Wemke Hendriks (1839-1918)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Hendrik Jans Bron (1805-1886) & Roelofje Alberts Lenstra (1803-1880)
Grootouders: Jan Hendriks Bron (1778-1864) & Antje Brands (1779-1836)
Overgrootouders: Hendrik Arends Bron (1735-1803) & Aukjen Melles (1739-1804)

De 34-jarige Hendrik Jans Bron, gehuwd met de twee jaar oudere huisvrouw Roelofje Alberts Lenstra, verscheen op donderdag 20 juni 1839, ‘des nademiddags ten zeven ure’ bij de Burgerlijke Stand en liet er noteren dat zijn dochtertje Wemke diezelfde dag ‘des nademiddags ten twee uren’ te Blesdijke was geboren. De geboorteakte werd mede ondertekend door de getuige Pals Gerrits Jongschaap, Grietenij bode, een man die we nog een aantal keren tegen zullen komen in dit verhaal. Toen Wemke geboren werd was haar zusje Stijntje tien jaar oud, haar broer Jan was acht haar zusjes Antje en Aaltje waren respectievelijk vijf en twee. Na Wemke zouden er nog drie broertjes geboren worden, dus uiteindelijk zou ze opgroeien met zeven broertjes en zusjes. Vader Hendrik was boer van beroep en ook zijn vrouw Roelofje werd vanaf 1839 in de aktes omschreven als huisvrouw en boerin. Rond 1850 was Hendrik in het bezit van verschillende renpaarden, waarvan een zesjarigen langstaartigen bruinen ruin met de naam Apollo de nodige successen behaalde. Wemke’s jongere broertje Sent zou later zelfs de vaste pikeur worden.

Wemke was 19 jaar oud (en voor de wet nog minderjarig), toen ze op zaterdag 30 april 1859 in het huwelijk trad met de 24-jarige Jan Geerts Prakken. Jan was op zondag 24 augustus 1834, des nachts ten een uur te Steggerda geboren. En ook hier werd de geboorteakte mede ondertekend door de Grietenij bode Pals Gerrits Jongschaap, die zijn handtekening ook al zette onder de geboorteakte van Wemke. Jan was het eerste kind van de toen 43-jarige Geert Jans Prakken en de 21-jarige Aaltje Hendriks Mast. Na Jan zouden er nog vijf broertjes en zusjes geboren worden. Het is maar de vraag hoe spontaan en vrijwillig het huwelijk tussen Geert en de veel jongere Aaltje werkelijk was, want op hun trouwdag was Aaltje al zes maanden in verwachting (kijkend naar de trouwdatum en de geboortedatum van Wemke’s eerste kindje, kunnen we veilig stellen dat ook zij op haar trouwdag in verwachting was). In april 1859 werkte Jan als boerenknecht te Steggerda, terwijl Wemke zonder beroep was en nog bij haar ouders te Blesdijke woonde. Haar beide ouders waren op haar trouwdag aanwezig, net als Jan’s moeder (zijn vader was in 1851 overleden). Hieronder de handtekeningen van Wemke en Jan. Bij de getuigen zien we wederom de naam Pals Gerrits Jongschaap genoemd worden. Dus niet alleen ondertekende hij de geboorteaktes van Wemke en Jan; hij was ook getuige bij hun huwelijk:

  • Pals Gerrits Jongschaap, 73 jaar, Gemeentebode, wonende te Wolvega
  • Gerrit Jongschaap, 46 jaar, zonder beroep, wonende te Wolvega
  • Klaas Kuiper, 47 jaar, ambtenaar, wonende te Wolvega
  • Bate Jans Kuiper, 37 jaar, arbeider, wonende te Wolvega

Wemke en Jan zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Aaltje, 8 november 1859 te Peperga – 21 november 1924 te Ter Idzard (65 jaar)
  2. Roelofje, 28 januari 1862 re Peperga – 14 januari 1954 te Peperga (91 jaar)
  3. Geert, 30 augustus 1864 te Peperga – 6 maart 1944 te Peperga (79 jaar)
  4. Hendrik, 7 juli 1867 te Peperga -15 februari 1869 te Blesdijke (1 jaar)
  5. Hendrikje, 2 december 1869 te Blesdijke – 20 januari 1955 te Leeuwarden (85 jaar)
  6. Hendrik, 26 november 1874 te Peperga – 4 december 1966 te Enschede (92 jaar)
  7. Antje, 12 oktober 1879 te Peperga – 9 november 1880 te Peperga (1 jaar)
  8. Jan, 28 maart 1882 te Peperga –  27 juni 1954 te Warnsveld (72 jaar)

Oebele Veenstra was de schoenmaker in Peperga, Jacob van der Zee de wagenmaker en Sieger Bakker deed zijn naam eer aan er werkte er als bakker. Renske Bijkerke was naaister, Hendrikje Leegveld winkeliersche, Reitze Keizer de tolpachter en Johannes Stormer de tolgaarder. Christoffel Krediet was er kuiper, Johan Schlecht de molenaar en Hendrik van Herwijnen postbode. In 1865 werd begonnen met de aanleg van de spoorlijn tussen Zwolle en Leeuwarden. De spoorlijn kwam aan de westkant van Peperga te liggen en splitste het dorp in tweeën. En dus was Hendrik Heerdink er spoorwegbeambte, net als Jonas Pieters en Hendrik Oosterveen. Maar in Peperga woonden met name veel veehouders en in het dorp woonde zelfs een veearts. Maar een slager was er niet.

Bij de geboorte van hun eerste dochtertje liet Jan veehouder als beroep noteren, maar in het begin van de jaren zestig veranderde dat in arbeider. Toen zag hij het gat in de markt en werd hij slager van beroep. Of, zoals hij in 1869 liet optekenen: slagter. Want zoals men zei: wil een slager slagen, dan moet hij slachten. Het woord slachter paste ook veel beter bij het beroep wat Jan uitoefende. Want de slagerij zoals wij die in de 20e eeuw zouden kennen, kwam pas rond het jaar 1900. Jan was eerder – zoals dat toentertijd genoemd werd – een huisslachter. Dat betekende dat hij persoonlijk langskwam op de boerderij en het aangewezen vee ter plaatse slachtte.

In 1868 verruilden ze Peperga voor Blesdijke, waar ze in het huis genummerd 18 gingen wonen. Jan was inmiddels slager af, want hij werd geregistreerd als arbeider. Alles bij elkaar zouden ze vier jaar in Blesdijke wonen, maar op zondag 12 mei 1872 keerde het gezin terug naar Peperga, waar ze in het huis genummerd 45 gingen wonen. In Peperga koos Jan andermaal voor het slagersvak. Toch kocht hij in september 1877 ook een perceel bouwland ter waarde van 78 gulden (huidige waarde: € 790). Als beroep liet hij toen koopman noteren. Maar dat was eenmalig, want bij de geboorte van zijn dochter Antje in 1879 was hij weer gewoon slagter. Maar misschien was Jan, net als veel van zijn tijdgenoten, een man van meerdere ambachten: slager, landbouwer, veehouder in één wellicht. Hendrik Alberts Bron, het jonge neefje van Wemke, woonde in die jaren bij hen in. Hij was zeven jaar oud toen zijn moeder (in 1875) overleed en hij zou tot 1882 bij Wemke en haar gezin blijven wonen. In 1882 verhuisde hij naar zijn vader in Blesdijke.

In 1880 overleed Wemke’s moeder op 77-jarige leeftijd. In eerste instantie gingen al haar bezittingen naar haar echtgenoot Hendrik. In januari 1884 besloot hij, Hendrik Jans Bron, zonder beroep, te Blesdijke, en zijne nu wijlen echtgenote Roelofje Alberts Lenstra tot de verkoop van haar greidlanden ten noorden van den Straatweg te Blesdijke. En zo zat Jan Geerts Prakken, slager te Blesse, den achtsten Januarij achttien honderd vier en tachtig bij de notaris en kocht er perceel nummer drie en perceel nummer zes. Perceel genummerd zes bijvoorbeeld lag ten noorden in de sloot van de heer S. van der Berg, ten oosten in de sloot van de heer Sickenga senior en de heer J. Heloma, ten zuiden in de sloot van perceel genummerd vijf en ten westen in de stegge of sloot van perceel genummerd drie.
Hij kocht beide percelen voor een bedrag van 1.670 gulden (huidige waarde: € 19.829).

In de zomer van 1884 was hij weer terug bij de notaris, waar hij verklaarde wegens geleend geld, schuldig te zijn aan den heer David Flud van Giffen, notaris, wonende te Wolvega, eene som van een duizend zeshonderd gulden. Zijn bouw- en weilanden te Peperga en Blesdijke werden onder hypotheek gesteld. Dat was trouwens niet de laatste keer, want in het najaar van 1887 bekende hij wederom schuld aan notaris David Flud van Giffen, ditmaal voor een bedrag van 500 gulden. Zijn huis met erf te Blesse, Sectie B, nr. 1378, Groot 4 aren 40 centiaren werd toen onder hypotheek gesteld.

Januari 1885: Een kastelein stond op de vaart te Blesse met een flesch en glaasje gewapend, om aan een zestiental jongens en meisjes, in een kring om hem heen geschaard, een borreltje te schenken. Eensklaps begaf zich het ijs, en allen zakten naar beneden, tot den kastelein incluis, in het water. Sommigen tot aan den hals anderen minder diep. Met een nat pakje kwamen ze allen weer op het droge.

Wemke’s vader overleed op dinsdag 13 april 1886 en notaris David Flud van Giffen ging op den dertigsten April achttien honderd zes en tachtig, des namiddags om één uur, ten sterfhuize van Hendrik Jans Bron te Blesdijke over tot den openbaren verkoop van de roerende en onroerende goederen. En hoewel het Wemke’s vader was die overleed, was zij die dag niet in het ouderlijk huis van haar vader aanwezig. Haar man Jan was er wel, uit naam van zijn vrouw. Zo ging dat toen. Hij kocht er de volgende items:

  • aardewerk: 0.40 cent
  • een pot: 0.70 cent
  • een spiegel: 1 gulden 50 cent
  • een deken: 6 gulden 50
  • een boek: 0.85 cent
  • secretarie: 16 gulden
  • een bleekkast: 7 gulden
  • een klok: 18 gulden
  • een schouw: 6 gulden
  • Totaal: 56 gulden 95 cent

Op de zwoele, maar bewolkte vrijdag, de 27e juli 1906 besloten Wemke en Jan hun testament op te maken. Wemke was 66 jaar oud en Jan was over de 70. Wemke liet noteren: ik leg aan mijnen echtgenoot Jan Geerts Prakken het levenslang vruchtgebruik mijner geheele nalatenschap. En Jan deed precies hetzelfde, met zijn vrouw Wemke als enige begunstigde. En dat was dat. Bijna drie jaar later vierden zij hun 50-jarig huwelijksfeest:

Tot op hoge leeftijd, en tot aan zijn overlijden, werkte Jan als veehouder. Hij overleed op donderdag 16 februari 1911, des namiddags ten twee ure te Peperga. Jan Geerts Prakken werd 76 jaar oud. En zo bleef Wemke dus alleen achter. Van haar laatste jaren is weinig bekend. Zo weten we bijvoorbeeld niet wanneer (en waarom) zij naar Wolvega is verhuisd. Ze overleed op de onbewolkte en zonnige dinsdag, de 23e april 1918, des voormiddags ten half elf ure te Wolvega. Wemke Hendriks Bron werd 78 jaar oud. De onderstaande rouwadvertentie werd opgesteld door haar jongste zoon Jan.