Mayke Jelles (1816-1874)

Top Mayke

Zaterdag 11 mei 1816 was een winderige dag met hagelbuien. Om 11.00 uur in de ochtend van die 11e mei liet vader Jelle Hilbrands Bruinsma in Franeker noteren dat op donderdag den negenden May dezes jaars een duizend agt honderd en zestien, ’s voorde middags ten elf uuren zijn dochtertje Mayke te Tzum was geboren, uit hem comparant en Trijntje Jacobs Hilverda. Mayke was het 3e en laatste kind in dit gezin. Haar zusje en naamgenote was in 1812 geboren en overleden, maar haar broertje Hilbrand was nog in leven. Hij was 2 jaar ouder dan zijn kleine zusje.

Ze was 3 jaar oud toen ze met haar ouders en haar broertje naar een huis op ’t Vliet (Oostvliet) te Franeker verhuisde. Drie jaar later overleed haar moeder. Mayke was toen nog maar 7 jaar oud en zou anderhalf jaar later verder opgevoed worden door haar stiefmoeder, vader Jelle’s tweede vrouw: Aukjen Jans Taekema. Weer een jaar later verhuisde het gezin van Franeker naar een boerenhoeve te Dronrijp.

Mayke was 27 jaar oud, toen ze op zaterdag 27 mei 1843 in het huwelijk trad met de 32-jarige Foeke Meinderts Wynia. Foeke was op maandag 8 oktober 1810 te Tzum geboren en aldaar gedoopt op zondag 14 oktober. Of, zoals het in het officiële document uit 1810 werd omschreven, den 14 van Wijnmaand (want oktober was de wijnmaand). Hij was het 2e kind van vader Meindert Theunis Wynia en moeder Akke Foekes. Foeke was al eerder getrouwd geweest en was weduwnaar. In 1834 was hij in het huwelijk getreden met de 18-jarige Pytje Sipkes Tjilzerda uit Winsum. Ze hadden samen 4 kinderen gekregen: Meindert (6 jaar), Sipke (5 jaar), Jan (3 jaar) en Akke (2 jaar). En zo kreeg Mayke er van de ene op de andere dag een stiefmoeder van vier bij. Foeke’s eerste vrouw was in februari 1842 overleden, slechts 25 jaar oud. Maar terug naar de huwelijksdag van Mayke en Foeke. Mayke woonde nog altijd in Dronrijp en was zonder beroep, Foeke woonde te Tzum en was landbouwer. Als getuigen traden op:

  • Jan Tjalllings Tjallinga, 76 jaar, grietenij bediende, woonachtig te Franeker, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Rein Klazes Westra, 47 jaar, grietenij bediende, woonachtig te Franeker, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Jakkele Feddes Weidema, 33 jaar, politie bediende,  woonachtig te Zweins, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Klaas de Wit, 32 jaar, klerk, woonachtig te Franeker, vreemd aan bruidegom en bruid 

Foeke had zich in 1829 moeten melden bij de Nationale Militie, voor de militaire keuring. Daar was hem ten deel gevallen het nummer 26 hetwelk, tot heden, niet opgeroepen zijnde, hem tot geene dienst heeft verpligt. 

oogst2

Mayke en Foeke kregen de volgende kinderen:

  1. Trijntje, 31 mei 1844 te Tzum – 24 maart 1867 te Sexbierum (22 jaar)
  2. Aukje, 17 december 1845 te Franeker – 11 mei 1886 te Welsrijp (39 jaar)
  3. Jelle, 28 november 1847 te Franeker – 13 augustus 1848 te Franeker (8 maanden)
  4. Wypkje, 31 mei 1849 te Franeker – 30 juli 1883 te Dronrijp (34 jaar)
  5. Jeltje, 4 augustus 1850 te Franeker – 23 augustus 1931 te Pease, Mile Lacs, Minnesota, United States (81 jaar)
  6. Jelle 26 september 1851 te Franeker – 11 april 1899 te Herbajum (47 jaar)
  7. Lieuwe, 22 juli 1855 te Franeker – 1 september 1904 Iowa, United States (49 jaar)
  8. Wytske, 22 januari 1858 te Franeker – 11 oktober 1880 te Sexbierum (22 jaar)

Als we de kinderen uit het 1e huwelijk van Foeke meetellen, werden er dus in totaal 12 kinderen geboren, waarvan alleen Jelle (1847-1848) binnen het jaar overleed. Ook zien we dat 2 van de kinderen uit dit gezin naar de Verenigde Staten emigreerden.

Foeke’s 1e vrouw Pietje Tjilzerda had onder andere landerijen en onroerend goed van haar vader geërfd. Een dergelijke erfenis viel vaak buiten de gemeenschap van goederen tussen echtgenoot en echtgenote. Met andere woorden: de landerijen waren het bezit Pietje en niet het gemeenschappelijk bezit van haarzelf en haar man. In 1838 was Pietje al bij de notaris, voor de verkoop van 1/15 deel van de zathe (hoeve), nummer 13 te Witmarsum. De koopsom bedroeg 1.150 gulden, wat nu neer zou komen op 25.153 gulden, ofwel 11.414 euro. Na haar dood zou Foeke namens haar als voogd optreden voor de minderjarige kinderen uit dit 1e huwelijk. Zo treffen we hem met regelmaat met de familie Tjilzerda bij de notaris. Toen Pietje’s moeder in 1856 overleed, liet zij een saldo van 4.280 gulden na (ofwel: 84.917 gulden, ruim 38.500 euro), exclusief onroerend goed.

Franeker 3

Het leven op het platteland rond 1850 had zo zijn zekerheden: de kalvertijd, de hooitijd, de grote schoonmaak en de kermis in het dorp. Elke week was er markt in de stad en op zondag ging men naar de kerk. Zo was het altijd geweest. Aan de andere kant zorgden het weer en epidemieën voor een constant gevoel van onzekerheid. Zon en voldoende regen waren essentieel voor het slagen van de oogst. Viel er teveel of juist te weinig regen, dan kon een oogst volledig mislukken. Met als gevolg dat kostbaar vee soms geslacht moest worden om te overleven. Voor de landbouw waren de jaren voorafgaand aan 1850 de zwaarste van de eeuw. Er was voedselschaarste door de aardappelziekte, er heerste cholera en de winters waren intens streng. Werkloosheid en armoede waren het gevolg. Zelfs de armenkas in veel dorpen en steden was uiteindelijk leeg, waardoor veel mensen van honger en uitputting stierven. In veel gemeentes was het aantal sterfgevallen in die jaren hoger dan het aantal geboorten.

Mayke en Foeke woonden in 1844 nog in Tzum. Daar huurden ze een zathe (hoeve) met greidland (weiland), een schuur, hoving (boomgaard) en plantagie (tuin).  De huursom bedroeg 1.026 gulden per jaar, wat omgerekend nu zou neerkomen op 24.833 gulden, ofwel ruim 11.000 euro per jaar. Naast het feit dat Foeke als voogd de belangen behartigde voor Pietje’s kinderen, handelde hijzelf ook. Zo kocht hij in februari 1843 (dus een paar maanden voor zijn huwelijk) een stuk weiland te Achlum voor de prijs van 812 gulden (huidige waarde: 18.453 gulden, 8.373 euro). Hier kreeg hij blijkbaar direct spijt van, want in juli 1844 verkocht hij hetzelfde stuk weiland voor 435 gulden. Een verlies van bijna de helft dus. Tussendoor echter, in april 1844, huurde hij een perceel kerkelanden te Baijum voor een jaar, voor de huurprijs van 451 gulden (nu: 10.915 gulden, 4.953 euro). In diezelfde periode, tussen mei 1844 en december 1845, verhuisde het gezin naar Franeker, net zoals Mayke’s vader dat ooit had gedaan. Ze gingen wonen op een zathe (hoeve) met de naam War, gelegen op ’t War 58, ten noordwesten van de stad Franeker. Zoals we in onderstaande advertenties kunnen lezen zocht hij van tijd tot tijd vakmannen om werkzaamheden op de boerderij te verrichten. In 1846 voor het afbreken eener kamer, en in 1853 zocht hij een schilder voor het verwen van binnen en buiten.

't War Franeker

20-2-1846

26-8-1853

In de jaren veertig en vijftig werden de veehouders geteisterd door een gevreesde longziekte onder runderen. Duizenden dieren werden ziek en moesten worden afgemaakt. De Leeuwarder Courant hield gedurende die jaren een lijst bij van boeren bij wie het vee besmet was, en bij wie het vee gezond verklaard was. In december 1852 komen we Foeke’s naam tegen in de lijst van getroffen boeren. In april 1853 werden zijn runderen weer gezond verklaard. Maar in april 1856 was het weer raak en werd zijn veestapel andermaal getroffen door het dodelijk virus. In juli 1856 was de crisis weer bezworen en was het vee weer gezond. Dit waren vreselijke tijden voor de boeren. Want besmet vee maakte de boer in zekere zin ook besmet, waardoor het zaken doen nog moeilijker werd. Niet voor niets verloren talloze boeren hun veestapel, hun inkomsten en uiteindelijk ook hun hoeve.

In juli 1872 werd er een obligatie opgeaakt voor een schuld van 6.500 gulden (nu: 151.125 gulden, ruim 68.000 euro). Deze schuld had Foeke uitstaan bij onder andere jonkvrouw Anna Maria Catharina van Andringa de Kempenaer te Arnhem, dus Foeke had zo zijn contacten. Het was een enorme schuld, zeker als we bedenken dat Foeke nog meer 4 jaar te leven had. Maar eerst was het Mayke die zou overlijden. Ze stierf op donderdag 5 februari 1874, des nachts ten een ure,in de huizing wijk UB nummer acht en vijftig te Franeker. Mayke uit de geboorteakte was inmiddels Maaike geworden. Maaike Jelles Bruinsma was boerin van beroep en werd 57 jaar oud.

Overlijden Maaike

Vader Foeke bleef andermaal als weduwnaar achter. Zijn jongste dochter was net 18 jaar oud geworden. Hij bleef in Franeker wonen en werken en hij overleed op zaterdag 18 november 1876, des avonds ten zes ure te Franeker, in hetzelfde huis waar 2 jaar eerder zijn vrouw was overleden. Foeke Meinderts Wynia werd 66 jaar oud en de rouwadvertentie maakt duidelijk hoezeer zijn verlies werd betreurd.

Overlijden Foeke 1