Jan Sybrens (1892-1972)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Aaltje Jans Bruinsma (1856-1947) & Sybren Jentjes Post (1859-1934)
Grootouders: Jan Feikes Bruinsma (1814-1885) & Aaltje Seerps Anema (1817-1871)
Overgrootouders: Feike Hilbrands Bruinsma (1781-1835) & Tietje Jans Bangma (1788-1827)
Betovergrootouders: Hillebrand Jelles Bruinsma (1743-1824) & Eeke Rommerts de Boer (1746-1783)
Oudouders: Jelle Hilbrands (1714-1792) & Sibrig Piters Felsen (1720-1807)

Jan Sybrens Post werd op maandag 22 februari 1892, des namiddags ten negen ure aan den Oudendijk onder Sexbierum geboren. Hij was het vijfde kind van de 33-jarige landbouwer Sybren Jentjes Post en de 35-jarige Aaltje Jans Bruinsma. Toen Jan geboren werd was zijn broer Jentje zeven en zijn zuster Aaltje drie jaar oud. Een ander zusje met de naam Aaltje was elf maanden na haar geboorte overleden (1886-1887). Net als de eerste Jan, die amper een maand oud werd (1890-1891). Uiteindelijk zouden er nog twee zusjes (Nieske in 1894 en Antje in 1896) en een broertje (Jelle in 1899) geboren worden. Dus alles bij elkaar groeide hij op met twee broers en drie zusjes.
Jan werd net aan de de verkeerde kant van de leerplichtwet geboren, want vanaf 1 januari 1901 moesten kinderen van 6 tot 12 verplicht onderwijs volgen. In januari 1901 was hij echter acht jaar oud (bijna negen), dus als hij al naar school ging, dan gebeurde dat omdat zijn ouders het wilden, niet omdat het verplicht was.

In het najaar van 1911 moest Jan zich melden voor de militaire keuring. Hij had donkerbruin haar, blauwe ogen en was 1 meter 876 millimeter lang (ruim 1.87 dus). Jan werd vrijgesteld van militaire dienst vanwege gebreken. Nu waren er duizend-en-een ziekten en gebreken die tot vrijstelling van militaire dienst konden lijden. Om er maar een paar te noemen:
  • Vervroegde ouderdomstoestand (versleten ligchaamsgestel)
  • Vreemde ligchamen in den gehoorgang, het oog, de gewrichten of in eenig ander ligchaamsdeel
  • Zeer stinkend algemeen of plaatselijk zweet, vooral aan den voetzool
  • Hardnekkige en aanhoudende hik
  • Pis- en suikerpisvloed
  • Alcohol-kwaadsappigheid

Bij Jan werden in de kantlijn de woorden maag en heup genoteerd, tezamen met het codenummer 266. Echter, in het geneeskundig reglement van het jaar 1862 stond nummer 266 gelijk aan krankzinnigheid, terwijl hetzelfde codenummer in 1901 verwees naar de Krampachtige optrekking van één of beide ballen tegen den uitwendige liesring. In 1911 verwees het waarschijnlijk weer naar iets anders. Het is niet met zekerheid te zeggen aan welke gebreken Jan leed, maar ze waren in ieder geval ernstig genoeg om hem van militaire dienst te ontslaan. Hij woonde in 1911 nog in zijn geboortedorp Sexbierum en was landbouwer van beroep (hij werkte waarschijnlijk als boerenknecht bij zijn vader).

Op woensdag 15 september 1920 ging hij in de haven van Rotterdam aan boord van de SS Rotterdam. De ruim 200 meter lange en 23 meter brede Rotterdam maakte deel uit van de Holland-Amerika lijn en kon 532 1ste klasse, 555 2de klasse en 2.232 3de klasse passagiers vervoeren. Alles bij elkaar konden er 3.319 passagiers en 470 bemanningsleden aan boord van het schip. Op zaterdag 25 september 1920 voer het schip langs het Vrijheidsbeeld richting het immigratiecentrum Ellis Island. Voor talloze volksverhuizers was de kerk in het dorp het hoogste gebouw dat ze ooit gezien hadden, en nu konden ze vanaf het schip de enorme wolkenkrabbers van New York zien. Maar voor elke Amerikaanse droom waren er duizend nachtmerries, en de aankomst op Ellis Island was voor velen al een traumatische ervaring. Men wordt hier zoo absoluut terneergedrukt, schreef een ooggetuige, ‘het gehuil den geheelen dag van dames een vrouwen; en het geschreeuw van kinderen. Gezinnen moesten soms uren- of soms dagenlang wachten voordat ze verder mochten reizen. En wie de nacht op Ellis Island moest doorbrengen kon een nacht vol smerigheid en ongedierte tegemoet zien. Het z.g. bed bestaat uit 4 ijzeren stangen, waar tusschen een stuk zeildoek gespannen is. Verder krijgen we nog 3 smerige, vuile, stinkende, kapotte en vol ongedierte zittende dekens. [.] Iedereen zit, staat of ligt te krabben, dat het een lust is te zien, schreef dezelfde ooggetuige.

Volgens de Amerikaanse ambtenaar op Ellis Island kwam Jan uit Senbierem en heette zijn vader niet Sybren maar Sam. Jan werd genoteerd als een 20-jarige boer, terwijl hij in werkelijkheid 28 jaar oud was. Jan gaf aan de reis zelf betaald te hebben en meer dan 50 dollar op zak te hebben. Hij werd, zo verklaarde hij, in Amerika opgewacht door zijn zwager Piet Post uit Edgerton, Pipestone County, Minnesota. Jan emigreerde niet (nog niet in ieder geval), hij ging op familiebezoek. Dat bezoek duurde ruim drie jaar en in 1924 reisde hij terug naar zijn ouders in Sexbierum. Wat hij in Amerika had gezien was hem blijkbaar goed bevallen, want in april 1926 vroeg hij in Rotterdam een Immigration Visa Number aan (nodig om te kunnen emigreren naar Amerika). Hij zou pas vier maanden later afreizen, maar in het voorjaar van 1926 stond zijn besluit dus al vast. En wellicht al veel eerder.

In augustus van dat jaar nam hij wederom afscheid van zijn ouders, zijn broers en zusters. Het was een vaarwel, een laatste groet en een laatste omhelzing. Jan zou zijn ouders (en vrijwel zeker zijn broers en zusters) nooit meer zien. Natuurlijk zouden ze elkaar schrijven, maar in geval van ziekte, een sterfbed of een begrafenis zou dat bericht hem pas bereiken als alles achter de rug was. In de haven van Rotterdam ging hij andermaal aan boord van de SS Rotterdam. Zoals gezegd kon het schip 3.319 passagiers vervoeren, maar toen Jan op woensdag 25 augustus 1926 aan boord ging, waren er slechts 931 mede-passagiers. Nadat het schip de haven van Rotterdam verlaten had, maakte het eerst een tussenstop in Boulonge-sur-Mer (Frankrijk) en vervolgens in Southampton (Engeland). Op vrijdag 3 september 1926 arriveerde het schip bij Ellis Island in New York, waar Jan liet weten eerst naar Grand Rapids, Michigan te gaan, vanwaaruit hij door zou reizen naar een kennis (G. van der Zee) op 521 Julian Street, Los Angeles, California. Hij had net 5.852 kilometer aan boord van een schip gezeten, maar nu stond hem nog een reis van 4.709 kilometer te wachten. Hieronder, op nummer 13, Jan Post:

Jan was 35-jaar oud, toen hij op dinsdag 20 december 1927 in Bellflower, California in het huwelijk trad met de 28-jarige Christine Antonia Reinders (Bellflower stond bekend als de Friezen-buurt). Christine had zwart haar, bruine ogen, ze woog 52 kilo (115 pounds) en was bijna 1 meter 73 lang (5 feet 8 inches). Ze was op woensdag 5 januari 1898 in Pretoria, Zuid-Afrika geboren. In 1652 waren er al Nederlanders in Zuid-Afrika. Niet alleen Nederlanders trouwens, ook Schotten, Fransen, Duitsers en Engelsen. De inheemse bevolking moest plaats maken voor deze Europeanen en dus werd er gevochten, gemoord en werd er geld verdiend met de slavenhandel. Onderling werd er ook gevochten en in 1880 en 1902 vonden respectievelijk de Eerste en Tweede Boerenoorlog tegen de Engelsen plaats. Vele manskappe moes nog leer paardry en skiet, schreef een van leiders van het Boerencommando.
Christine was nog maar elf jaar oud, toen ze samen met haar ouders van Zuid-Afrika naar Amerika verhuisde. Ze trouwde uiteindelijk met James R. van Oosten en in augustus 1919 werd hun dochtertje Anna geboren. Haar man overleed echter in maart 1922 in het hospitaal van Redlands aan influenza (hij werd slechts 29 jaar, 1 maand en 13 dagen oud). Christine reisde in 1923 met haar kleine dochtertje naar Nederland, waar ze haar schoonvader in Heerenveen bezocht. Ze reisde dus bijna 10.000 kilometer om hem te ontmoeten, hem bij te staan en hem voor te stellen aan zijn kleindochter. Een ongelofelijke daad van liefde en genegenheid die zelfs nu nog ontroerd. Ze bleef ruim een jaar in Heerenveen en keerde (met het stoomschip Rotterdam) op zaterdag 24 januari 1925 naar Amerika terug. Ze was 26-jaar oud, liet ze bij aankomst noteren (ze was echter drie weken ervoor 27 geworden), en ze was met haar dochter op weg naar een kennis (J. Boschker) in Tyndall, South Dakota. In juni 1926 woonde ze echter in Ramona Street, Bellflower, California waar ze als huishoudster de eindjes aan elkaar knoopte. We weten niet hoe en waar Jan en Christine elkaar hebben ontmoet, we weten alleen dat ze elkaar ergens in Californië vonden en in 1927 met elkaar in het huwelijk traden.

Jan en Christine zouden samen drie kinderen krijgen:
  1. Samuel (aka Sidney), 29 maart 1930 te Cypress, California – 2 februari 2007 te Olympia, Washington, USA (76 jaar)
  2. Carl, 23 april 1935 te Artesia, California – trouwde in juli 1956 te Los Angeles, California met Norma J. Smit
  3. Alice, 16 november 1937 te Downey, California –  trouwde in november 1956 te San Joaquin, California met Hilbrand Hiemstra

In april 1930 woonden ze in Anaheim, Orange County, California, in het huis genummerd 107 op de Lincoln Boulevard (in Anaheim zou in de jaren vijftig het eerste Disney themapark van Amerika verrijzen). Jan was 38, Christine 32, haar dochtertje Anna was 10 en hun zoontje Samuel was net een maand oud.  Jan werkte als koemelker en had zijn eigen zuivelbedrijfje en in huis werd nog altijd Nederlands gesproken. Vijf jaar later werd hun tweede zoontje geboren (Carl), en weer twee jaar later hun dochtertje Alice.

Op zondag 27 februari raasde er een storm langs de kust van Los Angeles. Die storm zou tot en met donderdag 3 maart 1938 aanhouden, met alle rampzalige gevolgen van dien. Een enorm gebied kwam onder water te staan en in Anaheim, waar Jan en zijn gezin woonde, stond het water 1.80 meter hoog in de straten. Het lijdt geen twijfel dat ook hij, met zijn vrouw en kinderen, op het dak van het huis heeft gestaan, starend naar het woedende water. Duizenden huizen werden verwoest en de totale schade bedroeg 40 miljoen dollar (omgerekend zou dat nu meer dan 600 miljoen dollar zijn). Uiteindelijk verhuisde Jan met zijn gezin naar het 550 kilometer noordelijker gelegen San Joaquin, California (130 kilometer ten oosten van San Francisco). Hoewel wij al veel gehoord hadden over de California bergen, schreef een Nederlandse toerist, ging het nochtans onze verwachting ver te boven, en wij zullen maar niet trachten om de schoonheid van die bergen te beschrijven. Slechts dit, toen wij op een hoogte van 7.000 voet waren, zagen wij 4.000 voet beneden ons een stad liggen, en aan den anderen kant ‘n hemelhoogen berg, die over duizend voet boven ons uitstak. En zoo mochten wij in de schoone San Joaquin vallei arriveren. Niet dat de verhuizing naar San Joaquin trouwens betekende dat ze nu gevrijwaard waren van overstromingen en andere rampen. In 1952 werd dit gebied getroffen door twee aardbevingen, tijdens de kerst van 1955 door zware overstromingen en in 1958 traden de rivieren in dit gebied wederom buiten hun oevers.

Net als in de 1e Wereldoorlog, probeerde Amerika zich ook in de 2e Wereldoorlog zolang mogelijk afzijdig te houden. Dat veranderde op zondag 7 december 1941, toen de Japanners het grootste deel van de Amerikaanse vloot bij Pearl Harbor tot zinken brachten. Precies een half jaar eerder, in de zomer van 1941, lieten Jan en Christine een Declaration of Intention opstellen, ofwel: een eerste stap om genaturaliseerd te worden tot Amerikaans staatsburger. Werden ze gedreven door patriottisme? Of waren ze er niet gerust op hoe zij, als niet-Amerikanen, behandeld zouden worden als Amerika uiteindelijk toch bij de oorlog betrokken zou raken? Jan was in 1941 49 jaar oud, woog 97½ kilo en miste het topje van de derde vinger van zijn rechterhand. Christine’s meisjesnaam was Reinders, maar toch zou ze die achternaam maar zelden gebruiken. Toen ze met haar eerste man getrouwd was, noemde ze zichzelf Mrs. (van) Oosten. En na zijn overlijden en haar tweede huwelijk werd zij automatisch Mrs. Post. In haar Declaration of Intention werd ze dan ook Christine Antonia Post genoemd. Ze was 43 jaar oud, had zwart-grijs haar en ze woog 58 kilo. Haar dochter Anna was in 1941 het huis al uit, maar de andere kinderen woonden nog thuis. Jan en Christine zouden nooit de vervolgstappen nemen om Amerikaans staatsburger worden. Ze woonden dan misschien het grootste deel van hun leven in Amerika, maar ze bleven de Nederlandse nationaliteit behouden.

Vanaf dat moment verdwenen Jan, Christine en de kinderen uit beeld, dus we weten niet welk beroep hij tijdens en na de oorlog uitoefende en waar ze woonden. Hij overleed op woensdag 18 oktober 1972 te San Joaquin County, California. Jan Sybrens Post werd 80 jaar oud en hij werd begraven op Burwood Cemetery in San Joaquin County. Zijn vrouw Christine zou hem bijna 15 jaar overleven. Ze overleed op maandag 7 december 1987 te San Joaquin County, California en ze werd bijgezet in Jan’s graf. Christine Antonia Reinders werd 88 jaar oud.