Rients Feikes (1901-1991)

Sexbierumm

Plaats In De Stamboom
Ouders: Feike Jans Bruinsma (1864-1951) & Jantje Rients van Wijngaarden (1868-1941)
Grootouders: Jan Feikes Bruinsma (1814-1885) & Aaltje Seerps Anema (1817-1871)
Overgrootouders: Feike Hilbrands Bruinsma (1781-1835) & Tietje Jans Bangma (1788-1827)
Betovergrootouders: Hillebrand Jelles Bruinsma (1743-1824) & Eeke Rommerts de Boer (1746-1783)
Oudouders: Jelle Hilbrands (1714-1792) & Sibrig Piters Felsen (1720-1807)

Rients Feikes Bruinsma werd geboren op woensdag 10 juli 1901, des namiddags te zeven uur te Sexbierum. Daarmee was hij het zesde kind van vader Feike Jans Bruinsma en moeder Jantje Rients van Wijngaarden. Waarmee direct duidelijk wordt naar wie Rients vernoemd is. Toen Rients geboren werd was zijn oudste broer Jan 10 jaar oud, zijn zusje Maaike was acht, Aukje was vier en Aaltje was twee. Zijn broertje en naamgenoot (Rients 1895-1896) was negen maanden na de geboorte overleden. Rients was niet het laatste kind in het gezin. Zijn broertje Jelle zou in 1904 geboren worden, maar zou slechts vier jaar oud worden. Vervolgens zouden Botje (1906) en wederom een Jelle (1909) volgen. Uiteindelijk zou hij dus opgroeien met zes broertjes en zusjes. Het gezin woonde in een huis genummerd 250 te Sexbierum en vader Feike was penningmeester van de plaatselijke Zuivelfabriek.

Je zou kunnen zeggen dat Rients samen met de stofzuiger geboren werd. Want de wereld veranderde snel aan het begin van de twintigste eeuw, zeker op technologisch gebied. Een maand na Rients’ geboorte werd de genoemde stofzuiger uitgevonden en in 1903 legde Orville Wright in 12 seconden een afstand van 37 meter af in de allereerste vliegmachine. Diezelfde dag werd een tweede poging gedaan en ditmaal bleef het toestel 59 seconden in de lucht en werd een afstand van 260 meter afgelegd. Iets meer dan 10 jaar later zouden Duitse vliegtuigen Londen bombarderen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zo snel kon het dus gaan. In 1913 volgde de uitvinding van de lopende band, gevolg door de televisie in 1923. En laten we de auto niet vergeten, die in de 20e eeuw aan zijn onstuitbare opmars begon. Stuk voor stuk uitvindingen die ons persoonlijke leven voorgoed zouden veranderen.

Op dinsdag 16 oktober 1917 verruilde Rients Sexbierum voor Leeuwarden en ging er in de kost bij P. Anema op de Oude Oosterstraat, nummer C13. Het was van korte duur, want op donderdag 4 april 1918 keerde hij weer terug naar Sexbierum. Om vervolgens op donderdag 3 oktober 1918 weer terug te keren naar Leeuwarden, waar hij opnieuw bij P. Anema in de kost ging. Het mag geen verrassing zijn dat ook dit geen blijvertje was, want op woensdag 9 april 1919 keerde hij wederom terug naar Sexbierum. Ditmaal voorgoed. Gezien de data (oktober op, april af) heeft het er alle schijn van dat hij in de herfst en winter voor seizoenwerk naar Leeuwarden trok. Waar hij precies werkte, is niet bekend.

Huwelijksaankoniding Rients Klaasje
Rients was 23 jaar oud, toen hij op woensdag 6 mei 1925 in het huwelijk trad met de 19-jarige Klaasje Siebes Bouma. Het was een prachtig zonnige dag, hoewel de temperatuur niet boven de 15 °C uitkwam. Klaasje was op zondag 16 juli 1905, des voormiddags ten negen ure te Zweins geboren en was het tweede (en laatste) kind van vader Sijbe Klases Bouma en moeder Dieuwke Annes Miedema. Vader Sijbe was inmiddels 72 jaar oud, maar werkte nog steeds als landbouwer. Ook Rients was landbouwer van beroep en woonde te Sexbierum, Klaasje was zonder beroep en woonde nog bij haar ouders in Zweins. Zowel de ouders van Rients als die van Klaasje waren bij de huwelijkse plechtigheid aanwezig. Zes dagen na het huwelijk zouden Rients’ ouders, samen met de kinderen Aaltje, Botje en Jelle naar Leeuwarden verhuizen. Hieronder de handtekeningen van de jonggehuwden en hun ouders. Als getuigen traden op:

  • Anne Sijbren Westra, 25 jaar, secretarie ambtenaar, woonachtig te Franeker
  • Eeltje Volbeda, 38 jaar, veldwachter, wonende te Midlum

handtekening-rients-en-klaasje

Rients en zijn vrouw Aaltje zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Feike, 19 juli 1926 te Sexbierum – 5 juni 1999 (plaats onbekend) (72 jaar)
  2. Dieuwke, 4-12 juli 1928 te Sexbierum –
  3. Jantje, 23 september 1933 te Sexbierum –

De kinderen van Rients en Klaasje gingen naar school in Sexbierum, maar het was een tijd van grote armoede. In 1929 was de aandelenbeurs in Amerika ingestort en de effecten waren wereldwijd voelbaar. In 1930 bijvoorbeeld waren er circa 100.000 werklozen in Nederland, in 1936 waren dat er 480.000. Ook voor Rients was het sappelen. De aardappelen en de melk brachten vrijwel niets op waardoor het onmogelijk werd boerenknechten in dienst te houden. Hij had simpelweg het geld niet om ze te betalen. Het was onder andere zoon Feike die de zomers doorbracht met bollenpellen. En dat was bittere noodzaak. Pas in de oorlog – hoe wrang! – kon er wat verdient worden aan aardappelen en melk, want de Duitse bezetter had behoefte aan alles.

Maar midden jaren dertig was het nog geen oorlog. Rients en zijn gezin woonde op Liauckama State te Sexbierum, vernoemd naar de roemruchte familie Liauckama. Eelco Liauckama bijvoorbeeld had zich in 1096 aangesloten bij de Kruisvaders en was rond 1099 zelfs geridderd wegens zijn dapperheid bij het beleg en de inname van Jeruzalem. De Liauckama State werd in de 13e eeuw gebouwd en zou eeuwenlang het gezicht van Sexbierum bepalen. In augustus 1824 werd het op afbraak geveild voor slechts 2.275 gulden (ofwel iets meer dan 25.000 euro). Het eens zo schitterende kasteel werd afgebroken en het land verkocht. Alleen het poortgebouw uit 1604 bleef bestaan (en bestaat nog steeds). Op de funderingen van de oude burcht werd in 1862 een boerderij gebouwd en Rients en zijn gezin woonden op deze boerderij. In 1938 maakten vrijwel alle kranten in Nederland melding van het feit dat er op Liauckama State onderzoek werd gedaan naar de vermaarde (en vermeende) onderaardse gangen van het voormalige kasteel. Dit onderzoek werd uitgevoerd door “de wichelroedelooper Zaagsma, thans in Leeuwarden, die op dit gebied in Amerika veel werk heeft gedaan.” Een paar dagen later meldde de krant dat “de verhalen dat er zich onder het poortgebouw een gang zou bevinden, waarvan velen nog heugenis hadden uit hun jeugd” zo hardnekkig waren, dat “de heer Bruinsma, de bewoner van Liauckama State ook daar heeft laten graven. Echter zonder eenig resultaat.” In augustus 1939 stelde Rients zijn landerijen beschikbaar voor de jaarlijkse landdag van de Friesche B.V.L. (Bizonderen Vrijwilligen Landstorm). Duizenden trokken naar Sexbierum waar onder andere schietwedstrijden, een defile met afdelingsvaandels, fanfarekorpsen en een openluchtspel onder de naam Liauckama door de eeuwen heen te zien waren. Hieronder (links) een afbeelding uit 1741 van de voormalige Liauckama State, met als onderschrift: Liauckama State, een Heerlickheit tot Xesgbierm [Sexbierum].

Sexbierum Lyauckama

De oogst van 1939 was prima en Rients had graan en aardappelen in overvloed. De grote schuur van de boerderij was voor de helft gevuld met stro en hooi, en aan de andere kant van de schuur stonden zijn acht paarden en twaalf koeien. Maar ondanks de prachtige oogst trokken zich donkere wolken samen boven Nederland. Er hing oorlog in de lucht. Het zou nog een aantal maanden duren, maar uiteindelijk vielen de Duitse troepen op vrijdag 10 mei 1940 ons land binnen. Bij de Afsluitdijk werd zwaar gevochten en de explosies en het ratelen van mitrailleurs waren in Sexbierum hoorbaar. Na het afschuwelijke bombardement op Rotterdam, en het dreigement ook andere steden in puin te leggen, gaf Nederland zich over en marcheerden Duitse soldaten ons land binnen.

Sommige Nederlanders kozen direct voor het verzet, anderen overkwam het. Zoals Rients, die in 1941 werd gevraagd of hij onderdak kon bieden aan twee studenten (Guus en Ludo) die door de Duitsers werden gezocht voor het verspreiden van opruiende folders. Rients’ vrouw Klaasje had de vraag voor hem beantwoord: “Mensen in nood altijd.” En daarmee was de zaak beklonken. In 1942 waren Guus en Ludo er nog steeds, samen met Gerben Oswald en Gerrit Schuil, twee onderduikers uit Harlingen. In februari 1943 kwam Frans Michon erbij. Frans was een Nederlander in het Duitse leger. Maar, zo beweerde hij, dat had hij gedaan op verzoek van de Engelse inlichtingendienst. Toen hij begin 1943 naar het Oostfront gestuurd zou worden, hield hij het voor gezien en deserteerde uit het Duitse leger. Het was een onwaarschijnlijk verhaal, maar uiteindelijk besloot de Harlinger verzetsgroep hem een onderduikadres te verschaffen. Ze richtten zich tot Rients Westra, die al heel wat onderduikers had geholpen. Westra was getrouwd  met Aukje Bruinsma, de zuster van Rients. De mannen waren dus zwagers. En zo kwam Frans Michon in februari 1943 op de boerderij van Rients terecht.

Frans bleek een fantast en een praatjesmaker te zijn. Zo vertelde hij in geuren en kleuren over de dingen die hij in het Duitse leger had meegemaakt. Dat hij in Denemarken was geweest bijvoorbeeld, waarbij hij de Deense verzetsstrijders als terroristen omschreef. Een merkwaardige woordkeus voor iemand die beweerde voor de Engelse inlichtingendienst te werken. Frans was ook nieuwsgierig en wilde alles weten over de mensen in het verzet en de onderduikers. Ondertussen bleven de onderduikers komen. De meesten bleven een paar nachten en sliepen op de hooizolder, anderen bleven een paar weken. De ‘vaste’ onderduikers zaten in de gewelven van de voormalige burcht. In de keldervloer van de boerderij waren vier grote vloertegels omgebouwd tot luik waarmee de ondergrondse schuilplaats bereikt kon worden.

Kelder

Gaandeweg het jaar 1943 moest het verzet in Friesland voor steeds meer onderduikers zorgen. Veel van deze mensen moesten worden voorzien van valse papieren en voor ieder van hen moesten etensbonnen gevonden worden. Het was wederom Rients Westra die een beroep deed op zijn zwager Rients Bruinsma met het verzoek of hij een knokploeg wilde oprichten. Een groep potige kerels die er niet voor terugdeinsden om ergens in te breken en etensbonnen en dergelijke te stelen. Rients ging akkoord en ronselde onder andere de vier onderduikers op zijn boerderij als leden van deze knokploeg. In de avond van dinsdag 3 augustus 1943 kwamen zij voor het eerst in actie. Een echte overval was het nog niet, want de plaatselijke ambtenaar werkte van harte mee en de knokploeg ging er vandoor met het bevolkingsregister van Sexbierum. Hierdoor werd het voor de Duitsers een stuk lastiger om de namen van potentiële arbeiders en onderduikers te achterhalen. In de weken erop werden de bevolkingsregisters van Midlum, Beetgumermolen en Weidum in beslag genomen. Dat waren wel degelijk overvallen, waarbij de plaatselijke ambtenaar uit bed werd gejaagd en onder schot werd gehouden. De grootste overval vond plaats op zaterdagavond 23 september 1943, op het distributiekantoor in het gemeentehuis van St. Annaparochie. Rients zette voor die klus maar liefst acht man in. De risico’s waren groot want het distributiekantoor werd bewaakt door twee bewakers. De knokploeg wist ze te overmeesteren, waarna een van Rients’s mannen de grote kluis probeerde open te breken. Het kostte enorm veel tijd en het lawaai was buiten op straat te horen. Maar uiteindelijk lukte het de kluisdeur te openen. In de kluis lagen onder andere een radio en stapels bonkaarten en Ausweisen. Alles werd meegnomen, inclusief het bevolkingsregister.

Frans Michon wist officieel niets van de knokploeg, want hij werd overal buiten gehouden. Toch had hij zijn vermoedens en werd steeds nieuwsgieriger. Ook wilde hij een actieve rol in het verzet hebben, iets was Rients pertinent weigerde. Ondertussen kwamen er steeds meer signalen (en zelfs waarschuwingen) van buitenaf dat Frans Michon absoluut niet te vertrouwen was. De Harlinger verzetsgroep wilde hem uit de weg ruimen, maar zowel Rients als zijn zwager Westra waren van mening dat een echte christen niet het recht had om over leven en dood te beslissen. Na lang praten besloten ze dat Frans in leven zou blijven, maar dat hij uit Sexbierum moest verdwijnen. En zo begon Frans aan een kleine tour langs verschillende onderduikadressen: een maand in Oosthem, een paar weken in de Makkumermeer en tien weken in Gaastmeer. Maar geen van zijn gastheren hield het met hem uit en tegen beter weten in liet Rients hem uiteindelijk terugkeren naar de boerderij.

Ondertussen zouden de beide zwagers andermaal voor een afschuwelijk dilemma komen te staan. Want in Harlingen woonde politieman Stienus Bertus van Wijnen. Ook wel bekend als N.S.B. van Wijnen. Hij was een nazi in hart en nieren en had al eens met twaalf anderen een razzia in Harlingen gehouden. Ook had hij twee politiemannen uit Harlingen aangeven bij de Sicherheitsdienst wegens “sabotage door te weinig activiteit.” Het Harlinger verzet wilde hem liquideren en de knokploeg van Rients werd gevraagd het vonnis te vellen. Ook nu had Rients gewetensbezwaren, maar uiteindelijk ging hij overstag en wees hij Gerrit Schuil en Gerben Oswald aan de opdracht uit te voeren. Op woensdag 3 november 1943 verliet van Wijnen rond half elf in de avond de schouwburg van Harlingen. Oswald en Schuil wachtten hem op in de Nieuwstraat en openden het vuur. Van Wijnen werd zesmaal getroffen en zwaargewond naar het ziekenhuis in Harlingen gebracht. De volgende dag werd hij overgebracht naar het Duits hospital te Leeuwarden waar hij, wonder boven wonder, zou herstellen van zijn verwondingen. De Duitsers loofden een beloning uit van maar liefst 10.000 gulden voor de gouden tipgever. Zoals we in onderstaand artikel kunnen lezen gingen ze er onterecht vanuit dat de aanslag was gepleegd door Prins en de Klerk.

moordaanslag-wijnen

Ondertussen werd de situatie met Frans Michon onhoudbaar en Rients probeerde hem ervan te overtuigen dat hij terug moest keren naar zijn ouders in Hillegom. Frans gaf uiteindelijk toe en op zondagavond 14 november 1943 begon hij aan zijn reis over de Afsluitdijk. Hij was echter niet van plan terug te keren naar zijn ouders, zoals hij had beloofd. In plaats daarvan reisde hij naar Amsterdam, waar hij in Hotel Neutraal op het Damrak een kamer huurde. Daar begon hij op te scheppen over alles wat hij in Friesland had meegemaakt en het duurde dan ook niet lang voordat de Sicherheitsdienst belangstelling begon te tonen. Frans was in zijn element; eindelijk mensen die hem serieus namen en hij vertelde de Sicherheitsdienst alles wat ze wilden weten.

Op maandagavond 22 november 1943 werd de boerderij van Rients omsingeld door een vijftigtal Duitsers, twee overvalwagens en acht gewone wagens. Het was bijna half twaalf in de nacht toen de zoeklichten op de boerderij werden gericht en de Duitsers op de ramen en deuren begonnen te bonken. Rients rende naar de schuilkelder, maar hij was te laat; de eerste Duitsers waren al door een stukgeslagen raam naar binnen geklommen. Razendsnel vluchtte hij de schuur in en verborg zich onder het hooi. Achteraf bezien heeft dat hoogstwaarschijnlijk zijn leven gered, want Frans Michon was bij de inval aanwezig en leidde de Duitsers naar de geheime schuilplaats in de kelder. Er viel een schot en Oswald en Schuil werden uit hun schuilplaats gesleurd, geschopt, geslagen en weggevoerd. Tijdens alle commotie glipte moeder Klaasje de woonkamer in, pakte een peperbus en strooide de inhoud over het bed en de grond. Even later werd haar gevraagd waar hij man was. “In de Noordoostpolder,” antwoordde ze. De boerderij werd doorzocht, kleden werden opgerold, er werd op muren en vloeren geklopt en alle kasten werden doorzocht. Alles van waarde werd in beslag genomen en uiteindelijk werd het persoonsbewijs van Rients gevonden. Klaasje schrok, maar herpakte zich snel: “Die zal hij dan wel vergeten zijn. Als hij nu maar veilig is aangekomen.” De zoektocht ging verder en ook de schuur werd grondig doorzocht. Er werd met hooivorken in het hooi gestoken en Rients werd in de schouder geraakt door een van de scherpe tanden van de hooivork. Hij gaf geen krimp en bleef roerloos liggen. Vervolgens graaiden de soldaten met hun handen door het stro, op zoek naar een luik. Rients hield de adem in. Handen betastten hem: eerst zijn dij, toen zijn hoofd, toen zijn zij. Maar de Duitser zei niets. Urenlang doorzochten de Duitsers de boerderij en tegen vijf uur in de ochtend werd een speurhond binnengebracht. Het beest deed zijn werk, net als de peper die Klaasje uitgestrooid had. De hond deed niets anders dan niezen. Uiteindelijk werd hij naar de schuur gebracht, waar hij gevaarlijk dicht in de buurt van Rients kwam. Rients merkte dat een Duitser een paar maal over hem heen stapte en uiteindelijk zelfs even op hem ging zitten. Dochter Dieuwke zou later verklaren: “Hij moet hebben gevoeld dat daar een mens in het hooi lag. Het is uitgesloten dat hij dat niet begreep.” Maar wederom zei de Duitser niets.

De commandant was buiten zinnen van woede. Zoon Feike werd geschopt en geslagen, hooi werd uit de schuur gehaald en overgoten met petroleum. Het was duidelijk: of ze zouden vertellen waar Rients verborgen was, of de boerderij zou afbranden. Klaasje vertrok geen spier: “Mijn man is niet thuis. Branden jullie dan de boel maar plat.” Tot ieders verbazing gebeurde dat niet en de Duitsers dropen af. Zo leek het in ieder geval, want een aantal van hen wachtte in de duisternis tot Rients uit zijn schuilplaats zou komen. Die bleef echter liggen waar hij lag. Ruim 26 mannen werden die nacht gearresteerd, waaronder Rients’ broers Jelle en Jan en zijn zwager Rients Westra. Uiteindelijk zouden vier van de arrestanten door de Duitsers worden gefusilleerd (Gerben Oswald en Gerrit Schuil werden in de buurt van Amstelveen gefusilleerd). Zwager Westra en broer Jelle werden in eerste instantie ook ter dood veroordeeld, maar hun vonnis werd later omgezet naar levenslang (daarover meer op hun profiel pagina). De rest van de oorlog zouden Rients en zijn gezin ondergedoken blijven. Rients en Klaasje in Breukelen, dochter Jantje bij familie in Sexbierum, Dieuwke in Franeker en zoon Feike ging van onderduikadres naar onderduikadres. Tot driemaal toe maakte de laatstgenoemde een inval van de Duitsers mee, tot driemaal toe wist hij te ontkomen. Pas op zondag 6 mei 1945 konden ze naar huis terugkeren en werd het gezin herenigd. Die avond werden ze door honderden inwoners van Sexbierum van huis opgehaald en werd er een gigantisch vreugdevuur afgestoken.

Foto Rients en Klaasje

Frans Michon verscheen in 1948 voor de rechter en werd tot levenslang veroordeeld. Een straf die hij bij lange na niet uit zou zitten, want tot tweemaal toe kreeg hij een strafvermindering. Vanuit de gevangenis schreef hij Rients nog een brief waarin hij zijn verontschuldiging aanbod. Die brief bleef onbeantwoord. Na zijn vrijlating keerde Frans nog eenmaal terug naar Sexbierum. Hij huurde een fiets in Harlingen, werd in de buurt van de boerderij gesignaleerd en verdween weer. Waarom hij daar was en wat hij wilde, zal altijd een raadsel blijven. Rients en Klaasje waren trouwens niet de enige in de Bruinsma familie die zich tegen de Duitsers verzetten. Zo hielden Rients’ zuster Botje en haar man op hun boerderij in Deinum ook onderduikers verborgen.

Na de oorlog zou Rients onder andere bestuurslid worden van de stichting Friesland 1940-1945, afdeling Stiens. De stichting telde in totaal 1344 leden, waarvan de afdeling Stiens 192 leden voor zijn rekening nam. Ze zetten zich in voor de gezinnen van getroffen militairen en verzetsstrijders. Het Friese volk steunde de vereniging en in 1956 was al 2.434.851 gulden ingezameld. Maar ook toen in 1956 de Hongaarse bevolking in opstand kwam tegen de Communistische overheersers, schoof de voorzitter van de stichting Friesland 1940-1945 aan om te kijken hoe de Hongaarse bevolking het beste geholpen kon worden.

De Liauckama State boerderij was nooit Reints’ bezit geweest. Hij werkte er als boer en opziener, maar de boerderij zelf was eigendom van de familie Hanekuyk. De laatste eigenaresse overleed tijdens de oorlog in Baden-Baden en haar erfgenamen verkochten in 1947 de boerderij met bijbehorende landen aan Rients. Officieel zou hij tot 1979 de eigenaar blijven, ook al nam zijn zoon Feike het bedrijf in 1954 van hem over. In 1985 vierden Rients en Klaasje in familiekring hun 60-jarig huwelijksfeest. Onze bede is, dat God in hun levensavond Zijn vriendelijk aangezicht over hen wil doen verlichten, schreef de familie in de advertentie.

60jarig-huwelijksfeest

Maar de dagen werden korter, de schaduwen langer. In de jaren zestig, zeventig en tachtig begon Rients zijn overgebleven broers en zusters te verliezen. Zijn zuster Botje en zijn broer  Jan overleden in 1966, zijn zuster Aaltje in 1971, zijn broer Jelle in 1972 en tenslotte zijn zuster Aukje in 1984. Rients was in 1984 zelf al over de tachtig jaar oud en hij had al zijn broers en zusters overleefd. Hij was de laatste van de negen kinderen. Hijzelf overleed tenslotte op dinsdag 9 juli 1991 in het verpleeghuis Parkhove te Leeuwarden, precies een dag voor zijn 90e verjaardag. Hij werd begraven op zaterdag 13 juli 1991, om twee uur in de middag te Sexbierum.

overlijden-rients 2

Klaasje zou hem bijna acht jaar overleven en overleed tenslotte op maandag 1 maart 1999. Tot mijn grote spijt heb ik (nog) geen informatie over haar overlijden kunnen vinden, ook niet waar zij overleden is. Klaasje Siebes Bouma werd 93 jaar oud.

117

Advertenties