Tietje Jans (1846-1893)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Jan Feikes Bruinsma (1814-1885) & Aaltje Seerps Anema (1817-1871)
Grootouders: Feike Hilbrands Bruinsma (1781-1835) & Tietje Jans Bangma (1788-1827)
Overgrootouders: Hillebrand Jelles Bruinsma (1743-1824) & Eeke Rommerts de Boer (1746-1783)
Betovergrootouders: Jelle Hilbrands (1714-1792) & Sibrig Piters Felsen (1720-1807)

Tietje Jans Bruinsma werd op zondag 15 november 1846, des morgens ten een uur te Sexbierum geboren. Zij was het vijfde kind van de 32-jarige boer Jan Feikes Bruinsma en de 30-jarige Aaltje Seerps Anema. Haar broertje Feike was vijf, Seerp was drie en haar zusje Jetske was één jaar oud. Een jonger zusje, ook een Jetske, was in 1842 geboren en overleden. Na Tietje zouden er nog acht kinderen geboren worden. Als Tietje al naar school is gegaan, dan is het van korte duur geweest. Want toen ze twaalf jaar oud was, stond ze met geen beroep in het bevolkingsregister genoteerd. Terwijl haar oudere broers Feike en Seerp schoolleerling waren. Het gezin woonde in die tijd in het huis genummerd 86. In januari 1862 verhuisden ze naar het huis genummerd 99 te Sexbierum.

Bijna achttien kilometer verderop, en zeven maanden terug in de tijd, was op donderdag 9 april 1846, des avonds ten zeven uren te Beetgum Heerke Jans Palsma geboren. Heerke was het tweede kind van de 28-jarige bakker Jan Hendriks Palsma en de 29-jarige Hendrica (later Hendrika) Heerkes Dijkstra. Zijn broer Hendrik was hem in 1844 voorgegaan en na Heerke zouden er nog een broertje en drie zusjes geboren worden. Het is niet aannemelijk dat Heerke ooit een schoolgebouw van binnen heeft gezien, want hij zijn zijn oudere broer Hendrik werden klaargestoomd voor het bakkersvak. En zo kon het gebeuren dat de beide broers op hun veertiende al als bakker in het bevolkingsregister genoteerd werden, terwijl de 32-jarige Hendrik van der Meulen er als bakkersknecht werkte. In september 1856 overleed Heerke’s vader op 38-jarige leeftijd. Het gezin zou de bakkerszaak nog een tijdje draaiende houden, maar uiteindelijk vertrokken ze in 1860 naar Berlikum, waar ze zich vestigden in het huis genummerd 120.

bakker

Heerke werd in 1866 goedgekeurd voor de Nationale Militie en ingedeeld bij de Veldartillerie. Dat was niet de bedoeling, want hij zocht – en vond – een nummerwisselaar die bereid was de dienstjaren van hem over te nemen. Op donderdag 19 april 1866 zat hij bij de notaris, waar hij werd bijgestaan door ‘zijne moeder Hendrika Heerkes Dijkstra.’ Ze betaalden Ype Bos uit Leeuwarden 300 Nederlandse guldens (huidige waarde € 3.084) en daarmee zat de dienstplicht voor Heerke erop. Dankzij de keuring echter, is er een beschrijving van hem bewaard gebleven:

  • Lengte: 1 el 585 strepen (1 meter 58)
  • Aangezigt: ovaal
  • Voorhoofd: laag
  • Oogen: blaauw
  • Neus: ordinair (= gewoon)
  • Mond: idem
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbraauwen: idem
  • Merkbare teekenen: geene

Heerke mocht dan – waarschijnlijk op voorspraak van zijn vader – als jonge tiener al als volwaardig bakker in de boeken staan, voor de buitenwereld was hij nog altijd een bakkersknecht. Op zaterdag 12 mei 1866 vertrok hij dan ook naar Tzummarum, waar hij als bakkersknecht in de leer ging. Het is niet duidelijk bij welke bakker dat was, maar we weten wel dat het van korte duur was, want op dinsdag 18 december 1866 keerde hij terug naar Berlikum. Hij woonde in bij bakker Wieger Minnes Tulp en zijn gezin, in het huis genummerd 82. Bakker Tulp verruilde Berlikum het jaar daarop echter voor Joure, en Heerke was genoodzaakt naar een andere leermeester om te kijken. En dus verhuisde hij op vrijdag 15 november 1867 naar Menaldum en ging hij bij bakker Bouwe Gerbens van der Kooi (huis genummerd 54) in de leer. Hij werkte er iets meer dan een half jaar en keerde op maandag 13 juli 1868 naar Berlikum terug, waar hij voor een paar maanden bij zijn moeder introk. Op zaterdag 26 september 1868 vertrok hij naar Beetgum. Zijn naam komt voor in de lijst met knechten en bodes, maar het is niet duidelijk bij welke bakker hij in de leer is geweest. Het was andermaal van korte duur, want op vrijdag 21 mei 1869 verruilde hij Beetgum voor Sexbierum. Hij trok in bij broodbakker Fedde Abrahams Tolstra, in het huis genummerd 70.

1870

En in Sexbierum woonde Tietje Jans Bruinsma. Het rijdt geen twijfel dat Heerke en Tietje elkaar daar hebben leren kennen. We weten zelfs dat dit tussen mei 1869 en juni 1870 moet zijn geweest, want op zondag 5 juni 1870 keerde Heerke naar Beetgum terug, waar hij als zelfstandig bakker aan de slag ging. Hij zou Tietje echter niet vergeten. Integendeel, op donderdag 22 september 1870 traden de 23-jarige ‘jongedochter’ Tietje Jans Bruinsma en de 24-jarige ‘jongman’ Heerke Jans Palsma met elkaar in het huwelijk. Tietje’s ouders waren bij het huwelijk aanwezig, evenals Heerke’s moeder. Hieronder de handtekeningen van de jonggehuwden en hun ouders. Als getuigen traden op:

  • Thomas Breitsma, 28 jaar, klerk, woonachtig te Sexbierum, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Gentius Barends, 70 jaar, klerk, woonachtig te Sexbierum, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Anthony Pieter van Ossenbruggen, 31 jaar, veldwachter, woonachtig te Sexbierum, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Albert Feenstra, 43 jaar, veldwachter, woonachtig te Tzummarum, aan de echtelingen van familie vreemd

handteks

Tietje en Heerke zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Hendrika, 9 augustus 1871 te Beetgum – 1 juli 1948 te Bellflower California USA (76 jaar)
  2. Jan, 24 augustus 1873 te Beetgum – 27 november 1949 te Beetgum (76 jaar)
  3. Seerp, 17 juni 1876 te Beetgum – 27 mei 1877 te Beetgum (11 maanden)
  4. Aaltje, 18 augustus 1878 te Beetgum – 18 februari 1934 te Sexbierum (55 jaar)
  5. Geertje, 24 december 1880 te Beetgum – 6 maart 1957 te Klooster Lidlum (76 jaar)
  6. Seerp, 4 juli 1885 te Beetgum – 20 maart 1968 te Appingedam (82 jaar)

Toen Tietje het ouderlijk huis verliet, had ze al het nodige meegemaakt. Haar broertje Pieter overleed in 1855, haar oudste broer Feike in 1861, haar zuster Geertje in 1862 en haar broertje Paulus in 1865. En dit alles gebeurde toen ze nog thuis woonde. In september 1870 trouwde ze, maar de beker was blijkbaar nog niet leeg. Want een maand voordat haar eerste kindje geboren werd, overleed haar moeder.

Het jonge gezin woonde in het huis genummerd 77 te Beetgum. In 1871 werd Heerke Meester Bakker, hetgeen betekende dat hij bakkersknechten mocht opleiden. Bakkers waren gemiddeld tussen de honderd en honderdtien uur per week aan het werk. De vrijdag op zaterdagdienst was berucht. De bakkers gingen op vrijdagvond om zes uur aan het werk en werkten vervolgens de hele zaterdag door tot acht, negen uur in de avond. Een werkdag van 27 uur, zonder slaap en nauwelijks tijd om iets te eten. Alles werd met de hand, en altijd staande, gedaan. Voor het kneden van het deeg moesten de bakkers urenlang voorovergebogen het werk doen. Maar Heerke was meer dan een bakker alleen. Hij had bijvoorbeeld ook twee percelen weidland, aan den Langhuisterweg, nabij Beetgum, onder St. Anna-Parochie.’ In december 1876 bood hij deze stukken land te huur aan.

Heerke’s moeder overleed in maart 1882, en dat betekende dat Hendrik, Andele, Metje, Geertje en Heerke Palsma zich in juli 1882 meldden voor de boedelscheiding. Alles bij elkaar bezat zijn moeder een vermogen (in goederen en contanten) van 49.080 gulden (wat nu neer zou komen op € 541.890). Heerke’s deel bedroeg 9.816 gulden (ofwel € 108.378). Zijn deel van de erfenis bestond onder andere uit: ‘eenige huizinge met bakkery, erf, tuin, boomgaard, alsmede eenige woningen met erven te Beetgum, ter waarde van 3.612,45 gulden. Heerke was dus een vermogend man, want hij kreeg onder andere ook een stuk ‘greidland op Westerwird onder Menaldum, ter waarde van 1.183,20 gulden’ en dik 2.200 gulden (€ 24.000) in contanten.

1888

In januari 1883 kocht hij een perceel bouwland aan de ‘kunstweg bij de Buren van het dorp Beetgum onder Menaldum’ van de broers Cornelis en Pieter Reisma voor een bedrag van ‘één duizend één honderd gulden Nederlandsche munt’ (€ 12.510). Maar dat was nog niet genoeg, want in december 1884 kocht hij ‘twee percelen uitmuntend guardeniersland gelegen te Berlikum’ over van zijn zwager Rienk Johannes van der Leij, die met Heerke’s zuster Geertje getrouwd was. De prijs bedroeg ‘vier duizend vijfhonderd Nederlandsche guldens’ (€ 53.236). Verkopen deed hij ook. In 1888 een weiland voor 1.200 gulden (€ 15.615) aan Klaaske Gerbens Gerbens (weduwe Lammert Jacobs Dijkstra), en het jaar daarop een stuk bouwgrond voor 500 gulden (€ 6.370) aan Klaas Dirks de Boer.

In januari 1880 verhuisde het gezin naar een huis met een grote kamer (met in de kamer vijf bedsteden), een kleine kamer, een tuinkamer, keuken, zolder en kelder en uiteraard een winkel. Heerke was bakker annex landbouwer, annex groentekweker. Vader van vijf opgroeiende kinderen en een man die de economisch magere jaren tussen 1878 en 1895 waarschijnlijk zonder al teveel problemen door kwam. Alles leek hem voor de wind te gaan, maar toen overleed zijn vrouw Tietje op vrijdag 17 februari 1893, des nachts vier uur te Beetgum. Tietje Jans Bruinsma werd slechts 46 jaar oud. De kosten voor haar begrafenis bedroegen 100 gulden (€ 1.318). En zo bleef Heerke achter met de kinderen, waarvan de jongste nog maar zeven jaar oud was toen zijn moeder overleed.

overlijden-tietje

Tietje en Heerke waren in gemeenschap van goederen getrouwd en na haar overlijden werd een complete inventaris opgemaakt van alle goederen, contanten en schulden. In de grote kamer stonden onder andere een eikenhouten kabinet, zes knopstoelen met zittingen, een ronde tafel, een schuiftafel en een naaimachine. Er lag een vloerkleed op de vloer en er hing een grote spiegel aan de muur. In de kamer stonden ook veertien stoven. In de tuinkamer stonden onder andere een chiffonnière (een hoge smalle ladenkast met vijf à zes laden) en een ronde klok. In de kelder lag een partij aardappelen en in de keuken een partij ‘spek met rookvleesch’ ter waarde van 15 gulden (€ 197). Er stonden een ‘kookkagchel’ en ‘twee linnenrekken’ en op zolder een ‘wieg met tafelstoel.’ Op zolder lagen echter ook een partij rogge ter waarde van 74 gulden (€ 976), een partij meel met een waarde van 103,50 gulden (€ 1.358) en een partij ‘eende-eijers.’ Daarnaast lagen er ‘eenige brooden’ ter waarde van 8 gulden (€ 105). In de winkel stonden onder andere vier beschuitvaten en zes bollenkorven. Er stond (of hing) een klok, maar ook ‘een vogelkooi met duif.’ Elk item werd opgeschreven, inclusief een ‘gouden haarbroche, een ‘oorijzer met breeden beugel’ en een ‘gouden hangslotje’. De waarde van het alles was 1.333 gulden en 65 cent (€ 14.943). Daarnaast waren er 255 gulden (€ 3.363) aan contanten in huis. Het huis met winkel hoorde ook bij de inventaris, inclusief ‘eenige huizen met erven te Beetgum,’ een stuk tuingrond te Beetgum, twee stukken bouwgrond te Berlikum, een stuk bouwland te Beetgum en nog een huis met erf onder Menaldum. Die werden wel genoemd, maar er werd geen prijskaartje aangehangen.

1899

Zoals gezegd was Heerke bakker te Beetgum, waar in december 1895 de beruchte zaak Hogerhuis begon. Het is dan ook meer dan aannemelijk dat de hoofdrolspelers in dit drama meer dan eens – al was het maar op jongere leeftijd – bij hem in de winkel zijn geweest. Wiebren, Marten en Keimpe Hogerhuis en Allard Thomas Dijkstra, die vijftig jaar later ineens tot onze familie zou gaan behoren.

Op vrijdag 12 mei 1905 verhuisde Heerke met zijn dochters Aaltje en Geertje naar het huis genummerd 326 te Beetgum. Hij had het bakkersvak inmiddels opgegeven en was in 1905 zonder beroep. Zijn zoon Jan zou de traditie echter voortzetten en werd ‘brood- koek- en banketbakker’ te Beetgum. Voor onze begrippen was Heerke nog jong, maar zijn gezondheid ging achteruit en hij overleed op maandag 4 oktober 1909, des namiddags half zes te Beetgum. Heerke Jans Palsma werd 63 jaar oud.

overlijden-heerke