Jelle Hilbrands (1856-1928)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Hilbrand Feikes Bruinsma (1812-1874) & Ante Johannes Kooistra (1819-1899)
Grootouders: Feike Hilbrands Bruinsma (1781-1835) & Tietje Jans Bangma (1788-1827)
Overgrootouders: Hillebrand Jelles Bruinsma (1743-1824) & Eeke Rommerts de Boer (1746-1783)
Betovergrootouders: Jelle Hilbrands (1714-1792) & Sibrig Piters Felsen (1720-1807)

Jelle Hilbrands Bruinsma werd op woensdag 31 december 1856, des morgens ten halfvier ure in het huis genummerd zes in Baardeburen te Arum geboren. Reeds in 1596 vierde men in ons land het Nieuwjaarsfeest en toen Jelle geboren werd kon je al voetzoekers, vuurpijlen, zevenklappers en rotjes kopen. Het is uiteraard maar de vraag of er in 1856 iets te merken was van een Oudejaarsavond in een dorp als Arum. Jelle zelf zal er in ieder geval geen weet van gehad hebben. Hij was het zesde en laatste kind van de 44-jarige Hilbrand Feikes Bruinsma en de 37-jarige Antje Johannes Kooistra. Toen hij geboren werd was zijn broer Feike zestien jaar oud, Johannes was dertien, Jan was tien en zus Sytske was acht. Het eerstgeboren dochtertje van vader Hilbrand en moeder Antje was in 1844 op 5-jarige leeftijd overleden, dus Jelle groeide op met vier broertjes en zusjes die stuk voor stuk behoorlijk wat ouder waren. Vader Hilbrand was Nederlands Hervormd, zijn vrouw Antje was Doopsgezind. De jongens in het gezin volgden vader en gingen naar de Hervormde kerk, terwijl dochter Sytske Doopsgezind was, net als haar moeder. Rond Jelle’s geboorte waren zijn twee oudste broers schoolleerling. 

Jelle’s vader was boer en het lijdt geen twijfel dat ook Jelle als jongen op het land heeft meegewerkt. Want onderaan de streep was het binnenhalen van de oogst altijd belangrijker dan het schoolgaan. Vader Hilbrand overleed op vrijdag 23 januari 1874, dus iets meer dan drie weken na Jelle’s zeventiende verjaardag. Jelle’s broer Johannes zou in 1875 trouwen en het ouderlijk huis verlaten, zus Sytske volgde in 1876 en broer Feike in 1878. Jelle’s broer Jan bleef ongehuwd. In 1876 werd Jelle gekeurd voor de militaire dienst, waar hem vervolgens bij de loting den deel is gevallen No. 118, dat, buiten oproeping gebleven zijnde, hem tot geene dienst heeft verpligt. 

De voorliefde voor de kaatssport in Friesland gaat terug tot de 16 eeuw en de meest prestigieuze wedstrijd van het jaar was, en is nog steeds, sinds 1854 de PC (Permanente Commissie der Franeker Kaaspartij) te Franeker. Gespeeld op de vijfde woensdag na 30 juni op het Sterne Slotland, beter bekend als het Sjûkelân. In 1880 werd de PC gespeeld op woensdag 4 augustus en Jelle en zijn beide medespelers wonnen het toernooi. De krant schreef:

De prijs van f 90 is behaald door Jelle Bruinsma en Jan Bonnema, beide van Arum, en T. de Wal, van Dronrijp. [.] ’s Avonds had in de zalen van de Koornbeurs de prijsuitdeeling plaats, waar de genoemde muziek zich goed deed hooren en werd de avond verder door het talrijk opgekomen publiek, onder het zingen van gepaste daarvoor expresselijk vervaardigde liederen, regt feestelijk doorgebracht.

Jelle was 24 jaar oud en van boerebedrijf toen hij op zaterdag 28 mei 1881 in het huwelijk trad met de 20-jarige Reino Rinzes Nijdam. Reino was op woensdag 30 mei 1860 des morgens ten tien ure te Arum geboren en zij was het eerste kindje van koopman Rinze Amelius Nijdam en Trijntje Tjeerds Oppedijk. Reino’s vader was eerder getrouwd geweest en had samen met zijn eerste vrouw zes kinderen gekregen. Vijf van de zes kinderen, waaronder tweemaal een dochtertje met de naam Reino, zouden voor het zevende levensjaar overlijden. Reino werd vernoemd naar Rinzes moeder: Reino Rinzes Ruim. Reino’s vader was slechts drie maanden voor haar huwelijk overleden, maar haar moeder was bij het huwelijk aanwezig. Net als Jelle’s moeder. Hieronder de handtekeningen van Jelle, Reino en de beide moeders. Als getuigen traden op:

  • Johannes Falkena, 33 jaar, klerk, wonende te Witmarsum, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Schelte Hameling, 23 jaar, klerk, wonende te Witmarsum, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Gerardus Albertus Heldoorn, 56 jaar, conciërge, wonende te Witmarsum, aan de echtelingen van familie vreemd
  • Freerk Weerstra, 27 jaar, klerk, woonachtig te Witmarsum, aan de echtelingen van familie vreemd

Jelle en Reino zouden samen één kindje krijgen:

  1. Rinze (Ray), 31 maart 1882 te Arum – 8 mei 1971 te Indianapolis, Marion, Indiana USA (89 jaar)

Amper zes weken na de geboorte van hun zoontje Rinze gingen Jelle en Reino in Amsterdam aan boord van het stoomschip Schiedam. Het 94-meter lange schip was in 1874 in Engeland gebouwd en in 1881 aangekocht door de Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij. Op zaterdag 13 mei 1882 lag het aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam, klaar voor haar reis naar New York. Volgens de census (volkstelling) van het jaar 1900, emigreerde Jelle’s zoon Rinze die dag ook naar Amerika, maar in de registers van het immigratiekantoor Castle Garden (oorspronkelijke naam: Castle Clinton) in New York komt zijn naam niet voor in de lijst. Terwijl ook zuigelingen bij aankomst geregistreerd werden. Dus of de baby daadwerkelijk bij hen was, of dat hij later met een familielid is overgekomen, is niet helemaal duidelijk. Reino’s moeder ging die dag wel mee aan boord van het schip, net als Reino’s jongere broertje en een jonger zusje. Jelle had dat geluk niet en dat betekende dat hij afscheid van zijn familie moest nemen. Dat was een afscheid voor altijd, dat zullen zijn broers, zijn zusters en zeker zijn moeder heel goed geweten hebben.

Op de kade in Amsterdam wemelende het die zaterdagmorgen van de mensen. Gepakt en gezakt en sommigen al met vermoeide gezichten. Meer en meer landverhuizers arriveerden in de loop van de dag. In de avond gingen de trossen los en gleed het stoomschip door de Oosterdoksluizen, het Noordzeekanaal in, op weg naar IJmuiden. Zondagochtend om half zes passeerde het schip de witte krijtrotsen van Dover. Begin mei hadden de schepen op weg van- en naar Amerika vertraging opgelopen wegens hooge zeeën. De schepen bevonden zich toen twee volle dagen tusschen het drijfijs, wat telkens vermeerderde en waarop zeehonden werden gezien. Ze voeren op betrekkelijk geringen afstand van ijsbergen ter hoogte van ongeveer 100 voet en 80 voet breedte. Voor mensen zoals Jelle en Reino, die hoogstwaarschijnlijk nog nooit van hun leven een dag op zee hadden doorgebracht, moet de reis deels fascinerend, deels verbijsterend, maar ook angstaanjagend zijn geweest. Aan boord waren 721 passagiers: 550 volwassenen, 134 kinderen tussen de 1 en 10 jaar, 32 zuigelingen en 5 passagiers die in de 1ste klasse ondergebracht waren. Tijdens de reis was er even sprake dat het immigratiecentrum Castle Garden gesloten zou zijn en dat er geen immigranten in Amerika zouden worden toegelaten. De Ierse en Italiaanse arbeiders die in Castle Garden werkten, waren namelijk in staking gegaan. De staking had effect: hun loon werden verhoogd van 1 dollar 75 naar 2 dollar. En zo kon de Schiedam er toch voor anker gaan. Volgens het Rotterdamsch Nieuwsblad kwam het schip op zondag 28 mei 1882 in New York aan. Volgens een andere krant was dit een dag later: maandag, de 29e mei. Maar volgens de immigratielijsten van Castle Garden arriveerde het stoomschip Schiedam op dinsdag 30 mei 1882. De namen van Jelle, Reino, haar moeder Trijntje en Reino’s broertje en zusje staan onderaan de lijst (zie afbeelding). In de zomer van 1882 schreef de Daily News: Het aantal landverhuizers, in de maand Mei hier aangekomen, is 84.000, het grootste cijfer ooit in een maand bereikt. 

Helaas is de Amerikaanse volkstelling van 1890 vrijwel volledig verloren gegaan, maar we mogen gerust aannemen dat Jelle en Reino (met moeder, broer en zuster) vrijwel direct doorreisden naar de stad Indianapolis (Marion County, Indiana), ruim 1.100 kilometer landinwaarts. Waarom ze voor die stad kozen en of er wellicht familieleden of vrienden zijn geweest die hen opwachtten, zullen we waarschijnlijk nooit met zekerheid weten. De stad Indianapolis telde in 1882 ongeveer 37.000 inwoners (ter vergelijk: Amsterdam telde in het jaar 1879 circa 319.000 inwoners, dus ruim 275.000 meer). In 1890 werden de buitenwijken en randgemeenten van Indianapolis ook in telling meegenomen en was het inwonertal gestegen naar circa 130.000. Toen Jelle er in 1882 arriveerde, waren er zesentwintig Lagere Scholen en nog eens dertig andere scholen (bijvoorbeeld speciale jongens- en meisjesscholen, Duits-Amerikaanse scholen enzovoort), vijf begraafplaatsen en één tandarts. De stad werd in 1821 gesticht, dus er was nog volop ruimte, volop vrijheid om deze stad en het omliggende land te vormen. Wie hard wilde werken, en het nodige geluk had, kon hier een goed bestaan opbouwen.

Voor Reino was dit geluk er niet, want zij overleed in 1888. Wanneer dat precies gebeurde, is niet duidelijk. Want ook nu wisten de Amerikanen zich geen raad met onze Hollandse namen. Zo vinden we Reino bijvoorbeeld terug als Rena en Rijne en werd Jelle ineens John, Jonathan en zelfs Jno. De achternaam Bruinsma vinden we onder andere terug als Brunsmo of Brunsma. Dus onder welke naam de overlijdensakte van Reino is opgesteld, is vooralsnog onbekend. Maar Jelle was dus weduwnaar en bleef achter met zijn 6-jarig zoontje.
Hij was 36 jaar oud, toen hij op donderdag 26 januari 1893 te Marion County andermaal in het huwelijk trad, ditmaal met de 26-jarige Antje Floris Visser. Antje was op woensdag 6 februari 1867, des namiddags ten drie ure te Hitzum geboren, samen met haar tweelingzusje Wilhelmina. De meisjes waren het tweede en derde kind van de 32-jarige winkelier Floris Willems Visser en zijn 38-jarige vrouw Trijntje Jans Postma. Na de tweeling zouden er nog vijf broertjes en zusjes in dit gezin geboren worden. In maart 1884 reisde het hele gezin naar Antwerpen, waar ze aan boord gingen van de SS Rhynland. Op vrijdag 4 april 1884 kwam het schip in New York aan en werd de 17-jarige Antje in Amerika ingeschreven als Ant. F. Visser. Ze trouwde op donderdag 16 september 1886 in Marion County met Charles Deboor (de Boer) en op dinsdag 6 september 1887 werd hun zoontje John geboren. In 1890 overleed haar man Charles. En zo zaten Jelle en Antje eind 1892 dus in dezelfde trieste omstandigheden: Jelle was weduwnaar en had een zoontje van tien, en Antje was weduwe en had een zoontje van vijf. Jelle trouwde als John Brunsma en Antje Vissser als Anna Fisher Boer. Jelle’s moeder Antje Kooistra werd genoteerd als Annie Kovistra, en Antje’s moeder Trijntje Postma werd Tina Postman. Jelle en Antje zouden samen drie kinderen krijgen:

  1. Charles, 30 september 1894 te Indianapolis, Marion, Indiana, USA – 19 februari 1979 te Indianapolis, Marion, Indiana, USA (84 jaar)
  2. Flora Ann, 15 oktober 1896 te Indianapolis, Marion, Indiana, USA – 2 juni 1947 te Detroit, Wayne, Michigan, USA (50 jaar)
  3. Herbert, 9 juli 1902 te Indianapolis, Marion, Indiana, USA – 5 september 1986 te Traverse City, Michigan, USA (84 jaar)

Zoals we hierboven kunnen zien woonde Jelle met zijn gezin eerst op Auburn Street in Indianapolis. In het jaar 1900 waren ze echter verhuisd naar 1030 South Keystone Avenue. Jelle werkte als voorman (ploegbaas) en in de census van dat jaar gaf hij aan nooit een dag zonder werk geweest te zijn. Zijn zoon Rinze werkte in een machinefabriek en Anna’s zoon John zat al iets meer dan negen maanden op school. Zoon Charles en dochter Flora Ann waren nog bij moeder thuis en gingen nog niet naar school. In januari 1907 kreeg Jelle toestemming om een nieuw gedeelte aan zijn huis te bouwen; de bouwkosten bedroegen $ 125. In 1910 woonden het gezin op 25 Churchman Avenue te Indianapolis. Jelle was inmiddels koemelker (dairyman) van beroep en had hij een eigen boerderij/melkerij, want hij liet noteren dat het hier een home dairy betrof. Anna’s zoon John was machinist van beroep geworden en Charles was boerenknecht en hielp zijn vader op de melkerij. Thuis, zo gaf hij in de census aan, werd louter nog Engels gesproken. Buurman Charlie Jenson woonde een stukje verderop en was hoefsmid van beroep. Hij was getrouwd met een Noorse en samen hadden ze acht kinderen. Edward Sparks en zijn vouw woonden er ook. Hij was in Amerika geboren en was timmerman van beroep. Enoch Lunsford woonde nog wat dichterbij en was boer, net als Jelle. De taal was anders, maar het werk en de ambachten voelden aan het begin van de twintigste eeuw nog vertrouwd.

Eerst was er de enorme overstroming van maart 1913. Meer dan twintig Amerikaanse staten werden getroffen, waaronder Alabama,Virginia, Kentucky, Ohio, Missouri, New York en Pennsylvania. Zo ook de staat Indiana en in Indianapolis alleen werden zevenduizend mensen dakloos. Dagenlang werd de stad geteisterd door hevige stormen met regen en sneeuw en te negen uur Donderdagochtend, klampten zich nog honderden menschen aan de daken vast. Zij zijn den geheelen nacht blootgesteld geweest aan hevige koude. Toch verbleekte deze catastrofe bij de Spaanse Griep, die tussen het voorjaar van 1918 en de winter van 1920 wereldwijd tussen de 50 en 100 miljoen mensenlevens eiste. In september 1918 kwam de griep naar Indianapolis en om het virus een halt toe te roepen bleven kerken en scholen gesloten. Mensen met verkoudheidsverschijnselen mochten niet in openbare ruimtes komen en wie nieste was verplicht een zakdoek voor de mond te houden. Uiteindelijk zouden 150.000 mensen in de staat Indiana (waar Jelle en zijn gezin dus woonden) griepverschijnselen krijgen en circa 10.000 van hen zouden aan de Spaanse Griep overlijden.

In het jaar 1920 woonden het gezin nog altijd in Churchman Avenue. In de census van dat jaar ging Jelle de boeken in als John Brusma. Drieënzestig jaar was hij en hij werkte nog altijd als koemelker op zijn eigen zuivelboerderij. Zoon Rinze was het huis al uit, net als zijn stiefzoon John. De drie overgebleven kinderen woonden nog thuis. Charles en Herbert werkten als arbeider bij de spoorwegen. Dochter Flora Ann werkte er ook, maar als klerk. Jelle overleed als Jonathan Hildebrand Brunsma op vrijdag 16 november 1928 te Indianapolis, Marion, India, USA. Hij werd op maandag 19 november 1928 begraven op Crown Hill Cemetery. De man die ooit de PC in Franeker won en die alles achterliet in de hoop op een beter leven werd 71 jaar oud.

Na zijn overlijden verhuisde Anna naar 3102 E Tabor Street, Indianapolis. Zoon Rinze werd bankwerker van beroep, Charles werkte als voorman, later als loodgieter en toen weer als voorman, Flora Ann bleef bij haar moeder wonen en Herbert werkte als ingenieur bij de wegenbouw. Anna zou Jelle vele, vele jaren overleven. Ze verloor haar enige dochter in 1947 en bleef tot aan haar dood in Tabor Street wonen. Ze overleed op woensdag 7 april 1954 in haar eigen huis en werd op zaterdag 10 april 1954 op Crown Hill Cemetery begraven. Antje Visser overleed als Anna Brunsma en zij werd 87 jaar, 2 maanden en 1 dag oud.

Advertenties