Auke Hanses (1834-1914)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Hans Arends Bron (1795-1873) & Grietje Hendriks Veenstra (1799-1883)
Grootouders: Arend Hendriks Bron (1767-1848) & Willemke Hanzes (1765-1817)
Overgrootouders: Hendrik Arends Bron (1735-1803) & Aukjen Melles (1739-1804)

Donderdag 13 februari 1834 was een kille, winderige dag, en om 10.00 uur in de ochtend stapte de 38-jarige Hans Arends Bron bij de Burgerlijke Stand van Marum binnen. Daar liet hij noteren dat zijn 34-jarige vrouw Grietje Hendriks Veenstra die ochtend om 06.00 uur was bevallen van een kind van het mannelijke geslacht aan wie ze den voornaam Auke wilden geven. Vader Hans Arends kwam oorspronkelijk uit Friesland en was rond 1830 van Siegerswoude naar Marum in Groningen verhuisd. Nu was dit niet een enorme verhuizing, want Siegerswoude lag vlakbij de grens met Groningen, Marum er net overheen. De dorpen lagen op nog geen negen kilometer van elkaar verwijderd. Toch, het betekende dat Auke geen Fries, maar Groninger van geboorte was. Hij was het zevende kind in het gezin, en zo was zijn zuster Willemke bijna 14 jaar oud toen hij geboren werd. Na hem zouden er nog drie kinderen geboren worden. Twee daarvan waren broertjes, allebei Albert genaamd, die op 1-jarige en 5-jarige leeftijd zouden overlijden.

In het jaar 1853 moest Auke zich melden voor bij de Nationale Militie, om gekeurd te worden voor militaire dienst. Hij had geluk, want bij de loting was hem ten deel gevallen no. 25, dat, buiten oproeping gebleven zijnde, hem tot geen dienst geeft verplicht.

Aukes

Bron was een bekende naam in de veenkoloniën. Oorspronkelijk waren zij vanuit Overijssel naar Friesland getrokken om er in het veen te werken. Veelal als arbeiders, maar ook als veenbazen. Ook Auke had een veenderij (met andere woorden: hij was vervener). Daarnaast was hij landbouwer, want het werk in het veen stopte in september en het verbouwen van aardappelen, rogge en boekweit was nodig om de winter door te komen. Waarbij het normaal was dat de vrouw, en kinderen vanaf tien jaar oud meewerkten. Zowel in het veen als op het land. Het werk was zwaar en in de veenkoloniën heerste vaak een onbeschrijfelijke armoede. Daarnaast waren de veengronden berucht om hun drankmisbruik, bedelarij en criminaliteit.

Auke was 29 jaar oud, toen hij op zaterdag 2 mei 1863 te Marum in het huwelijk trad met de 20-jarige Wimke Gaukes Veenstra. Wimke was op donderdag 12 mei 1842, des voordemiddags ten elf uren te Siegerswoude geboren en was het zesde kind van vader Gauke Wierds Veenstra (boer van beroep) en moeder Evertje Ebeles Palsma. Op het moment van trouwen woonde Auke in De Wilp, zijn vrouw Wimke te Siegerswoude. Wimke’s ouders waren bij de bruiloft aanwezig, tezamen met Auke’s moeder. Vader Hans Arends was er niet. Onder de getuigen zien we de handtekeningen. In de linker kolom: Auke, Wimke en Auke’s moeder. In de rechterkolom de ouders van Wimke. Als getuigen traden op:

  • Paulus Scheltema, 29 jaar, Gemeente ontvanger, woonachtig te Marum
  • Klaas Abels Mulder, 60 jaar, Gemeentebode, woonachtig te Marum
  • Christoffel Maunes Burghouts, 31 jaar, veldwachter, woonachtig te Marum
  • Rindert Sinia,31 jaar, kastelein, woonachtig te Marum

Handtekeningen

Auke en zijn vrouw Wimke kregen samen de volgende kinderen:

  1. Grietje, 12 januari 1864 te De Wilp – 28 maart 1924, Banks, Antrim, Michigan (60 jaar)
  2. Evertje, 28 juni 1866 te De Wilp – 25 september 1938 te Grand Rapids, Kent, Michigan USA (72 jaar)
  3. Willemke, 18 februari 1869 te De Wilp – 8 mei 1944 te Dutton, Kent, Michigan USA (75 jaar)
  4. Gauke, 26 december 1871 te De Wilp – 31 oktober 1873 te De Wilp (22 maanden)
  5. Gauke, 3 april 1875 te De Wilp – overleden in 1969 (84 jaar)
  6. Hans, 22 mei 1877 te De Wilp – 8 december 1940 in Banks, Antrim, Michigan USA (63 jaar)
  7. Mindert, 16 december 1879 te De Wilp – 7 januari 1884 te De Wilp (4 jaar)
  8. Henderk, 9 februari 1883 te De Wilp – 27 januari 1964 te Los Angeles, Californië USA (81 jaar)
  9. Ida, september 1887 te Grands Rapids, Kent, Michigan – onbekend

Auke gebruikte bij de geboorteaangifte van zijn eerste kinderen het ouderwetse patroniem Hanszoon. Dus voluit: Auke Hanszoon Bron.

Immigrants

In de periode tussen 1830 en 1850 werd ons land (en vele landen met ons) geteisterd door strenge winters, overstromingen, ziektes (tyfus, cholera, pokken) en misoogsten. Tot overmaat van ramp brak er in 1845 in Ierland een aardappelziekte uit, die ervoor zorgde dat de aardappeloogst jaar op jaar mislukte. Het gevolg was een hongersnood die aan ruim een miljoen Ieren het leven zou kosten. De aardappelziekte sloeg over naar het vaste land van Europa en ook hier ging de oogst verloren. Duizenden gezinnen in Europa, ook in Nederland, besloten te emigreren. Reeds in 1846 werd door Nederlandse immigranten in Michigan de landbouwkolonie Holland gesticht. Door de brieven die vanuit Amerika aan familie of vrienden in Nederland geschreven werden, waren veel mensen (direct of indirect) toch redelijk op de hoogte van wat er zich afspeelde aan de andere kant van de oceaan. En toen in 1879 de derde landbouwcrises uitbrak (die tot 1895 zou duren), en Nederlandse gezinnen andermaal in armoede gedompeld werden, was dit voor velen de druppel die de emmer deed overlopen. Ze verlieten hun geboorteland voorgoed.

Het merendeel van de emigranten liet de geboortegrond achter zich in de hoop op een beter leven. Maar bij Auke en zijn vrouw Wimke speelde er nog een andere factor mee. Hun oudste dochter Grietje was namelijk in 1883 al naar Amerika vertrokken (de details over haar plotselinge vertrek zijn te lezen op haar eigen pagina). Het is dus denkbaar dat Auke en Wimke emigreerden zodat het gezin weer herenigd zou zijn. Toen de ambtenaar van het Nederlandse emigratiekantoor Auke vroeg of hij belasting betaalde, antwoordde deze: ja, naar een inkomen van 600 gulden. Dat betekende dat hij iets meer dan 11,50 gulden per week verdiende, bijna het dubbele van een gemiddelde arbeider. Als reden voor zijn vertrek gaf hij op: verbetering van bestaan. Maar ook dat laatste hoeft niet per definitie te waarheid te zijn, want Grietje was twee jaar daarvoor zo verhaast vertrokken dat zij zelfs verzuimd had dit door te geven. Wellicht dus dat Auke geen slapende honden wakker wilde maken en voor de meest geijkte en geaccepteerde reden ging. Hij was 51 jaar oud inmiddels en het was dus een grote stap om in ander land, waar mensen een andere taal spraken, een nieuw leven te beginnen. Maar of de beslissing nu economisch of emotioneel was, Auke en zijn gezin sloten zich aan bij de grote groep emigranten. Week in, week uit vertrokken de emigranten schepen vanuit Amsterdam en Rotterdam. Naar Canada, Argentinië, Noord-Amerika, zelfs Zuid Afrika. Naar schatting 100.000 Nederlanders zouden in de 19e eeuw de oversteek maken. Vergeleken bij andere Europese landen was dit slechts een kleine exodus, want alles bij elkaar zouden circa 10 miljoen mensen hun geboorteland voor Amerika verruilen. Toch, hoe klein het aantal van 100.000 Nederlandse emigranten daar ook tegen afsteekt, voor Nederlandse begrippen waren het enorme aantallen. In de Nederlandse kranten klonk zelfs iets van paniek door, want men was bang dat er helemaal niemand meer overbleef en dat iedereen zich het hoofd op hol liet brengen door het emigratie virus. Iedereen ging, zo leek het, en Auke en zijn gezin gingen ook.

Het betekende dat de gehele huisraad, potten en pannen, bedden en alle gereedschappen verkocht moest worden. Alleen wat meegesjouwd kon worden, kon mee. Auke kocht tickets voor het stoomschip de SS Zaandam, met kapitein Chevalier aan het roer. De tickets waren voor de goedkoopste plaatsen: het beruchte tusschendek. Hoeveel hij precies moest betalen, is onduidelijk, maar het bedrag per persoon lag in ieder geval onder de dertig gulden. Toch, de reis voor zeven personen kostte behoorlijk wat geld, zeker als we bedenken dat een arbeider gemiddeld 6 gulden per week verdiende.

16 mei 1885: Amsterdam – New York, Kapitein ChevalierChevalier Vertrek 16 mei

De Zaandam lag aangemeerd in Amsterdam. Zelfs de reis van Groningen naar Amsterdam zal indruk hebben gemaakt, want niemand van het gezin was ooit in het westen van Nederland geweest, laat staan in Amsterdam. Voor de kinderen zal het een verwarrend avontuur zijn geweest, zeker voor Mindert en Hans, die respectievelijk vijf en acht jaar oud waren. Hans zou zijn 8e verjaardag aan boord van het schip vieren, op de zevende dag van de reis, midden op de Atlantische Oceaan. Aan boord waren 51 bemanningsleden en 276 passagiers; 2 kajuiten-passagiers, benevens 274 tusschenendeks-passagiers. Daarmee was het schip trouwens niet vol, want in totaal konden er 50 passagiers in de 1e klas (de kajuiten) en 424 in de 3e klas (de tussendek passagiers). Er was dus ruimte genoeg, wat gunstig was voor de passagiers. Want de zeereis duurde veertien lange dagen en was niet zonder gevaren. Voor veel emigranten was het een eerste kennismaking met de zee en de meesten werden zeeziek, waardoor de stank aan boord ondraaglijk kon worden. Daarnaast zorgden stormen en ijsbergen voor het nodige gevaar. De Zaandam was begin mei 1885 van New York naar Amsterdam gevaren en kapitein Chevalier kon rapporteren een ijsberg van kolossale afmetingen te zijn gepasseerd. Later die reis werd het schip getroffen door een hevigen storm met orkaanvlagen, die de zee tot bergen opvoerde. De storm was zo hevig dat er 3 voet water in de salon en hutten kwam te staan. Dit was de reis van New York naar Amsterdam, waar Auke en zijn gezin klaar stonden om aan boord te gaan.

Het was zaterdag 16 mei 1885. De trossen gingen los en langzaam voer het stoomschip de haven van Amsterdam uit. Dat zal voor velen een emotioneel moment zijn geweest. Aan de ene kant waren de weken van voorbereiding nu eindelijk voorbij en was er de nerveuze, hoopvolle verwachting voor een betere toekomst. En aan de andere kant was er nu geen weg terug meer. Zeker Auke en zijn vrouw zullen zich heel goed beseft hebben dat zij hun achtergebleven familieleden nooit meer zouden zien, dat het een afscheid voor altijd was. En ondanks alle mooie verhalen die vanuit Amerika naar Nederland waren overgewaaid; wie van hen kon ook maar enigszins vermoeden hoe de zeereis zou verlopen. Wie van hen wist wat er aan de andere kant van de oceaan op hen lag te wachten. En zo zien we in de daaropvolgende dagen het schip langzaam uit zicht verdwijnen. Op zondag 17 mei 1885, om 7½  uur in de ochtend passeerde het Dover en op maandag 18 mei 1885, op precies dezelfde tijd passeerde het Lizard Point, het meest zuidelijke puntje van Engeland. Daarna viel het stil, want het schip was nu op oneindige Atlantische Oceaan en er was niemand meer die het schip kon zien passeren.

Zaandam

Op zaterdag 30 mei 1885 kwam de SS Zaandam aan in New York. Het beroemde immigratiecentrum Ellis Island zou pas in 1892 haar deuren openen, en zo meerde het schip af in Castle Garden, op de punt van Manhattan. Velen zullen de uitputting nabij zijn geweest, want eten, slapen en leven aan boord van een schip was zeker niet voor iedereen weggelegd. Het ergste was nu voorbij, dat zullen velen toch gedacht hebben. Maar het ergste moest nog komen, want direct na aankomst stonden de doktoren hen op te wachten. Als er ook maar enigszins twijfel bestond over de gezondheid, werd er een krijtstreep op de schouder van de immigrant gezet. Dit betekende dat hij of zij nader onderzocht moest worden. Mensen met een besmettelijke ziekte werden zonder pardon teruggestuurd, anderen in quarantaine gezet. Soms voor een aantal dagen, soms voor weken. De taferelen direct na aankomst waren soms dan ook hartverscheurend, en niet voor niets zou Ellis Island later de bijnaam Eiland van Tranen krijgen. Het was de Amerikaanse autoriteiten er alles aan gelegen de immigranten zo snel mogelijk door te sluizen. Zo kon men op Castle Garden treinkaartjes kopen en de reis vervolgen. Er was ook een wisselkantoor, waar de eerste Amerikaanse dollars verkregen konden worden. Er was zelfs een Brieven afdeling, waar de veilig aangekomen immigranten een brief naar huis konden schrijven. En er waren Nederlands sprekende medewerkers aanwezig die de nieuwkomers op weg konden helpen. Dit alles was bedoeld om de immigranten uit handen van de dieven, zakkenrollers en oplichters te houden, die buiten het emigratiegebouw op hun kans wachtten. Zoals trouwens in elke haven, waar ook ter wereld. Maar voordat de reis voortgezet kon worden, moest Auke en zijn gezin zich eerst laten registreren. De achternaam Bron zal de ambtenaar totaal onbekend in de oren hebben geklonken, en dus registreerde hij het hele gezin onder de naam Boon. Ook qua leeftijden ging er direct van alles mis. Zo was Auke 51 jaar oud, en niet 50, was Hans net 8 jaar oud geworden en was de kleine Henderk nog niets eens 2, maar vinden we hem terug als zesjarige.

Aankomst

Castle Garden

Zoals aangegeven was hun oudste dochter reeds in 1883 naar Amerika geëmigreerd. Er was dus iemand die hen in de nieuwe wereld opwachtte en wegwijs kon maken. Net als vele andere Nederlanders, trok Auke en zijn gezin naar Michigan. Om er te komen moesten ze vanuit New York eerst nog eens 1.076 kilometer overbruggen. Een reis in een reis. Ze vestigden zich in de plaats Grand Rapids, vlakbij het eerder genoemde Holland en de plaats Zeeland. Eenmaal aangekomen wijzigden ze hun namen, want een Auke, Wimke, Evertje en Willemke waren onbegrijpelijk voor Amerikanen. En zo werd alles anders:

  • Auke Bron werd August Bron
  • Wimke Veenstra werd Winnie (Winnifred, Wemke) Vunstin
  • dochter Evertje werd Eva Brown
  • dochter Willemke werd Minnie Brown
  • zoon Gauke werd George Brown
  • zoon Hans werd John Brown
  • zoon Henderk werd Henry Brown

Gr Ra

Grand Rapids

Grand Rapids was een snel groeiende stad en in 1895 telde het 60.278 inwoners. Het was een Nederlandse enclave en in Amerika werden verschillende kranten opgericht voor de Nederlandse settlers. Zo was er De Grondwet (1883-1938) en De Volksvriend (1892-1938). Hoewel Nederlandstalig, spraken deze kranten vanaf het eerste begin bijvoorbeeld over farmers in plaats van boeren en komt de sheriff met grote regelmaat langs in de artikelen. Veen was er niet in Michigan, dus werd Auke boer, ofwel farmer van beroep. Om de 10 jaar werd er in Amerika een census (volkstelling) gehouden. Helaas is de census van 1890 voor 99% door brand verloren gegaan, dus de eerste census waar we Auke en zijn gezin tegenkomen, is die van 1900. Op woensdag 27 juni 1900 was het Joseph Elroy die bij de Bron familie over de vloer kwam om hun gegevens te noteren. Auke was toen 66 jaar oud, zijn vrouw Wimke 58. Uit de census van 1900 blijkt dat Auke een boerderij gekocht had, volledig afbetaald en wel. Zijn zoons John, George en Henry (dus: Hans, Gauke en Henderk) werkten als boerenknecht bij hem en dochtertje Ida was inmiddels zes maanden at school. Dochter Willemke (Minnie) was het huis al uit. Alle gezinsleden gaven aan Engels te kunnen spreken.

Census 1900

ADUSA1

Op maandag 18 april 1910 vond de tweede census plaats. Auke was toen 76 jaar oud en was nog altijd als boer werkzaam. Zijn jongste zoon Henry (Henderk) was mede-eigenaar van de boerderij geworden. Dochter Ida had het ouderlijk huis inmiddels ook verlaten, maar Eva (43), George (35), John (32) en Henry (27) woonden nog steeds thuis. In de census van 1910 vroeg men wederom aan ieder persoon of hij of zij de Engelse taal sprak. En, mocht dat niet het geval zijn, welke taal die persoon dan wél sprak. Waarop Auke en zijn vrouw antwoordden met Holland. Het betekende wellicht helemaal niets, maar er klinkt iets van weemoed in dat antwoord, of minimaal iets van trots voor het geboorteland.

De census van 1920 zou Auke niet meer meemaken, want hij overleed op zaterdag 12 september 1914 te Antrim Co, Michigan, Amerika. Hij was tot aan zijn dood werkzaam als boer. De vraag was hoe hij begraven zou worden: als Augustus Brown of Auke Bron. Het werd een beetje van beide: hij werd begraven als Auke H. Brown op Atwood Cemetery te Ellsworth, Antrim County, Michigan. Auke Hanses Bron werd 80 jaar oud.

DIGITAL CAMERA

En zo bleef Wimke dus achter op de boerderij, in gezelschap van haar kinderen. Het is onduidelijk wanneer, maar na de dood van Auke zou de 72-jarige Samuel Streelman (Nederlander van geboorte) bij het gezin intrekken. Hij en Wimke trouwden niet, maar in de census van 1930 zien we Samuel, samen met Wimke’s zoon Henry als hoofd van het gezin genoteerd staan. Wimke was toen al 88 jaar oud en zowel haar zoon Henry (46 jaar) als haar dochter Eva (63 jaar) woonden nog steeds bij haar op de boerderij. Wimke overleed tenslotte op maandag 20 april 1931 te Grand Rapids, Kent, Michigan. Ze werd niet bijgezet in het graf van haar man Auke, maar begraven op Fairplains Cemetery te Grand Rapids. Wimke Gaukes Veenstra stierf als Winnifred Brown en werd 88 jaar oud.

brown110894nph GE DIGITAL CAMERA