Antje Brands (1844-1926)

ter-idzard

Plaats In De Stamboom
Ouders: Brandt Jans Bron (1813-1863) & Geertje Jans de Jonge (1820-1908)
Grootouders: Jan Hendriks Bron (1778-1864) & Antje Brands (1779-1836)
Overgrootouders: Hendriks Arends Bron (1735-1803) & Aukjen Melles (1739-1804)

Antje Brands Bron werd op donderdag 10 oktober 1844, “nademiddags ten twee ure” te “Idzard” geboren en was het eerste kind van vader Brandt Jans Bron en moeder Geertje Jans de Jong(e). Amper zeven weken voor de geboorte waren vader Brand en moeder Geertje met elkaar getrouwd. Geen dag te vroeg dus. Na Antje zouden er nog vijf broertjes en zusjes geboren worden. Vader Brand was turfgraver van beroep en kwam oorspronkelijk uit Wolvega. Hij was naar Ter Idzard verhuisd omdat daar rond 1840 begonnen werd met het afgraven van de veengronden. Het was een zwaar leven en de kans is dan ook groot dat Antje nauwelijks enige scholing heeft gehad. Niet dat er geen school in de buurt was, want die was er wel degelijk. Sterker nog: de eerste school in Ter Idzard werd in het jaar 1600 in gebruik genomen. Maar of Antje die school ooit van binnen heeft gezien, is nog maar de vraag.

Grofweg zes kilometer ten noorden van Ter Idzard lag het dorp Mildam. Daar kwam op zaterdag 26 april 1845, “des morgens ten drie ure” Jan Hendriks van der Honing (of, zoals het met regelmaat in de akten werd genoteerd: van der Honig) ter wereld. Jan was het eerste kind van vader Hendrik Jans van der Honing en moeder Janke Hendriks de Vries. Na hem zouden er nog zeven kinderen geboren worden. Vader Hendrik zou tot driemaal toe met de lange arm der wet in aanraking komen. Eerst in 1844, toen hij voor de rechtbank moest verschijnen voor “het uitoefenen der jagt met een enkelloops jagtgeweer” zonder daarvoor over de juiste papieren te beschikken. Ook werd hem ten laste gelegd dat hij jaagde in een gebied “zonder permissie van den eigenaar.” Hij werd vrijgesproken. In 1865  stond hij terecht voor mishandeling. Ditmaal werd hij tot 14 dagen gevangenisstraf veroordeeld. De derde maal was in 1892, toen hij werd aangeklaagd- en vrijgesproken wegens meineed.

Antje was 18 jaar oud, toen haar vader in 1863 overleed “in een ongenummerd huis” te Katlijk. Het betekende dat moeder Geertje achterbleef met de kinderen. Haar jongste dochtertje was nog maar zes jaar oud, dus zowel moeder Geertje als Jantje (en hoogstwaarschijnlijk ook de andere kinderen) waren gedwongen als turfmaaksters aan het werk te gaan. Door het overlijden van haar man, moest moeder Geertje ook verhuizen. Op vrijdag 12 mei 1865 verhuisde ze met haar kinderen naar het huis genummerd 18-T te Ter Idzard.

In mei 1863 verruilde Jan Mildam voor Katlijk, waar hij als boerenknecht ging werken. Twee jaar later moest hij zich melden bij de Nationale Militie, voor de militaire keuring. Hij werd goedgekeurd en “tot de dienst aangewezen.” Maar hij had het geluk dat hem alsnog ten deel viel “No. 84, dat buiten oproeping gebleven zijnde, hem tot geene dienst heeft verpligt.” Dankzij de keuring is er wel een beschrijving van hem bewaard gebleven:

  • Lengte: 1 el 709 strepen (dus bijna 1 meter 71)
  • Aangezigt: ovaal
  • Voorhoofd: ordinair (= gewoon)
  • Oogen: blaauw
  • Neus: klein
  • Mond: ordinair (= gewoon)
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbraauwen: bruin
  • Merkbare teekenen: –

Antje Brands was 24 jaar oud, toen ze op donderdag 10 juni 1869 in het huwelijk trad met de 24-jarige Jan Hendriks van der Honing. Antje woonde in Ter Idzard en was turfmaakster van beroep, Jan woonde te Katlijk en was arbeider. Hoewel de beide dorpen slechts acht kilometer van elkaar verwijderd waren, zullen we helaas nooit precies weten hoe ze elkaar hebben ontmoet. Zoals gezegd was Antje’s vader al overleden, maar moeder Geertje was bij het huwelijk aanwezig, evenals Jan’s ouders. Gezien het feit dat Antje en haar moeder turfmaaksters waren, is het niet verwonderlijk dat Antje onvermogend was “tot het betalen der kosten van die bewijzen en schrifturen, welke bij de voltrekking van door haar voorgenomen Huwelijk”  benodigd waren. En zo kon zij een beroep doen op de “Wet van 3 October 1843” die ervoor zorgde dat “behoeftige personen” deze kosten niet hoefden te betalen. Ook Jan liet een Certificaat van Onvermogen opstellen, waarbij twee “geloofwaardige Ingezetenen” als getuigen optraden. Hieronder de handtekeningen van Antje, Jan en zijn vader. De beide moeders tekenden de akte niet, want “die verklaarden niet te kunnen schrijven, zulks nimmer geleerd hebbende.” Als getuigen traden op:

  • Johannes Hermanus Banning, 71 jaar, bode des bestuurs, woonachtig te Heerenveen, geen bloed- of aanverwant der echtgenooten
  • Ante Beekes de Groot, 61 jaar, veldwachter, woonachtig te Heerenveen, geen bloed- of aanverwant der echtgenooten
  • Ate Feddes van Ylzinga, 49 jaar, veldwachter, woonachtig te Heerenveen, geen bloed- of aanverwant der echtgenooten
  • Coenraad Jansen, 38 jaar, klerk, woonachtig te Heerenveen, geen bloed- of aanverwant der echtgenooten

handetekeningen

Antje en Jan kregen samen de volgende kinderen:

  1. Brand, 21 april 1870 in Ter Idzard – tussen 6-12 juni 1960 te Midlam (90 jaar)
  2. Hendrik, 1 oktober 1871 in Ter Idzard – 22 oktober 1949 Nijeoltwolde (78 jaar)
  3. Geertje, 13 juli 1873 in Ter Idzard – 25 december 1896 te Midlam (23 jaar)
  4. Andries, 25 juni 1875 in Ter Idzard – 28 februari 1960 te Oranjewoud (84 jaar)
  5. Jantje, 11 september 1877 te Mildam – 14 augustus 1975 te Heerenveen (97 jaar)
  6. Klaas, 5 december 1879 te Mildam – 24 december 1882 te Mildam (3 jaar)
  7. Aaltje 17 september 1882 te Mildam – 28 augustus 1972 te Tijnje (89 jaar)
  8. Klaas, 6 maart 1886 te Mildam – 22 mei 1892 te Midlam (6 jaar)
  9. Sietze, 27 juni 1888 te Mildam – 24 november 1968 te Oudeschoot (80 jaar)

Antje en Jan vestigden zich pas op zaterdag 19 maart 1870 in Ter Idzard, een maand voor de geboorte van hun eerste kindje dus. Het is aannemelijk dat zij na hun huwelijk eerst bij Jan’s ouders hebben gewoond. Jan was in ieder geval turfmaker van beroep geworden en in Ter Idzard zouden hun eerste vier kinderen geboren worden. Op donderdag 19 april 1877 verhuisden ze van Ter Idzard naar Schoterland. Schoterland was een voormalige gemeente in het zuiden van Friesland. In 1934 werd de gemeente opgeheven en opgesplitst.

Zoals we hebben kunnen lezen, was Jan’s vader al eens veroordeeld tot een gevangenisstraf. Zo vader, zo zoon, moet Jan gedacht hebben, want in oktober 1880 trad hij in zijn vaders (dubieuze) voetsporen. Hij werd namelijk opgepakt voor het “vellen van een boom” die “een ander toebehoort” en voor poging tot diefstal. Op donderdag 28 oktober 1880 werd hij veroordeeld tot 14 dagen gevangenisstraf. Maar er waren meer zaken waarin Jan zijn vader navolgde, want een aantal jaren later werd hij jager van beroep. Het jagen was aan allerlei regels gebonden en de vergunning bepaalde wanneer en – nog belangrijker – waarop je mocht jagen. Zo klaagden de boeren in 1880 bijvoorbeeld over de overlast van wilde ganzen, die – aldus de krant – “bij de boeren – ongebraden althans – niet zeer op prijs worden gesteld.” Ze vroegen de Commissaris des Konings in Friesland om toestemming “om het geweer ter hand te mogen nemen, teneinde den schrik te brengen onder de wilde ganzen.” Die toestemming kwam er niet, boeren die overlast hadden van wilde ganzen, konden zich wenden tot “houders van groote jachtacten” want alleen zij mochten de ganzen verjagen. Naast het jagen op groot wild, werd er bijvoorbeeld ook gejaagd op lijsters (de zogenaamde lijster-strijkers) en houtsnippen. In 1895 schreef de krant dat de jagers vol goede moed van huis waren gegaan, maar “dat hier en daar de vangst niets had te beduiden en dus zeer is tegengevallen. Het heeft den schijn, dat het jachtveld schaars van wild is voorzien.”

mildam

In 1880, toen Jan voor de rechter moest verschijnen, woonde het gezin in Mildam, in het huis genummerd 54. Rond 1890 zouden ze andermaal verhuizen, ditmaal naar het huis genummerd 64 te Mildam. Volgens het bevolkingsregister woonden er er ook behoorlijk wat leden van de Heida familie op hetzelfde huisnummer. Zo woonde Klaas Heida er met zijn vrouw, zijn zoon en twee dienstmeisjes, net als Jelle Heida en zijn vrouw en zoon. Joukje Heida woonde er ook, zij was het nichtje van de hiervoor genoemde Jelle. Jeep Heida en zijn vrouw en dochter woonden ook in het huis genummerd 64, samen met Jeep’s broer Jacob en zijn neef Rijkele Heida. Stuk voor stuk veehouders van beroep. En zo waren er nog wel een paar Heida’s op dit adres.

Uiteindelijk zou Jan het jachtgeweer aan de wilgen hangen en stond hij weer te boek als arbeider. Hij overleed op donderdag 25 oktober 1900, des avonds ten half tien ure te Mildam. Jan Hendriks van der Honing werd slechts 55 jaar oud. En zo bleef Antje alleen achter, met nog een aantal opgroeiende kinderen onder haar hoede. Sietze, de jongste, was nog maar twaalf jaar oud, terwijl haar dochter Aaltje de maand ervoor net achttien was geworden.

eekschillers

Toch, Antje zorgde voor haar kinderen en wist het hoofd boven water te houden. In onderstaande advertentie uit juli 1904 zien we dat zij op zoek was naar eikschillers (beter bekend als eekschillers), hetgeen letterlijk het “schillen” van eikenhout betekende. De mannen kapten de bomen, waarna het verdeeld werd in stukken van bepaalde lengte. De kinderen klopten vervolgens met een bijl de schors los, waarna de vrouwen de repen droogden en bundelden. De vrouwen hielpen ook mee bij het loskloppen en schillen. De dikste stukken hout werden verkocht als brandhout, van de kleinere stukken werden takkenbossen gemaakt die als brandstof door bakkers en palingrokers gebruikt werden. De bast werd verkocht aan leerlooierijen, want in het bast zat looizuur en deze werd gebruikt om het leer te looien.

Antje Brands Bron overleed op 20 april 1926, des voormiddags ten half negen uur te Mildam. Ze werd 81 jaar oud.

overlijden-antje