Freerk Hanses (1831-1916)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Hans Arends Bron (1795-1873) & Grietje Hendriks Veenstra (1799-1883)
Grootouders: Arend Hendriks Bron (1767-1848) & Willemke Hanzes (1765-1817)
Overgrootouders: Hendrik Arends Bron (1735-1803) & Aukjen Melles (1739-1804)

Freerk Hanses Bron werd op zondag 29 mei 1831, des morgens om zes uur te Marum in Groningen geboren. Hij was het zesde kind van de toen 35-jarige Hans Arends Bron en de 31-jarige ehevrouw Grietje Hendriks Veenstra. Freerk’s oudste broer was vlak na de geboorte overleden, maar Willemke (10 jaar oud ten tijde van Freerk’s geboorte), Hendrik (7 jaar), Arent (5 jaar) en Mietje (3 jaar) zouden hem zien opgroeien. Na Freerk zouden er nog vier kinderen geboren worden, waarvan er twee op jonge leeftijd zouden overlijden. Freerk’s vader Hans was verveener van beroep, ofwel: exploitant of eigenaar van een veenbedrijf. Veenbaas dus. In 1830 had hij een perceel Hoogveen te Marum gekocht en dus was hij met zijn vrouw en kinderen van Siegerswoude (Friesland) naar Marum (Groningen) verhuisd. De afstand tussen de twee plaatsen bedroeg nog geen tien kilometer. Maar toch: Freerk werd dus niet in Friesland, maar in Groningen geboren.

In de kurkdroge maand juni 1833, toen Freerk twee jaar oud was, werden de veengebieden getroffen door een enorme brand. In den namiddag van den 11 en vervolgens op den 12 Junij 1833 is door storm en onweder het veen in en de turf op de veengronden in brand geraakt. De hevige wind blies het vuur zoo aan, dat door de droogte van het veld, in een oogenblik het gehele veen in volle vlam stond en een prooi van het alverslindend vuur werd. Alles, wat vlugten konde: vlugtte, om eene plaats te zoeken waar de brand niet woedde. Men droeg vrouwen en kinderen uit de woningen, alles achter latende, om het leven redden. Huizen, schuren, hutten, huisraad, gereedschappen en tonnen turf gingen in vlammen op. De ramp kreeg nationale aandacht en er werd van alles gedaan om de ontredderde gezinnen te helpen.

Hoe zag Freerk eruit? Gelukkig hebben we daar een globaal beeld van omdat hij in 1850 gekeurd werd voor de Nationale Militie, ofwel de militaire dienst. Hij werd uitgeloot en hoefde dus niet de dienst in. Maar dankzij die keuring weten we het volgende over hem:

  • Lengte: 1 El 6 Palmen 4 Duimen 3 Strepen (1 meter, 6 decimeter, 4 centimeter en 3 millimeter: 1.64 en een beetje dus)
  • Aangezigt: ovaal
  • Voorhoofd: hoog
  • Oogen: blaauw
  • Neus: ordinair (= gewoon)
  • Mond: klein
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbraauwen: blond

Freerk was 24 jaar oud, toen hij op vrijdag 4 april 1856 in het huwelijk trad met de 23-jarige Sijbrigjen Hendriks Tolsma. Dat was ook nodig, want Sijbrigjen was zeven maanden in verwachting. Ze was op woensdag 2 januari 1833, des nagts ten vier uren te Ureterp geboren en zij was het eerste kind van 23-jarige boer Folkert Harmens Tolsma en de 20-jarige Trijntje Aizes van der Veen. Na Sijbrigjen zouden er nog negen broertjes en zusjes in dit gezin geboren worden. Sijbrigjen woonde in 1856 te Siegerswold (Siegerswoude). Misschien was dit de reden waarom ze in Opsterland (Friesland) in het huwelijk traden. Maar het kan ook zijn dat de familie Bron zich nog altijd meer Fries dan Groninger voelde. Het veengebied rond het Groningse Marum werd ontgonnen door Friezen en het Fries was er dan ook de voertaal. Hoe het ook zij: Freerk en Sijbrigjen trouwenden in Friesland. Hieronder de handtekeningen van de jonggehuwden en hun ouders. Als getuigen traden op:

  • Haije Posthumus van der Helm, 28 jaar, wever, woonachtig te Beetsterzwaag
  • Siebren de Jong, 44 jaar, veldwachter, woonachtig te Beetsterzwaag
  • Rein Otma, 28 jaar, klerk, woonachtig te Beetsterzwaag
  • Hedde Jochums Beetsma, 59 jaar, klerk, woonachtig te Beetsterzwaag

Freerk en Sijbrigjen zouden samen de volgende kinderen krijgen:

    1. Trijntje, 8 juni 1856 te De Wilp – 3 mei 1937 te De Wilp (80 jaar)
    2. Grietje, 10 februari 1858 te De Wilp – 19 februari 1938 te Marum (81 jaar)
    3. Hiltje, 27 oktober 1860 te De Wilp – 20 oktober 1949 te Zevenhuizen, gem. Leek (GR) (88 jaar)
    4. Hans, 22 januari 1863 te De Wilp – 8 mei 1950 te De Wilp (87 jaar)
    5. Foektjen, 15 september 1865 te De Wilp – 29 mei 1908 te Grootegast (42 jaar)
    6. Willemke, 1 april 1868 te De Wilp – 12 augustus 1872 te De Wilp (4 jaar)
    7. Folkertje, 3 oktober 1870 te De Wilp – 15 maart 1963 te De Wilp (92 jaar)
    8. Folkert, 8 oktober 1873 te De Wilp – 9 februari 1875 te De Wilp (1 jaar)
    9. Folkert, 17 november 1876 te De Wilp – 22 september 1952 te Groningen (75 jaar)

Freerk en zijn vrouw vestigden zich dus in De Wilp, op iets meer dan vier kilometer lopen van Marum. In 1845 telde het dorp bijna vijfhonderd inwoners, waarvan het merendeel werkzaam was op de turfgronden. De leefomstandigheden waren vaak afschuwelijk en veel gezinnen woonden in hutten en soms zelfs in tenten. In 1847 werd de Vereeniging tot hulp voor Vlijtige Armoede opgericht en vanaf 1848 hielp zij de minvermogende volksklasse op de veengronden bij De Wilp. Wat het leven voor de veenarbeiders vaak nog zwaarder maakte, was het feit dat de veenbazen er soms ook nog een winkeltje op na hielden. Gezinnen werden gedwongen hun inkopen daar te doen; wie dat niet deed kon op staande voet ontslagen worden. En uiteraard waren de prijzen in deze winkels absurd hoog, waardoor de armoede van deze minvermogende volksklasse alleen maar groter werd. Freerk was veenbaas van beroep en het is maar te hopen dat hij de uitzondering op de regel was.

Tussen 1872 en 1875 was Freerk ineens winkelier van beroep. Het is onwaarschijnlijk dat dit “het winkeltje van de veenbaas” was, want in dat geval zou hij altijd het beroep van vervener of veenbaas hebben laten noteren. In diezelfde periode, in augustus 1873, overleed zijn vader. Freerk’s vader woonde in Marum, terwijl zijn vrouw in De Wilp woonde. Het is zelfs mogelijk dat zij bij Freerk en zijn gezin inwoonde, maar het is niet duidelijk waarom haar man in Marum achterbleef. In 1876 was Freerk winkelier af en werd hij landbouwer. In 1883 liet hij zich weer even noteren als verveener, maar een jaar later weer als landbouwer. In 1884 was zelfs zijn vrouw Sijbrigjen landbouwster van beroep. 

In augustus 1895 werd Freerk lid van de gemeenteraad van Marum. De gemeenteraad boog zich over een breed scala aan vraagstukken en verzoeken. Zo werd de gemeente-vroedvrouw M. Drewes-Smit in 1899 andermaal voor een jaar benoemd, kreeg de vereniging Vooruitgang eene bijdrage ad. fl. 50 in de kosten voor het leggen van batten bij het huis van F. Bron. (batten waren planken die over een sloot gelegd werden en als brug dienden), ging men akkoord met het geven van voortgezet onderwijs in de nuttige handwerken te Marum en kreeg de directeur der Nederlandsche Tramwegmaatschappij toestemming om over de Wilpster-hoofdvaart een vaste brug te bouwen. Voorwaarde was wel dat aan weerszijden van de brug een opening blijft voor de passage met paard en rijtuig.

Zo rond de eeuwwisseling had Freerk het goed voor elkaar: hij werkte als landbouwer en kon als gemeenteraadslid meepraten en meedenken over de kleine en grote zaken binnen de regio. En toen, op vrijdag op 25 januari 1901, des morgens te drie uur te De Wilp overleed zijn vrouw. Sijbrigjen Hendriks Tolsma werd 68 jaar oud.

In april 1901 werd in De Wilp de Handskracht-zuivelfabriek De Goede Hulp opgericht. Ruim tachtig boeren uit Siegerswoude, De Wilp en Zevenhuizen bundelden hun krachten en registreerden zich bij de zuivelfabriek. Freerk’s naam hoorde daar niet bij. Wel zat hij in 1908 in een commissie van onderzoek die de boeken van deze stoomboterfabriek controleerde. En ondertussen bleven de planken over de vaart bij zijn woning de gemoederen bezig houden. In 1899 werden ze gelegd, maar zoals in onderstaande advertentie uit juni 1902 blijkt, was het dus binnen drie jaar te gevaarlijk geworden om eroverheen te lopen. En zelfs in juni 1911 (dus negen jaar later!) wees de heer R. Siebenga tijdens een gemeentevergadering op den slechten toestand van de batten bij F. Bron te de Wilp. Ambtelijke molens maalden ook in begin twintigste eeuw niet al te snel, want in februari 1915 werd het voorstel afgewezen om den zandweg bijlangs de Wilpsterhoofdvaart vanaf F. Bron tot G. Oost met twee Meter te verbreeden.

Freerk overleed tenslotte op dinsdag 22 februari 1916, des voormiddags te elf uur te De Wilp. Freerk Hanses Bron werd 84 jaar oud en was ook op die leeftijd nog altijd werkzaam als landbouwer.