Jantje Hendriks (1898-1998)

nummer1

Jantje Hendriks Bron was mijn oma (beppe Jantsie, zoals ze werd genoemd). Sterker nog: ik ben naar haar vernoemd, maar daarover later meer. Laten we beginnen bij het begin. Op donderdag 7 september 1898 verscheen de 47-jarige Hendrik Bron, schipper van beroep en woonachtig te Beesterzwaag, voor de Burgerlijke Stand van de gemeente Leeuwarden en verklaarde dat in zijn schip, op den zesden september dezes jaars, des morgens ten vier ure zijn dochtertje Jantje was geboren. Dat genoemde schip was trouwens een trekschuit. Als getuige trad onder andere ene Johannes Bruinsma op, schipper te Leeuwarden. De Bruinsma’s waren al vroeg bij de Bron, zullen we maar zeggen. Vader Hendrik was een harde, gierige en nare man die er geen geheim van maakte dat hij liever een zoon had gewild. Een zoon was een goedkope arbeidskracht op zijn schip en iemand die de zaak later over kon nemen. Maar Hendrik had geen geluk, zijn enige zoontje Evert (1897) werd slechts 1 maand oud. Alles wat hij had was een 3 jaar oud dochtertje en nu in 1898 dus weer eentje. Er is weinig fantasie voor nodig om voor te stellen dat hij in 1898 allesbehalve een blijde vader was. Zijn vrouw Jantje Vaartjes was inmiddels 44 jaar oud en Hendrik zal hebben beseft dat de kans op een zoon zo goed als verkeken was. Die verbittering wierp een donkere schaduw over de jeugd van zijn enige twee dochters.

Geboorte Beppe 1

Jantje sprak zelden of nooit over haar jeugd. In ieder geval niet met haar kleinkinderen. Scholing zal ze niet of nauwelijks hebben gehad op een boot die constant heen en weer pendelde. Wel weten we dat haar oudere zuster Geertje op haar 15e werd verkracht door een familielid. Tot overmaat van ramp werd Geertje zwanger en ze beviel in 1910 van een zoontje. Niet alleen verzorgde Geertje’s vader de aangifte, maar hij en zijn vrouw zouden dit kind ook opvoeden. Hendrik had eindelijk een zoon. Toen het kereltje geboren werd, was Jantje zelf nog maar twaalf jaar oud, maar ze zal zich heel goed bewust zijn geweest van wat er gebeurde. Van het ene op het andere moment hadden ze er een “broertje” bij. Al deze gebeurtenissen hebben het karakter van Jantje gevormd. Ze zou uitgroeien tot een vrouw die zich het kaas niet van het brood liet eten, die driest en wild kon zijn en die niet over zich heen liet lopen. Als ze iets leerde in haar jeugd, dan was het dat je het geluk zelf moest afdwingen.

Ze was nog maar een tiener, toen ze op de kermis in Franeker een tatoeage liet zetten. Dat was niet bij een professional, maar bij een amateur die wat centen bij wilde verdienen. Jantje had ervoor gekozen de letters JB op haar linker onderarm te laten zetten. Het resultaat was rampzalig. Zeker, de letters stonden er, maar ze waren centimeters uit elkaar en lelijk bovendien. De rest van haar leven (ze werd 99 jaar oud) zou ze altijd twee pleistertjes op haar onderarm dragen. Dag in, dag uit, jaar in, jaar uit, meer dan tachtig jaar lang. Verderop op deze pagina staat een foto van haar waarop de twee pleisters duidelijk te zien zijn. Vele jaren later, toen ik er als kleinkind over de vloer kwam, lieten mijn ouders wel eens doorschemeren dat Jantje in haar jonge jaren een wildebras was geweest. Het fijne kreeg je nooit te horen, maar ze deed dingen die helemaal niet pasten bij meisje uit die tijd. Het zetten van de tatoeages was slechts een tipte van de sluier.

Jantje was 20 jaar oud, toen ze op donderdag 29 mei 1919 in het huwelijk trad met de 23-jarige Jelle Doedes Bruinsma. Enige haast was wel geboden, want Jantje was inmiddels twee maanden zwanger. Meer over het leven van haar man Jelle is te vinden op zijn eigen pagina. Zowel de ouders van de bruid als die van de bruidegom waren bij het huwelijk aanwezig. Als getuigen traden op:

  • Doede Bruinsma, 26 jaar, hulppostbode, woonachtig te Franeker, broeder van den bruidegom
  • Oepke Vellinga, 28 jaar, los werkman, woonachtig te Franeker, zwager der bruid

Jantje Bron en Jelle Bruinsma 3Pak & Bep Hand

Jantje en Jelle kregen de volgende  kinderen:

  1. Doede, 14 december 1919 te Franeker – 27 juli 1993 te Franeker (73 jaar)
  2. Hendrik, 26 december 1921 te Franeker – 13 oktober 1983 te Franeker (61 jaar)
  3. Wijger, 22 september 1926 te Franeker – 1 mei 1985 te Hallum (58 jaar)

 Jantje links, met haar kinderenDriewieler Pa

Jantje hield van verhuizen, haar man Jelle een stuk minder. En toch trokken ze als nomaden Franeker door, want als Jantje haar zinnen op een andere woning had gezet, dan werd er uiteindelijk ook verhuisd. Ze stapte daarvoor regelmatig het Stadhuis van Franeker binnen en vroeg een onderhoud aan met de burgemeester. Dit waren heel andere tijden, want “vrouw Bruinsma” werd prompt door de burgemeester ontvangen. Vervolgens hield ze daar een vurig pleidooi over de bijna noodzaak van een andere woning. En heel vaak was de burgervader zo goed om er werk van te maken, waardoor er andermaal verhuisd kon worden:

  • 1926: Hocquart 25
  • 1930: Vijverstraat 10
  • 1940: Heerengracht 36
  • 1947: Heerengracht 15
  • 1960: Schoolsteeg 2
  • 1961: Nieuwe Hof 8
  • 1968: Tuinen 69
  • 1974: Jan Bogtstrastraat 22
  • 1978: Parklaan 29

Jantje was een bron van vrolijkheid en ze kon zich werkelijk tranen huilen van het lachen. Dat was dan ook het kenmerkende verschil tussen de sfeer in mijn ouderlijk huis en de sfeer bij pake en beppe. Thuis was er vrijwel altijd ruzie, bij opa en oma was er vrijwel altijd plezier. Jantje’s man Jelle (pake Jelle) was een hele rustige en keurige man die zelden zijn stem verhief. Wat niet wil zeggen dat hij zijn vrouw altijd kon volgen, zeker niet. Zo had Jantje vrijwel jaarlijks behoefte aan een nieuwe kachel. Tot groot leedwezen van Jelle, die bij thuiskomst dan weer tot de ontdekking kwam dat zijn zuurverdiende centen – letterlijk – in rook waren opgegaan. Maar Jantje vond dat geld moest rollen en als zij met haar zuster Geertje op pad ging, hield Jelle zijn hart al vast. Jantje en haar zuster waren aan elkaar gewaagd en samen stroopten ze Franeker af op zoek naar koopjes. Maar, ze waren ook allebei in staat om stiekum alleen de stad in te gaan om de beste koopjes alvast in de wacht te slepen. Het kwam altijd uit en dan hadden ze weer wekenlang ruzie met elkaar. En Jelle zat ertussen en hoorde het allemaal aan. Toen ik daar als kind over de vloer kwam, kon hij me met zo’n ons-kent-ons blik aankijken en zijn hoofd schudden als Jantje dan weer iets aan het uitbroeden was.

Geertje en Jantje (met pleisters)Beppe en Geertje1

De zusters op koopjesjachtGeertje en Jantje

Zoals gezegd ben ik naar Jantje vernoemd. Dat viel trouwens helemaal in verkeerde aarde met name Jantje zelf was heel boos. Volgens haar had ik vernoemd moeten worden naar Doede, de oudste broer aan mijn opa’s kant. Mijn ouders echter woonden in het westen van Nederland en vonden het geen goed idee hun kind de naam Doede te geven. En dus kwamen ze met een compromis: Jan (vernoemd naar mijn oma), Doede (vernoemd naar de oudste broer van mijn opa) Bruinsma. Het werd ruzie en mijn opa en oma wilden de eerste jaren van mijn leven niets van me weten. Zo kon Jantje ook zijn: koppig en kortzichtig. Ikzelf wist uiteraard niets van die hele controverse en ik heb er ook later nooit iets gemerkt. Ze gaven me altijd het gevoel dat ik van harte welkom was.

Mijn beide broers brachten ieder weekend en iedere vakantie bij beppe Jantsie en pake Jelle door. Vrijdagavond renden ze dan naar het station in Beverwijk en op zondagavond keerden ze weer terug. Jarenlang, totdat ze uiteindelijk oud genoeg waren om het huis uit te gaan. In het westen van Nederland mocht lang jaar bij jongens dan schoorvoetend worden geaccepteerd, Franeker was lang nog niet zo ver. Mijn oudste broer werd zelfs een keer de toegang tot dancing Don Pedro geweigerd omdat zijn haar te lang was. Ook mijn ouders vonden dat lange haar een ware gruwel, maar Jantje vond het leuk. Iedereen in Franeker wist dat die langharigen jongens van Bruinsma waren, en dat vond ze geweldig interessant.

Jantje Brron 1970

Angsten waren er ook. Zo was er de diepgewortelde angst voor de dood. Zelfs het uitspreken van dat woord was verboden. Een ziekte van een van de gezinsleden kon ook reden tot paniek zijn. Als eentje zich echt niet goed voelde, dan vloeiden de tranen. Ik weet nog dat ik een keer bij ze logeerde en dat beppe Jantje me midden in de nacht wakker maakte. “Eruit, eruit,” riep ze in paniek. Ik had geen idee wat er aan de hand was, maar klom het bed uit en ging naar beneden. En daar zaten ze: in doodsangst rond de tafel en met alle kleren weer aangetrokken. Want het onweerde. Van ouderdom wilde Jantje niets weten. Soms zag ze dan laat op de avond een oude man of vrouw voorbijlopen en dan zei ze: “moet je dat oude mens nou zien, wat doet die nog zo laat op straat.” Dat oude mens bleek dan minimaal tien jaar jonger dan zijzelf te zijn.

De jaren tachtig waren een intens verdrietige tijd voor de familie en zeker voor Jantje. In oktober 1981 overleed haar man Jelle op 85-jarige leeftijd. Vervolgens overleed in 1983 haar middelste- en in 1985 haar jongste zoon. In amper vier jaar tijd was ze haar man en twee zoons verloren. Uiteindelijk ging ze naar verzorgingstehuis Saxenoord te Franeker. Ze was en werd oud. Zelfs telefoneren werd een probleem, omdat ze steevast de hoorn ondersteboven hield. Toen mijn broer een keer vertelde dat hij geld uit de muur had gehaald, had ze hem een tijdje bedenkelijk aangekeken en hem bezorgd gevraagd of dat wel mocht. En toen mijn andere broer een filmpje van haar maakte en uitlegde dat je dat dan op televisie kon afspelen, vroeg ze op welke zender het dan zou worden uitgezonden. De tijd had haar ingehaald en ze kon het niet meer bijbenen. In Saxenoord verzuchtte ze: ik heb iedereen weggebracht, mijn man, mijn kinderen, iedereen die ik ken. Het klopte, want haar enig overgebleven zoon was inmiddels ook overleden. Ze sleet haar laatste jaren alleen, wachtend en verlangend naar de dood. Slapen ging steeds moeizamer, dus dan ging ze in het holst van de nacht op een stoel in de kamer zitten met de deuren wijdopen. Bijna letterlijk wachtend tot de dood haar mee zou nemen. Ze overleed tenslotte in de nacht van maandag 3 augustus 1998. Jantje Hendriks Bron werd 99 jaar, 11 maanden en 3 dagen oud.

Beppe overlijden ad