Jan Hendriks (1830-1910)

top-jan-h

Plaats In De Stamboom
Ouders: Hendrik Jans Bron (1805-1886) & Roelofje Alberts Lenstra (1803-1880)
Grootouders: Jan Hendriks Bron (1778-1864) & Antje Brands (1779-1836)
Overgrootouders: Hendrik Arends Bron (1735-1803) & Aukjen Melles (1739-1804)

Jan Hendriks Bron werd op donderdag 18 november 1830, des namiddags ten vier ure te Blesdijke geboren. Hij was het tweede kind van de 25-jarige Hendrik Jans Bron en de 27-jarige Roelofje Alberts Lenstra. Zijn zuster Stijntje was hem in mei 1829 voorgegaan en na Jan zouden er nog zes kinderen geboren worden. Vader Hendrik was oorspronkelijk turfmaker van beroep, maar was uiteindelijk boer geworden. Ook zijn vrouw Roelofje werd vanaf 1839 in de geboorteaktes omschreven als ‘huisvrouw en boerin’. In het jaar 1838 woonde het gezin in het huis genummerd 57 te Blesdijke. De 24-jarige boerenknecht Anne Alles Oost woonde bij hen in, net als de 26-jarige Aaltje Hendriks Damhuis, die als ‘koemeid’ (zij verzorgde en molk de koeien) in dienst was. 

In 1849 moest Jan zich melden voor de militaire keuring bij de Nationale Militie. Hem viel ten deel het ‘Nummer 71 hetwelk, tot heden, niet opgeroepen zijnde, hem tot geene dienst heeft verpligt’.

Hij was 20 jaar oud, toen hij op vrijdag 2 mei 1851 in het huwelijk trad met de 24-jarige Hiltje Karstes Krol. Dat moest ook wel, want zijn toekomstige vrouw was drie maanden in verwachting. Jan was nog minderjarig, dus werd hij ‘geassisteerd door zijn ouders.’ Hij woonde nog altijd te Blesdijke en als beroep werd genoteerd: ‘boerewerk doende.’ Zijn vrouw Hiltje was op donderdag 28 september 1826, des namiddags ten vier uren te Nijeholtpade geboren. Zij was het zevende kind van boer Karste Alberts Krol en van Trijntje Hylkes de Vries. Ze woonde te Paasloo, gemeente Oldemarkt (Overijssel), iets meer dan drie kilometer verwijderd van Blesdijke. Hiltje’s zuster Antje trouwde die dag ook. Sterker nog: zij trouwden in hetzelfde gemeentehuis en direct na elkaar (Antje eerst, daarna Hiltje). Antje trouwde met Mindert Jans Lenstra, die dus dezelfde achternaam droeg als Jan’s moeder. Per abuis werden er dan ook verschillende documenten van Antje bij de huwelijkse bijlagen van Hiltje opgeborgen. Hieronder de handtekeningen van Jan, zijn vrouw Hiltje en de beide ouders. Als getuigen traden op:

  • Klaas Kuiper, 39 jaar, klerk, woonachtig te Wolvega
  • Sjerp Jans Huisman, 30 jaar, kleermaker, woonachtig te Wolvega
  • Eise Johannes Vos, 40 jaar, policiedienaar, woonachtig te Steggerda
  • Pals Gerrits Jongschaap, 65 jaar, Grietenij bode, woonachtig te Wolvega

bron-krol

Jan en zijn vrouw Hiltje zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Hendrik, 19 november 1851 te Paasloo – 9 mei 1939 te Blesdijke (87 jaar)
  2. Roelof, 7 mei 1853 te Blesdijke – 11 mei 1853 te Blesdijke (4 dagen)
  3. Karste, 12 november 1854 te Blesdijke – 24 april 1916 te Oldemarkt (61 jaar)
  4. Roelof, 3 juni 1856 te Blesdijke – 4 oktober 1924 te Blokzijl (68 jaar)
  5. Albert, 30 maart 1858 te Blesdijke – 1 september 1919 te Overdinkel (Losser) (61 jaar)
  6. Aaltje, 23 januari 1860 te Blesdijke – 13 augustus 1892 te Paasloo (Oldemarkt) (32 jaar)
  7. Trijntje, 1 september 1862 te Blesdijke – 7 februari 1901 te Paasloo (Oldemarkt) (38 jaar)
  8. Roelofje, 16 oktober 1864 te Blesdijke – 29 januari 1922 te Oldemarkt (57 jaar)
  9. Antje, 11 januari 1864 te Blesdijke – 17 april 1924 te Paasloo (Oldemarkt) (57 jaar)
  10. Christijntje, 22 september 1868 te Blesdijke – 26 juli 1896 te Oldemarkt (27 jaar)
  11. Jacobje, 18 juli 1870 te Blesdijke – 20 september 1956 te De Blesse (86 jaar)

Acht van de kinderen die in Friesland geboren waren, zouden uiteindelijk verhuizen naar Overijssel. Terwijl Hendrik, de enige die in Overijssel geboren was, in Friesland zou blijven. Jan en zijn vrouw Hiltje woonden na hun huwelijk een korte periode te Paasloo, Overijssel en daar werd dan ook hun eerste zoon geboren. Op vrijdag 15 oktober 1852 vestigden ze zich te Blesdijke, Friesland, waar ze bij zijn ouders gingen wonen. Ergens rond 1865 verhuisde Jan met zijn gezin naar het huis genummerd 35-a te Blesdijke (een paar jaar later werd het omgenummerd naar huisnummer 68). Op donderdag 21 mei 1863 huurde hij samen met Jan van Basten, (winkelier) en Johannes Jannes Brinksma (van boerenbedrijf), vier percelen bouwgrond ‘voor eene jaarlijkse huursom van 45 gulden en 25 cents’ (huidige waarde € 475). Percelen twee en vier lagen beoogsten Blesdijke,’ perceel drie was gelegen ten zuiden van het voetpad’ en het eerste perceel ‘tusschen het voetpad en de straatweg.’ Vijf jaar later verlengde Jan de huur van drie percelen, ditmaal samen met zijn vader Hendrik Jans Bron. Vader en zoon betaalden 10 gulden 50 (€ 101) voor percelen twee en vier en nog eens tien gulden voor perceel nummer drie.

Alles leek – op het trieste overlijden van hun kindje in 1853 na – voorspoedig te gaan. Maar toen, in juni 1880, overleed Jan’s moeder. Twee maanden later, op vrijdag 19 augustus 1870, des morgens ten zeven ure, in het huis nummer vijfendertig te Blesdijke overleed Jan’s vrouw Hiltje. Hiltje was 19 jaar getrouwd geweest en daarvan had ze 8 jaar en 3 maanden (in totaal 99 maanden) in zwangerschap doorgebracht. De laatste zwangerschap werd haar waarschijnlijk fataal. Hiltje Karstes Krol werd 43 jaar oud. En zo bleef Jan dus achter met tien kinderen, waarvan de oudste 18 jaar was en de jongste amper een maand. Aaltje (1860), Roelofje (1864) en Jacobje (1870) werden bij Hendrik’s ouders ondergebracht en zouden daar vele jaren blijven wonen.

Hij was 43 jaar oud, toen hij op zaterdag 7 februari 1874 hertrouwde met de even oude Lammertjen Jans Dol. Lammertjen was op zaterdag 20 maart 1830, des namiddags te zes uren te Oldemarkt geboren. Zij was de dochter van Jan Lamberts Dol en moeder Swaantjen Koenen Staphorst. Lammertjen trouwde in 1848, op 18-jarige leeftijd, met de 32-jarige Jan Gabriels Weerman. Ze verhuisden van Oldemarkt naar Blesdijke, waar haar man in juni 1870 overleed. Twee maanden voor het overlijden van Jan’s vrouw Hiltje dus. Lammertjen’s ouders waren inmiddels al overleden, maar Jan’s ouders leefden nog. In de trouwakte worden hun namen uiteraard genoemd, maar niet dat ze bij het huwelijk aanwezig waren. Hun handtekeningen ontbreken dan ook op de trouwakte. Als getuigen traden op:

  • Klaas Kuiper, 61 jaar, ambtenaar, woonachtig te Wolvega, aan den gehuwden vreemd
  • Hajonides Witteveen, 23 jaar, zonder beroep, woonachtig te Wolvega, aan den gehuwden vreemd
  • Roelof Jans Greveling, 75 jaar, veldwachter, woonachtig te Wolvega, aan den gehuwden vreemd
  • Jelke Annes Idzinga, 35 jaar, veldwachter, woonachtig te Wolvega, aan den gehuwden vreemd

bron-dol

Jan woonde nog steeds in het huis genummerd 35 en Lammertjen, en twee zoons uit haar vorige huwelijk, trokken bij hem en zijn kinderen in. Zoon Gerrit Weerman was 23 jaar oud en zoon Jan Weerman zou een maand na het tweede huwelijk van zijn moeder de 20-jarige leeftijd bereiken. In de daaropvolgende jaren zouden een aantal kinderen trouwen en het huis verlaten. Albert Bron had het huis in 1873 al verlaten en was naar Oldemarkt vertrokken. Hij was toen nog maar vijftien jaar oud, dus hij zal ergens in Oldemarkt als knecht gewerkt hebben. Roelof Bron verliet het ouderlijk huis in 1875 en Karste en Hendrik Bron in 1876. De zonen van Lammertjen vertrokken in mei 1877 en keerden terug naar Oldemarkt.

Jan was inmiddels veehouder geworden en een maand na zijn tweede huwelijk meldde hij zich, andermaal met zijn vader, bij de notaris. Zijn vader was nu koemelker van beroep en hij verkocht ‘de twee oostersche akkers van een bouwkamp te Blesdijke’ aan zijn zoon voor de prijs van 621 gulden (€ 6.435).
Het gezin verhuisde rond 1880 naar het huis genummerd 68 te Blesdijke. Zoon Albert was weer naar huis teruggekeerd en zou in mei 1883 trouwen en uiteindelijk het ouderlijk huis voorgoed verlaten. Dochter Antje volgde in mei 1884 en dus woonden de dochters Christijntje en Jacobje nog thuis. Neef Hendrik Alberts Bron woonde ook bij hen in. Hij was de zoon van Jan’s jongere broer Albert. Albert’s vrouw Eeuwkje Dubbelts Dijkstra was in 1875 overleden, dus wellicht was dit de reden dat een van de kinderen bij familie was ondergebracht.

top

Op ‘den vijftienden Juli achttien honderd twee en tachtig, des namiddags om drie uur ten huize van Hendrik Jans Lenstra, kastelein te Blesdijke’ kocht Jan een ‘weiland gelegen aan den straatweg’ en ‘een akker wei- en bouwland’ te Blesdijke voor 871 gulden (€ 9.616). Hij deed dit voor ‘zich zelve als in hoedanigheid van langstlevende ouder van rechtswege voogd over Albert, Aaltje, Trijntje, Roelofje, Antje, Christina, en Jacobje Jans Bron, minderjarige kinderen uit zijn huwelijk met Hiltje Krol.’ Dit gold dus niet voor de inmiddels meerderjarige kinderen (Hendrik, Karste en Roelof). Ook zien we dat de naam van zijn dochter Christijntje hier als Christina werd omgeschreven.   

In de tachtiger jaren was Martinus Wassenaar de predikant te Blesdijke, Hendrik Pit onderwijzer en zijn broer Koene één van de vele timmermannen. Roelof Jans Hofman was één van de bakkers, Johannes Beugelink visscher, Jan van der Lende kleermaker en Jan Dam postbode. Froukje Nieuwenhuis was winkeliersche, Joltje de Boer naaister. Gerrit Wagter was potsenmaker, en hij zou de eindeloze oceaan oversteken en naar Canada emigreren. Arjen Lourens Bijkerk was er kuiper, Johan Phillip Schlecht molenaar, Johannes Stegeman en zijn zoon Hendrikus schoenmakers. Bartold Baas was hoofd eenen school en zijn zuster Trijntje onderwijzeres in de nuttige handwerken. Mathias Petrus Wolfs was er wagemaker, Cornelis van Drogen stoelenmaker en Hendrik Hoekstra klompmaker. Een klein dorpje met zoveel ambachten. In de 20e eeuw zouden de ambachten en vele beroepen voorgoed uit de dorpen verdwijnen. Opgeslokt door de nieuwe tijd.

Smid

In 1886 overleed Jan’s vader op 80-jarige leeftijd. Zijn beide ouders waren nu overleden en van zijn zeven broers en zusters waren er nog vijf in leven. De schaduwen werden langer. Zijn zuster Antje overleed in 1901, zijn zuster Stijntje in 1904 en zijn broer Sent in 1905. Uiteindelijk zouden alleen zijn zuster Wemke en zijn broer Albert hem overleven. Hij had zelfs een paar van zijn kinderen overleefd. Zijn dochter Aaltje overleed in 1892, Christijntje in 1896 en Trijntje in 1901.

Zo nu en dan borrelde er wat nieuws uit Blesdijke naar boven. Zo overleed in april 1899 te Blesdijke de 80-jarige ‘de wonderdokteres.’ De vrouw, ‘bekend onder den naam van “het boerinnetje van Blesse” had een zeer drukke praktijk. Van heinde en verre kwamen de patiënten tot haar, om genezing te zoeken voor allerhande kwalen. Haar faam ging wijd en zijd’ toen een patiënt ‘het boertje van Staphorst, den wonderdokter Stegeman’ had bezocht, maar niet herstelde van zijn kwalen. Hij had zich uiteindelijk tot ‘het boerinnetje van Blesse’ gewend en herstelde volledig. Zij was al een aantal keren veroordeeld wegens het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst, ‘wat juist het getal patiënten deed toenemen.’ Haar eigen kwaal kon ze echter niet genezen, want – zo legde ze uit – “dat is met ons altijd het geval.”

Jan Hendriks Bron overleed op zaterdag 19 februari 1910, ‘des voormiddags ten elf ure’ te Blesdijke. Hij werd 79 jaar oud en was nog altijd veehouder van beroep. Zijn vrouw Lammertjen zou hem maar drie jaar overleven. Zij overleed tenslotte op maandag 7 april 1913, des morgens ten vier ure te Blesdijke. Lammertjen Jans Dol werd 83 jaar oud.