Jantje Oepkes (1918-2002)

FRaneker

Plaats In De Stamboom
Ouders: Geertje Hendriks Bron (1894-1985) & Oepke Vellinga (1891-1958)
Grootouders: Hendrik Brands Bron (1853-1934) & Jantje Everts Vaartjes (1857-1927)
Overgrootouders: Brandt Jans Bron (1813-1863) & Geertje Jans de Jonge (1820-1908)
Betovergrootouders: Jan Hendriks Bron (1778-1864) & Antje Brands (1779-1836)
Oudouders: Hendriks Arends Bron (1735-1803) & Aukjen Melles (1739-1804)

Jantje Oepkes Vellinga was het vierde kind in het huwelijk van vader Oepkes Vellinga en moeder Geertje Hendriks Bron. Ze werd geboren op zaterdag 23 februari 1918 te Franeker. Zoals gezegd was ze het vierde kind uit dit huwelijk, maar moeder Geertje was in 1910, op 15-jarige leeftijd, ook al bevallen van een zoontje, Hendrik genaamd. Dit kind werd door Geertje’s ouders opgevoed en werd niet door Oepke erkend. Jantje’s zuster Reinskje was in 1916 al overleden, dus in haar geboortejaar 1918 had zij twee oudere broers: Valentijn, geboren in 1913, en Hendrik (Hendrik II dus eigenlijk), geboren in 1914.

geboorte Jantje

Jantje ging naar school op de Zuiderkade (Suderkade), waar ze les kreeg van Meester Ennema. Na school moest ze direct naar huis om bijvoorbeeld kleren te wassen of aardappelen te schillen. Want het gezin groeide snel en er werd van haar verwacht dat ze de handen uit de mouwen stak, hoe jong ze ook was. Al op 13-jarige leeftijd verdiende ze in de ochtenduren een paar centjes, dus van leren of lezen kwam niet veel. Want er waren altijd wel een paar sokken om te stoppen of erwten die “gelezen” moesten worden. Het erwten lezen werd thuis gedaan, vaak in de avonduren. Het was daarbij de bedoeling dat de goede erwten gescheiden werden van de wormstekige erwten. Met een hele zak “gelezen” erwten kon men 70 cent verdienen. Jantje werkte als jong meisje onder andere bij Vleeshouwerij de Vries op het Bolwerk en Drukkerij Bos & Vlietstra (telefoonnummer 126) te Franeker. Ze verdiende 3 gulden per week (wat nu neer zou komen op € 29.52), wat een welkome aanvulling voor haar ouders moet zijn geweest. Dat veranderde echter toen vader Oepke halverwege de jaren dertig zonder werk kwam te zitten. Het kleine inkomen van Jantje werd van zijn steun ingehouden en dus moest Jantje het huis uit. Ze verhuisde op de donkere en kille maandag 22 november 1937 naar Leeuwarden en trok als dienstmeisje in bij de heer en mevrouw Smit op het Valeriusplein 6. Meneer was dokter in de wiskunde en mevrouw bestierde het huishouden met harde hand. Op vrijdag 20 mei 1938 verhuisden de Smit’s naar de Mr. P.J. Troelstraweg 104 te Leeuwarden. En Jantje verhuisde mee.

trouwen Jantje

Jantje ontmoette haar toekomstige echtgenoot in Leeuwarden. Zijn naam was Gabriél (roepnaam Gabe) en in eerste instantie maakte hij niet veel indruk op haar. “So’n klein ventje met al die drukte,” zou ze later zeggen. Gabe en zijn vrienden noemden haar Miss Franeker en uiteindelijk zwichtte ze voor zijn avances. Jantje was 22 jaar oud, toen ze op de warme en zonnige zaterdag 8 juni 1940 in het huwelijk trad met 24-jarige Gabriél Aldert de Vries. Zoals we in de advertentie kunnen zien woonde Gabe toen op de Jacob Binckesstraat 39 te Leeuwarden en Jantje (Jannie in de advertentie) bij haar ouders op de Tuinen 3 te Franeker. En zo kunnen we ook aan de advertentie zien dat het huwelijk oorspronkelijk op zaterdag 18 mei voltrokken zou worden. Dat gebeurde niet, want een week nadat ze in ondertrouw waren gegaan vielen de Duitse legers ons land binnen. Gabe was toentertijd matroos en moest zich melden bij zijn onderdeel. De huwelijksvoltrekking moest dus worden uitgesteld en zou uiteindelijk pas plaatsvinden toen Nederland door de Duitsers bezet was. Jantje en Gabriél, ofwel Jannie en Gabe, zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Geertje, 2 mei 1941 te Huizum
  2. Grietje Aldertje, 1 februari 1943 te Huizum
  3. Renny (Reinskje), 31 augustus 1945 te Leeuwarden
  4. Jan Gabriel Aldert, 7 maart 1951 te Leeuwarden

Gabe en Jantje met Geertje

Gabe werd op donderdag 23 december 1915 op de Ritsumastraat te Leeuwarden geboren en was het tweede kind (van de in totaal zeven) van vader Aldert Ekkes de Vries en moeder Grietje Gabriels Liemburg. Moeder Grietje werd geboren en trouwde onder de naam Liemburg, maar zou in 1960 overlijden onder de naam Leemburg. Net als zovele mensen in die tijd verhuisde ook het gezin de Vries veelvuldig. Zo woonden ze onder andere op:

  • Schoppershof 76 (1924)
  • Javastraat 18 (1925)
  • 1e Koestraat 4 (1931)
  • Koeplein 9 (1933)
  • Swammerdamstraat 29 (1935)
  • Bloemfonteinstraat 2 (1938)
  • Dokkumer Trekweg 37 (1939)

Verhuizen was in die dagen heel eenvoudig. Wie een woning leeg zag staan, kon erin trekken. Het maakte de huisbaas niet uit wie er woonde, zolang de huur maar voldaan werd. Het gebeurde wel eens dat een man ’s avonds thuiskwam en ineens andere mensen in de woning aantrof waar hij die ochtend in was opgestaan. Deze nieuwe bewoners vertelden hem dan dat zijn vrouw die dag was verhuisd en dat hij nu dus daar-en-daar woonde. Andere tijden. Ondanks het feit dat vader Aldert een vaste baan had, moest het gezin alle zeilen bijzetten om rond te komen. Meester Riemersma van de Lagere School noemde Gabe “een pienter ventje.” Na de Lagere School ging hij naar de Ambachtsschool, maar hij kon er niet aarden. “Een kwelling voor zijn creatieve geest”, zou hij later zeggen. Hij maakte de school dan ook niet af en ging in de theefabriek werken voor drie gulden per week. Drie maanden later had hij er genoeg van en werkte achtereenvolgens twee jaar bij een melkboer en drie jaar bij de pepermuntfabriek. Bij de pepermuntfabriek zou hij uiteindelijk met ruzie vertrekken. Vervolgens werkte hij een tijdje bij een haardenfabriek. Het was inmiddels midden jaren dertig en Nederland verkeerde in een diepe crisis. De beurscrash op Wall Street in 1929 trof ook de Europese economieën en alleen al in Nederland waren bijna een half miljoen werklozen. Toen Gabe zich in 1935 moest melden voor de Nationale Militie, werd hij goedgekeurd en ingedeeld bij de Marine. Hij werd op maandag 2 september 1935, om 12.30 uur te Sneek ingelijfd en zou ruim negen maanden dienen. Negen maanden en drie weken om precies te zijn. Die drie weken extra bracht hij in de gevangenis door wegens het slapen op wacht. Of, zoals ze Zeekrijgsraad te Willemsoord op woensdag 6 mei 1936 schreef: wegens het als schildwacht niet nakomen van eene als zoodanig op hem rustende verplichting. Op zondag 7 mei 1939 moest hij zich melden voor herhalingsoefeningen. Een slechter moment was niet denkbaar. De spanning in Europa nam met de dag toe en eind augustus 1939 werd de algemene mobilisatie afgeroepen. Toch kreeg hij begin mei 1940 toestemming om naar Friesland te reizen om daar in ondertrouw te gaan. Een week later vielen de Duitsers ons land binnen en zal Gabe halsoverkop zijn teruggekeerd naar zijn onderdeel. Waar hij precies gestationeerd was en of zijn onderdeel daadwerkelijk in actie is gekomen, is niet geheel duidelijk. Wel weten we dat hij eind mei 1940 (dus na de capitulatie) op de Javakade in Amsterdam gestationeerd was. Op zaterdag 25 mei 1940 werd hem groot verlof verleend en reisde hij door het bezette Nederland naar Friesland om het ja-woord te geven.

Groot VerlofMatroos

Tussen juni 1940 tot mei 1941 werkte hij vervolgens op de vliegbasis Leeuwarden. Daar moest hij voor de Duitsers onder andere loopgraven graven. Op vrijdag 2 mei 1941, de dag waarop zijn eerste kind geboren werd, verloor hij zijn baan en werd werkloos. Hij was, zo schreef hij later, in zijn leven vijf dagen werkloos geweest. Hij werkte kort bij het transportbedrijf Leemburg & Zn, maar dit was ongeregeld werk en Gabe bleef omkijken naar wat anders. Waarschijnlijk door zijn achtergrond bij de marine, kwam de N.S.B. met het idee om Gabe op een grindschip in Duitsland te laten varen. Gelukkig voor hem en zijn gezin werd hij op donderdag 13 november 1941 aangenomen bij de Nederlandse Spoorwegen. Dit was duidelijk nog in de periode dat de Duitsers nog niet massaal jacht maakten op mannen die in Duitsland moesten werken. Deze zogenoemde arbeidseinsatz zou in maart 1942 van start gaan. Slechts vier maanden ervoor, in november 1941, lieten ze Gabe ermee wegkomen. In zijn nieuwe baan bij de NS werkte hij in eerste instantie op het station en bij losse spoorwegovergangen, waaronder de spoorwegovergang op de Schrans in Leeuwarden. Ze woonden toen op de Huizemerlaan 166 te Leeuwarden. Huizum behoorde tot eind 1943 tot de gemeente Leeuwarderadeel, vandaar dat de eerste twee kinderen officieel in Huizum geboren werden. Op dinsdag 1 februari 1944 werd Huizum echter een woonwijk van Leeuwarden. En zo werd dochtertje Renny in 1945 dus geboren in hetzelfde huis als haar oudere zusjes, maar in een andere gemeente.

Huizumerlaan

In september 1944 werden duizenden Geallieerde parachutisten bij Arnhem gedropt in een poging de bruggen over de grote rivieren te veroveren. Om ervoor te zorgen dat de Duitsers geen troepen en materieel naar Arnhem konden sturen, stuurde Radio Oranje op zondag 17 september 1944 een codebericht: “De kinderen van Versteeg moeten onder de wol.” Het was het sein voor de persoonsleden van de NS om het werk neer te leggen. Ruim 30.000 werknemers gingen in staking, waaronder Gabe. Dat was een enorm risico, want deze mannen pleegden een openlijke daad van verzet. Ze waren met naam en toenaam bij de Duitse bezetter bekend en velen werden dan ook opgepakt. Toen de Duitse politie bij Jantje en Gabe binnenviel was Gabe niet aanwezig. Dochter Geertje (toen 3 jaar oud) verklapte dat haar papa onder de pot zat, maar de Duitsers hadden geen idee waar ze het over had. Gelukkig maar, want Gabe had zich inderdaad in een ruimte onder de toiletpot verstopt. Hij had wederom geluk. Het lukte de Geallieerden ondertussen niet om de bruggen bij Arnhem in handen te krijgen en de aanval werd afgeslagen. De Duitse bezetter had al eens gedreigd dat een staking bij de NS niet zonder gevolgen zou blijven. Ze hielden woord. De aanvoer van goederen en levensmiddelen werd stilgelegd en in het westen van Nederland volgde de vreselijke hongerwinter van 1944-1945 die aan ruim 20.000 mensen het leven zou kosten.

Het gezin verhuisde ondertussen naar het Schooldijkje te Leeuwarden en in 1947 naar de Tijnjedyk 102. De huizen op de Huizemerlaan en het Schooldijkje waren oud en zijn inmiddels allemaal verdwenen. Het huis aan de Tijnjedyk was dan ook het eerste echte huis met comfort voor Jantje en haar gezin. De verhuizing naar de Tijnjedyk gebeurde trouwens op de schillenkar. Net als zovele anderen gezinnen, worstelden ook Jantje en Gabe om het hoofd boven water te houden. Het waren de jaren van de wederopbouw, en voedsel, kleding, brandstof waren op de bon. En zo zaten Jantje en de familie urenlang op de grond om Genemuider matten aan elkaar te naaien en probeerde ook Gabe op allerlei manieren nog wat bij te verdienen. Hooien om een fiets voor zijn vrouw te kopen bijvoorbeeld, of het verkopen van houten spulletjes die door gevangenen gemaakt waren.

jan 19599 juni 1959

Jantje en haar moeder Jantje en Geertje

Er braken betere tijden aan toen Gabe rond 1953 brugwachter werd op de Greunsbrug te Leeuwarden. Hij was nog steeds in dienst van de NS, want de Greunsbrug was een spoorbrug. Hij kreeg meer loon, het was er goedkoop wonen, er was een moestuin en hij kon een kippenbedrijfje opzetten om nog wat extra geld te verdienen. De schippers die aangemeerd lagen voor de brug betaalden een kwartje voor de eieren en van dat geld kregen de kinderen hun eerste horloge. Er kwamen, zo schreef hij in een brief aan de Spoorwegen “dagelijks een kleine vijftig treinen voorbijrijden en zeker eenzelfde aantal schepen, waaronder ’s zomers vele pleziervaarders.” Voor de kinderen was het huisje bij de brug geweldig: schaatsen op het ondergelopen land, varen met de boot. Moeder Jantje echter stond regelmatig doodsangsten uit. Haar broertje Sietze verdronk toen hij drie jaar oud was en de angst voor het water was altijd gebleven. In januari 1955 deed Gabe bij de NS te Groningen zijn beklag over de vervallen toestand van hun woninkje bij de brug. Hij schreef: “De woonkamer zonder zon en uitzicht. De keuken met een slechte schoorsteen die de dampen slecht opneemt en soms de rook terugslaat, is vochtig en koud, daar het kleine slecht passende raam niet open kan maar wel veel tocht doorlaat. Om zijn brief wat kracht bij te zetten, merkte hij vervolgens op dat zij “de vuile was niet buiten willen hangen” en ook liever niet “Bouw en Woningtoezicht tot een bezoek” wilden uitnodigen. Hij hoopte op een oplossing zodat er “aan deze achterlijke toestand spoedig een einde komt”. Toch, bijna 35 jaar zou hij bij de Nederlandse Spoorwegen werkzaam zijn.

GreunsbrugDrie Foto

De kinderen groeiden voorspoedig op en verlieten uiteindelijk het ouderlijk huis. Na Gabe’s pensioen verhuisden Jantje en Gabe nog een aantal keren. In 1967 naar de Kanaalweg, vervolgens naar de Boeierstraat, toen naar Stinzenflora 103 en tenslotte naar Stinzenflora 101, allemaal te Leeuwarden. Jantje scharrelde het liefst wat door het huis, Gabe schilderde en schreef. Gedichten en verhalen en in 1979 een boek: Jan Minkema en sen maten. Een aantal van zijn gedichten verschenen in de Leeuwarder Courant.

Gabe jan minkema en syn matenGedichten

Maar hij deed meer dan schrijven alleen. Zo was hij nog steeds kippenboer, voorzitter van de NS jubileumvereniging en was hij actief in de politiek. Hij was aanhanger van de PSP, de Pacifistisch Socialistische Partij. De partij was tegen kernwapens en kernenergie, wilde de AOW-gerechtigde leeftijd verlagen naar 60, streefde naar versterking van vrouwenrechten en naar gelijke rechten voor seksuele minderheden: gelijke rechten voor homostellen en de legalisering van travestie. Ook besteedde de PSP veel aandacht aan de positie van minderheidstalen, in het bijzonder de Friese taal. Zelfs voor de vrije jaren zestig en zeventig waren dit progressieve programmapunten. In die jaren dook Gabe dan ook regelmatig in de kranten op met ingezonden stukken. Zijn toon was soms fel en het was duidelijk dat zijn strijdbaarheid nog lang niet met pensioen was. En ondertussen was het leven met zijn vrouw Jantje nog altijd goed. Ze hadden allebei hun eigen bezigheden en hun momenten van samenzijn. De koffie- en theepauzes, de rustige uurtje met de krant of een bibliotheekboek, het borreltje aan het einde van de middag.

HuwelijksfeestPolitiek1

Maar Gabe’s gezondheid ging achteruit. Hij had al vele jaren Alzheimer en werd uiteindelijk getroffen door een aantal infarcten. Hij overleed tenslotte op dinsdag 6 juni 2000 in het verzorgingstehuis Nieuw Mellens te Leeuwarden. Dat was twee dagen voor hun zestigste huwelijksviering. Hij werd begraven op zaterdag 10 juni 2000, om 11.00 uur in de ochtend, op de Huizumerbegraafplaats te Leeuwarden. Gabriél Aldert de Vries werd 84 jaar oud.Rouwkaart GabeJong en Oud

En zo bleef Jantje alleen achter. Na het overlijden van haar man leefde ze nog even op en ging ze op zondag, samen met haar vriendin, bij een van haar dochters langs. Twee epileptische aanvallen deden haar in het ziekenhuis belanden. Ze werd onderzocht en er werd een hersenscan gemaakt, maar het zou nooit helemaal duidelijk worden wat er precies met haar aan de hand was. De epileptische aanvallen bleven echter komen. Ze voelde ze aankomen, waardoor ze totaal in paniek kon raken. Tot overmaat van ramp viel ze en brak haar heup. Ze werd geopereerd, maar de klap kwam hard aan. Ze kwam uiteindelijk in verzorgingstehuis Nieuw Toutenburg te Noardburgum terecht. Daar kreeg ze een beroerte en raakte in coma. Een paar dagen later, op zaterdag 5 augustus 2002, overleed ze. De afscheidsplechtigheid vond plaatst op vrijdag 9 augustus 2002, om 10.45 uur in de ochtend. Net als wijlen haar man, werd Antje Oepkes Vellinga 84 jaar oud.

Rouwkaart JantjeGrafsteen