Jan Harmens (1803-1832)

Top Jan

Plaats In De Stamboom
Ouders: Harmen Hendriks Bron (1777-1860) & Jacobjen Hendriks van Wijk (1795-1827)
Grootouders: Hendrik Arends Bron (1735-1803) & Aukjen Melles (1739-1804)

Jan Harmens was het 4e kind van vader Harmen Hendriks Bron en moeder Jacobjen Hendriks van Wijk. Zijn broer Hendrik (1796) en zijn zusters Janneke (1799) en Aukje (1801) waren hem voorgegaan. Geen van hen werd gedoopt, ook Jan Harmens niet, zodat noch de tijd zijner geboorte, noch die zijner doop in de bestaande registers gevonden wordt. De reden daarvoor was simpel; turfmaker Harmen en zijn vrouw waren te druk bezig op de veengronden. Daarnaast gingen zij zeer weinig of in het geheel niet ter kerk, en zij hadden zodoende den kinderdoop verwaarloosd. Eind 18e- begin 19e eeuw was dat uitzonderlijk. Niet alleen behoorde iedereen tot een kerkgemeente, er werd ook wel degelijk verwacht dat zij zondags naar de kerk gingen. Daarnaast was er nog altijd de diepgewortelde angst dat de zielen van ongedoopte kinderen na overlijden niet naar de hemel konden en gedoemd waren eeuwig rond te dolen. Ouders die hun kind dus niet lieten dopen, speelden met vuur. Of in ieder geval met de ziel van hun kinderen. Toch, de Bron-familie wilde er niet aan en het bewijst dat het leven op de veengronden anders was en dat er andere wetten golden. Zo weten we dus alleen dat Jan Harmens Bron rond 1803 werd geboren te Echten, meer gegevens zijn niet bekend.

In het jaar 1815 werden Nederland en België samengevoegd om zodoende een vuist te kunnen maken tegen het oorlogszuchtige Frankrijk. De Belgen waren niet blij met deze fusie en kwamen in opstand. In 1832 sloeg de vlam in de pan. De gevechten zelf duurden van dinsdag 2 tot vrijdag 12 augustus 1831, maar de aanloop en vervolgens de nasleep duurden vele jaren. In 1839 zou Nederland de onafhankelijkheid van België erkennen. Jan en zijn jongere broer Arend hebben deelgenomen aan deze Tiendaagse Veldtocht. Ze werden samen ingedeeld bij de 2e Afdeling, 1e Bataljon, 4e Compagnie, dus waren ze letterlijk broeders in de strijd. Op maandag 8 november 1830 moesten de Friese soldaten zich in Leeuwarden verzamelen. Het bataljon onder leiding van majoor J.G. van Wageningen was 600 man sterk, waarvan 235 zich vrijwillig hadden ingeschreven. In totaal 157 mannen stonden zonder legerjas, want er waren er simpelweg niet genoeg. Pas eind november zouden zij alsnog hun jas krijgen. En zo ging men op die 8e november op weg, eerst naar Harlingen, waar ze werden ingescheept. Op woensdag 10 november arriveerden de Vriesche Schutters in Amsterdam en werden daar voor de nacht ingekwartierd. Op donderdag 11 november 1830, zeven uur in de ochtend, verzamelden ze zich voor het huis van de  burgermeester. Daar begroette de burgervader hen met de opregste dankbetuigingen en wenste hen een hartelijk vaarwel. Onder begeleiding van een muziekkorps van de schutterij marcheerden de Friezen naar de kade, waar tien schuiten op hen lagen te wachten. Vele toeschouwers waren aanwezig om de uittocht gade te slaan. Lang leven de Amsterdammers! was de kreet der afreizende Friezen; Lang leven de Friezen! die der Amsterdammers. 

10daagse veldtocht

Vooral het eten liet te wensen over. Het was smerig of kwam helemaal niet. Daarnaast waren de nachten slopend. De ene nacht sliep een soldaat in een schuur of stal, de andere nacht was het zijn beurt om ergens buiten in het veld of een schuttersput te slapen. Met alleen een legerdeken om warm te blijven. Het was vooral dit ritme van 1 nacht op – 1 nacht af wat veel soldaten moedeloos maakte. Het veldtenue werd niet uitgedaan, en dat was, zoals ligt te begrijpen is, oorzaak dat wij hier lang niet zonder ongedierte waaren. Op 2 augustus 1831 brandde de strijd los en werd er hevig gevochten. De Vriesche schutters klaagden dat de kolven hunner geweren te ligt waren om daarmede naar hunnen zin de vijand te vermorselen. Velen trokken hunne vervaarlijke jagtmessen en rigtten onder de Belgen eene vreeselijke slagting aan. Tien dagen later was het allemaal voorbij. Officieel dan, want nog in maart 1932 waren er over en weer vijandigheden, waar soms gewonden, soms zelfs doden te betreuren waren.

In het Groot Ziekengasthuis (ofwel: Tweede Hospitaal) te ‘s-Hertogenbosch werden de gewonde soldaten verpleegd. Opgeleide zusters en verpleegkundig personeel kende men rond 1830 nog niet. De zogeheten ziekenoppassers en pleegzusters probeerden zo goed en zo kwaad als het ging het leed van de gewonden soldaten wat te verlichtten. Het was in dit hospitaal dat Jan Harmens zou overlijden. De aangifte werd gedaan door Henricus de Pauw, hospitaalmeester en Johannes Kennis, bediende in het hospitaal. Zij verklaarden dat alhier op eergisteren, om acht ure des avonds Jan Harmens Bron was overleden. En dat eergisteren was dan zaterdag 12 mei 1832. Voorts lieten zij noteren dat Jan in Echten woonde en dat hij de zoon was van Harmen Hendriks Bron en Jacobje Hendriks. Het feit dat zij de namen van zijn ouders volledig en foutloos konden laten noteren, doet vermoeden dat Jan wist dat hij stervende was en deze informatie heeft laten opschrijven. Of hij ziek of gewond was, is niet bekend. Twee maanden na zijn dood (in juli 1823) werden er 17 nieuwe gevallen van cholera gesignaleerd in ‘s-Hertogenbosch. De ziekte was totaal onbekend in Nederland en werd ook wel de Aziatische buikloop, blauwe dood of klere (kolere) genoemd. Toen Jan in mei 1832 overleed werd er echter nog in geen van de kranten melding gemaakt van cholera gevallen in Overijssel. Vier maanden later, in september 1832, werd zijn overlijden pas in de registers in Friesland opgenomen. Jan Harmens Bron werd slechts 29 jaar oud.

In 1856 werd het Gedenkteeken aan den Volksgeest in Amsterdam onthuld. Dit monument, dat in de volksmond bekend stond als ‘Naatje op de Dam’ was een eerbetoon aan de soldaten en de eendracht tijdens de Tiendaagse Veldtocht.

Naatje