Jan Feikes (1814-1885)

JF top

Plaats In De Stamboom
Ouders: Feike Hilbrands Bruinsma (1781-1835) & Tietje Jans Bangma (1788-1827)
Grootouders: Hillebrand Jelles Bruinsma (1743-1824) & Eeke Rommerts de Boer (1746-1783)
Overgrootouders: Jelle Hilbrands (1714-1792) & Sibrig Piters Felsen (1720-1807)

Feike Hilbrands Bruinsma was 32 jaar oud en schipper te Tzum. In september 1814 ging hij samen met Sikke Brouwer, eveneens schipper, en Wijtze Bakker, vanzelfsprekend bakker, naar Franeker en vervoegde zich daar bij het stadhuis Franekeradeel. Hij liet er noteren dat op woensdag 7 september dezes jaar een duizend agt honderd veertien, ’s morgens agt uuren te Tzum zijn zoontje Jan was geboren. Hij was het tweede kind, het tweede jongetje ook, in het gezin van vader Feike Hilbrands en moeder Tietje Jans Bangma. Zijn broer Hilbrand was tweeënhalf jaar eerder geboren. Na Jan zouden er nog twee kinderen geboren worden: Geertje in 1821 en Kornelis in 1827.

Ergens tussen 1815 en 1820 verruilde vader Feike het schip voor de boerderij en ging het gezin in de wijk De Kampen te Tzum wonen. Jan was toen nog maar een peuter, maar de overstap van schipper tot boer die zijn vader maakte, zou grote invloed op Jan’s leven hebben. Het was immers vanzelfsprekend dat kinderen meewerkten op een boerderij, en zo werden Hilbrand en Jan willens en weten klaargestoomd voor het boerenvak. Zijn jongste broertje Kornelis werd dat niet, wat hij overleed zeven maanden na geboorte. Dit was na het overlijden van moeder Tietje Jans, die in 1827 bij de geboorte van Kornelis op het kraambed overleed. Het dwong vader Feike met zijn kinderen naar Tzummarum te verhuizen, waar hij een hoeve huurde. Jan was twaalf jaar oud toen zijn moeder overleed en zal heel goed hebben beseft wat er was gebeurd.

In 1833 moest hij zich melden bij de Nationale Militie, voor de militaire keuring. Daar was hem ten deel gevallen het nummer 69, hetwelk, tot heden niet opgeroepen zijnde, hem tot geenen dienst heeft verplicht.

Begin 1840 woonde Feike met zijn zusje Geertje (17 jaar oud) in het huis genummerd 96 te Tzummarum. Daar woonden ze niet alleen; ze deelden de woning nog vier andere mensen. Tzummarum telde in 1840 in totaal 1.020 inwoners, verdeeld over 206 woningen (gemiddeld dus bijna vijf personen per woning). De 49-jarige Neeltje Annes Kuipers was er herbergiersche en de 22-jarige Herre Martens Oosterhoff was er brood- en kleinbakker. Daniel Sikkes la Fleur was er timmerman en Augustinus Pieters Buwalda wagenmaker. Lodewijk Pertraus was de heel- en vroedmeester van het dorp, de 28-jarige Folkert Jan Hesse was er predikant en de in Duitsland geboren Johannes Koning verdiende zijn geld als linnenwever.

Feike was 25 jaar oud, toen hij op zaterdag 25 april 1840 in het huwelijk trad met de 23-jarige Aaltje Seerps Anema. Aaltje was op dinsdag 1 april 1817, des avonds ten zes uren te Minnertsga geboren. Aaltje was het vierde (en laatste) kind van vader Seerp Pieters Anema (boer van beroep) en moeder Jetske Paulus Ennema. In de akte, die deels verloren is gegaan door waterschade, heeft de ambtenaar achter de naam van de bruidegom het woord jongeman toegevoegd. Jan woonde in 1840 te Tzummarum en was er landbouwer van beroep. En hoewel het gedeelte over Aaltje verdronken is in water, kunnen we uit onderstaand krantenknipsel opmaken dat zij in 1840 nog steeds in Minnertsga woonde. Het van Tjummarum achter Jan’s naam verwijst niet naar zijn geboorteplaats, maar naar de plaats waar hij woonde toen hij in het huwelijk trad. De ambtenaar schreef vervolgens dat wij in het openbaar hebben afgevraagd of zij elkander aannemen tot echtgenoten en getrouwelijk alle de plichten zullen vervullen welke door de wet aan den huwelijken staat verbonden zijn, hetwelk door beiden uitdrukkelijk met Ja beantwoord zijnde. Als getuigen traden op:

  • Albert Wiltholt, 29 jaar, Grieteny ontvanger, woonachtig te Sexbierum, vreemd aan de echtelingen 
  • Rienk Folkerts Kooistra, 47 jaar, agent van politie, woonachtig te Sexbierum, vreemd aan de echtelingen
  • Feike Jans Breuker, 44 jaar, politie bediende, woonachtig te Sexbierum, vreemd aan de echtelingen
  • Folkert Jans Bijlsma, 46 jaar, zonder beroep, woonachtig te Sexbierum, vreemd aan de echtelingen 

huwelijk

Jan Feikes en zijn vrouw Aaltje Seerps kregen samen de volgende kinderen:

  1. Feike, 20 januari 1841 te Tzummarum – 8 augustus 1861 te Sexbierum (20 jaar)
  2. Jetske, 8 juni 1842 te Tzummarum – 30 juli 1842 te Tzummarum (7 weken)
  3. Seerp, 5 juni 1843 te Tzummarum – 2 januari 1918 te Sexbierum (74 jaar)
  4. Jetske, 19 juni 1845 te Sexbierum – 4 april 1888 te Franeker (42 jaar)
  5. Tietje, 15 november 1846 te Sexbierum – 17 februari 1893 te Beetgum (46 jaar)
  6. Hilbrand, 3 april 1849 te Sexbierum – 17 mei 1912 te Oosterbierum (63 jaar)
  7. Antje, 16 juni 1851 te Sexbierum – 26 augustus 1920 te Sexbierum (69 jaar)
  8. Pieter, 15 januari 1853 te Sexbierum – 17 januari 1855 te Sexbierum (2 jaar)
  9. Paulus, 21 december 1853 te Sexbierum – 8 augustus 1865 te Sexbierum (11 jaar)
  10. Jelle, 27 december 1854 te Sexbierum – 21 juli 1930 te Franeker (75 jaar)
  11. Aaltje, 7 juli 1856 te Sexbierum – 17 oktober 1947 te Sexbierum (91 jaar)
  12. Geertje, 31 januari 1858 te Sexbierum – 2 januari 1862 te Sexbierum (3 jaar)
  13. Feike, 4 juli 1864 te Sexbierum – 2 juni 1951 te Sexbierum (86 jaar)

Moeder Aaltje had in 24 huwelijksjaren 13 kinderen gebaard en was 117 maanden zwanger geweest. Op het moment dat hun laatste kindje geboren werd, waren vier kinderen inmiddels overleden. Een vijfde zou een jaar daarop overlijden (Paulus).

Franeker Eind

Jan was, geheel volgens verwachting, dus landbouwer van beroep. In 1840 betaalde hij 300 gulden voor een perceel grond te Tzummarum. Dat komt omgerekend neer op een bedrag van 6.284 gulden, ofwel 2.851 euro.  Tussen 1842 en 1845 verhuisde het gezin van Tzummarum naar Sexbierum. Dat is hemelsbreed 5,6 kilometer, ofwel een stevig uur lopen, dus wellicht dat Jan het perceel grond in Tzummarum heeft aangehouden. In Sexbierum woonde het gezin eerst in het huis genummerd 66 en later in het huis genummerd 99. Dat laatste huis was gevestigd op Franeker Eind, zo genoemd omdat daar het einde van de bebouwde kom was en de weg naar Franeker begon. In 1855 was er een zogenaamde kunstweg aangelegd (een grindweg) tussen Sexbierum en Franeker. In 1882 zou pas begonnen worden met de klinkerbestrating in Sexbierum zelf.

Niet alleen de mens was kwetsbaar in de 19e eeuw, ook de dieren. Toen halverwege de jaren vijftig dan ook de gevreesde longziekte onder runderen uitbrak, veroorzaakte dit een ware slachting on der veestapel. Bijna alle familieleden die toentertijd boer van beroep waren, werden getroffen. De besmette dieren moesten worden afgemaakt en als een boer te weinig andere ijzers in het vuur had, kon dit het einde van het  boerenbestaan betekenen. Jan Feikes runderen raakten in december 1856 besmet. Het duurde zes eindeloze maanden voordat zijn veestapel (wat er van over was) weer gezond verklaard werd.

Vee

In februari 1871 werd Jan de huurder van het perceel nummer vijf te Sexbierum, voor de huursom van 136 gulden per jaar (omgerekend 3.162 gulden, ofwel 1.434 euro). Een half jaar later overleed zijn vrouw Aaltje. Ze stierf op zondag 9 juli 1871, des namiddags ten vier ure te Sexbierum, in het huis nummer negenennegentig. Aaltje Seerps Anema werd 54 jaar oud.

Jan bleef achter met de kinderen. De oudsten waren al het huis uit, maar de jongste was vijf dagen voor het overlijden van zijn moeder net 7 jaar oud geworden. Net als zovele tijdgenoten werd Jan Feikes tijdens zijn leven talloze malen met de dood geconfronteerd:

  • 1827: zijn moeder Tietje Jans
  • 1827: zijn broertje Kornelis
  • 1835: zijn vader Feike Hilbrands
  • 1842: zijn dochter Jetske
  • 1855: zijn zoon Pieter
  • 1856: zijn dochter Aaltje
  • 1861: zijn zoon Feike
  • 1862: zijn dochter Geertje
  • 1864: zijn zus Geertje
  • 1865: zijn zoon Paulus
  • 1871: zijn vrouw Aaltje
  • 1874: zijn broer Hilbrand

Andere zaken waren evenzo verdrietig. Zo was hij februari 1879 gedwongen zijn dochter Jetske onder curatele te stellen, omdat zij, zo lezen we in de advertentie, thans verpleegd wordende in het Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen te Franeker, ter oorzake van Krankzinngheid. 

1879

Jan werkte zijn laatste levensjaren nog steeds als landbouwer in Sexbierum, waar hij op vrijdag 27 februari 1885, des voormiddags ten een ure overleed. Hij werd bijgezet in het graf bij zijn vrouw. Later zouden zijn zoon Feike en diens vrouw ook in dit graf bijgezet worden. Op de grafsteen staat dat Jan  op 1 augustus geboren zou zijn. Dit is niet juist, hij werd geboren op 7 september 1814. Jan Feikes Bruinsma werd 70 jaar oud.

overlijden jan 3

040