Sent Hendriks (1845-1906)

paard

Plaats In De Stamboom
Ouders: Hendrik Jans Bron (1805-1886) & Roelofje Alberts Lenstra (1803-1880)
Grootouders: Jan Hendriks Bron (1778-1864) & Antje Brands (1779-1836)
Overgrootouders: Hendrik Arends Bron (1735-1803) & Aukjen Melles (1739-1804)

Het was Hendrik Jans Bron, oud veertig jaren, van beroep Boer, woonachtig te Blesdijke’ die bij de Burgerlijke Stand liet noteren dat op zaterdag 15 november 1845, des nachts ten half vier aldaar, uit hem Declarant en Roelofje Alberts Lenstra, deszelfs huisvrouw, van beroep Boerin, wonende mede te Blesdijke, geboren is een kind van het Mannelijk geslacht, en aan hetwelk hij verklaard heeft de voornamen van Sent Hendriks te geven.’ Een half uurtje eerder was Brand geboren, dus Sent en Brand waren tweelingen. Het gezin woonde in 1850 in het huis genummerd 57 te Blesdijke (later zou dit worden omgenummerd naar 69). Wat opvalt in het bevolkingsregister is het feit dat het hele gezin (vader, moeder en de 9 kinderen) met het beroep ‘boer’ genoteerd staan. Dus ook Sent, die toen vijf jaar oud was. In 1850 ging dus geen van de kinderen naar school, en het is maar helemaal de vraag of dat na 1850 wel het geval is geweest.

Veertien dagen voor de geboorte van de tweeling viel er al een dik pak sneeuw en vroren de rivieren dicht. Daarna zette de dooi in, maar op zondag 30 november 1845 begon het weer te vriezen. Op tweede Kerstdag schaatsten drie Snekers de elfsteden route. Ook in de eerste maanden van 1846 was het bitter koud. In maart daalde het kwik in Leeuwarden naar -17 °C en in Groningen zelfs naar -21°C. Er waaide een harde oostenwind, waardoor de gevoelstemperatuur daalde naar -30 °C tot -40 °C. Op dinsdag 17 maart 1846 schreef Doede Wijgers Hellema uit Wirdum: ‘Op deezen dag is een groote partij paarden komende van de Utrechtse markt aan het veer over het ijs gepasseerd.’  

Vader Hendrik was rond 1857 begonnen met renpaarden. Zijn eerste renpaard was ‘den zesjarigen langstaartigen bruinen ruin, genaamd Apollo.’ Het paard werd bereden door de pikeur S. Stornering. Op maandag 1 juni 1857 won Apollo ‘een fraai zilveren tabakskomfoor’ in een ‘harddraverij’ te Smilde. In 1863 viel vader Hendrik Jans Bron wederom in de prijzen, ditmaal met een driejarig paard. Hij ging naar huis met een ‘zilveren aanstekerscomfoor.’ 

koetsen

In 1865 moest Sent zich melden voor de militaire keuring bij de Nationale Militie. Hij werd goedgekeurd, maar ging direct op zoek naar een nummerwisselaar. Met andere woorden: iemand die zijn plaats – tegen betaling – als soldaat over wilde nemen. En dus zat Sent, ‘boerenwerk doende, wonende te Blesdijke, geadsiteerd door zijnen vader Hendrik Jans Bron’ op woensdag 12 april 1865 bij de notaris om dit te regelen. Jan Jans Visser was er ook, wonende te Wolvega, geadsiteerd door zijnen vader Jan Jans Visser’ (Jan Jans senior dus)De beide jongens verklaarden dat er ‘tusschen hen had plaats gevonden verwisseling der door hen getrokken nummers, met dat gevolg dat de loteling Sent Hendriks Bron zijne dienst bij de Nationale Militie zal doen waarnemen door den loteling Jan Jans Visser.’ Er werd een bedrag overeengekomen van 280 gulden (€ 2,850), ‘te ontvangen als volgt: a) bij de goedkeuring door den bevoegde Militie raad de som van tien gulden b) de som van vijftien gulden bij de inlijving in de dienst c) de overige som van tweehonderd vijf en vijftig gulden, in drie gelijke termijnen, het eerste termijn te verlopen den vijftienden December achttienhonderd vijf en zestig, en zoo vervolgens van jaar tot jaar, met bijbetaling van vier procent rente.’ En zo kocht Sent zich dus uit, en diende Jan Jans Visser in het 7e Regiment Infanterie. Dankzij de keuring is er een beschrijving van Sent bewaard gebleven:

  • Lengte: 1 EL 719 strepen (ruim 1 met 70 dus)
  • Aangezigt: ordinair (= gewoon)
  • Voorhoofd: idem
  • Oogen: blaauw
  • Neus: ordinair
  • Mond: idem
  • Kin: rond
  • Haar: blond
  • Wenkbraauwen: idem
  • Merkbare teekenen: –

Vijf weken later, op vrijdag 19 mei 1865, trad de toen 19-jarige Sent in het huwelijk met de 17-jarige Jantje Willems Kooistra. Amper twee weken later zou Jantje bevallen van hun eerste kindje. Jantje was op woensdag 3 november 1847 ‘ten half een ure te Suawoude’ geboren, samen met zusje Reinou, die – volgens de geboorteakte althans – ook om half een ter wereld kwam. Een van de meisjes zal natuurlijk als eerste geboren zijn, maar we weten dus niet wie. Het tweelingzusje van Jantje en het tweelingbroertje van Sent zouden op jonge leeftijd overlijden. Reinou Willems Kooistra werd slechts vier maanden oud en Brand Jans Bron overleed toen hij 16 jaar was. Jantje was 1 van de 9 kinderen van vader Willem Piebes Kooistra en moeder Trijntje Coenraads Franken. Het gezin Kooistra was in mei 1864 naar Blesdijke verhuisd, en woonde in het huis genummerd 43-a. Ze woonden dus nog maar drie maanden in Blesdijke, toen Jantje (16 jaar oud op dat moment) in verwachting raakte. De ouders van het jonge echtpaar waren bij het huwelijk aanwezig. Hieronder de handtekeningen van Sent, Jantje en de ouders, met uitzondering van Jantje’s moeder, die verklaarde ‘geen schrijven te hebben geleerd.’ Als getuigen traden op:

  • Klaas Kuiper, 53 jaar, ambtenaar, woonachtig te Wolvega
  • Roelof Jans Greveling, 67 jaar, veldwachter, woonachtig te Wolvega
  • Ritske Luitzens Oosterhoff, 40 jaar, timmerknecht, woonachtig te Wolvega
  • Bate Jans Kuiper, 43 jaar, koopman, woonachtig te Wolvega

handtek

Sent en zijn jonge vrouw Jantje zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Brand, 6 juni 1865 te Blesdijke – 22 december 1952 te Steenwijkerwold (87 jaar)
  2. Trijntje, 20 januari 1867 te Blesdijke – 2 april 1954 Diemen (87 jaar)
  3. Roelofje, 24 december 1868 te Blesdijke – 2 juli 1914 te Amsterdam (45 jaar)
  4. Willem, 1 april 1872 te Blesdijke – 22 mei 1872 te Blesdijke (1 maand)
  5. Willem, 1 maart 1874 te Blesdijke – 10 januari 1959 te Amersfoort (84 jaar)
  6. Hendrikje, 9 september 1877 te Blesdijke – 14 februari 1956 te Amsterdam (78 jaar)
  7. Aaltje, 14 mei 1880 te Blesdijke – 27 oktober 1964 te Amsterdam (84 jaar)
  8. Piebe, 22 augustus 1885 te Blesdijke – 30 juni 1960 te Amsterdam (74 jaar)
  9. Hendrik, 12 november 1890 te Blesdijke – 7 oktober 1959 te Amsterdam (68 jaar)

Opmerkelijk, dat 5 van de 9 kinderen naar Amsterdam verhuisden en eentje naar Diemen (onder de rook van Amsterdam). Jantje woonde na haar trouwen bij Sent en zijn ouders in. Daar werden dan ook de meeste kinderen geboren. Zij waren trouwens niet de enige die bij vader & moeder / opa & oma Bron onderdak vonden. Kleinzoon Dubbeld Alberts- en kleindochter Roelofje Alberts Bron woonden er ook; kinderen van Sent’s broer Albert. Net als Aaltje Jans-, Roelofje Jans- en Jacobje Jans Bron; kinderen van Sent’s broer Jan.

Rond 1875 werd Sent de vaste pikeur van het paard van zijn vader. Beter gezegd: in 1875 viel hij voor de eerste keer in de prijzen. Het kan dus zijn dat hij al langer pikeur was, maar dan in ieder geval nog niet succesvol. In oktober 1875 kwam daar verandering in, toen hij als tweede eindigde in een wedstrijd in Blesse. Hij won ‘1 gouden Willem,’ ofwel: een gouden tientje van Koning Willem III.

gouden-tientje-willem-iii

Op dinsdag 15 juni 1876 won Sent met ‘den zwarten ruin van H. Bron’ de eerste prijs in een wedstrijd te Heerenveen. Hij won zestig gulden (omgerekend dik 600 euro). Op de tweede plaats eindigde de heer Knol. Sommige dingen verzin je niet…. Af en toe was hij ook pikeur voor iemand anders. In 1878 bijvoorbeeld, toen hij als pikeur in een wedstrijd te Steenwijkerwold een premiebedrag van f 15 won op het paard van ‘mej. de wed. Bijkerk te Steenwijk.’ De race werd gewonnen ‘door den stekelharigen bles van den Heer K. Dedden Jr.’ Eind jaren zeventig verdween de naam van vader en zoon Bron uit de kranten. Dit had waarschijnlijk alles te maken met het overlijden van zijn moeder Roelofje in 1880. Hieronder twee knipsels van de laatste succesvolle races: de eerste uit 1878, de tweede uit 1879.

1878-21879-2

Op ‘den vijftienden Juli achttien honderd twee en tachtig, des na middags om drie uur ten huize van Hendrik Jans Lenstra, kastelein te Blesdijke,’ werd een deel van de landerijen en het ontroerend goed van Sent’s moeder verkocht (dus niet verdeeld). Er waren heel wat leden van de Bron familie aanwezig, waaronder Sent. Hij kocht er onder andere een ‘boerenhuizinge en schuur, tuin met vruchtbomen, erf bouw- en weiland, gelegen aan de Straatweg te Blesdijke.’ en ‘een akker wei- en bouwland ten zuiden van den Straatweg.’ In totaal kocht hij vier percelen en betaalde 2.544 gulden (€ 28.088). In de akte stond voorts: ‘als mede schuldenaar heeft zich verbonden Hendrik Jans Bron senior.’ Sent was inmiddels veehouder van beroep, net als zijn vader.

Tussen 1880 en 1900 begonnen de kinderen het ouderlijk huis te verlaten. Dochter Trijntje vertrok in 1884, Roelofje in 1886. Zoon Brand was in 1887 naar Oldemarkt (OV) verhuisd, maar keerde in oktober 1888 naar huis terug. Precies een jaar later koos hij andermaal – en ditmaal voorgoed – voor Overijssel. Dochter Hendrikje was de eerste die Friesland verruilde voor Noord-Holland. In september 1894 verhuisde ze naar Ouder-Amstel en haar zuster Aaltje volgde in 1898. Aan de vooravond van de 20e eeuw woonden Willem (26 jaar), Piebe (15 jaar), Hendrik (10 jaar) nog thuis.

De eeuwwisseling kwam en ging zonder dat iemand er acht op leek te slaan. Er werd niet afgeteld, geen eeuwfeest gevierd. Ook de kranten pakten begin januari de draad gewoon weer op, alsof er niets gebeurd was. Hier en daar waren er – zoals gewoonlijk – wat vechtpartijen geweest, ergens anders was ingebroken. En bij het afsteken van het vuurwerk in Zwolle was een ‘zoogenaamd kanon’ ontstoken. De spiegelruit van het magazijn van de heer Klinkert was ‘in stukken geslagen, terwijl hetgeen in de winkelkast was, ten deele is beschadigd. Verder zijn in omliggende huizen op alle verdiepingen onderscheiden ruiten gesprongen tot op een afstand van 20 meter van waar de uitbarsting plaatsvond.’ Oud & Nieuw, een viering als alle andere. Niemand kon vermoeden dat de nieuwe eeuw het scharnierpunt vormde tussen de oude en de nieuwe tijd. Een eeuwenoude manier van leven zou verdwijnen, de traagheid van het platteland zou worden voorbijgesneld door de vooruitgang.

Het waren de 64-jarige Barend Vreeling en de 41-jarige Egbert de Vries die in november 1906 bij de Burgerlijke Stand lieten noteren dat Sent op maandag 19 november ‘des namiddags ten drie uur te Blesdijke’ was overleden. Sent Hendriks Bron werd 61 jaar oud.

willemsoord

Op woensdag 21 januari 1920 trok Jantje in bij haar zoon Brand, zijn vrouw Grietje en hun kinderen. Vier kinderen waren het huis al uit, maar vijf van hen woonden nog thuis. Het gezin woonde in Willemsoord, Wijk VIII-N 55 (later nummer 66) te Steenwijkerwold. Willemsoord was een armenkolonie, opgericht door de Maatschappij van Weldadigheid. De gezinnen waren hier veelal vrijwillig (in tegenstelling tot de kolonies in Ommerschans en Veenhuizen) en waren vrij om te vertrekken wanneer ze dat wilden. Na aankomst kregen ze een kleine woning en een perceel grond. De mannen werkten er als landbouwers, de vrouwen moesten spinnen of weven. Het klonk een stuk idyllischer dan het in werkelijkheid was. Onderaan de streep zochten alleen de allerarmste gezinnen – zij die echt geen kant meer op konden – hun heil in de armenkolonie.
Jantje bleef maar heel kort in Willemsoord en keerde op maandag 22 maart 1920 terug naar Friesland. Misschien wilde ze haar zoon en zijn gezin niet tot last zijn, misschien was het een laatste, vertwijfelde poging om zonder hulp verder te gaan. Hoe het ook zij; op woensdag 8 september 1920 keerde ze terug naar Willemsoord. In de daaropvolgende jaren verlieten nog drie kinderen het ouderlijk huis, maar kwam er tijdelijk ook weer een dochter en een kleindochter bij (Brand’s dochter Trijntje keerde met haar het kind naar Willemsoord terug omdat haar man nog in militaire dienst zat).
Het was in de armenkolonie, ‘in het huis staande aan den Paasloregel,’ dat Jantje Willems Kooistra op maandag 31 januari 1927, ‘des namiddags te tien ure’ overleed. Ze werd 79 jaar oud.