Feike Hilbrands (1781-1835)

Feike Top

Plaats In De Stamboom
Ouders: Hillebrand Jelles Bruinsma (1743-1824) & Eeke Rommerts de Boer (1746-1783)
Overgrootouders: Jelle Hilbrands (1714-1792) & Sibrig Piters Felsen (1720-1807)

Feike Hilbrands (Bruinsma) werd op dinsdag 5 juni 1781 te Lollum geboren en aldaar gedoopt op zondag 8 juli. Hij was het 6e kind van vader Hillebrand Jelles en moeder Eeke Rommerts. Feike zal zijn moeder niet of nauwelijks hebben kunnen herinneren, want zij overleed 2 jaar na zijn geboorte. Vader Hillebrand Jelles hertrouwde in 1785 met Willemke Johannes Noordhof. Feike was toen 4 jaar oud en zo werd hij opgevoed door zijn stiefmoeder. Na hem zouden nog 6 halfbroertjes en zusjes geboren worden.

In mei 2014 telde Nederland ruim 16,8 miljoen inwoners. In juni 1781, toen Feike geboren werd, waren dat er circa 1,9 miljoen. Hoe dunbevolkt Nederland toen ook was, Feike werd geboren in een eeuw van stijgende armoede groeiende werkloosheid. De ongekende welvaart van de Gouden Eeuw (17e eeuw) was voorgoed voorbij. De situatie verslechterde alleen maar toen de Franse troepen onder Napoleon Bonaparte in 1794 ons land binnenvielen. Nederland werd door de Franse bezetter gedurende 20 lange jaren (tot 1814) systematisch geplunderd, en bittere armoede was het gevolg. Pas rond 1860 zou de Nederlandse economie zich enigszins herstellen en braken er voor veel landgenoten betere tijden aan.

Feike was als baby gedoopt, maar deed op vrijdag 9 maart 1798 belijdenis. Dit betekende dat hij aantoonde dat hij kennis had van de voornaamste leerstukken van de kerkgemeenschap en deze onderschreef. Hij werd zodoende lidmaat (oorspronkelijk: ledemaat) van de kerkelijke gemeente. Hij was 29 jaar oud, toen hij op maandag 23 april 1810 in huwelijk trad met de 22-jarige Tietje Jans Bangma, Tietje was op zondag 25 mei 1788 te Arum geboren en aldaar gedoopt op zondag 8 juni. Zij was het 5e kind van vader Jan Sikkes Bangma en moeder Geertje Jacobs Tichelaar. In 1783 was er ook al een Tietje in dit gezin geboren (als tweeling met haar broertje Douwe), maar beide kinderen waren in 1788 al overleden. Vader Jan Sikkes en zijn vrouw Geertje Jacobs kregen in totaal 10 kinderen, en na Tietje zouden er nog een dochtertje en vier jongens geboren worden. Feike woonde in 1810 te Arum, net als zijn vrouw Tietje.

Tietje was verre familie van Pier Gerlofs Donia, beter bekend als Grutte Pier (Grote Pier). Oorspronkelijk was hij boer te Kimswerd. In 1515 plunderde een groep Saskische huurlingen dit dorp, waarbij verschillende dorpsbewoners het leven lieten, waaronder Pier’s vrouw. Verteerd door verdriet en ziedend van woede richtte hij in Arum een leger op met de naam Arumer Zwarte Hoop. Dit leger van arme boeren, struikrovers en bandieten werd onder andere actief als kapervloot op de Zuiderzee. Tijdens een van de vele zeeslagen wisten Pier en zijn mannen 28 Hollandse schepen te veroveren. De 500-koppige bemanning van deze schepen werd zonder pardon overboord geworpen. In geschriften komen we de volgende beschrijving van hem tegen: Hij was een boom van een kerel, donker van gelaat, breedgeschouderd, met een lange zwarte baard, van nature een ruw humorist, door de omstandigheden in een grote wreedaard herschapen. Zijn zwaard was 2 meter en 15 centimeter lang en woog 6,6 kilo (een exacte replica is te zien in het Fries Museum). Over Grutte Pier zijn talloze sagen in omloop. Zo wordt bijvoorbeeld beweerd dat hij de bedenker is van het befaamde: Bûter, brea en griene tsiis, wa’t dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries. Hij gebruikte dat om te achterhalen of de schippers op de Zuiderzee wel echte Friezen waren. Wie de woorden niet goed kon uitspreken werd ter plekke onthoofd, het schip werd geplunderd en rest van de bemanning overboord gegooid. Een ander verhaal gaat als volgt: Grote Pier was een hele sterke kerel. Op een keer was hij aan het ploegen en had hij het paard voor de ploeg gespannen. Het was nog een ouderwetse ploeg met houten balken. Toen kwam er een een vreemde man op hem af en vroeg: “Weet jij waar Grutte Pier woont?” Toen trok Pier het paard voor de ploeg vandaan, tilde de ploeg met zijn rechterhand op bij en wees met de ploeg naar een boerderij. En hij zei: ‘kijk, daar woont hij.” Met de andere vuist sloeg hij zichzelf op de borst en zei: “En hier staat hij.” Grutte Pier stierf in 1520 in Sneek.

piergerlofsdonia (2)

Toen in het jaar 1811 de naamsaanneming (achternaam) verplicht werd, moest ook Feike Hilbrands eraan geloven. Feike en Tietje woonden inmiddels in Tzum en dus meldde hij zich op vrijdag 3 januari 1812 te Franeker, waar hij simpelweg liet noteren dat deszelfs vader Hilbrand Jelles Bruinsma, huisman onder Lollum, nog in leven is. En daarmee was alles gezegd. Want als zijn vader de naam Bruinsma had aangenomen, waren zijn kinderen automatisch ook een Bruinsma.

Naamgeving

 Feike en Tietje kregen samen de volgende kinderen:

  1. Hilbrand, 14 januari 1812 te Tzum – 23 januari 1874 te Arum (62 jaar)
  2. Jan, 7 september 1814 te Tzum – 27 februari 1885 te Sexbierum (70 jaar)
  3. Geertje, 22 april 1821 te Tzum – 30 maart 1864 te Minnertsga (43 jaar)
  4. Kornelis, 25 april 1827 te Tzum – 25 november 1827 te Tzum (7 maanden)

Lange tijd was Feike Hilbrands schipper van beroep, maar tussen 1815 en 1820 betrok hij een stelpboerderij te Tzum, in een gebied dat bekend stond onder de naam De Kampen. De boerderij was al in 1640 het eigendom van de Hervormde Gemeente. Het woongedeelte bestond uit de mooie kamer aan de rechterkant, een woonkamer, een gang en een kelder aan de linkerzijde. De boerderij (maar uiteraard verbouwd) bestaat nog altijd (Wommelserweg 79, Tzum).

Wom - Tzum - 79

In 1824 werd Feike gearresteerd wegens de verkoop van 1/4 vat boter, waarin een groote hoeveelheid stinkend witte smeerboter was omgeven. Hij werd veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf en 25 gulden boete (omgerekend naar de huidige tijd is dat 596 gulden, ofwel 270 euro).

Blokhuis

Feike’s vader overleed in november 1824 en Tietje’s moeder in augustus 1826. In beide gevallen behoorde er onroerend goed bij de nalatenschap en dus zullen zowel Feike als Tietje hun kindsdeel ontvangen hebben. Vanaf dat moment zien we in de aktes dat Tietje Jans boerinne van beroep is. Op woensdag 25 april 1827, om 04.00 in de ochtend, beviel moeder Tietje van haar 4e kind. Wellicht waren er complicaties bij de geboorte of waren er infecties opgetreden, het is niet meer met zekerheid vast te stellen. Wel weten we dat Tietje Jans, boerinne te Tzum en moeder van 4 kinderen, op woensdag 9 mei 1827, des namiddags ten twee uren overleed. Tietje Jans Bangma werd slechts 39 jaar oud. Feike Hilbrands was toen 45 jaar oud, zijn zoon Hilbrand was 15, Jan was 12, Geertje was 6 en zijn de kleine Kornelis nog maar amper 9 dagen.

Feike verhuisde met zijn kinderen naar Tzummarum en huurde daar een hoeve met toebehoren voor een bedrag van 744 gulden per jaar (wat nu neer zou komen op 17.298 gulden, ofwel 7.849 euro per jaar). Hier woonde en werkte hij de laatste jaren van zijn leven. Hij overleed op vrijdag 13 februari 1835, des avonds ten negen ure te Tzummarum, in wijk L, huisnummer 96. Feike Hilbrands Bruinsma werd 52 jaar oud en liet 4 kinderen na. De voogd voor de jongste kinderen was Douwe Jans Bangma, een broer van moeder Tietje.

Advertenties