Jetske Seerps (1877-1961)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Seerp Jans Bruinsma (1843-1918) & Aafke Gerrits Koudenburg (1844-1920)
Grootouders: Jan Feikes Bruinsma (1814-1885) & Aaltje Seerps Anema (1817-1871)
Overgrootouders: Feike Hilbrands Bruinsma (1781-1835) & Tietje Jans Bangma (1788-1827)
Betovergrootouders: Hillebrand Jelles Bruinsma (1743-1824) & Eeke Rommerts de Boer (1746-1783)
Oudouders: Jelle Hilbrands (1714-1792) & Sibrig Piters Felsen (1720-1807)

Jetske Seerps Bruinsma was het achtste kind van vader Seerp Jans Bruinsma en moeder Aafke Gerrits Koudenburg. Ze werd geboren op zondag 11 november 1877, des namiddags ten twee ure te Midlum. En 11-11 betekende het gekkengetal (het woord gekkengetal bestaat trouwens uit 11 letters). Maar Jetske zou het helemaal zo gek nog niet doen in haar leven, dus het bleek achteraf toch gewoon maar een datum in de kalender te zijn. Zoals gezegd was Jetske het achtste kind (het levenloos geboren jongetje in 1876 niet meegerekend), maar toch waren vier van haar broertjes en zusjes in 1877 al overleden. Van de acht kinderen waren Aaltje (7 jaar oud), Hinke (6 jaar) en Geertrui Elisabeth (4 jaar) nog in leven. Jetske was niet het laatste kind in de rij. Na haar zou haar broertje Jan in 1879 geboren worden, maar het jochie overleed al na vijf dagen. In 1880 volgde er nog een Jan en in 1882 zou Sara Regina geboren worden. Alles bij elkaar zou ze dus met vijf broertjes en zusjes opgroeien.

Vlak voor haar huwelijk was Jetske onderwijzeres van beroep. Het is ontzettend jammer dat (nog) niet bekend is op welke school dat was en voor hoe lang. Dat moment in de volle schijnwerpers was haar van harte gegund geweest. Jong was ze wel, begin twintig waarschijnlijk. Maar Jetske leefde in een tijd waarin de vrouw volledig ondergeschikt was aan de man. Zeker, de eerste feministische golf kwam aan het einde van de 19e eeuw, maar de rimpels van die golf zullen nauwelijks voelbaar zijn geweest in een dorp als Midlum. Op het moment dat zij in het huwelijk trad, werd van haar verwacht dat zij alle ambities liet varen. Als ze al anders gewild zou hebben, dan was dat een stiekeme gedachte, iets diep in haar hart, maar het zal nooit openlijk uitgesproken zijn. Nog in 1937, dus bijna 40 jaar nadat Jetske het vak als onderwijzeres had opgegeven, zou minister Romme verklaren: De man dient natuurlijk de kostwinnaar van het gezin te zijn en de vrouw heeft tot taak de verzorging van het gezin. Het is in het algemeen een misstand wanneer de vrouw zich aan die taak onttrekt en zich een andere werkring zoekt. De vrouw wordt dan door haar beroepsbezigheden verhinderd de gezinsbelangen naar behoren te behartigen. 

Ondertrouw

Jetske was 21 jaar oud, toen ze op donderdag 24 augustus 1899 in het huwelijk trad met de 28-jarige Jacob Ulbes Strikwerda. Jacob was op zondag 1 januari 1871, des voormiddags ten twee ure te Almenum geboren en was het eerste kind van vader Ulbe Jacobs Strikwerda en moeder Minke Sake Visser. Vader Ulbe was tichelaar (stenen stapelaar in de steenfabriek), maar zijn zoon had het tot hoofdonderwijzer geschopt. Hij woonde in het jaar van zijn trouwen in Almenum, Jetske woonde bij haar ouders in het huis genummerd 95 te Midlum. Zowel de ouders van Jetske als die van Jacob waren bij het huwelijk aanwezig. Als getuigen traden op:

  • Johannes Casper Kreemer, 75 jaar, veldwachter, woonachtig te Mildum, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Doekle van de Witte, 43 jaar, veldwachter, woonachtig te Zweins, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Jan Alkema, 38 jaar, veldwachter, woonachtig te Achlum, vreemd aan bruidegom en bruid
  • Douwe Groenveld, 56 jaar, secretariebeambte, woonachtig te Franeker, vreemd aan bruidegom en bruid

Handtekeningen Jacob Jetske

Jetske en haar man Jacob zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Aafke, 22 juli 1900 te Niezijl – 18 november 1992 te Zeist (92 jaar)
  2. Ulbe, 28 maart 1903 te Bedum – was advocaat en procureur, trouwde in 1935 in Groningen met Klaasje van der Zee
  3. Seerp, 12 februari 1905 te Bedum – 22 januari 1995 te Rozendaal (89 jaar)
  4. Minke, 24 juni 1907 te Bedum – 17 juni 1987 te Naarden (79 jaar)

Zoals we konden lezen woonde Jacob in 1899 te Almenum (vlakbij Harlingen), terwijl hij hoofdonderwijzer was te Niezijl, Groningen. Die afstand kon alleen overbrugd worden met de trein, al zal dat in Jacob zijn geval eerder wekelijks dan dagelijks zijn geweest. Want treinen reden zelden op tijd. In 1863 was de lijn Harlingen – Leeuwarden in bedrijf genomen en in 1866 werd de lijn verlengd naar Groningen. Het was in 1899 dus geen probleem om van Harlingen naar Groningen te reizen met een topsnelheid van 75 kilometer per uur. Jacob was dus een echte forens. Hij was zijn carriere als onderwijzer in 1889 begonnen in Montfoort(!) en vervolgens in 1890 te Harlingen. In 1899 werd hij benoemd tot schoolhoofd te Niezijl, en na het huwelijk was dat dan ook de woonplaats waar Jetske en Jacob zich vestigden. Maar dat bleek van korte duur, want in september 1901 werd Jacob benoemd tot Hoofd der Christelijk school te Bedum. En dus trokken Jetske, Jacob en de pasgeboren Aafke van Niezijl naar Bedum.

Benoeming 1901

Jacob was in 1905 een van de deskundigen voor het vak Opvoedkunde voor de examencommissie. In 1906 en 1907 was hij dat voor Taal & Lezen. In augustus 1907 slaagde hij voor Engelsch L.O. en drie maanden later werd hij gekozen (met 14 stemmen) tot bestuurslid van de Provinciale Vereniging voor Christelijke Onderwijzers & Onderwijzeressen. In de jaren erna werd hij met regelmaat aangewezen als deskundige voor de examencommissie, in 1908 bijvoorbeeld voor Opvoeding & Onderwijs, in 1910 voor Paedagogiek. Op zaterdag 7 januari 1911 kwam de waardering, want op die dag werd Jacob benoemd tot directeur van de op te richten bijzondere Kweekschool met den Bijbel te Dokkum. De school opende op maandag 1 mei 1911 haar deuren. Een eigen gebouw was er nog niet, dus in de eerste jaren was deze Kweekschool gevestigd in de oude Burgerschool op de Noordersingel.

Benoeming Kweekschool

De school kreeg in eerste instantie geen Rijkssubsidie, waardoor het voor de leraren van het eerste uur een waagstuk en een avontuur was om de benoeming te aanvaarden. Bij het eerste eindexamen te Leeuwarden slaagden 10 van de 53 ingeschreven kandidaten. Dat was niet bijster hoog, maar toch bleek de school een succes en leerlingen uit Friesland, Groningen en Drente schreven zich in. Op vrijdag 22 december 1922 kreeg de school een eigen gebouw op de grens van Dokkum en Aalsum. Inmiddels met 88 leerlingen. De Leeuwarder Courtant schreef een dag later:

“Dokkum, 22 december. Heden had, onder groote belangstelling van autoriteiten, onderwijzend personeel, leerlingen en andere belangstellenden, de officieele inbruikneming plaats van de christelijke kweekschool. Het gebouw, staande op een terrein onder Aalsum nabij Dokkum, ziet er keurig uit. Naast een viertal lokalen, waarin op dit oogenblik onderwijs wordt gegeven, is er een zeer ruim gymnastieklokaal en een keurig ingerichte kamer voor den directeur, tevens dienende voor bestuurssamenkomsten.” 

Kweekschool

Werden de eerste examens nog in Leeuwarden afgenomen, later zouden de examens in de school zelf worden afgenomen. Toen de Kweekschool in 1936 haar 25-jarig jubileum vierde, waren er in totaal 440 nieuwe onderwijzers en onderwijzeressen opgeleid. Naast directeur van de Kweekschool was Jacob in al die jaren ook actief betrokken bij talloze onderwijs commissies en vergaderingen:

  • Lid van de Commissie van Arbitrage
  • Redactielid van Het Friesch Kerkblad
  • Spreker op de jaarlijkse vergadering van de unie Een School met de Bijbel in 1927
  • Spreker bij het internationale Christelijk Schoolcongres te Utrecht in 1928
  • Voorzitter en gekozen inspecteur van de Provinciale Vereniging van Christelijke Onderwijzers en Onderwijzeressen in 1930
  • Voorzitter van de avond tekenschool te Bedum
  • Voorzitter en gekozen bestuurslid bij de oprichting van de Landbouwhuishoudschool te Dokkum

En dat is nog maar een kleine greep uit de meer dan 75 krantenartikelen waarin zijn naam genoemd werd. Hij verkreeg, zoals een krant later schreef, door zijn lezingen op opvoedkundig terrein in het gehele land bekendheid.

En Jetske dan? Jetske deed het huishouden en zorgde voor de kinderen. Haar naam komt in geen van de vele artikelen voor, haar plaats was in de achterhoede. Wat voor moeder zij is geweest, of zij humor had of mooi kon vertellen, welke zorgen, kwaaltjes, hobbies en interesses ze heeft gehad….we weten het niet. Alleen haar achterkleinkinderen kunnen nog iets van die fragiele sluier oplichten.

Op zaterdag 1 september 1934 ging Jacob met pensioen en droeg hij het directeurschap van de Kweekschool over aan de heer P. van Tuinen te Dokkum. Het bestuur verzocht hem herhaaldelijk om te blijven, maar Jacob gaf het stokje door. Hij was 23 jaar directeur geweest en op dinsdag 4 september nam de school afscheid van hem. In december van dat jaar werd er een comité opgericht, bestaande uit onder andere oud-leerlingen, die willen doen blijken hoezeer zijn arbeid in breede kring wordt gewaardeerd. De Leidsche Courant schreef: zeer veel heeft de heer Strikwerda gedurende 23 jaren als directeur voor de Chr. Kweekschool te Dokkum gedaan. Met zijn rijke gaven van tact en beleid heeft hij de school op eminente wijze gediend. Op maandag 24 december 1934 werd hij uitgebreid in het zonnetje gezet.

Afscheid 1934

In september 1935 verhuisden Jetske en Jacob van Dokkum naar Zeist en vestigden zich op de Frederik Hendriklaan 69. Waarom ze Friesland verruilden voor Utrecht is niet duidelijk. Wellicht had het iets met de nevenfuncties van Jacob te maken, misschien met de kinderen of misschien woonde er familie in Zeist. In datzelfde jaar 1935 kreeg hij een lintje en werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Frederik Hendriklaan

Ook na zijn pensioen bleef hij nog een aantal jaren actief in allerlei commissies. Zo gaf hij tijdens de vergadering van de A.R. Kiesvereniging in 1936 een lezing  met als onderwerp “De Geschiedenis van den Schoolstrijd.” In 1937 sprak en discussieerde hij bij de Christelijke Vereniging voor Pedagogiek en in 1939 gaf hij bij de Vereeniging van Chr. Onderwijzers(essen), Afdeling Zeist een lezing met als onderwerp “De Bergrede.” In 1940 nog aanwezig bij de algemene vergadering te Utrecht van de Vereniging van Onderwijzend Personeel aan Protestant Christelijke Kweekscholen en  in 1948 nam hij plaats in de redactie van het blad Waarheid en Eenheid.

Jetske overleed “nog onverwacht” op zaterdag 13 mei 1961. Ze werd op woensdag 7 mei 1961. om 14.00 uur te Zeist begraven. Jetske Seerps Bruinsma werd 83 jaar oud.

Overlijden Jetske

En zo bleef Jacob alleen achter in Zeist. Hij bleef op de Frederik Hendriklaan wonen. Hij overleed tenslotte op de koude en donkere 18e februari 1963 te Zeist. Tijdens deze actieve loopbaan verscheen zijn naam met grote regelmaat in de kranten, verkreeg hij national bekendheid met zijn lezingen over opvoedkunde en werd hij geridderd in de orde van Oranje-Nassau. Maar toen hij overleed bleef het stil. Zover bekend was er geen enkele krant, niet in Utrecht en niet in Friesland, die een in memoriam schreef. Hij was door de tijd ingehaald en vergeten. Hij werd in het graf bij Jetske bijgezet. Jacobs Ulbes Strikwerda werd 93 jaar oud.

Overlijden Jacob

Graf Jetske en Jacob

 

 

Advertenties