  • Gerrit Tiemersma, 43 jaar, kantoorbediende, woonachtig te Wommels, geen familie van de comparanten
  • Jelle Haagsma, 53 jaar, veldwachter, woonachtig te Wommels, geen familie van de comparanten
  • Marten Jans Bosma, 34 jaar, veldwachter, woonachtig te Lutkewierum, geen familie van de comparanten 

Handtekeningen

Elisabeth en Sjoerd kregen samen de volgende kinderen:

  1. Sjoerd, 24 april 1892 te Bozum – 22 oktober 1930 te Waaxens (38 jaar)
  2. Yme, 11 april 1893 te Bozum – 18 juli 1974 te Heeg (81 jaar)
  3. Jitske, 1 november 1894 te Bozum – 1 september 1972 te Lollum (77 jaar)
  4. Lieuwe, 26 februari 1896 te Bozum – 23 mei 1977 te Lollum (81 jaar)
  5. Jacob, 26 juni 1897 te Bozum – 25 oktober 1984 te Thunder Bay District, Ontario, Canada (87 jaar)
  6. Trijntje, 2 juli 1903 te Lollum – 25 april 1977 te Lollum (73 jaar)
  7. Anne, 13 oktober 1910 te Lollum -1994 te Alberta, Canada (circa 84 jaar)

Uiteraard werd ook Sjoerd gekeurd voor de militaire dienst, de Nationale Militie. Hij vervoegde zich voor de keuring aan het einde van 1889 en in maart 1890 kreeg hij de bevestiging dat hem bij de loting ten deel was gevallen No. 55, dat, buiten oproeping gebleven zijnde, hem tot geen dienst heeft verplicht. Maar dankzij de keuring is er wel een summiere beschrijving van hem achtergebleven:

  • Lengte: 1 meter 780 millimeter (1.78 dus)
  • Aangezicht: ovaal
  • Voorhoofd: rond
  • Oogen: grijs
  • Mond: normaal
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbrauwen: bruin
  • Merkbare teekenen: geene

Toch werd er door de arts op het formulier toegevoegd: Gebreken 1. gezigt en 2. onder(rest onleesbaar). Het eerste kan met zijn gezichtsvermogen te maken hebben gehad, maar eerlijkheid gebied te zeggen dat er ruim honderd(!!) ziekten en gebreken aan het hoofd in de keuringslijst stonden. Wie de waslijst doorneemt ziet daar een aantal bijzondere aandoeningen tussenstaan, zoals: geheel gemis van de tong, geheel verlies van de oogharen, aanhoudende speekselvloed, het openblijven van de fontanellen, geheel of gedeeltelijk gemis van hoofdhaar enz. Zoals aangegeven is de tweede reden om Sjoerd af te keuren deels onleesbaar. Wellicht dat het iets met zijn lichaamsbouw te maken heeft gehad. Zo zien we bijvoorbeeld in de keuringseisen uit de tweede helft van de 19e eeuw dat iemand afgekeurd kon worden indien er sprake was van:

N°. 1. Te groote omvang van het ligchaam, vooral van den buik, door vetvorming gepaard met stoornis in de verrigtingen.
N°. 2. Te groote gestalte met eene zwakke lighaamsgesteldheid (het zoogenaamd uit de krachten gegroeid zijn).
N°. 3. Te geringe lichaamsontwikkeling.
N°. 4. a. Algemeene of plaatselijke vermagering, gepaard met ligchaamszwakte; b. algemeene ligchaamszwakte.
N°. 5. Vervroegde ouderdomstoestand (versleten ligchaamsgestel).
N°. 6. Aanmerkelijke misvormde ligchaamsgestalte tengevolge van beenverweeking en zoogenaamde Engelsche ziekte (rachitis).
N°. 7. Algemeene of plaatselijke volbloedigheid, bijv. buikvolbloedigheid, gepaard met belangrijke stoornis in de verrigtingen.

Hoe het ook zij, Sjoerd hoefde niet in dienst en kon een jaar later met Elisabeth in het huwelijk treden. Het gezin vestigde zich te Bozum (boven Sneek) waar Sjoerd vele jaren als veehouder actief was. En zoals het elke boer en veehouder betaamde, werd er dan weer geïnvesteerd, dan weer geïncasseerd. In 1893 bijvoorbeeld had Sjoerd een schuld van fl. 1.500 uitstaan bij Pieter Hoeben uit Oosterwierum. Omgerekend zou dat nu gaan om een bedrag van ruim € 19.000. In 1897 was Sjoerd een van de mede-oprichters van de Stoomzuivelfabriek te Wieuwerd. Dat bleek geen verkeerde zet te zijn, want niet alleen bleef de zuivelfabriek tot 1964 bestaan, nog belangrijker was het feit dat zij van het eerste moment winstgevend was.

Zuivelfabriek

Het was ook direct het einde van zijn veehouder-schap en zijn verblijf in Bozum, want in 1898 werden de roerende goederen te Bozum verkocht. Opbrengst: fl. 4.828 (ofwel € 64.359 naar huidige maatstaven). Dat was een enorm vermogen voor die tijd en het geeft aan dat Sjoerd als veehouder goed geboerd had. Het gezin verhuisde naar Lollum, waar Sjoerd kaasmaker van beroep werd.

Hoe ondernemend hij was, blijkt wel uit het feit dat hij in 1916 een bakkerij te Dedgum kocht voor fl. 3.700, ofwel € 30.148 euro in onze tijd. Hij verkocht de bakkerij drie jaar later weer, in 1919, en ontving er fl. 4.400 voor. Dat lijkt een comfortabele winst, maar de koopkracht was in drie jaar tijd drastisch gedaald en de 4.400 guldens die hij ontving zouden vandaan de dag € 26.000 waard zijn. In datzelfde jaar 1919 had hij ook een schuld uitstaan voor een totaalbedrag van fl. 4.500 gulden, ofwel € 26.666 euro.

De jaren 1920 en 1921 waren echter de jaren van de grote transacties. Het begon in augustus 1920, toen Sjoerd en Elisabeth hun huis en land te Lollum verkochten. Zoon Sjoerd was onder andere een van de kopers. Alles bij elkaar brachten het huis en de landerijen fl. 24.750 op (nu: € 133.057). Een vorstelijk vermogen dus. Maar Sjoerd was er blijkbaar de man niet naar om te gaan rentenieren. Want amper een jaar later had hij een totale schuld van precies fl. 20.000 (€ 123.427) uitstaan, waaronder fl. 14.000 bij de Algemene Friesche Levensverzekering te Leeuwarden. Saillant detail is wel dat de vaste notaris in deze jaren de heer P.A. Bruinsma uit Bolsward was (geen familie zover nu bekend).

Elisabeth en Sjoerd verhuisden naar het huis genummerd 90 te Lollum. In de laatste jaren van zijn leven werd Sjoerd melkrijder van beroep. Dus van veehouder tot kaasmaker tot melkrijder; hij draaide er zijn hand niet voor om. Midden jaren twintig ging hij zelfs met de auto op pad, want op vrijdag 12 maart 1926 kreeg hij het kenteken B-10010 toebedeeld. Hij overleed daar drie jaar later, op dinsdag 18 juni 1929, des namdiddags ten vier ure. Sjoerd Sjoerds Ypma werd slechts 59 jaar oud. Elisabeth zou haar man ruim 26 jaren overleven. Ze stierf tenslotte op donderdag 22 september 1955 te Lollum en werd bijgezet in het graf van haar man. Elisabeth Iemes Strikwerda werd 85 jaar oud. Op de grafsteen staan twee verschrijvingen. Zo werd Sjoerd niet op 5 mei, maar op 7 mei geboren, en werd Elisabeth in alle documenten (inclusief haar persoonskaart) met een ‘s’ geschreven, terwijl de grafsteen de wat modernere schrijfwijze van Elizabeth weergeeft.

Graf Elisabeth