Hilbrand Jans (1849-1912)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Jan Feikes Bruinsma (1814-1885) & Aaltje Seerps Anema (1817-1871)
Grootouders: Feike Hilbrands Bruinsma (1781-1835) & Tietje Jans Bangma (1788-1827)
Overgrootouders: Hillebrand Jelles Bruinsma (1743-1824) & Eeke Rommerts de Boer (1746-1783)
Betovergrootouders: Jelle Hilbrands (1714-1792) & Sibrig Piters Felsen (1720-1807)

Hilbrand Jans Bruinsma werd op dinsdag 3 april 1849, des namiddags ten vier ure te Sexbierum geboren. Vader Jan Feikes Bruinsma was 34 jaar oud en boer van beroep, zijn vrouw Aaltje Seerps Anema was twee dagen voor de geboorte van haar zoon 32 jaar geworden. Bij de aangifte van geboorte werd vader Jan vergezeld door de 57-jarige “agent van policie” Rienk Folkerts Kooistra en de 38-jarige “huisschilder” Dirk Pieters Zijlstra. Hilbrand was het zesde kind in het gezin, hoewel zijn oudste zusje (geboren in 1842) al na zeven weken was overleden. Na hem zouden er nog zeven kinderen geboren worden.

Eind 1863 opende de Christelijke Lagere School te Sexbierum haar deuren. Dat was iets te laat voor Hilbrand, die toen al 14 jaar oud was. Daarnaast is het maar de vraag of hij naar school had gekund (of gemogen) als deze eerder was gebouwd, want in het midden van de 19e eeuw was er nog helemaal geen sprake van leerplicht. En zelfs toen leerplicht op 1 januari 1901 officeel van kracht werd, mochten er nog allerlei uitzonderingen worden gemaakt. Zo mochten de jongens van school gehaald worden als het druk was op de boerderij, net zo goed meisjes thuisgehouden mochten worden om in de huishouding te helpen. Maar zoals gezegd: de school in Sexbierum kwam er pas in 1863, dus het is onduidelijk, en wellicht onwaarschijnlijk, dat Hilbrand enige scholing heeft gehad.

In 1869 moest Hilbrand zich melden voor de militaire keuring. Als “beroep van de loteling” werd “boerenleerling” genoteerd. Hij werd “tot de dienst aangewezen” maar kocht zich uit door ene Jan Grauw een smak geld te betalen zodat hij de plaats van Hilbrand zou overnemen (nummerwisselaar). Merkwaardig genoeg is hierover geen notariële akte te vinden (niet onder Bruinsma en niet onder Grauw), dus we weten niet precies welk bedrag er is betaald. Hilbrand behoorde tot de laatste lichting waarbij de lengte van de aspirant soldaten in ellen en strepen werd genoteerd (een el was een meter en een streep een millimeter). Amper een maand na zijn keuring werd besloten voortaan de lengte uit te drukken in meters, centimeters en millimeters. Dankzij de keuring is er een beschrijving van Hilbrand bewaard gebleven:

  • Lengte: 1 El 656 Strepen (dus 1 meter 65)
  • Aangezigt: ovaal
  • Voorhoofd: hoog
  • Oogen: blaauw
  • Neus: ordinair (=gewoon)
  • Mond: idem
  • Kin: idem
  • Haar: blond
  • Wenkbraauwen: blond
  • Merkbare Teekenen: geene

Oosterbierum

Hilbrand was 20 jaar oud toen hij Sexbierum verruilde voor Oosterbierum. Hij trok in bij Sjoerd Lettinga (landbouwer van beroep) in het huis genummerd 76 te Oosterbierum en het is aannemelijk dat hij daar als boerenknecht werkzaam was. Sjoerd Lettinga was weduwnaar en had nog twee thuiswonende dochters: de 27-jarige Roelofke en de 16-jarige Gerbentje. In de lente van 1874 raakte Gerbentje zwanger van Hilbrand. Misschien waren ze toch al van plan met elkaar in het huwelijk te treden, dat zullen we nooit met zekerheid weten, de zwangerschap echter maakte het tot een voldongen feit. Hilbrand was 25 jaar oud, toen hij dus op donderdag 21 mei 1874 in het huwelijk trad met de 20-jarige “jonge dochter” Gerbentje Sjoerds Lettinga. Gerbentje was op donderdag 9 februari 1854, des middags ten twaalf ure te Oosterbierum geboren en was het vijfde kind van de genoemde Sjoerd Roelofs Lettinga en moeder Antje Gerbens Ourensma. Na haar zou er nog een zusje geboren worden die in 1863 zou komen te overlijden. Zoals gezegd was vader Sjoerd Lettinga landbouwer van beroep en was hij tevens lid van den Raad. Zo was hij in 1879 een van de medeoprichters van de Bewaarschool te Oosterbierum, de voorloper van de kleuterschool. De school zou tot 1955 blijven bestaan. In de trouwakte lezen we dat Hilbrand in mei 1874 in Sexbierum woonde en “zonder beroep” was. Terwijl hij volgens het bevolkingsregister sinds 1870 te Oosterbierum woonde. Het feit dat Hilbrand aangaf zonder beroep te zijn, kan betekenen dat boer Lettinga hem naar huis heeft gestuurd toen duidelijk werd dat zijn dochter zwanger was. Maar als dat al zo is, dan is dat niet doorgegeven in Oosterbierum en niet in Sexbierum. Dus was het een leugentje om bestwil of gewoon een vergissing toen hij de opgaf in Sexbierum te wonen? In ieder geval was boer Lettinga op de trouwdag van zijn dochter aanwezig en gaf toestemming tot het huwelijk. Hilbrand’s vader was er ook. De moeders van de bruid en bruidegom waren al overleden.  Hieronder de handtekeningen van Hilbrand en Gerbentje en hun vaders. Als getuigen traden op:

  • Hendrik Hommes, 26 jaar, klerk, woonachtig te Sexbierum, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Gentius Barends, 74 jaar, klerk, woonachtig te Sexbierum, aan de echtelingen van familie vreemd 
  • Anthonij Pieter van Ossenbruggen, 35 jaar, veldwachter, woonachtig te Sexbierum, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Johannis Roele, 43 jaar, veldwachter te Minnertsga, woonachtig te Minnertsga, aan de echtelingen van familie vreemd 

Handtek. Hilbrand

Hilbrand en Gerbentje zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Jan, 7 januari 1875 te Oosterbierum – 2 april 1960 te Oosterbierum (85 jaar)
  2. Sjoerd, 8 mei 1876 te Oosterbierum – 31 oktober 1933 te Midlum (57 jaar)
  3. Seerp, 16 oktober 1877 te Oosterbierum – 2 februari 1878 te Oosterbierum (3 maanden)
  4. Seerp, 4 augustus 1880 te Oosterbierum – 14 januari 1962 te Leeuwarden (81 jaar)
  5. Paulus, 30 juli 1883 te Oosterbierum – emigreerde in 1927 naar Canada, overleed aldaar in 1960
  6. Antje, 26 januari 1886 te Oosterbierum – 20 oktober 1886 te Oosterbierum (8 maanden)
  7. Roelof Sjoerd, 5 december 1889 te Oosterbierum – 30 oktober 1956 (66 jaar)
  8. Antje, 5 februari 1892 te Oosterbierum – 6 december 1946 te Sexbierum (54 jaar)
  9. Aaltje, 4 april 1893 te Oosterbierum – 19 januari 1950 te Sexbierum (56 jaar)

In oktober 1875 verscheen Hilbrand voor de eerste (maar zeker niet voor de laatste) maal bij de notaris. Daar huurde hij de 23 meest westelijk gelegen akkers in de buurt van “Klooster Lidlum aan de korte zeven” voor 140,50 gulden (wat nu neer zou komen op € 1.522) per jaar. In de akte werd hij omschreven als “Hillebrand Jans Bruinsma, koopman en gardenier.” Hilbrand was dus voor even weer Hillebrand geworden, net als zijn voorvader uit 1743.

In augustus 1880 overleed Gerbentje’s vader op 70-jarige leeftijd. Haar moeder was al in 1868 overleden en dus moest Hilbrand zich bij de notaris melden voor de nalatenschap. Nee, niet zijn vrouw Gerbentje, die was niet eens uitgenodigd. Andere tijden. Hilbrand kreeg toebedeeld:

  • meubelen en huisgeraden ter waarde van fl. 99,50
  • manslijfsdragt (dus herenkleding) ter waarde fl. 20
  • bed en tafellinnen ter waarde van fl. 10
  • zilverwerken ter waarde van fl. 7
  • timmergereedschap ter waarde van fl 52,70
  • vermogen ter waarde van fl. 5.105, 63
  • contanten ter waarde van fl. 34.53
  • TOTAAL FL. 5,329,63 (wat nu neer zou komen op € 73.296) 

Vijfduizend gulden in 1880 was een grote some geld. Maar zoals we zullen zien was Hilbrand geen brasser. Hij kocht af en toe, maar huurde liever. En daar was alle reden voor, want rond 1880 was er in Europa sprake van zware crisis in de landbouw. In ons land werd Friesland het hardst getroffen. Vele boeren konden het hoofd niet boven water houden en gingen failliet. Gezinnen verlieten hun geboortedorp en trokken naar de stad, andere provincies of verlieten Nederland voorgoed. Naar schatting 20.000 Friezen zouden tussen 1880 en 1914 uit Nederland emigreren, weg van de armoede en in de hoop op een beter bestaan. Geen wonder dus dat Hilbrand liever huurde dan kocht, want de toekomst op het platteland was uiterst onzeker en het lijdt geen twijfel dat hij talloze boerengezinnen in armoede heeft gezien. Op zondag 1 juli 1883 verhuisde Hilbrand met zijn gezin naar het huis genummerd 153 (later zou dit ongenummerd worden naar 162) te Oosterbierum, waar zijn laatste vijf kinderen geboren zouden worden.

Ondanks de landbouwcrisis, ging Hilbrand in 1883 toch voor zijn eerste, voorzichtige koop. Op “donderdag den negenden Augustus des namiddags twee ure in de herberg van Stientstra te Minnertsga” was Hilbrand aanwezig voor de publieke verkoop van verschillende percelen land van de failliet verklaarde Wybe Dirks Anema te Firdgum. In de akte lezen we dat het hierbij ging om “eenige percelen en te velde staande vruchten op landen onder Firdgum en Minnertsga.” Hilbrand’s jongere broer Jelle was ook van de partij en de beide mannen hadden besloten samen een bod uit te brengen. Dus zijn eerste koop was een gedeelde koop, zogezegd. Ze kochten het 4e perceel voor 163 gulden (€ 1.853), het 25e perceel voor 140,50 gulden (€ 1.592) en het 37e perceel voor 79 gulden en 6 centen (€ 898). Op alle drie de velden werd “de vrucht tarwe” verbouwd.

In november 1888 was hij terug, ditmaal voor de huur van twee percelen bouwland die in het bezit waren van zijn oom Jouke Seerps Anema. Andermaal was Hilbrand niet alleen, want Klaas Pasma was bij hem als medehuurder. Het eerste stuk bouwland was 92 are en 20 centiare groot (een are is 100 vierkante meter en een centiare 1 vierkante meter) gelegen “op de Hoeven onder Oosterbierum”. Het tweede stuk bouwland was 84 are groot en was gelegen nabij de Slagtedijk. En zo waren Klaas Pasma en Hilbrand Bruinsma “huurders geworden van de beide perceelen bij zamenneming.” De huurprijs bedroeg 184,18½, ofwel honderdvierentachtig gulden en achttien en een halve cent (omgerekend € 2.394).

En toen, op zaterdag 25 augustus 1894, des voormiddags ten zes ure, overleed Hilbrand’s vrouw Gerbentje te Oosterbierum. De liefdevolle en ontroerende rouwadvertentie zegt alles. Gerbentje Sjoerds Lettinga werd slechts 40 jaar oud.

Overlijden Gerbentje

Hilbrand moest door, al was het alleen al omdat hij de zorg had voor zeven kinderen, waarvan de jongste nog maar anderhalf jaar oud was. Hij hertrouwde niet en moest dus de kinderen zelf opvoeden. In 1899 huurde hij een stuk bouwland “gelegen ten westen van- en aan den Slagtedijk” te Oosterbierum. Huurprijs: 55,12½, ofwel: vijfenvijftig gulden en twaalf en een halve cent (omgerekend: € 756) per jaar. Maar kopen deed hij ook weer, en wel in juni en augustus 1900. In juni kocht hij een perceel bouwland te Oosterbierum van Jan Pieters Koopman voor de prijs van fl. 1.094 (omgerekend € 14.516). In augustus 1900 waren het “twee percelen bouwland en een perceeltje weiland nabij den Slachtedijk onder Oosterbierum.” De Slagtedijk was dus de Slachtedijk geworden. De verkoper was Rients Koopmans te Franeker en de verkoopprijs bedroeg fl. 1.650 (huidige waarde € 21.893). In de koopakte lezen we dat “het verkochte wordt overgedragen en in koop aangenomen, zoo goed en kwaad, groot en klein het zijn moge, met lusten en bezwaren.” Ook lezen we dat “dadelijk met het rispen der daarop thans aanweezigen vruchten in den herfst van dit jaar” begonnen kon worden.  

Hilbrand had de smaak blijkbaar te pakken, want in oktober en december 1904 zat hij wederom bij de notaris. In oktober kocht hij het perceel nummer 31 nabij Oosterbierum van Johan Hora Adema uit ‘s-Gravenhage. De prijs bedroeg fl. 735, ofwel € 9.093 in onze tijd. Twee maanden later kocht hij “een stuk weiland genaamd Wobbevijf onder Oosterbierum” met een oppervlakte van 1 hectare, 72 are en 70 centiare. Het weiland was langs “de oostzijde bezwaard met een weg.” De verkoper was Douwe Douwes Anema (dus wederom een Anema) en de koopprijs bedroeg fl. 2.745,85 (nu: € 33.962). De notaris schreef: ” de hoed, noed, het onderhoud en gevaar van het gekochte gaan heden op den kooper over.” Waarbij de hoed en noed vertaalt kan worden met hoede en zorg. Kortom: Hilbrand timmerde behoorlijk aan de weg. Hij hield zich rustig in de economisch zware jaren aan het einde van de 19e eeuw en hij stond op en handelde toen de crisis voorbij was. Voorwaar een schrandere koopman en landbouwer.

En toen, nog veel te jong, overleed ook Hilbrand. Hij stierf op vrijdag 17 mei 1912, des namiddags te acht ure te Oosterbierum. Hilbrand Jans Bruinsma werd 63 jaar oud.

Overlijden Hilbrand