Jelle Hilbrands (1714-1792)

v6

Jelle Hilbrands (Bruinsma) werd op woensdag 23 oktober 1714 te Bolsward geboren. Het is vrijwel zeker dat er bij zijn geboorte alleen vrouwen aanwezig waren: buurvrouwen, zusters, schoonzusters en een goedfrou (een froedfrou had een examen afgelegd, een goedfrou niet). Na de geboorte moest hij vervolgens zo snel mogelijk gedoopt worden want de zuigelingensterfte was hoog en men geloofde stellig dat de zielen van ongedoopte baby’s nooit rust zouden vinden. De volgende dag werd Jelle dan ook gedoopt: ‘Den 24 Octob. heeft Hilbrandt Jelles zijn kind, gister geboren, laten dopen Jelle.’ Vader Hilbrandt Jelles was in 1712 te Hindeloopen getrouwd met Gryttje Martens, maar haar naam werd dus niet in het doopregister vermeld. Jelle was het eerste kind in het gezin. Na hem zou Marten nog geboren worden (1716), Willemke (1717), Pytter (1719), Attje (1720), Grietie (1723) en nog een Grietie in 1725.

Jelle werd geboren in de pruikentijd; de periode waarin mannen en vrouwen van stand een pruik droegen. Een tijd ook waarin mensen bij elkaar in één ruimte sliepen (ook in een herberg), waar gekookt werd op een open vuur en waar een chirurgijn onder andere beschikte over een ‘zage met toebehoren, vier tandentrekkers, drie scharen, twee spuiters en zeven scheermessen.’ Een eeuw ook waarin Nederland in slaven handelde en waar de maanloze nachten nog inkt en inktzwart waren. In heel Friesland woonden iets meer dan 135.000 mensen (ter vergelijk: Leeuwarden telde in 2016 in totaal 108.041 inwoners). Bolsward, het stadje waar Jelle geboren werd, telde in die tijd zo’n 2.5000 inwoners. Maar zelfs stadjes als Leeuwarden en Bolsward waren in de 18e eeuw ‘in den winter vaak van alle gemeenschap afgesneden’ omdat de wegen onbegaanbaar waren. Jelle was al over de veertig toen Mozart geboren werd (1756) en dik over de zeventig toen de eerste president van Amerika gekozen werd (1789). Hij leefde in een eeuw van ijskoude winters en veel overstromingen. De meest verschrikkelijke vond plaats in de kerstnacht van 24 op 25 december 1717 (Kerstvloed). Ruim 13.000 mensen vonden de dood. Twintig jaar later, in de winter van 1739, vroor het dat het kraakte en rondzwervende troepen wolven vormden een groot gevaar. In 1742 werd Friesland geteisterd door een muizenplaag en in 1744 en 1745 sloeg (andermaal) de veepest toe. In de eeuw waarin Jelle was de levensverwachting gemiddeld dertig jaar.

Winter

Over zijn jonge jaren is niets bekend en zo weten we bijvoorbeeld niet of hij iets van scholing heeft gehad. Wel weten dat hij later boer en timmerman van beroep werd. Het hebben we verschillende beroepen was toentertijd heel normaal. Een boer kon bijvoorbeeld ook een kuiper, koopman of zelfs visser zijn. Boeren waren overgeleverd aan de genade van moeder natuur. Te veel (of te weinig) neerslag kon rampzalige gevolgen hebben voor een boerengezin, net als als ziektes onder het vee. Honger en armoede lag altijd op de loer, dus men moest wel meerdere ijzers in het vuur hebben.

In 1742 trouwde Jelle Hilbrands te Exmorra met Sibrig Piters Felsen. Sibrig Piters (later werd het Siebrig Pieters) was rond 1720 geboren en was de dochter van Pytter Jans Felsen, boer en visser te Allingawier en Trijntje Wybes. Toen Sibrig haar vader in 1752 overleed, werd het boerenbedrijf door haar oudste broer overgenomen. Hij liet vastleggen dat hij zijn broers en zusters ieder 100 caroligulden en 3 zilveren lepels zou betalen als zijnde hun deel van de erfenis. De caroligulden was een goudstuk met de beeltenis van Karel V en was sinds 1521 het betaalmiddel in Nederland. De waarde van 1 carolis was 20 stuivers. Ter vergelijking: in 1728 kochten de ouders van Sibrig een huis voor 100 caroliguldens. Dus een erfenis van 100 caroliguldens was een aanzienlijk bedrag. Jelle Hilbrands zal zo’n 34 jaar oud zijn geweest toen hij in het huwelijk trad, zijn vrouw Sibrig was een jaartje jonger. Samen kregen zij de volgende kinderen:

  1. Hillebrand in 1743 te Exmorra – 26 november 1824 te Lollum (81 jaar)
  2. Pyter in 1747 te Exmorra – 17 november 1812 te Kubaard (65 jaar)
  3. Marten, 23 maart 1749 te Exmorra – onbekend, overleden vóór 1792
  4. Trijntje, 26 juli 1750 te Exmorra, dopeling overleden
  5. Trijntje, 5 september 1751 te Exmorra – overlijden te Harlingen (waarschijnlijk 1798)
  6. Attie, 5 maart 1758 te Exmorra – overlijden onbekend, leefde nog in 1792

Kinderen

Jelle verruilde Bolsward dus voor Exmorra, het dorpje vier kilometer ten westen van Bolsward. Bij de volkstelling van 1744 liet hij zijn naam noteren (en sijn vrouw en 1 kind) en was hij bereid 4 dukaten te betalen om de handel en scheepvaart binnen Friesland te stimuleren. Een soort verkapte belasting dus. Mocht men het vermoeden hebben dat iemand te weinig afstond, dan werd het woord vermogend achter de desbetreffende naam geschreven. Het betekende dat de persoon in kwestie over voldoende gelden beschikte, maar onwillig was zijn steentje bij te dragen. Vier dukaten was ook het bedrag wat predikant Johannes Sadelaar aanbod. Hij was in 1705 de predikant van Exmorra geworden en hij woonde er met ‘1 meid.’ Er waren ook best wat huishoudens te Exmorra met een dienstbode. Pieter Ottes en zijn vrouw hadden bijvoorbeeld een dienstbode, net als Tjerk Jans en Tiete Baukes en ‘syn vrouw en 5 kinders.’ De weduwe van Hoite Andries had ook een dienstbode en Hessel Ypes had er zelfs twee. Maar ja, die had dan ook geen vrouw. Tietje Ages woonde in 1744 ook te Exmorra. Ze was naaister van beroep en in de documenten werd ze omschreven als ‘een onosele. Jacob Klases en zijn vrouw hadden samen een kind, maar hadden ook twee weeskinderen in huis. Zij boden in 1744 maar liefst twaalf dukaten aan om de handel te stimuleren. En dat terwijl er bij hun naam werd toegevoegd: ‘aan de arme kant.’ Honderdvijfendertig inwoners telde Exmorra slechts in 1744, verdeeld over vijfendertig huishoudens.

1744

Zoals gezegd was Jelle boer en timmerman. Meester timmerman, om precies te zijn. En dat betekende dat hij tot het gilde van timmerlieden behoorde en zelf leerlingen (timmermansknechten) mocht opleiden. In 1746 lieten ‘Jelle Hilbrands, meester timmerman, en Sybrigh Pieters Felsen’ te Exmorra noteren dat zij 100 caroliguldens schuldig waren aan Fedde Heslinga en Geeltie Egberts te Bolsward, wegen levering van houtwaren. Tot onderpand stelden zij hun vee en timmergereedschap. Zoals eerder aangegeven kon je met 100 carolis een huis kopen, dus Jelle en zijn vrouw moeten in 1746 een enorme partij timmerhout gekocht hebben.

Carol

Tussen 1748 en 1758 stond hij genoteerd als gering boer te Exmorra en moest hij jaarlijks 30 caroliguldens en 5 stuivers belasting betalen (ofwel: 605 stuivers per jaar). En dat betekende dat hij wel degelijk een aardig stukje land had. In 1750 lieten ‘Jelle Hilbrands, meester timmerman, en Sybrig Pytters’ te Exmorra noteren dat zij 1100 caroliguldens schuldig waren aan Oene Rintjes en Moey Ulbes te Arum, vanwege de koop van 10 koeien. Elfhonderd caroliguldens was een fors bedrag. Het betekende dus dat hij kredietwaardig was en dat men bereid was hem een dergelijk bedrag te lenen.

Op zondag 24 augustus 1760 verhuisde het gezin van Exmorra naar Kubaard. De afstand tussen de twee dorpen bedroeg hemelsbreed nog geen 13 kilometer, maar in de 18e eeuw was dit echt een behoorlijke stap. Tussen 1768 en 1788 was Jelle Hilbrands boer en timmerman op de boerderij Groot Loopens in Kubaard. Hij had een grote stap vooruit gezet, want de landerijen in Kubaard waren tweemaal zo groot als die in Exmorra. Geld speelde een ondergeschikte rol voor veel mensen in de 18e eeuw. Men probeerde een goed leven in het hier en nu te hebben, door meerdere beroepen uit te oefenen, hard te werken en zuinig te leven. Daarnaast was het belangrijk iets achter te laten voor de kinderen, zodat dat stukje grond en die boerderij familiebezit bleef.

Groot-Loopens

Jelle Hilbrands overleed tussen juni 1792 en juni 1793 te Kubaard op 78-jarige leeftijd. Na het overlijden werd zijn bezit in vier gelijke parten over de kinderen verdeeld: Hilbrand, Pyter, Trijntje en Attie. De andere kinderen in het gezin waren dus al overleden. Zijn vrouw Sibrig (Siebrig) bleef in Kubaard wonen. Daar overleed ze tenslotte op zondag 5 juli 1807. Sibrig Piters Felsen werd circa 87 jaar oud.

Pic2a

 

Advertenties