Aukje Jans (1808-1870)

turf-3

Plaats In De Stamboom
Ouders: Jan Hendriks (1778-1864) & Antje Brands (1799-1836)
Grootouders: Hendrik Arends (1735-1803) & Aukjen Melles (1739-1804)

Aukje Jans (Bron) werd geboren op maandag 5 december 1808 te Wolvega. Zij was het derde kind van vader Jan Hendriks en moeder Antje Brands. Haar zusje Wimke was vijf en haar broertje Hendrik was drie jaar oud. Na Aukje zouden er nog zes kinderen geboren worden, waarvan er drie op jeugdige leeftijd zouden overlijden. Op zondag 25 december 1808 lieten ‘Jan Hendriks en Antje Brands onder Wolvega’ hun kind dopen, ‘Geb. onder Wolvega, den 5 Decemb.’ Aukje zou tijdens haar leven beurtelings als Aukje en Aukjen omschreven worden. Zo kwam ze ter wereld als Aukje en overleed als Aukjen.

December 1808 was bitterkoud en op vrijdag 23 december lag ‘Tessel vol drijf-ijs’. De rivieren waren dichtgevroren en op dinsdag 3 januari was er een sneeuwstorm. Toen begon het plotseling flink te dooien en het kruiende ijs deed op talloze plaatsen de dijken breken. De krant schreef dat mensen ‘op de daken hunner huizen zitten en om hulp schreeuwen.’ Uit Nijmegen meldde men: ‘Het ziet er alhier allerakeligst uit. Te Bunningen in het Ambt van Maas en Waal, is het gevaar zeer groot; men heeft heden aldaar de alarmklok geklept; doch men weet niet of de ingezetenen het behouden hebben. [.] Even buiten de Stad ziet men niets anders dan ijs.’ Zeker 100.000 mensen raakten dakloos en naar schatting 260 verdronken in het ijskoude water.

watersnood

In 1811 werd de achternaam officieel ingevoerd. Op een koude maandag in februari 1812 vervoegde Jan Hendriks zich dan ook bij de Burgerlijke Stand en verklaarde ‘dat hij aanneemt den naam van Bron voor familienaam’. Dochter Aukjen werd ook genoemd, drie jaar oud. Vader Jan ondertekende de akte in stijl: zonder achternaam.

Bron-Handtekening

Aukje’s vader was turfgraver van beroep en dat betekende automatisch dat de kinderen meewerkten op de ruige veengronden. De leefomstandigheden waren vaak erbarmelijk. De gezinnen woonden in onverwarmde hutten en barakken, waar de regen door kieren en gaten naar binnen lekte en de wind vrij spel had. Het wemelde er van het ongedierte en mannen, vrouwen en kinderen zaten onder de luizen. Het werk begon om half vier in de ochtend en eindigde om half zes in de avond. Vader Jan en zijn vrouw waren rond 1806 verhuisd van Nijelamer naar Wolvega, en rond 1814 verhuisden ze naar Blesdijke, waar ze ongeveer tien jaar zouden blijven wonen.

‘Het jaar 1829 was door een aanhoudend regenachtig voorjaar een buitengewoon nadeelig jaar voor onderscheidende bedrijven, maar inzonderheid voor de verveners in de Provincie. Toen de tijd van uitbreken voor turf daar was, wisselden de regenvlagen als het ware alkander af, waardoor de pas uitgebroken turf zoodanig doorweekte, dat een groot gedeelte ineen zakte en tot verbrokkeling overging.’

Aukje was 21 jaar oud en turfmaakster van beroep, toen ze op woensdag 10 februari 1830, ‘des nademiddags ten drie uren,’ in het huwelijk trad met de 21-jarige Geert Jans de Groot. Dat moest ook wel, want Aukje was zes maanden in verwachting. Geert was op zondag 14 augustus 1808 geboren ‘onder Wolvega’ en aldaar gedoopt op zondag 21 augustus 1808. Hij was het eerste kind van turfmaker Jan Berends de Groot en Janke Geerts B(a)ron. Hij woonde met zijn ouders te Blesdijke en net als zijn vader was hij turfmaker van beroep. Op woensdag 20 januari 1830 hadden Hessel Jans Nieuwenhuis en Harmen Karstens Bron ‘bekend ter goeder naam en faam staande personen’, verklaard dat zowel Aukje als Geert ‘in zoodanige omstandigheden verkeren’ dat zij niet in staat waren de benodigde aktes voor het huwelijk te betalen. Hieronder de handtekeningen van de jonggehuwden en de ouders, met uitzondering van Aukje’s moeder, ‘welke verklaarde niet te kunnen schrijven’. Geert ondertekende met ‘GJ de grood’. Als getuigen traden op:

  • Hessel Jans Nieuwenhuis, 45 jaar, arbeider, woonachtig te Blesdijke
  • Harmen Karsten Bron, 25 jaar, turfmaker, woonachtig te Blesdijke, neef van de bruid
  • Hendrik Jans Bron, 24 jaar, turfmaker, woonachtig te Blesdijke, broeder van de bruid
  • Geert Freeks Koelma, 31 jaar, Grietenij bode, woonachtig te Wolvega

aukje-geert

Aukje en Geert zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Jan, 6 mei 1830 te Blesdijke – 26 juli 1868 te Terwispel (38 jaar)
  2. Antje, 7 november 1833 te Blesdijke – 24 december 1885 te Boornbergum (52 jaar)

Na de geboorte van hun dochter Antje, verruilde het gezin Blesdijke voor Steenwijkerwold om daar op de veengronden te werken. En het was daar dat op woensdag 30 april 1834, des middags te een uren, de veenbazen Sent en Hendrik Lenstra lieten noteren dat Geert die ochtend om zes uur was overleden. Hoe arm dit gezin geweest moet zijn, blijkt wel uit het feit dat Geert overleed in een tent. Het gezin woonde dus niet eens in een haveloze hut of tochtende barak, maar in een tent. Geert Jans de Groot werd slechts 24 jaar oud.

turf-2

Aukje keerde met haar twee kinderen terug naar Blesdijke. Het verlies van haar man en, hoe tragisch ook, het verlies van een paar centen extra inkomen, moet haar op de rand van de afgrond hebben gebracht. Haar moeder overleed in 1836 en haar vader verhuisde naar Ter Idzard, waar hij nog altijd in het turf werkte. Aukje was 28 jaar oud, toen ze op donderdag 31 augustus 1837, ‘des nademiddags ten een uren’ in het huwelijk trad met de 22-jarige turfmaker Jan Jochems Zwart. Jan was op vrijdag 21 juli 1815, ‘des avonds om vier uuren’ te Luxwoude geboren en hij was het eerste kind van vader Jochem Jans Zwart en moeder Rigtje Aukes. Jan’s vader was in 1835 overleden en zijn moeder werkte als ‘turfmakerse’ te Steenwijkerwold. Aukje’s vader en Jan’s moeder waren bij het huwelijk aanwezig. En ook ditmaal werd er voor zowel Aukje als voor Jan een zogenaamd Certificaat van Onvermogen opgesteld. Met andere woorden: zij waren te arm om de kosten voor de aktes (die nodig waren voor het huwelijk) te betalen. Hieronder de handtekeningen van Aukje, Jan en van Aukje’s vader. Jan’s moeder ondertekende de akte niet omdat zij verklaarde ‘hare naamteekening niet te kunnen stellen als geen schrijven geleerd hebbende.’ Als getuigen traden op:

  • Pals Gerrits Jongschaap, 51 jaar, Grietenij bode, woonachtig te Wolvega
  • Albert van der Lende, 29 jaar, Plaatselijke ontvanger, woonachtig te Slijkenburg
  • Jochem Jacobs Dragh, 38 jaar, bakker, woonachtig te Wolvega
  • Jan Gouma, 21 jaar, klerk, woonachtig te Wolvega

zwart-bron

Aukje en Jan zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Wimke, 29 november 1837 te Ter Idzard – 23 april 1921 te Tijnje (83 jaar)
  2. Jochem, 5 maart 1840 te Ter Idzard – onbekend, woonde in 1889 in de State Michigan USA
  3. Willem, 22 september 1843 te Ter Idzard – 2 juli 1906 te Terwispel (62 jaar)

Jan was in 1834 opgeroepen voor de militaire keuring bij de Nationale Militie. Hij werd uitgeloot, maar dankzij die keuring is er een kleine beschrijving van hem bewaard gebleven:

  • Lengte: 1 EL 548 strepen (bijna 1.55 dus)
  • Aangezicht: rond
  • Voorhoofd: idem
  • Oogen: blaauw
  • Neus: klein
  • Mond: ordinair (= gewoon)
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbraauwen: idem
  • Merkbare teekenen: geene

Na hun trouwen woonden Aukje en Jan in Ter Idzard en daar werden dan ook hun drie kinderen geboren. Bij de volkstelling van 1839 bestond het gezin uit vier personen: vader, moeder, Antje en Wimke. Aukje’s zoontje Jan, die toen 9 jaar was, woonde niet meer bij haar in en was waarschijnlijk bij familie ondergebracht. Rond 1853 verhuisden ze naar het huis genummerd 9 te Oldeholtwolde. Hier gezin was weer compleet, want zoon Jan was weer met zijn moeder herenigd. In februari 1854 trouwde dochter Antje en verliet het ouderlijk huis. In de trouwakte werd genoteerd dat haar moeder Antje Jans Bron heette. De trouwakte werd hardop voorgelezen, maar geen van de aanwezigen – ook Aukje niet – vond het noodzakelijk de klerk erop te wijzen dat ze niet Antje, maar Aukje heette. Het kan echter ook zijn dat zijzelf de naam Antje mooier vond, want vanaf dat moment zien we die voornaam in verschillende aktes verschijnen.

turf-6

Aan het begin van de 19e eeuw kon een veenarbeider nog redelijk goed verdienen. Gemiddeld zo’n f 1,20 per dag (ter vergelijk: in de nijverheid verdiende men zo’n 80 cent per dag). Maar gaandeweg de 19e eeuw begonnen de lonen te dalen, terwijl de prijzen van goederen stegen. In 1869 verdiende een veenarbeider gemiddeld nog maar 70 cent per dag. Daarnaast werden gezinnen gedwongen hun weinige centen in de winkels van de veenbazen te besteden. En in die winkels was alles een stuk duurder (gemiddeld 25% duurder). Wie weigerde daar zijn inkopen te doen, werd ontslagen.
Op de veengronden was het aloude gebruik dat werkloze veenarbeiders en de allerarmste gezinnen op nieuwjaarsdag bij de veenbazen aanklopten. Zij wensten hem dan een gelukkig nieuwjaar en – wederom volgens aloud gebruik – kregen van de veenbaas een klein geldbedrag. Om die reden bewaarde veenbaas Wieger Broers (1794-1875) alle halve centen, zodat hij de straatarme mensen op nieuwjaarsdag niet een hele cent hoefde te geven. Toen hij overleed liet hij een vermogen na van 80.000 gulden (huidige waarde: ruim 870.000 euro).

Veenarbeiders hadden een haast nomadisch bestaan; om de zoveel tijd verhuisden ze naar een stuk polder waar het “bruine goud” (zoals turf genoemd werd) gewonnen kon worden. Oldeholtwolde was dan ook voor Aukje en Jan geen eind- maar een tussenstation. In december 1861 verhuisden ze naar Langezwaag, waar ze zich vestigden in het huis genummerd 89. Dochter Wimke was inmiddels getrouwd (1859) en in de trouwakte werd vermeld dat haar ouders in Ter Idzard woonden. In het Bevolkingsregister van Ter Idzard komt hun naam echter tussen 1850 en 1860 niet voor. Nu zijn Bevolkingsregisters niet waterdicht, dus het is niet duidelijk of er andermaal een fout werd gemaakt bij het opstellen van de trouwakte, of dat ze niet genoteerd werden in het Bevolkingsregister. Zoon Jochem trouwde in 1862, en zijn trouwakte werd inderdaad vermeld dat zijn ouders in Langezwaag woonden. Uiteindelijk verhuisden Aukje en Jan met de overgebleven kinderen naar ‘een schip’ in Langezwaag.

vervening

Op zondag 1 maart 1868 verhuisden ze naar Terwispel, waar ongeveer duizend veenarbeiders werkten. Het broeide er, net als op de andere veengronden. In 1869 legden veel veenarbeiders het werk neer en eisten meer loon. De krant schreef in mei 1869: ‘Hier en en daar worden reeds baldadigheden uitgevoerd, zoodat het wenschelijk is, dat er spoedig maatregelen worden genomen, opdat de zaak weder in orde komt.’ Een detachement militairen trok in de daarop volgende dagen naar Beets. Toch koos de krant ditmaal partij voor de arbeiders en eindigde haar artikel met de kreet: ‘Och! dat men wat meer dacht aan de spreekwoorden “Een arbeider is zijn loon waard” en “Goed werk, goed loon.” 
In juli 1868 overleed Aukje’s zoon Jan. Hij ontbrak dus in het gezin bij de Volkstelling van 1839, maar hij zou tot aan zijn overlijden bij zijn moeder en stiefvader blijven wonen. Hij bleef ongehuwd en werd slechts 38 jaar oud.
Het waren de 47-jarige Koert Jans Smit en de 46-jarige Jacob Egberts Krikke die in februari 1870 lieten noteren dat Aukje op zaterdag 12 februari 1870, ‘des namiddags ten twee ure’ in Terwispel ‘in een vaartuig’ was overleden. Aukje Jans Bron werkte nog steeds als arbeidster op de veengronden en werd 61 jaar oud.

Het feit dat Aukje en Jan in Langezwaag al op een schip woonden en Aukje ‘in een vaartuig’ in Terwispel was overleden, zou erop kunnen wijzen dat ze een turfschip (turfaak) hadden. Maar dat weten we helaas niet zeker. Na het overlijden van Aukje, verdwijnt haar man Jan een aantal jaren uit beeld. Toen zijn zoon Jochem in 1876 voor de tweede maal in het huwelijk trad, werd in de trouwakte genoteerd dat hij (vader Jan) te Beets woonde. Echter, net als in Ter Idzard, komt zijn naam in het bevolkingsregister van Beets niet voor. Uiteindelijk vinden we hem terug in Beetsterzwaag, waar hij in januari 1890 in het armenhuis werd opgenomen. Alle Kornelis Rinsema was er armenvader, Albertje Jonker de armenmoeder. Jan overleed op woensdag 15 februari 1893, ‘des avonds ten acht ure’ in het armenhuis van Beetsterzwaag. Jan Jochems Zwart werd 77 jaar oud.

Voormalig Armenhuis Beetsterzwaagarmenhuis