Botje Feikes (1906-1966)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Feike Jans Bruinsma (1864-1951) & Jantje Rients van Wijngaarden (1868-1941)
Grootouders: Jan Feikes Bruinsma (1814-1885) & Aaltje Seerps Anema (1817-1871)
Overgrootouders: Feike Hilbrands Bruinsma (1781-1835) & Tietje Jans Bangma (1788-1827)
Betovergrootouders: Hillebrand Jelles Bruinsma (1743-1824) & Eeke Rommerts de Boer (1746-1783)
Oudouders: Jelle Hilbrands (1714-1792) & Sibrig Piters Felsen (1720-1807)

Botje Feikes Bruinsma werd op woensdag 30 mei 1906, des namiddags te half elf uur te Sexbierum geboren. Ze was het achtste kind van vader Feike Jans Bruinsma, 41 jaar en landbouwer van beroep, en de 37 jarige Jantje Rients van Wijngaarden. Van de zeven broertjes en zusjes die haar waren voorgegaan, waren er in 1906 nog zes in leven. Drie jaar later, in januari 1909 overleed haar oudere broer Jelle. In oktober van datzelfde jaar 1909 werd er andermaal een Jelle in dit gezin geboren. Botje groeide dus op vijf oudere broertjes en zusjes en één jonger broertje.

Vader Feike was een bedrijvig man. Zo was hij in 1888 de eerste penningmeester van de nieuw opgerichte Zuivelfabriek, was hij actief lid van de Vereniging ter bevordering van Christelijk Onderwijs, ouderling bij de Generale Synode der Gereformeerde Kerken en was hij bestuurslid van Begrafenisvereniging “De Laatste Eer.” We kunnen dan ook veilig aannemen dat Botje in relatief goede omstandigheden opgroeide. Daarnaast was zij op het juiste moment geboren, want op 1 januari 1901 was de allereerste leerplichtwet ingegaan. Dit betekende dat kinderen tussen zes en twaalf jaar oud verplicht onderwijs moesten volgen. Uitzonderingen daargelaten. Zo mochten boerenkinderen van school worden gehaald tijdens de oogsttijd, net zo goed meisjes thuisgehouden mochten worden om voor het gezin te zorgen. Toch, gezien de achtergrond van dit gezin en het feit dat zij een van de jongste kinderen was, is het aannemelijk dat zij minimaal tot haar 12e levensjaar op school heeft gezeten.

Op dinsdag 12 mei 1925 verruilde het gezin Deinum voor Leeuwarden, waar ze op de Transvaalstraat 23 gingen worden. Krap drie weken na de verhuizing vierde Botje haar 19e verjaardag op het nieuwe adres in Leeuwarden. Leeuwarden was echter geen blijvertje, het ene na het andere gezinslid keerde terug naar Sexbierum. Botje zou uiteindelijk de laatste zijn die nog in Leeuwarden woonde.

Ondertrouw

Ze was 28 jaar oud, toen ze op donderdag 30 mei 1935 te Leeuwarden in het huwelijk trad met de 30-jarige Rienk Johannes Sybrandy. Rienk was op donderdag 8 december 1904, des namiddags ten half een ure te Stiens geboren. Hij was de zoon van predikant Johannes Rienks Sybrandy en Johanna Johannes Schuurman (oorspronkelijk uit Meppel), wonende te Stiens.

Predikant Sybrandy met zijn kinderen voor het parochiehuis (Rienk is de middelste van de drie kinderen)Parochie

Rienk was veehouder van beroep en woonde te Deinum, Botje was zonder beroep en woonde, zoals gezegd, nog altijd in Leeuwarden. In de trouwakte lezen we dat “de ouders van de bruid verklaarden [..] toe te stemmen in dezen echt.” Zij zouden de huwelijksakte ook mede ondertekenen. Rienk’s ouders ondertekenden de akte niet, dus mogen we er vanuit gaan dat zij niet bij het huwelijk aanwezig waren. Als getuigen traden op:

  • Jan Feike Bruinsma, 42 jaar, landbouwer, woonachtig te Sexbierum, broeder der echtgenoote
  • Johannes Rienks Sijbrandi, 31 jaar, predikant, wonende te Dokkum, broeder des echtgenoots

Trouwen 2

Handtek Rienk Botje

Botje en Rienk zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Janny, 3 juni 1936 te Deinum
  2. Johannes, 27 december 1937 te Deinum
  3. Johanna, 15 juni 1939 te Deinum
  4. Feike, 13 oktober 1941 te Deinum
  5. Aukje, 9 juli 1946 te Deinum

Botje verhuisde van Leeuwarden naar Deinum en woonde samen met haar man op boerderij “Steenwijk” (nu: Heechhiemsreed 3), waar hun kinderen geboren zouden worden. Op zondag 7 augustus 1938 werd de boerderij getroffen door de bliksen. De krant schreef:

“De boerderij te Deinum, bewoond door den heer R. Sybrandy, werd gistermiddag om 3 uur door den bliksem getroffen. In een oogenblik stond de schuur met rieten dak in lichte laaie. De bewoners wisten zich allen in veiligheid te stellen. Toen de motorspuit uit Marssum arriveerde moest deze zich er toe beperken de voorhuizinge te trachten te behouden, wat gedeeltelijk gelukte. Voor 50 jaar onderging deze huizinge eenzelfde lot. In de onmiddellijke nabijheid werd gisteren ook nog een koe door het hemelvuur gedood.”

Ondertussen liepen de spanningen in Europa op. Adolf Hitler was in 1933 Rijkskanselier geworden en had zich, na het overlijden van Von Hindenburg in augustus 1934, uitgeroepen tot Führer voor het leven. Amper vier maanden na Botje’s trouwen werden in Duitsland de Neurenberger Wetten ingevoerd. Rassenwetten die als doel hadden de Joodse bevolking stap voor stap hun burgerrechten te ontnemen. Ook de dreigende oorlogstaal nam met het jaar toe. Tussen 1935 en 1939 escaleerde de situatie en stevende Europa andermaal op een oorlog af. Op vrijdag 1 september 1939 sloeg de vlam in de pan: Duitsland trok Polen binnen en Engeland en Frankrijk verklaarden Duitsland de oorlog. De tweede wereldoorlog was begonnen.

Botje en Rienk

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het Nederland, met veel pijn en moeite, gelukt om buiten de oorlog te blijven, maar eind jaren dertig geloofden maar weinig mensen dat dit andermaal zou lukken. Ze kregen gelijk, want op vrijdag 10 mei 1940 vielen Duitse troepen ons land binnen. Het was een ongelijke strijd die toch nog vijf dagen duurde, maar na het vreselijke bombardement op Rotterdam op dinsdag 14 mei 1940 (waarbij naar schatting 80.000 mensen dakloos werden) gaf Nederland zich over. In eerste instantie leek het leven gewoon door te gaan, maar stap voor stap werden ook hier de Joden tot tweederangs burgers gedeclasseerd. De eerste razzia’s vonden in 1941 plaats en de daaropvolgende Februari staking werd hard neergeslagen. Het was in die eerste maanden van 1941 dat de Duitsers hun ware gezicht en ware bedoelingen lieten zien. Het waren ook de maanden waarin ieder gezin voor zich moet beslissen wat te doen. Voor de Joodse gezinnen was de vraag of ze moesten vluchten, onderduiken of afwachten. Voor de niet-Joodse gezinnen was de vraag of ze zich zou onderwerpen of verzetten. Letterlijk, door in het verzet te gaan, of door Joodse gezinnen in hun huis te laten onderduiken.

Botje en Rienk kozen voor het laatste en in de eerste jaren van de oorlog zat een ouder Joods echtpaar op de boerderij ondergedoken. Daarna werd er andermaal een beroep op hen gedaan, ditmaal om de 20-jarige Marcel Leiser uit Gouda een schuilplaats te verschaffen. Marcel was bloemenkweker toen de oorlog uitbrak. In 1942 werden zijn ouders bij een razzia opgepakt en gedeporteerd. Zij zouden beiden in concentratiekamp Auschwitz overlijden. Na de arrestatie van zijn ouders begon hij serieus naar een onderduikadres te zoeken. Na veel omzwervingen werd hij door een verzetsman ondergebracht op de boerderij van gezin Tolsma in Blessum. Vader en moeder Tolsma waren al overleden en het gezin van vijf kinderen werd geleid door de oudste dochter. Een van de zoons in het gezin was actief betrokken in het verzet, en dus werd Marcel in november 1943 uit veiligheidsoverwegingen overgebracht naar de boerderij van Botje en Rienk, waar hij de naam Jaap van der Loo aannam. Hij sliep op zolder, achter de slaapkamer van de kinderen, zodat hij veilig was bij een eventuele razzia.

Boerderij

Iemand laten onderduiken was één ding, hem of haar voeden was een heel ander verhaal. Om het gezin niet teveel tot last te zijn bood Marcel aan op de boerderij mee te helpen. In het westen van Nederland was de voedselschaarste inmiddels enorm en velen trokken de provincies in op zoek naar voedsel. Of iemand Marcel herkend heeft, of dat iemand gezien heeft dat hij van Joodse afkomst was, zullen we nooit zeker weten. Feit is wel dat hij werd verraden. In de nacht van donderdag 28 september 1944 werd hij in het holst van de nacht door de beruchte landwachter Punt van zijn bed gelicht en naar het Huis van Bewaring in Leeuwarden overbracht. Twee weken later, op woensdag 11 oktober 1944, probeerde een verzetsgroep de spoorlijn Zwolle-Leeuwarden onklaar te maken. Als represaille werden drie willekeurige mensen uit het Huis van Bewaring gehaald, waaronder Marcel, en de volgende dag door de Duitsers in Nijeholtwolde doodgeschoten. Hij werd in eerste instantie begraven in Wolvega, maar in 1983 werd het stoffelijk overschot overgebracht naar de Joodse begraafplaats te Leeuwarden en herbegraven. Op de executieplaats te Nijeholtwolde is in 1981 een herdenkingsmonument geplaatst.

Het nieuws kwam bij Botje en haar gezin aan als een mokerslag. Rienk zou de rest van zijn leven door deze gebeurtenis achtervolgd worden, omdat hij ervan overtuigd bleef dat hij Marcel had kunnen redden. Voor veel mensen stopte de oorlog in 1945, voor anderen ging het een mensenleven door. Tot aan zijn dood zou Rienk op 4 mei de dodenherdenking bij Nijeholtwolde bijwonen.

Na de oorlog moest Nederland opgebouwd worden en nog tot midden jaren vijftig waren veel zaken op de bon. In maart 1946 werd Rienk gekozen tot een van de acht bestuursleden van de Bond van Landpachters. Ook werd een nieuwe secretaris gekozen. Dit alles ging trouwens niet zonder slag of stoot, want de Leeuwarder Koerier meldde een dag later: “Een aantal afgevaardigden, dat zich niet met de gang van zaken kon vereenigen, verliet uit protest de zaal.” En het leven op de boerderij ging ook gewoon door, zo zien we dat Rienk in juni 1956 op zoek was naar een hooier en dat hij in augustus 1960 een 4-jarige merrie (mak en gewillig) te koop aanbod.

1956

1960

En toen, veel te jong en onverwachts, overleed Botje. Ze stierf na een kortstondige ziekte, op donderdag 18 augustus 1966 te Deinum en werd aldaar begraven. Botje Feikes Bruinsma werd slechts 60 jaar oud.

Overlijden Botje

En zo bleef Rienk alleen achter. Hoeveel kinderen er toen nog thuis woonden, is (nog) onbekend, maar zoon Feike was nog maar 19 jaar oud toen zijn moeder overleed, dus is het mogelijk dat hij toen nog bij zijn vader woonde. Rienk zou zijn vrouw bijna 25 jaar overleven. Hij overleed tenslotte op zaterdag 20 juli 1991 in verzorgingstehuis Bennemastate te Hardegarijp. Hij werd op woensdag 24 juli 1991 bijgezet in het graf van zijn vrouw. Rienk Johannes Sijbrandi (Sybrandy) werd 86 jaar oud.

Overlijden Rienk

Op zondag 22 juli 2007 werd de hoogste Israëlische onderscheiding, de Yad Vashem, postuum uitgereikt aan Rienk Johannes Sijbrandi en Botje Bruinsma. De onderscheiding werd uitgereikt door Joop Levy, vertegenwoordiger van de Ambassade van Israël, aan de twee oudste kinderen: Janny Rodenhuis-Sybrandi en Johannes Sybrandi. Botje en Rienk kregen de titel ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’ en hun namen zullen voor altijd gebeiteld staan in de Eremuur van Yad Vashem te Jeruzalem.